Gemeente Rotselaar

Datum van de zitting: 23 juni 2026

Om 20 uur tot 20.20 uur

de Mena (2de verdieping)

 

Aanwezig:

Ilse Michiels, voorzitter;

Jelle Wouters, voorzitter vast bureau;

Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, leden vast bureau;

Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee, Sven Weenen, raadsleden;

An Craninckx, algemeen directeur;

 

Verontschuldigd:

Heidi Pittomvils, raadslid;

 

 

Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

1. Goedkeuring notulen vorige vergadering

 

Juridische gronden

        Artikel 32 en 74 van het decreet over het lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen van de vorige zitting goed.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

22 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

2 onthoudingen: Nico Lodewijks en Farida Tierens

 

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van 26 mei 2026 goed.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

2. Provisie dringende hulpverlening

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 1 augustus 1991
De raad besluit tot de opening van een rekening dringende steun.

         Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 januari 1996
De raad besluit tot de verhoging van de provisie voor dringende steun.

         Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 31 oktober 2002
De raad besluit tot de verhoging van de provisie voor dringende steun.

         Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 oktober 2018
De raad besluit tot de verhoging van de provisie voor dringende steun.

 

Feiten en context

         De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in dringende gevallen en binnen de perken bepaald door het huishoudelijk reglement van het bijzonder comité voor de sociale dienst, zelf tot dringende hulpverlening beslissen, op voorwaarde dat deze beslissing op de eerstvolgende vergadering ter bekrachtiging aan het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt voorgelegd.

         Het vorige besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn verwijst als juridische grondslag voor de dringende hulpverlening naar het OCMW-decreet, wat toen correct was. Inmiddels is de juridische grondslag gewijzigd, waardoor het besluit vernieuwd moet worden.

 

Juridische gronden

         Artikel 111-114 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

Er wordt een provisie voor dringende hulpverlening aangelegd van maximaal 7.500 euro.

Artikel 2:

De sociale dienst wordt belast met de uitbetaling van de dringende hulpverlening conform de bepalingen van het geldende huishoudelijk reglement van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

Artikel 3:

De financieel directeur wordt belast met de aanvulling van de provisie dringende hulpverlening na controle van de staat van uitgaven en de bijbehorende verantwoordingsstukken.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

3. Reglement klachtenbehandeling - goedkeuring

 

Feiten en context

         Iedereen heeft het recht om kosteloos een klacht in te dienen bij een overheidsinstantie over een handeling van die overheidsinstantie of over de werking van die overheidsinstantie.

         De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn organiseren bij reglement een systeem van klachtenbehandeling.

         Het bestuursdecreet legt de minimale bepalingen voor een systeem van klachtenbehandeling vast.

 

Juridische gronden

         Artikel 77 en artikel 78, 13° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 302 en 303 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 74 tot en met 88 van het bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Argumentatie

         Het systeem van klachtenbehandeling wordt zowel voor de gemeente als voor het openbaar centrum van maatschappelijk welzijn georganiseerd op ambtelijk niveau en is maximaal onafhankelijk van de diensten waarop de klachten betrekking hebben.

         Het lokaal bestuur van Rotselaar wil elke gebruiker van de dienstverlening de kans geven om kosteloos een klacht in te dienen. De gebruiker kan daarbij vertrouwen op een objectieve, klantvriendelijke en grondige behandeling van de klacht.

         Het lokaal bestuur hecht veel belang aan de ontvangen klachten. Zowel vanuit het perspectief van een kwalitatieve en professionele dienstverlening, als vanuit het perspectief van een duurzame en structurele organisatiebeheersing.

         De klachtenbehandeling biedt enerzijds een luisterend oor aan inwoners en gebruikers die ontevreden zijn over de dienstverlening. Die informatie uit de praktijk, biedt het lokaal bestuur de kans om de kwaliteit van en de tevredenheid over de dienstverlening te monitoren.

