Gemeente Rotselaar

Datum van de zitting: 23 juni 2026

Om 20.20 uur tot 22.45 uur

de Mena (2de verdieping)

 

Aanwezig:

Ilse Michiels, voorzitter;

Jelle Wouters, burgemeester;

Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, schepenen;

Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee, Sven Weenen, raadsleden;

An Craninckx, algemeen directeur;

 

Verontschuldigd:

Heidi Pittomvils, raadslid;

 

Vanaf punt 7 verlaat raadslid Nancy Goossens de zitting.

Vanaf punt 8 verlaat burgemeester Jelle Wouters de zitting.

Vanaf punt 8 vervoegt raadslid Nancy Goossens de zitting.

Vanaf punt 9 vervoegt burgemeester Jelle Wouters de zitting.

Vanaf punt 12 verlaat raadslid Elke Wollants de zitting.

Vanaf punt 13 vervoegt raadslid Elke Wollants de zitting.

Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

1. Goedkeuring notulen vorige vergadering

 

Juridische gronden

        Artikel 32 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
De gemeenteraad keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen van de vorige zitting goed.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

22 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

2 onthoudingen: Nico Lodewijks en Farida Tierens

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de notulen van de vergadering van 26 mei 2026 goed.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

2. Perceel grond - gelegen Schoolstraat zn te 3110 Rotselaar-Heikant - aankoop - goedkeuring voorwaarden

 

Feiten en context

         Het braakliggend perceel grond gelegen op de hoek van de Schoolstraat en de Kerkhofstraat in het centrum van Rotselaar-Heikant, wordt door de huidige eigenaars te koop aangeboden aan de gemeente Rotselaar.

         Het rechthoekig perceel heeft een oppervlakte van 05a 09ca, met een straatbreedte van ongeveer 50 meter en een diepte van ongeveer 10 meter. Het perceel is gelegen in woongebied.

         Landmeter-expert Pieter Goeron stelde op 14 april 2026 een geschatte verkoopwaarde van het perceel op in een schattingsverslag.

         Het perceel kan in het dorpscentrum van Rotselaar-Heikant als publieke parking worden gebruikt, onder meer bij evenementen, begrafenissen, wegwerkzaamheden en door ouders bij begin en einde van de schooltijd en de academie.

 

Juridische gronden

         Artikel 41, tweede lid, 11° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         Het braakliggend rechthoekig perceel gelegen op de hoek van de Schoolstraat en de Kerkhofstraat met een straatbreedte van ongeveer 50 meter aan de Schoolstraat en een diepte van ongeveer 10 meter, in het dorpscentrum van Rotselaar-Heikant, in de onmiddellijke nabijheid van de gemeentelijke basisschool en de Hagelandse Academie, leent zich uitstekend voor het gebruik als openbare en publieke randparking.

         Het perceel kan worden gebruikt als parking bij evenementen, begrafenissen, wegwerkzaamheden en door de ouders bij het begin en einde van de schooltijd en door gebruikers van de academie.

         De huidige eigenaars wensen het perceel te verkopen aan de gemeente Rotselaar. Gezien de centrale ligging van het perceel in woongebied en de mogelijkheden voor het publieke gebruik, wensen de eigenaars te verkopen aan een iets hogere prijs dan de geschatte venale waarde.

         Het perceel biedt voor de gemeente een duidelijke meerwaarde op vlak van spreiding van de parkeerdruk en multifunctioneel publiek gebruik. Na onderhandeling met de huidige eigenaars is de gemeente bereid om het perceel aan te kopen aan de prijs van 11.700 euro.

 

Financiële gevolgen

Uitgave

 

Algemene rekening: 2210000

Beleidsitem: 080001

Laatst goedgekeurd budget: 0,00 euro

Beschikbaar budget: 0,00 euro

Geraamd bedrag: 11.700,00 euro

De bijkomende kredieten worden voorzien bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan, onder voorbehoud van goedkeuring door het bevoegde orgaan.

 

Algemene rekening: 6131001

Beleidsitem: 011100

Laatst goedgekeurd budget: 2.800,00 euro

Beschikbaar budget: 2.800,00 euro

Geraamd bedrag: 3.914,37 euro

De bijkomende kredieten worden voorzien bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan, onder voorbehoud van goedkeuring door het bevoegde orgaan.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad gaat akkoord met de aankoop van het perceel grond, gelegen aan de Schoolstraat zn te 3110 Rotselaar-Heikant, kadastraal gekend onder Rotselaar, eerste afdeling, sectie D, nummer 536T, met een kadastrale oppervlakte van 05a 09ca aan de prijs van 11.700 euro.

Artikel 2:

De kosten en erelonen verbonden aan deze aankoop en de notariële akte, die ten laste vallen van de koper, worden door de gemeente als koper gedragen.

Artikel 3:

De aankoop gebeurt voor openbaar nut.

Artikel 4:

De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt uitdrukkelijk ontslagen voor het nemen van elke ambtshalve inschrijving.

Artikel 5:

De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur of hun respectievelijke plaatsvervanger(s) worden gemachtigd tot ondertekening van de notariële akte.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

3. Definitieve vaststelling van het rooilijnplan voor de verplaatsing van gemeenteweg 59 in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025138385 (2025 230) op een terrein kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B, nrs. 792G, 792H, 7872K, 7872L, 7872M, 786E, 785B, 798K, 799C, 797L, 802G, 804D, 806N, 802M, 806P, 782W en 7802P gelegen Provinciebaan, Groenstraat en Parkstraat te Rotselaar

 

Feiten en context

         Omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025138385 (2025 230) ingediend op 9 januari 2026 door CELIDEE CONSTRUCT met als adres Vredestraat 53, 8790 Waregem en Van Brussel met als adres Eektstraat 2C, 3111 Rotselaar.

         De aanvrager voorziet de ontwikkeling van een kernversterkend project op percelen gelegen aan de Provinciebaan, Groenstraat en Parkstraat te Rotselaar, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie B, nrs. 792G, 792H, 7872K, 7872L, 7872M, 786E, 785B, 798K, 799C, 797L, 802G, 804D, 806N, 802M, 806P, 782W en 7802P.

         Het perceel van de aanvraag is gelegen in woongebied.

         De aanvraag omvat de verplaatsing van een gemeenteweg waarover een beslissing van de gemeenteraad vereist is.

         Het aanvraagdossier bevat een rooilijnplan van de gemeenteweg nr. 59 voor de percelen kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B, nrs. 785B, 786E, 792G, 792H, 798K, 797L, 802G en openbaar domein, opgemaakt door landmeter-expert Johan Artois op 23 december 2025.

         De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek vond plaats van 30 april 2026 tot en met 29 mei 2026. Er werden 13 bezwaarschriften ingediend.

         Tijdens het openbaar onderzoek werden geen bezwaren over de verplaatsing van de gemeenteweg geformuleerd.

 

Juridische gronden

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009

         Artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019

 

Argumentatie

         Gemeenteweg nr. 59 is een voetweg met een breedte van 1,65 m volgens de Altas der buurtwegen.

         De voetweg is een verbinding voor trage weggebruikers tussen de Groenstraat en de Torenstraat en is ook opgenomen op de trage wegenkaart als trage weg nr. 66 (Menapad).

         De gemeenteweg wordt verplaatst en ingebed in de nieuwe omgevingsaanleg van het project en krijgt een volledig nieuwe aanleg.

         Door de nieuwe invulling wordt de trage weg ingepast in de globale ruimtelijke visie van het nieuwe centrale groenplein. Ook de verkeersveiligheid zal verbeteren door het deels autovrije karakter.

         Het nieuwe deel van de gemeenteweg wordt gratis overgedragen en opgenomen in het openbaar domein. De waardeverminderingen en waardevermeerderingen ingevolge de verplaatsing van de gemeenteweg worden geacht elkaar te neutraliseren.