         De klachtenbehandeling biedt anderzijds een kans aan het lokaal bestuur om de dienstverlening en de werking te versterken in de toekomst. Daarom is de klachtenbehandeling nauw verbonden met het systeem van organisatiebeheersing. De informatie uit de klachten dient als waardevolle input, waarmee het lokaal bestuur gericht en doordacht aan de slag kan om verder te professionaliseren.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement klachtenbehandeling goed.

 

Reglement klachtenbehandeling

Dit reglement bepaalt het systeem van klachtenbehandeling voor het lokaal bestuur Rotselaar. Daarmee komt het lokaal bestuur tegemoet aan het recht van elke gebruiker van de dienstverlening om een klacht te uiten en aan de grondige behandeling van die klacht.

 

De term ‘lokaal bestuur’ verwijst in dit reglement naar zowel de gemeente Rotselaar als het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn Rotselaar.

 

Algemene bepalingen

 

Artikel 1: Wat is een klacht?

 

§1. Een klacht is een manifeste uiting van ontevredenheid over een al dan niet verrichte handeling of prestatie door het lokaal bestuur Rotselaar.

 

Een klacht kan betrekking hebben op het:

         foutief verrichten van een handeling of prestatie

         niet of laattijdig uitvoeren van een handeling of prestatie

         afwijken van de vastgestelde of gebruikelijke werkwijze

         onvriendelijk of onbeleefd verrichten van een handeling of prestatie

 

§2. Meldingen, informatievragen, suggesties, petities, beroepen, bezwaarschriften en verzoekschriften worden niet beschouwd als klachten. Meldingen worden behandeld via de gemeentelijke website. Beroepen, bezwaarschriften en verzoekschriften volgen de wettelijk omschreven procedures.

 

Artikel 2: Wie kan een klacht indienen?

 

§1. Elke gebruiker van de dienstverlening van het lokaal bestuur Rotselaar heeft het recht om kosteloos een klacht in te dienen.

 

Artikel 3: Hoe dien je een klacht in?

 

§1. Een klacht indienen kan:

         via het klachtenformulier op de gemeentelijke website

         via e-mail

         via brief

         mondeling, waarbij de ontvanger van de klacht een schriftelijk verslag opmaakt

 

Artikel 4: Wanneer is een klacht ontvankelijk?

 

§1. Een klacht bevat minstens de naam van de indiener en een omschrijving van de feiten waartegen ze gericht is. De naam en het adres van de indiener dienen bij het lokaal bestuur bekend te zijn.

 

§2. De klachtenbehandeling is niet van toepassing als:

         De klacht zonder de naam van de indiener wordt ingediend en/of het adres van de indiener niet bekend is.

         De indiener geen persoonlijk belang kan aantonen.

         Lokaal bestuur Rotselaar niet de bevoegde instantie is voor de inhoud van de klacht.

         De klacht over regelgeving, beleidskeuzes, beleidsvoornemens of beleidsverklaringen gaat.

         De klacht gaat over gebeurtenissen die langer dan een jaar voor het indienen van de klacht hebben plaatsgevonden.

         De klacht van dezelfde indiener al eerder werd behandeld.

         De klacht gaat over feiten waarvoor niet alle georganiseerde beroepsmogelijkheden werden aangewend.

         De klacht het voorwerp is van een lopende gerechtelijke procedure.

         De klacht kennelijk ongegrond is: als het duidelijk is dat er geen fout kan zijn gemaakt door de betrokken dienst.

         De klacht kennelijk onredelijk is: bijvoorbeeld als de feiten futiel zijn of als de indiener de gemeente herhaaldelijk bestookt met klachten en de afhandeling ervan uiteindelijk niet meer in verhouding staat tot de werklast die dat met zich meebrengt.