         Het project biedt een aantoonbare maatschappelijke meerwaarde dat inspeelt op de noden van de gemeenschap. Naast de realisatie van bijkomende woongelegenheden voorziet de aanvraag binnen het kernversterkend project in een publiek toegankelijk groenplein, commerciële functies waaronder een buurtsupermarkt, een omvangrijke ondergrondse parking die mede kan bijdragen aan het opvangen van de parkeerbehoefte in het centrum, en een sociaal woonaanbod van 10 woongelegenheden en verschillende geconventioneerde huurwoningen.

         Tijdens het openbaar onderzoek werden geen bezwaren over de verplaatsing van de gemeenteweg geformuleerd.

 

Bijlagen

         Rooilijnplan verplaatsing deel gemeenteweg nr. 59

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

1 onthouding: Maarten Mommaerts

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de verplaatsing van een deel van gemeenteweg nr. 59 op de percelen kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B, nrs. 785B, 786E, 792G, 792H, 798K, 797L, 802G en openbaar domein, goed.

Artikel 2:

De gemeenteraad stelt het rooilijnplan van de verplaatsing van een deel van gemeenteweg nr. 59, opgemaakt door landmeter-expert Johan Artois op 23 december 2025, definitief vast.

Artikel 3:

Het nieuwe deel van de gemeenteweg wordt gratis overgedragen en opgenomen in het openbaar domein.

Artikel 4:

De kosten van en voortvloeiende uit de notariële akte van gratis grondafstand worden gedragen door de aanvrager.

Artikel 5:

De algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad of hun respectievelijke plaatsvervanger(s) wordt machtiging verleend tot ondertekening van de vereiste akte met betrekking tot de gratis grondafstand.

Artikel 6:

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens artikel 31/1 van het Omgevingsvergunningendecreet.

Artikel 7:

Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:

         wanneer de omgevingsvergunning OMV_2025138385 (2025 230) ingediend op 9 januari 2026, niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;

         wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

4. Weigering verplaatsing gemeenteweg in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025120700 (A 2026 12) op een terrein kadastraal gekend als afdeling 3, sectie B, nrs. 390D en 392A.

 

Feiten en context

         Omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025120700 (A 2026 12) ingediend op 28 november 2025 door ASPIRAVI met als adres President Kennedypark 8A, 8500 Kortrijk.

         De aanvrager voorziet de bouw van een windenergieproject 'Rotselaar E314 Servicestation', op de percelen kadastraal bekend als afdeling 3, sectie B, nrs. 317N, 319B, 319A, 320A, 321A, 322, 378C, 379A, 389A, 390B, 390D, 392A, 393A, 400 en 401B.

         Het perceel van de aanvraag is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

         De aanvraag omvat de verplaatsing van een gemeenteweg waarover een beslissing van de gemeenteraad vereist is.

         Het aanvraagdossier bevat een rooilijnplan van de verplaatsing van voetweg nr. 69 voor de percelen kadastraal gekend als afdeling 3, sectie B, nrs. 390D en 392A, opgemaakt door landmeter-expert Kenneth Smith op 6 november 2025.

         De voetweg heeft een breedte van 1,65 m.

         De gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid over de zaak der wegen. De gemeenteraad beschikt evenwel niet over de bevoegdheid om zich uit te spreken over de vergunningsaanvraag, nu deze dient te worden beoordeeld door de vergunningverlenende overheid.

         De gemeenteraad dient zich uit te spreken over de ligging, de breedte, de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein, rekening houdend met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomende geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, zoals vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.

         De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek liep van 13 februari 2026 tot en met 14 maart 2026. Op vraag van het Departement Omgeving werd het openbaar onderzoek op 4 maart 2026 stopgezet. Drie van de zes gele bekendmakingsaffiches waren door onbekenden verwijderd, waardoor het openbaar onderzoek niet correct kon verlopen. Reeds ingediende standpunten, opmerkingen en bezwaren blijven geldig.

         Op 4 maart werd de gemeente Rotselaar gevraagd een nieuw openbaar onderzoek te organiseren. Het tweede openbaar onderzoek liep van 5 maart 2026 tot en met 3 april 2026. Uiteindelijk werden 2.560 bezwaarschriften ingediend.

         Op 7 mei diende de aanvraag een nieuwe projectinhoudversie in. Naar aanleiding hiervan werd een nieuw openbaar onderzoek georganiseerd van 13 mei 2026 tot en met 11 juni 2026. Eerder ingediende standpunten, opmerkingen en bezwaren blijven geldig. Uiteindelijk werden in totaal 3.841 standpunten, opmerkingen en bezwaarschriften ingediend.

 

Juridische gronden

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009

         Artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019

 

Argumentatie

         De gemeenteraad is van oordeel dat de voorgestelde ligging, breedte en uitrusting van de gemeenteweg geen geschikte en aanvaardbare invulling geeft aan het openbaar domein.

         Het wijzigen, verplaatsen of afschaffen van een buurtweg is volgens het gemeentewegendecreet een uitzonderingsmaatregel. Er dient een grondige motivatie te gebeuren.

         Het verzoek tot verplaatsen van de buurtweg kadert binnen een aanvraag tot het plaatsen van een windturbine (WT1) door Aspiravi, een naamloze vennootschap van privaatrechtelijke aard.  In de omzendbrief - Omzendbrief OMG/2025/01 – Afwegingskader en randvoorwaarden voor de oprichting van windturbines, verduidelijkt de decreetgever niet of windturbines onder het algemeen belang vallen. Gelet op de privaatrechtelijke aard van de aanvrager kan dus ook geconcludeerd worden dat het verzoek tot verplaatsen van buurtweg nr. 69 niet kadert binnen het algemeen belang. Bovendien is het algemeen belang niet gebaat met een buurtweg die rondomrond een windturbine wordt ingetekend. De buurtweg wordt hier immers voor privaat belang hertekend, wat geenszins de bedoeling kan zijn.

         De gemeenteraad kan dan ook niet anders dan vaststellen dat niet voldaan is aan artikel 4 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019, nu 1° vereist dat wijzigingen aan gemeentewegen steeds in het kader van het algemeen belang dienen te gebeuren.

         Tijdens het openbaar onderzoek werden 313 bezwaren over de verplaatsing van de voetweg geformuleerd.

         De belangrijkste bezwaren hebben betrekking op het gebrek aan algemeen belang, onvoldoende onderzoek naar alternatieven, aantasting van de erfgoed- en landschappelijke samenhang, aantasting van de recreatieve en landschappelijke beleving, disproportionaliteit en precedentwerking.

         De bezwaren zijn gegrond. Het verzoek tot verplaatsen van de buurtweg kadert binnen een aanvraag tot het plaatsen van een windturbine (WT1) door Aspiravi, een naamloze vennootschap van privaatrechtelijke aard. Bovendien is het algemeen belang niet gebaat met een buurtweg die rondomrond een windturbine wordt ingetekend. De buurtweg wordt hier immers voor privaat belang hertekend, wat geenszins de bedoeling kan zijn.

         Gelet op bovenstaande kan het verzoek tot verplaatsing van voetweg nr. 69 niet worden ingewilligd.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

1 stem tegen: Liesbet Serneels

 

Artikel 1:

De gemeenteraad weigert de verplaatsing van voetweg nr. 69 voor de percelen kadastraal gekend als afdeling 3, sectie B, nrs. 390D en 392A,

Artikel 2:

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens artikel 31/1 van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

5. Activatie voorrang lokale binding voor geconventioneerde huur op het grondgebied van Rotselaar

 

Feiten en context

         De Vlaamse Regering wil het aantal betaalbare huurwoningen verhogen en werkte hiervoor het systeem van geconventioneerd huren uit. Huurders kennen dit onder de naam budgethuren.

         Private initiatiefnemers kunnen geconventioneerde (of dus budgethuurwoningen) en sociale huurwoningen bouwen of bestaande woningen hiervoor renoveren, op eigen grond of op publieke grond. Voor de verhuring ontvangen de private initiatiefnemers een subsidie. Ook woonmaatschappijen kunnen geconventioneerde huurwoningen bouwen of bestaande woningen hiervoor renoveren en een subsidie ontvangen.

         Een lokaal bestuur kan vanaf 15 september 2024 een voorrang langdurige woonbinding activeren voor geconventioneerde huurwoningen op het grondgebied van de gemeente. Dit is de voorrang die een kandidaat heeft als hij in de periode van tien jaar voor de rangschikking minstens vijf jaar ononderbroken inwoner is of geweest is van de gemeente waar de toe te wijzen woning ligt.

         De voorrangsregel geldt voor de verhuring van geconventioneerde huurwoningen die worden aangeboden via een oproep tot kandidaatstelling op het Woningportaal, na het verstrijken van veertien werkdagen na ontvangst van de beslissing van de gemeente om de voorrang langdurige woonbinding toe te passen.

         Als de voorrangsregel geldt, zal dit zichtbaar zijn bij iedere oproep tot kandidaatstelling. Wonen in Vlaanderen controleert of iedere kandidaat voldoet aan de voorrangsregel. Nadien worden de kandidaten met voorrang willekeurig gerangschikt. Ook de kandidaten zonder voorrang worden willekeurig gerangschikt.

         De verhuurder wijst de geconventioneerde huurwoningen eerst toe aan de willekeurig gerangschikte kandidaten met langdurige woonbinding. De voorrangsregel geldt enkel als een oproep tot kandidaatstelling is gepubliceerd op het Woningportaal. Als de verhuurder de woning vrij toewijst, geldt de voorrangsregel dus niet. Indien na een oproep tot kandidaatstelling geen kandidaten meer zijn voor de overige woningen en vanaf de tweede verhuring van een geconventioneerde huurwoning mag de verhuurder kiezen: hij plaatst opnieuw een oproep tot kandidaatstelling of hij wijst de woning vrij toe aan een persoon met een geldig attest.

 

Juridische gronden

         Vlaamse Codex Wonen van 2021

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         Gemeente Rotselaar neemt zijn regisseursrol voor een goed lokaal woonbeleid op en wil werken aan de Vlaamse beleidsprioriteit ‘zorgen voor een divers en betaalbaar woonaanbod in de gemeente’.

         Uit de wachtlijst voor sociale huurwoningen van inwoners in de gemeente blijkt dat er nood is aan betaalbare woningen voor de inwoners van Rotselaar. Plus uit diverse kenmerken van de woningmarkt (hoge vastgoedprijzen (zowel koop als huur), hoge prijs-inkomensratio voor woningen,…) blijkt de nood aan betaalbare woningen voor inwoners van Rotselaar.

         Naast het bijkomend inzetten op sociale huurwoningen (cf. nieuw Bindend Sociaal Objectief) blijft het voor het lokaal bestuur belangrijk om ook in te zetten op andere vormen van betaalbaar wonen, in het bijzonder richting de private huurmarkt. Geconventioneerde huurwoningen kunnen een antwoord bieden aan gezinnen van de gemeente die om diverse redenen niet of nog niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar die er ook niet in slagen om een woning op de private huurmarkt in te huren. Gemeente Rotselaar opteert daarom om de voorrang langdurige woonbinding voor kandidaat-huurders te activeren en dit voor alle geconventioneerde huurwoningen op het grondgebied van de gemeente.

         Momenteel loopt er een aanvraag voor de realisatie van geconventioneerde huurwoningen (fase 1) bij Wonen in Vlaanderen voor het project in de dorpskernversterking. Kanvaz zal, naast de reeds voorziene sociale woningen, ook betrokken worden als partner voor de geconventioneerde huurwoningen.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

1 onthouding: Maarten Mommaerts

 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om voorrang voor de langdurige woonbinding toe te passen op alle geconventioneerde huurwoningen die aangeboden worden door alle verhuurders van geconventioneerde huurwoningen op het grondgebied van de gemeente.

Artikel 2:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan Agentschap Wonen in Vlaanderen. De voorrang langdurige woonbinding geldt voor de oproepen tot kandidaatstelling die opengesteld worden na het verstrijken van een termijn van veertien werkdagen volgend op de datum van de ontvangst van de beslissing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

6. Belastingreglement voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen - 2026-2031 - aanpassing

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025
De gemeenteraad keurt het belastingreglement voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen - 2026-2031 goed.

 

Feiten en context

         In het hierboven vermelde belastingreglement, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2025, is onder 'Hoofdstuk 2: Registratie' in artikel 6§2 een materiële vergissing geslopen, namelijk een verwijzing naar het verwaarlozingsregister in plaats van het leegstandsregister.

         In voornoemd artikel 6§2 van het belastingreglement voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen dient het woord 'verwaarlozingsregister' telkens vervangen te worden door het woord 'leegstandsregister'.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen

         Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en latere wijzigingen

         Boek 2, Deel 2, Titel 3, artikelen 2.9 tot en 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het leegstandsregister

         Boek 2, Deel 2, Titel 4 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 inzake de subsidieregeling voor IGS-projecten lokaal woonbeleid voor de periode 2020-2025, die overeenstemt met de nieuwe gemeentelijke beleids- en beheerscyclus

         Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid (goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 14 maart 2025)

 

Argumentatie

         De aan te brengen verbetering betreft louter een rechtzetting van een materiële vergissing.

         Het belastingreglement voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen kan verbeterd worden, zoals hierboven vermeld.

         Voor het overige blijven alle bepalingen van het belastingreglement voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2025 onverminderd van toepassing.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

In artikel 6 §2 van het belastingreglement voor de registratie en de belasting van leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2025, wordt het woord 'verwaarlozingsregister' telkens vervangen door 'leegstandsregister'.

Artikel 2:

De aangepaste tekst van artikel 6 §2, tweede alinea, luidt bijgevolg als volgt:

'(...)

De kennisgeving bevat:

         de administratieve akte met het technisch verslag

         informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister

         informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister

         informatie over het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister

(...)'

Voor het overige blijft artikel 6§2 onveranderd.

Artikel 3:

Voor het overige blijven alle bepalingen van het belastingreglement voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2025 onverminderd van toepassing.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

7. Buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) - Samenwerkings- en subsidieovereenkomst inzake buitenschoolse opvang en activiteiten - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 21 april 2026
De gemeenteraad keurt het lokaal erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) goed.

         Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1 juni 2026

Het college van burgemeester en schepenen verleent op basis van het erkenningskader een erkenning aan Ferm Kinderopvang vzw als opvangorganisator buitenschoolse opvang en activiteiten.

 

Feiten en context

         Vanaf 1 september 2026 treedt het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (hierna afgekort: BOA) in werking. dit decreet geeft lokale besturen een centrale regierol in de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar, met aandacht voor kwaliteitsvolle buitenschoolse tijd, ondersteuning van gezinnen en gelijke kansen.

         De gemeente startte in augustus 2025 een marktbevraging met het oog op de organisatie van de buitenschoolse opvang vanaf de inwerkingtreding van het BOA-decreet. De respons op deze marktbevraging was beperkt.

         De gemeenteraad van Rotselaar keurde op 21 april 2026 het lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten goed. Dit erkenningskader vormt de inhoudelijke basis voor de samenwerking met een opvangorganisator.

         De organisaties die op de marktbevraging gereageerd hebben, kregen het lokaal erkenningskader toegestuurd met de mogelijkheid om een erkenningsaanvraag in te dienen. Enkel Ferm Kinderopvang diende een dossier in.

         Het college van burgemeester en schepenen keurde op 1 juni 2026 overeenkomstig het erkenningskader de erkenning van Ferm Kinderopvang als organisator voor buitenschoolse opvang en activiteiten in Rotselaar goed. De voorliggende samenwerkingsovereenkomst legt afspraken vast over de opdracht, financiering, rapportering en controle.