 

Behandeling van de klacht

 

Artikel 5: Neutraliteit en onafhankelijkheid

 

§1. Alle medewerkers die betrokken zijn bij het klachtenonderzoek handelen vanuit een strikt neutrale rol. Medewerkers die rechtstreeks betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft, kunnen geen rol opnemen in de behandeling van die klacht.

 

Artikel 6: Klachtencoördinator

 

§1. De klachtencoördinator registreert alle klachten, verwijst ze door naar een klachtenbehandelaar (zie artikel 7) en ziet erop toe dat de behandeling van de klacht volgens de klachtenprocedure verloopt. De communicatie met de indiener van een klacht verloopt steeds via de klachtencoördinator.

 

§2. Als de klachtencoördinator persoonlijk betrokken is bij de feiten, neemt de algemeen directeur de rol van klachtencoördinator op zich.

 

Artikel 7: Klachtenbehandelaar

 

§1. De klachtenbehandelaar voert het inhoudelijke onderzoek en legt een inhoudelijke beoordeling van de klacht voor aan de klachtencoördinator. De klachtenbehandelaar is zelf niet rechtstreeks persoonlijk betrokken bij de feiten.

 

§2. De rol van klachtenbehandelaar wordt per dienst opgenomen door het diensthoofd. Als het diensthoofd persoonlijk betrokken is bij de feiten, neemt de klachtencoördinator de rol op zich.

 

§3. Als de algemeen directeur of de financieel directeur betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft, neemt het college van burgemeester en schepenen de rol van klachtenbehandelaar op zich.

 

Artikel 8: Persoonsgegevens indiener van de klacht

 

§1. Door de klacht in te dienen, geeft de indiener toestemming om de naam van de indiener en het voorwerp van de klacht bekend te maken bij de personen die vanuit de klachtenbehandeling of vanuit het voorwerp van de klacht betrokken zijn bij de feiten. Dat is noodzakelijk om de klacht grondig te kunnen behandelen en tot een alomvattende inhoudelijke beoordeling te komen.

 

De naam van de indiener en het voorwerp van de klacht worden niet gedeeld als de indiener zich daar expliciet tegen verzet. Daarbij is de indiener er zich bewust van dat dat een degelijk inhoudelijk onderzoek van de klacht bemoeilijkt.

 

Artikel 9: Procedure

 

§1. De klachtencoördinator registreert de ingediende klacht, ongeacht of de klacht ontvankelijk is.

 

§2. De klachtencoördinator bepaalt, op basis van de informatie in de ontvangen klacht, tot welke categorie de klacht behoort:

         ontvankelijk

         niet-ontvankelijk

         melding

 

Een klacht is ‘ontvankelijk’ als ze voldoet aan de beschrijving uit artikel 1, §1. In dat geval brengt de klachtencoördinator de klachtenbehandelaar op de hoogte om een grondig onderzoek op te starten. De klachtenbehandelaar koppelt over het onderzoek terug aan de klachtencoördinator. Het onderzoek toont aan of de klacht al dan niet gegrond is. De mogelijke uitkomsten van het onderzoek zijn:

         Gegrond: het onderzoek toont aan dat de klacht van de indiener terecht was. De ontvanger doet een voorstel tot oplossing, conclusie of initiatief aan de indiener.

         Ongegrond, maar terechte opmerking: het onderzoek toont aan dat er correct en zorgvuldig gehandeld werd, maar dat er wel een kans is om de dienstverlening in de toekomst te verbeteren.

         Ongegrond: het onderzoek toont aan dat er correct en zorgvuldig gehandeld werd, al wordt dat door de indiener betwist.

 

Een klacht is ‘niet-ontvankelijk’ als ze inhoudelijk behoort tot de situaties beschreven in artikel 4, §2. Als de klacht niet-ontvankelijk is, brengt de klachtencoördinator de indiener daarover op de hoogte. In de gevallen waarbij een klacht ‘niet-ontvankelijk’ is, omdat het lokaal bestuur niet bevoegd is, verwijst de klachtencoördinator de indiener door naar de juiste instantie.