         De voorliggende overeenkomst regelt de organisatie van buitenschoolse opvang, inclusief vakantiewerking, als een dienst van algemeen economisch belang.

 

Juridische gronden

         Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019.

         Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU.

         Besluit van de Vlaamse Regering tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020 tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020, het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten en het Overgangsbesluit subsidies buitenschoolse opvang van 24 september 2021 van 23 januari 2026.

 

Adviezen

         Gunstig advies van het lokaal overleg kinderopvang van 28 mei 2026.

         Gunstig advies van het lokaal samenwerkingsverband van 28 mei 2026.

         De financieel directeur verleende een gunstig visum op 2 juni 2026.

 

Argumentatie

         De voorliggende samenwerkingsovereenkomst kadert binnen het meerjarenplan 2026-2031, waarin Rotselaar jonge gezinnen dicht bij huis ondersteunt met kinderopvang, kwalitatief onderwijs en opvoedingsondersteuning. De overeenkomst geeft in het bijzonder uitvoering aan de actie: “Rotselaar bouwt een lokaal samenwerkingsverband uit dat alle partners verenigt in een integraal aanbod buitenschoolse opvang en naschoolse activiteiten.”

         Deze samenwerkingsovereenkomst sluit daarnaast aan bij de actie: 'De gemeente breidt het aanbod vakantie-initiatieven, speelpleinwerking en tienerwerking gericht uit op basis van een structurele kwaliteits- en behoeftebevraging bij de gebruikers.' De overeenkomst regelt immers de organisatie van buitenschoolse opvang, inclusief vakantiewerking.

         De huidige samenwerkingsovereenkomst legt de afspraken vast voor de organisatie, financiering, rapportering en opvolging van de buitenschoolse opvang.

         Het door de gemeenteraad goedgekeurde erkenningskader is een beleidsmatig referentiekader dat bepalend is voor de verdere uitrol en opvolging van het lokaal BOA-beleid. Het college van burgemeester en schepenen staat binnen dit erkenningskader in voor de uitvoering ervan, waarbij de gebruikersbijdragen worden bepaald en vastgelegd door het college van burgemeester en schepenen.

         Ferm Kinderopvang werd door het college van burgemeester en schepenen, overeenkomstig het door de gemeenteraad goedgekeurde erkenningskader, erkend als organisator voor buitenschoolse opvang in Rotselaar.

         Op basis van de marktbevraging kwam Ferm Kinderopvang als beste partner naar voren voor de verdere organisatie van de buitenschoolse opvang in Rotselaar vanaf 1 september 2026.

         De keuze voor Ferm Kinderopvang sluit bovendien aan bij de huidige goede samenwerking met dezelfde partner. Ook uit de omgevingsanalyse blijkt dat ouders, scholen en kinderen de bestaande werking en samenwerking als een sterkte ervaren.

         De samenwerkingsovereenkomst zorgt voor continuïteit van het opvangaanbod en waarborgt een kwaliteitsvolle, toegankelijke en inclusieve buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen.

         De overeenkomst biedt bovendien ruimte voor jaarlijkse evaluatie en eventuele bijsturing, zonder de continuïteit van de opvang in het gedrang te brengen.

 

Financiële gevolgen

Uitgave

 

Algemene rekening: 6590000

Beleidsitem: 094501

Actieplan: 0202

Actie: 020204

Laatst goedgekeurd budget:

         2026: 260.241,90

         2027: 497.084,99

         2028: 713.047,41

         2029: 721.609,37

         2030: 730.272,03

         2031: 739.036,53

Beschikbaar budget:

         2026: 67.605,54

         2027: 497.084,99

         2028: 713.047,41

         2029: 721.609,37

         2030: 730.272,03

         2031: 739.036,53

Geraamd bedrag:

         2026: 260.241,90

         2027: 497.084,99

         2028: 713.047,41

         2029: 721.609,37

         2030: 730.272,03

         2031: 739.036,53

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen Ferm Kinderopvang vzw en de gemeente Rotselaar betreffende de organisatie van buitenschoolse opvang goed, zoals hieronder bepaald:

 

Samenwerkings- en subsidieovereenkomst inzake buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA)

 

Tussen Gemeente Rotselaar met zetel te Provinciebaan 20 te 3110 Rotselaar, vertegenwoordigd door An Craninckx, algemeen directeur, en Ilse Michiels, voorzitter van de gemeenteraad; hierna genoemd “het lokaal bestuur”

 

en

 

Ferm Kinderopvang vzw met zetel te Remylaan 4B te 3018 Wijgmaal, met ondernemingsnummer 0416.117.627, vertegenwoordigd door Ellen Verpeet, directeur; hierna genoemd “de organisator”;

 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 23 juni 2026;

 

Wordt het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1: omschrijving dienst van algemeen economisch belang (DAEB) en modaliteiten

Het lokaal bestuur belast de organisator met het uitvoeren van de volgende dienst van algemeen economisch belang op zijn grondgebied.

 

De dienstverlening bestaat uit het organiseren van buitenschoolse opvang in de gemeente Rotselaar voor kinderen van basisschoolleeftijd op onderstaande buitenschoolse opvanglocaties:

         BKO Rotselaar: Kapelstraat 28, 3110 Rotselaar

         GBS Heikant: Schoolstraat 48, 3110 Rotselaar

         GBS Het Nest: Steenweg op Nieuwrode 43, 3111 Wezemaal

         GBS De Kameleon: Sint-Jansstraat 80, 3118 Werchter

         VBS De Rank: Aarschotsesteenweg 172, 3111 Wezemaal

 

De organisator voert de in deze overeenkomst bedoelde dienst van algemeen economisch belang uit overeenkomstig het geldende erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Rotselaar op 21 april 2026. Dit erkenningskader maakt integraal deel uit van deze overeenkomst.

 

De in het erkenningskader opgenomen voorwaarden bepalen de inhoud, kwaliteit, toegankelijkheid en organisatie van de dienstverlening en vormen de concrete invulling van de openbare dienst verplichting waarmee de organisator wordt belast.

 

De dienstverlening heeft tot doel het verzekeren van een voldoende, toegankelijk, kwaliteitsvol en inclusief aanbod buitenschoolse opvang voor de doelgroep zoals hierboven omschreven.

 

Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Rotselaar kan, in uitvoering van het erkenningskader en binnen de grenzen van deze overeenkomst, nadere afspraken maken met de organisator.

 

Artikel 2: duur

Deze overeenkomst wordt gesloten voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2031.

 

Uiterlijk zes maanden vóór het einde van de samenwerkingstermijn zal het lokaal bestuur de organisator schriftelijk informeren over zijn intentie inzake de verdere organisatie van de dienstverlening na afloop van deze samenwerkingsovereenkomst, met name of de organisator in aanmerking komt voor de verdere samenwerking dan wel of het lokaal bestuur zal overgaan tot een alternatieve organisatievorm. Deze kennisgeving beoogt de organisator toe te laten haar personeels-, investerings- en continuïteitsbeslissingen tijdig en zorgvuldig voor te bereiden. 

 

Artikel 3: beëindiging van de overeenkomst

Deze overeenkomst kan jaarlijks door elk van beide partijen worden beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving per aangetekend schrijven, uiterlijk op 28 februari.

 

In geval van een tijdige opzegging eindigt de overeenkomst van rechtswege op 1 september van hetzelfde jaar.

 

Iedere partij kan de overeenkomst mits voorafgaande ingebrekestelling met onmiddellijke ingang beëindigen in geval van een ernstige tekortkoming van de andere partij, waaronder maar niet beperkt tot:

         het niet naleven van essentiële bepalingen van deze overeenkomst of het erkenningskader;

         het niet correct betalen of aanwenden van de toegekende compensatie;

         het niet naleven van de voorwaarden van het DAEB-besluit waartoe de partij wettelijk verplicht is.

 

De ingebrekestelling verleent de in gebreke gestelde partij een termijn van 15 kalenderdagen om haar verweermiddelen schriftelijk kenbaar te maken of de vastgestelde tekortkoming te verhelpen.

Wanneer de in gebreke blijvende partij, na het verstrijken van deze termijn, inactief is gebleven of verweermiddelen heeft aangevoerd die door de andere partij als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, kan de andere partij overgaan tot de onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst, op voorwaarde dat de werking van de buitenschoolse opvanglocaties hierdoor niet in gevaar wordt gebracht. Ook de ingebrekestelling gebeurt via aangetekend schrijven.

 

In geval van beëindiging wordt een definitieve afrekening opgesteld overeenkomstig artikel 4 en 6. Eventuele overcompensatie wordt teruggevorderd. Bij vermoeden van overcompensatie stelt de gemeente de organisator schriftelijk en gemotiveerd in kennis. De organisator krijgt minstens 30 dagen om te reageren of ontbrekende stukken aan te vullen. Terugvordering gebeurt enkel voor het effectief onrechtmatig aangewende bedrag.

 

De organisator verbindt zich ertoe om, in geval van beëindiging, loyaal mee te werken aan een ordelijke overdracht van de dienstverlening, teneinde de continuïteit van de buitenschoolse opvang te waarborgen.

 

Artikel 4: verbintenissen van de partijen

§1 Verbintenissen van de organisator

De organisator verbindt zich:

         voor de bevoegde overheid tot:

         de naleving van de regelgeving voor buitenschoolse kinderopvang

         deelname aan het lokaal samenwerkingsverband

         het voldoen aan de vereisten van het lokaal erkenningskader

         voor het personeel tot:

         de efficiënte inzet van het personeelscontingent dat is overeengekomen met het lokaal bestuur: verantwoordelijke kinderopvang, kinderbegeleiders, jobstudenten en vrijwilligers,… Het contingent wordt in overleg met het lokaal bestuur herzien indien noodzakelijk voor een kwalitatieve werking of indien er zich wijzigingen voordoen in de werking zoals bepaald in bijlage ‘assumpties omtrent de werking en financiering van de buitenschoolse opvang’

         de werving, selectie, opleiding en permanente vorming van het personeel

         de volledige personeels- en loonadministratie

         gezondheidstoezicht voor de medewerkers door de medisch sociale dienst

         het voldoen aan de voorwaarden van het lokaal erkenningskader wat betreft medewerkersbeleid

         voor de werking tot:

         de ondersteuning van de bekendmaking van de buitenschoolse opvang

         de organisatie van de inschrijvingen en administratie van de gebruikers

         het sluiten van de nodige verzekeringen voor medewerkers en kinderen en voor de inboedel

         het voeren van een actief en participatief ouderbeleid

         het voldoen aan de voorwaarden van het lokaal erkenningskader wat betreft het organisatorisch beleid, toegankelijkheid, pedagogisch beleid, medewerkersbeleid, verbondenheid en monitoring en evaluatie

         voor de financiering tot:

         de inning van de mogelijke subsidies van de bevoegde overheden

         de inning van de ouderbijdragen via maandelijkse facturatie aan de ouders (de organisator  bepaalt in onderling overleg met het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Rotselaar het tarief van de ouderbijdragen)

         de financiering van:

         de loonkosten

         de werkingskosten

         de roerende inrichting

         het, in de loop van september, opmaken van een jaarlijkse prognose voor het volgende werkjaar. Deze bevat:

         de personeelskosten op basis van het overeengekomen contingent en een loonforfait opgebouwd uit:

         een tarief op basis van de loonbarema’s PC 331 en de gemiddelde anciënniteit per personeelsgroep binnen de BKO-werking van de organisator

         een overhead van 15% ter dekking van de provinciale en nationale ondersteuning

         de loonforfait wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van het loonbarema PC331, de gezondheidsindex en aan de evolutie van de gemiddelde anciënniteit binnen de organisator .

         een algemeen forfait voor de werkingskosten, jaarlijks indexeerbaar op basis van de groeivoet van gezondheidsindex

         een raming van de ouderbijdragen en eventuele subsidie inkomsten.

         het, tegen eind februari opmaken van een jaarlijkse afrekening van het vorige werkjaar. De afrekening wordt opgemaakt op basis van:

         de forfaits voor personeel en werking zoals opgenomen in de financiële prognose

         de werkelijke inkomsten, exclusief administratiekost

         in geval van een aanpassing van de loon- en arbeidsvoorwaarden binnen PC331, wordt de loonforfait herberekend bij de afrekening op basis van de verhoogde loonbarema’s

         om de regelgeving rond GDPR na te leven en alle verplichtingen zowel ten aanzien van het bestuur  als ten aanzien van ouders, kinderen en derden te respecteren.

 

 

§2 Verbintenissen van het lokaal bestuur

Het lokaal bestuur verbindt zich:

         voor de infrastructuur en logistiek tot:

         het ter beschikking stellen van

         de lokalen die beantwoorden aan elke regelgeving waaraan de respectievelijke buitenschoolse opvanglocaties moeten voldoen

         de basisinrichting van de locatie

         een ingerichte buitenspeelruimte, aansluitend bij de lokalen, onverhard en veilig omheind

         een ingerichte bureelruimte voor de verantwoordelijke van de opvang

         het verzekeren van de infrastructuur met afstand van verhaal t.o.v. de gebruiker, ook ten aanzien van derden

         het eigenaarsonderhoud en kleine herstellingen aan de gebouwen

         het nodige onderhoud van de buitenruimte

         het wekelijks onderhoud van de binnenruimte, in combinatie met de door de organisatie aangestelde poetsmedewerker

         financiering van de nutsvoorzieningen

         voor de financiering tot:

         het betalen van een kwartaalvoorschot ten belope van 25% van het saldo van de prognose, ten laatste betaalbaar tegen de 15e van de eerste maand van het kwartaal: januari, april, juli en oktober.

         het betalen van het saldo van de afrekening minus het reeds betaalde voorschot, uiterlijk eind maart van het jaar volgend op het werkingsjaar.

         om de regelgeving rond GDPR na te leven en alle verplichtingen zowel ten aanzien van de organisator als ten aanzien van ouders, kinderen en derden te respecteren.

 

§3 De compensatieregeling wordt toegepast met naleving van de voorwaarden zoals bepaald in Besluit 2012/21/EU, waarbij in het bijzonder wordt gewaarborgd dat:

         geen overcompensatie plaatsvindt;

         de compensatie beperkt blijft tot de nettokosten van de uitvoering van de dienst;

         de berekeningsparameters vooraf duidelijk zijn vastgelegd;

         een passende controle op de compensatie wordt uitgevoerd.

 

De financiering van de dienstverlening gebeurt met toepassing van Besluit 2012/21/EU van de EU Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste onderneming

 

Artikel 5: oprichten van een stuurgroep

Om de samenwerking te ondersteunen is er een stuurgroep die adviezen formuleert in verband met de samenwerking. De leden van de stuurgroep zijn:

         de schepen bevoegd voor kinderopvang

         een vertegenwoordiger van de dienst Vrije Tijd

         voor de organisator: de verantwoordelijken kinderopvang en clustermanager

         de clustermanager kan in de stuurgroep, afhankelijk van de agenda van het overleg, bijgestaan worden door gespecialiseerde collega’s.

 

De stuurgroep komt minstens één keer per kwartaal samen.

 

Artikel 6: overcompensatie

Aan het einde van het boekjaar maakt de organisator een inhoudelijk en financieel rapport op met gedetailleerde melding van alle kosten en inkomsten met betrekking tot bovenstaande dienstverlening.