 

Een klacht is een ‘melding’ als ze inhoudelijk behoort tot de situaties beschreven in artikel 1, §2:

         In het geval van een melding, een informatievraag, een suggestie of een petitie, bezorgt de klachtencoördinator de informatie aan de bevoegde dienst van het lokaal bestuur. De indiener wordt daarover op de hoogte gebracht.

         Voor beroepen, bezwaarschriften of verzoekschriften wijst de klachtencoördinator de indiener erop dat het voorwerp van de klacht onderdeel is van een wettelijk omschreven procedure.

 

§3. De beoordeling van de klacht door de klachtencoördinator is definitief.

 

§4. De klachtencoördinator kan oordelen dat het aangewezen is om bemiddeling te organiseren tussen de indiener en de personen die betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft. Daarbij treedt het lokaal bestuur als bemiddelaar op.

 

De indiener dient binnen de 10 kalenderdagen te antwoorden of die al dan niet gebruik maakt van de aangeboden bemiddelingsmogelijkheid. Als de indiener niet binnen die termijn antwoordt, wordt ervan uitgegaan dat die afziet van bemiddeling.

 

§5. De klachtencoördinator bezorgt de indiener na het onderzoek een antwoord, met de bevindingen van het onderzoek, een oordeel daarover en eventueel een voorstel tot oplossing, conclusie of initiatief.

 

§6. De klachtencoördinator brengt de indiener binnen de 10 kalenderdagen na ontvangst van de klacht op de hoogte of de klacht ontvankelijk, niet-ontvankelijk of een melding is. Tenzij de klacht binnen die termijn al werd afgehandeld.

 

In het geval van een niet-ontvankelijke klacht of melding, motiveert de klachtencoördinator binnen de 10 kalenderdagen na ontvangst van de klacht waarom de klacht niet verder behandeld wordt.

 

In het geval van een ontvankelijke klacht, behandelt de klachtencoördinator de klacht binnen de 45 kalenderdagen na ontvangst van de klacht. Als het niet mogelijk is om de klacht binnen die termijn af te handelen, wordt de indiener daarvan op de hoogte gebracht samen met een motivering. De termijn kan dan eenmalig verlengd worden tot maximaal 90 kalenderdagen na ontvangst van de klacht.

 

§7. De ingediende klachten worden geanalyseerd en binnen het systeem van organisatiebeheersing benut, zodat ze dienen als kansen om de dienstverlening en werking van het lokaal bestuur te versterken in de toekomst.

Artikel 2:

Dit reglement treedt na bekendmaking in werking op 1 juli 2026.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

4. Vaststelling jaarrekening 2025 OCMW Rotselaar

 

Voorgeschiedenis

         Verslag van de raadscommissie Financiën van 15 juni 2026
De raadscommissie Financiën bespreekt de jaarrekening 2025 van het lokaal bestuur Rotselaar.

 

Feiten en context

         Voor een lokaal bestuur vormen de gemeente en het OCMW samen één rapporteringsentiteit die één geïntegreerde jaarrekening opstellen.

         Aangezien de gemeente en het OCWM juridisch evenwel twee afzonderlijke entiteiten betreffen, stemmen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn elk apart over hun deel van de gezamenlijke jaarrekening.

         Het deel van de jaarrekening 2025 dat betrekking heeft op het OCMW Rotselaar wordt ter vaststelling voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Juridische gronden

         Artikelen 249 tot en met 253 en 260 tot en met 262 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikelen 17 tot en met 28 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale (en de provinciale) besturen.

 

Bijlagen

         Jaarrekening 2025 lokaal bestuur Rotselaar

         Documentatie jaarrekening 2025 lokaal bestuur Rotselaar

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van de jaarrekening 2025 van het lokaal bestuur Rotselaar dat betrekking heeft op het OCMW vast.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

5. Mondelinge vragen

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.