 

De bewijsstukken ter staving van de kosten en inkomsten dienen op eenvoudig verzoek van het college van burgemeester en schepenen overgemaakt te worden. Het college van burgemeester en schepenen of zijn gemachtigden hebben eveneens toegang tot de boekhouding van de organisator indien en voor zover de verstrekte inlichtingen naar het oordeel van het college van burgemeester en schepenen geen afdoende antwoord bieden op de gestelde vragen. In voorkomend geval zal de inzage plaatsvinden door tussenkomst van een door de partijen gezamenlijk aangewezen onafhankelijke derde, die gebonden is door een strikte vertrouwelijkheidsverplichting. Deze inzage zal in elk geval beperkt zijn tot de documenten die rechtstreeks relevant zijn voor de uitvoering van de opdracht en de gestelde vragen.

 

Wanneer uit de controles of de afrekening blijkt dat er overcompensatie is, zal het lokaal bestuur het overschot terugvorderen en de parameters voor het berekenen van de compensatie herzien. Bij vermoeden van overcompensatie stelt de gemeente de organisator schriftelijk en gemotiveerd in kennis. De organisator krijgt minstens 30 dagen om te reageren of ontbrekende stukken aan te vullen.

Terugvordering gebeurt enkel voor het effectief onrechtmatig aangewende bedrag.

De controle door het lokaal bestuur gebeurt jaarlijks.

 

De organisator houdt een analytische boekhouding bij. Indien de organisator ook activiteiten verricht die buiten de dienst van algemeen economisch belang vallen, dient in de interne boekhouding de met de dienst van algemeen economisch belang houdende kosten en inkomsten, en die van de andere diensten, gescheiden worden opgenomen.

 

Artikel 7: wijzigingen

De bepalingen van deze overeenkomst kunnen uitsluitend bij een door vertegenwoordigingsbevoegde personen van beide partijen ondertekend geschrift worden aangepast, gewijzigd, aangevuld of ingeperkt. In dat geschrift moet uitdrukkelijk worden aangeduid welke bepaling van deze overeenkomst wordt aangepast, gewijzigd, aangevuld of ingeperkt. De aanpassingen, wijzigingen, aanvullingen of inperkingen treden slechts in werking vanaf de datum van ondertekening ervan, tenzij wanneer anders uitdrukkelijk en schriftelijk wordt overeengekomen.

 

Artikel 8: deelbaarheid

De bepalingen van deze overeenkomst zullen voor zo veel mogelijk worden geïnterpreteerd in de zin dat zij onder de geldende wetgeving geldig en afdwingbaar zijn.

 

Indien een bepaling of een deel van een bepaling van deze overeenkomst of een in uitvoering ervan gesloten overeenkomst nietig, ongeldig of niet-afdwingbaar zou zijn, kan dit op generlei wijze aanleiding geven tot de nietigheid, ongeldigheid of niet-afdwingbaarheid van de overige bepalingen (of delen ervan) van deze overeenkomst of een in uitvoering ervan gesloten overeenkomst en zal de overeenkomst tussen beide partijen blijven gelden met uitzondering van de nietige, ongeldige of niet-afdwingbare bepaling of deel van een bepaling.

 

In voorkomend geval wordt de nietige, ongeldige of niet-afdwingbare bepaling of deel daarvan van rechtswege vervangen door de wettige, geldige en afdwingbare bepaling die de oorspronkelijke bepaling of deel daarvan zowel qua inhoud, qua draagwijdte als qua bedoeling het dichtst

benadert.

 

Artikel 9: gehele overeenkomst

Deze overeenkomst omvat alle afspraken die door de partijen zijn gemaakt over het voorwerp van deze overeenkomst en vervangt alle eerdere afspraken daarover tussen de partijen.

 

Artikel 10: geen afstand

Indien, bij niet-uitvoering of niet behoorlijke uitvoering van één of meer verbintenissen van een partij, de andere partij niet reageert of niet uitdrukkelijk aanspraak maakt op behoorlijke uitvoering, impliceert zulks geen afstand of verzaking van het recht van de andere partij om zich later te beroepen op de niet-uitvoering, de niet behoorlijke uitvoering en/of de niet-uitgevoerde verbintenis(sen).

 

Artikel 11: toepasselijk recht

Op deze overeenkomst is het Belgisch recht van toepassing.

 

Artikel 12: bevoegde rechtbank

Enkel de Hoven en Rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Leuven zijn bevoegd om kennis te nemen van alle mogelijke betwistingen met betrekking tot, naar aanleiding van of in verband met deze overeenkomst.

 

Artikel 2:

Het bepalen en vaststellen van de gebruikersbijdragen, in uitvoering van het door de gemeenteraad goedgekeurde erkenningskader en de door de gemeenteraad bij huidig besluit goedgekeurde overeenkomst, wordt toegewezen aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 3:

De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur en/of hun respectievelijke plaatsvervangers worden gemachtigd om tot ondertekening van deze overeenkomst over te gaan.

Artikel 4:

De overeenkomst wordt in twee originele exemplaren opgemaakt en ter ondertekening aan Ferm Kinderopvang vzw overgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

8. Subsidiereglement investeringspremie kinderopvang voor baby's en peuters - goedkeuring

 

Feiten en context

         Op 24 oktober 2025 werd het Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur goedgekeurd. Met dit besluit wordt in totaal 60 miljoen euro voorzien om via de lokale besturen investeringen in infrastructuur voor nieuwe kinderopvangplaatsen te ondersteunen.

         De middelen worden toegekend aan gemeenten die opgenomen zijn in de meerjarenprogrammatie van Opgroeien voor bijkomende kinderopvangplaatsen met subsidie voor inkomenstarief. De gemeente Rotselaar ontvangt een subsidiebedrag van 186.666,67 euro.

         Het besluit bepaalt het algemeen kader waarbinnen de gemeente deze middelen lokaal kan inzetten. De ondersteuning heeft betrekking op infrastructuur voor nieuwe kinderopvangplaatsen waarvoor een organisatie een subsidiebelofte van Opgroeien heeft. De gemeente moet daarbij rekening houden met de toepasselijke staatssteun- en DAEB-regelgeving, met de maximale subsidiepercentages en met de voorwaarden inzake controle, bestemming en terugvordering

         De gemeente Rotselaar beschikt reeds over een subsidiebelofte voor 14 bijkomende plaatsen met inkomenstarief. Deze plaatsen worden gerealiseerd in het nieuwe kinderdagverblijf dat de gemeente zal bouwen.

         Om de Vlaamse middelen lokaal te kunnen toekennen en opvolgen, stelt de gemeente een subsidiereglement vast.

 

Juridische gronden

         Decreet inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden van 23 februari 1994.

         Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters van 20 april 2012.

         Vergunningsbesluit van 22 november 2013.

         Subsidiebesluit van 22 november 2013.

         Procedurebesluit van 9 mei 2014.

         VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024.

         Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur van 24 oktober 2025.

         Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU.

 

Adviezen

         Gunstig advies van het lokaal overleg kinderopvang van 28 mei 2026

 

Argumentatie

         Het subsidiereglement investeringspremie kinderopvang kadert binnen het meerjarenplan 2026-2031, waarin Rotselaar jonge gezinnen dicht bij huis ondersteunt met kinderopvang, kwalitatief onderwijs en opvoedingsondersteuning. Het reglement geeft in het bijzonder uitvoering aan de actie: “Rotselaar investeert in een kwalitatief en uitgebreid aanbod van kinderopvang door kinderdagverblijf ‘de Hummeltjes’ uit te breiden met 14 opvangplaatsen.”

         Het subsidiereglement sluit daarnaast aan bij de actie: “De gemeente bouwt een nieuwbouw voor kinderdagverblijf ‘de Hummeltjes’ om met een vernieuwende pedagogische werking te kunnen inspelen op toekomstige evoluties en met het oog op een uitbreiding van het aantal opvangplaatsen in de toekomst.” De gemeente beschikt reeds over een subsidiebelofte voor 14 bijkomende plaatsen met inkomenstarief, die worden gerealiseerd in het nieuwe kinderdagverblijf dat de gemeente zal bouwen

         De gemeente Rotselaar wil het aanbod aan betaalbare kinderopvang versterken. De bijkomende plaatsen met inkomenstarief dragen bij aan een toegankelijk opvangaanbod voor gezinnen en sluiten aan bij de lokale behoefte aan kinderopvang.

         Omdat de gemeente zelf een nieuw kinderdagverblijf zal bouwen waarin plaatsen worden gerealiseerd, is er een concreet en uitvoerbaar infrastructuurproject waaraan de Vlaamse middelen kunnen worden gekoppeld.

         Dit reglement bepaalt de voorwaarden, procedure, controle en terugvordering voor de aanwending van de middelen. Zo wordt verzekerd dat de subsidie doelgericht, transparant en controleerbaar wordt ingezet voor de realisatie van bijkomende kinderopvangplaatsen met inkomenstarief.

         Door de subsidie te koppelen aan het aantal toegekende plaatsen ontstaat bovendien een objectief en budgettair beheersbare verdeelsleutel. De voorgestelde regeling is daarom passend, uitvoerbaar en in overeenstemming met het Vlaamse subsidiekader.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

Algemene rekening:1500000

Beleidsitem: 094500

Actieplan: 0305

Actie: 030501

Project: GIP20

Subproject: GIP2008

Laatst goedgekeurd budget: € 186.666,67

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enige artikel:

De gemeenteraad keurt het subsidiereglement investeringspremie kinderopvang voor baby's en peuters goed.

 

Subsidiereglement investeringspremie kinderopvang

 

Artikel 1: doelstelling

Met een toekomstgerichte visie op leefkwaliteit en verbondenheid, pakt Rotselaar doordacht de uitdagingen van de groeiende gemeente aan. De gemeente ondersteunt jonge gezinnen dicht bij huis met kinderopvang, kwalitatief onderwijs en opvoedingsondersteuning.

 

In dat kader ondersteunt de gemeente kinderopvanginitiatieven bij infrastructuuraanpassingen die noodzakelijk zijn voor de opstart of uitbreiding van kinderopvangplaatsen.

 

Artikel 2: definities

In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis.

 

1° VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.

 

2° Opgroeien Regie: Het agentschap, opgericht bij decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie.

 

3° Kinderopvanglocatie: een vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt.

 

4° Groepsopvang: kinderopvang met een vergunning voor 9 of meer kindplaatsen.

 

5° Subsidiebelofte: Opgroeien kent subsidiebeloftes toe aan een organisator om nieuwe plaatsen te realiseren op een bepaald moment. Als de plaatsen worden vergund vraagt de organisator de omzetting van de subsidiebelofte naar een subsidietoekenning aan.

 

6° Vergunde plaats: plaats waarvoor de organisator een vergunning heeft.

 

7° Subsidieerbare plaats: plaats waarvoor de organisator een beslissing tot toekenning van de subsidies heeft.

 

8° Gesubsidieerde plaats: plaats waarvoor Opgroeien de subsidie effectief betaalt.

 

9° Basissubsidie – vrije prijs (T1): is de subsidie voor kinderopvang waar gezinnen een vrije prijs betalen. Organisatoren moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen.

 

10° Subsidie inkomenstarief (T2): is de subsidie voor kinderopvang waar de gezinnen een prijs betalen op basis van het inkomen en kinderen van bepaalde gezinnen voorrang krijgen. Organisatoren moeten aan de voorwaarden van de basissubsidie voldoen en bijkomende voorwaarden.

 

11° Organisator kinderopvang: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die kinderopvang organiseert.

 

12° Meerjarenprogrammatie: een initiatief van de Vlaamse Regering om het tekort aan kinderopvangplaatsen, specifiek met een inkomenstarief, aan te pakken lopende van 2025 tot 2029.

 

13° Nieuwe plaatsen: Capaciteitsuitbreiding die nog niet vergund is door het agentschap Opgroeien op het moment van de subsidietoezegging. Omschakeling van gezinsopvang naar groepsopvang worden niet als capaciteitsuitbreiding beschouwd.

 

Artikel 3: toepassingsgebied

§1 De subsidie kan aangevraagd worden door (nieuwe of bestaande) organisatoren van kinderopvang gevestigd op het grondgebied van gemeente Rotselaar die groepsopvang aanbieden aan inkomenstarief (T2) voor baby’s en peuters tussen 0 en 3 jaar. De organisator ontvangt binnen de meerjarenprogrammatie 2025-2029 een subsidiebelofte om nieuwe plaatsen te realiseren.

 

§2 Gezinsopvang en organisatoren die werken met vrije prijs (T0 of T1) komen niet in aanmerking voor de subsidie.

 

Artikel 4: staatssteun

§1 De subsidies toegekend op basis van dit reglement worden verleend met inachtneming van de Europese staatssteunregels, zoals bepaald in de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

 

§2 De subsidie wordt toegekend overeenkomstig de de-minimisverordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

 

§3 De organisator verklaart bij de aanvraag, via een verklaring op eer, dat het totaalbedrag aan de-minimissteun dat hij heeft ontvangen over een periode van drie belastingjaren het plafond van 750.000 euro niet overschrijdt.

 

§4 Het lokaal bestuur houdt een register bij van de toegekende de-minimissteun en ziet toe op de naleving van de toepasselijke drempels.

 

Artikel 5: voorwaarden

§1 De organisator beschikt over een subsidiebelofte van het agentschap Opgroeien voor de realisatie van nieuwe opvangplaatsen inkomenstarief (trap 2).

 

§2 De subsidie heeft uitsluitend betrekking op nieuwe opvangplaatsen zoals gedefinieerd in artikel 2 en kan enkel worden toegekend voor investeringen die verband houden met:

 

1° bouwwerken: de finale kosten die gerelateerd zijn aan de volgende onkostenposten:

         Ruwbouw

         Technische uitrusting

         Afwerking

         Uitrusting en meubilering

         Studie- en algemene kosten

         Omgevingswerken

         De btw die gerelateerd is aan de onkostenposten vermeld in bovenstaande punten.

 

2° een aankoop: de finale aankoopprijs, de notariskosten en de registratiebelasting of registratierechten en de btw die aan de aankoop zijn verbonden.

 

§3 De organisatie verbindt zich ertoe de gesubsidieerde opvangplaatsen effectief te realiseren en te laten vergunnen binnen de termijn zoals bepaald in de subsidiebelofte van het agentschap Opgroeien.

 

§4 De organisator moet aantonen dat de investering betrekking heeft op een kinderopvanglocatie gelegen op het grondgebied van de gemeente Rotselaar.

 

§5 De organisator dient bij de aanvraag minstens volgende documenten in:

 

1° de subsidiebelofte van het agentschap Opgroeien;

2° een beschrijving van het investeringsproject;

3° een gedetailleerde raming of offerte van de bouwkosten

4° het bewijs van toegekende of aangevraagde VIPA-steun of een verklaring op eer dat geen VIPA-steun wordt ontvangen;

5° een planning van de uitvoering van de werken.

 

§6 Enkel reële en aantoonbare bouwkosten komen in aanmerking voor subsidiëring. Kosten die niet rechtstreeks verband houden met de infrastructuurwerken of niet bewezen kunnen worden aan de hand van facturen of betalingsbewijzen worden uitgesloten. De uiteindelijke subsidie wordt bepaald overeenkomstig artikel 7.

 

§7 De organisator verklaart zich akkoord met de bepalingen inzake toezicht, controle en eventuele terugvordering zoals opgenomen in dit reglement.

 

Artikel 6: subsidiebedrag

§1 De subsidie kan worden aangevraagd door organisatoren die een subsidiebelofte voor nieuwe opvangplaatsen hebben verkregen binnen de uitbreidingsronde met oproep van juni 2025 van het agentschap Opgroeien. Bij deze uitbreidingsronde werden 14 plaatsen toegewezen aan het grondgebied Rotselaar.

 

§2 Het totale voorziene subsidiebedrag bedraagt 186.666,67 euro en wordt verdeeld over maximaal 14 nieuwe opvangplaatsen, wat neerkomt op een subsidie van 13.333,33 euro per gerealiseerde en gesubsidieerde plaats.

 

§3 De subsidie wordt toegekend per nieuwe opvangplaats waarvoor een subsidiebelofte werd verkregen als plaats inkomenstarief (trap 2).

 

§4 De financiële ondersteuning per kinderopvanglocatie bedraagt maximaal:

1° 15% van de reële bouwkosten, indien de organisator voor deze locatie VIPA-steun ontvangt;

2° 60% van de reële bouwkosten, indien de organisator voor deze locatie geen VIPA-steun ontvangt.

 

§5 De subsidie wordt berekend overeenkomstig §2 en §3 en wordt beperkt tot:

1° de maxima bepaald in §4; en

2° de reële en aantoonbare kosten van de investering, gestaafd door facturen en betalingsbewijzen.
De effectief toegekende subsidie is het laagste bedrag dat voortvloeit uit deze beperkingen.

 

§6 indien het totale subsidiebedrag niet volledig wordt toegekend binnen de in §1 vermelde uitbreidingsrondes of indien toegekende subsidies geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd overeenkomstig de bepalingen in dit reglement, wordt het resterende bedrag herverdeeld bij volgende uitbreidingsrondes van het agentschap Opgroeien.

 

§7 De herverdeling zoals bepaald in §6 gebeurt uitsluitend over nieuwe opvangplaatsen inkomenstarief (trap 2) waarvoor een subsidiebelofte wordt toegekend binnen deze latere uitbreidingsrondes.

 

Artikel 7: procedure

§1 Indiening van aanvraag

 

1°De subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Rotselaar.

 

2° De aanvraag bevat minstens:

         de identificatiegegevens van de organisator;

         de gegevens van de kinderopvanglocatie;

         het aantal bestaande vergunde plaatsen en het aantal nieuwe plaatsen waarvoor een subsidiebelofte werd verkregen;

         de subsidiebelofte van het agentschap Opgroeien;

         een inhoudelijke beschrijving van het investeringsproject;

         een raming van de totale reële bouwkost, gestaafd door offertes of een kostenraming;

         informatie over het al dan niet verkrijgen van VIPA-steun;

         een verklaring op eer betreffende de ontvangen de-minimissteun;

 

3° De aanvraag wordt geacht volledig te zijn op de datum waarop alle vereiste documenten door het lokaal bestuur zijn ontvangen.

 

4° Door het indienen van de aanvraag verklaart de organisator zich akkoord met de bepalingen van dit reglement.

 

§2 Ontvangst en ontvankelijkheid

 

1° De bevoegde administratieve dienst van de gemeente bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen 14 werkdagen na indiening.

 

2° De bevoegde administratieve dienst onderzoekt of de aanvraag volledig en ontvankelijk is.

 

3° Indien de aanvraag onvolledig is, wordt de organisator verzocht de ontbrekende stukken aan te vullen binnen een termijn van 30 kalenderdagen na kennisgeving.

 

4° Indien de aanvraag niet tijdig wordt vervolledigd, kan deze door het college van burgemeester en schepenen onontvankelijk worden verklaard.

 

§3 Administratieve controle en beoordeling

 

1° De bevoegde administratieve dienst van de gemeente gaat na of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van dit reglement.

 

2° De beoordeling omvat minstens:

         de conformiteit met de subsidievoorwaarden;

         de juistheid en volledigheid van de ingediende gegevens;

         de financiële en inhoudelijke haalbaarheid van het project;

         de beschikbaarheid van de budgettaire middelen.

 

3° De bevoegde administratieve dienst kan:

         bijkomende informatie opvragen;

         de organisator uitnodigen om het project toe te lichten.

 

4° De beoordeling van een ontvankelijke aanvraag gebeurt binnen een termijn van 60 kalenderdagen, te rekenen vanaf:

         de datum van ontvangst van een volledige aanvraag; of

         de datum van ontvangst van de gevraagde aanvullende informatie.

Deze termijn is een richttermijn en kan gemotiveerd worden verlengd.

 

§4 Beslissing

 

1° Het college van burgemeester en schepenen neemt een beslissing over de subsidieaanvraag binnen de termijn zoals bepaald in §3.

 

2° De beslissing bevat minstens:

         het aantal subsidieerbare opvangplaatsen;

         het toepasselijke subsidiepercentage overeenkomstig artikel [subsidiebedrag];

         het maximale subsidiebedrag;

         de voorwaarden verbonden aan de subsidie;

         de modaliteiten van verdere opvolging en uitbetaling.

 

3° De beslissing wordt binnen 14 werkdagen na beslissing schriftelijk meegedeeld aan de organisator.

 

§5 Vastlegging van de subsidie

 

1° Na de beslissing wordt het maximale subsidiebedrag administratief vastgelegd.

 

2° Deze vastlegging gebeurt onder voorbehoud van:

         de effectieve realisatie van het project;

         de naleving van de voorwaarden van dit reglement;

         de controle van de ingediende bewijsstukken.

 

§6 Uitvoering en uitbetaling

 

De uitbetaling gebeurt in vier schijven, in functie van de voortgang van de investering en op basis van aangetoonde kosten via het VIPA-/eVIPA-loket:

 

1° een eerste schijf van maximaal 25% van het toegekende subsidiebedrag, na het aantonen van minstens 25% van de totale reële bouwkost;

 

2° een tweede schijf van maximaal 25% van het toegekende subsidiebedrag, na het aantonen van minstens 50% van de totale reële bouwkost;

 

3° een derde schijf van maximaal 25% van het toegekende subsidiebedrag, na het aantonen van minstens 75% van de totale reële bouwkost;

 

4° een saldo van maximaal 25% van het toegekende subsidiebedrag, na volledige uitvoering van het project en na controle van de volledige reële bouwkost.

 

§7 Eindafrekening en afsluiting

 

1° Na voltooiing van het project dient de organisator via het eVIPA-loket een eindafrekening in met een overzicht van alle kosten en de bijhorende bewijsstukken.

 

2° Het college van burgemeester en schepenen stelt het definitieve subsidiebedrag vast binnen een termijn van 60 kalenderdagen na ontvangst van de volledige eindafrekening.

 

3° De organisator wordt binnen 14 werkdagen na deze beslissing schriftelijk in kennis gesteld.

 

4° Het dossier wordt vervolgens administratief afgesloten, onverminderd de bepalingen inzake toezicht, controle en sancties zoals opgenomen in dit reglement.

 

5° Het college van burgemeester en schepenen behoudt het recht om ook na afsluiting van het dossier controles uit te voeren en, indien wordt vastgesteld dat de subsidie ten onrechte werd toegekend of aangewend, geheel of gedeeltelijk terug te vorderen overeenkomstig de bepalingen van dit reglement.

 

§8 Wijzigingen aan het project

 

1° Elke substantiële wijziging aan het project moet voorafgaandelijk worden gemeld aan en goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.

 

2° Niet-gemelde wijzigingen kunnen aanleiding geven tot herziening of intrekking van de subsidie.

 

Artikel 8: toezicht en controle

§1 Het college van burgemeester en schepenen heeft het recht om toezicht uit te oefenen op de aanwending van de toegekende subsidie en op de naleving van dit reglement.

 

§2 In dat kader kan de bevoegde administratieve dienst namens het college van burgemeester en schepenen:

1° bijkomende informatie opvragen;

2° inzage vragen in alle relevante documenten, inclusief facturen en boekhoudkundige stukken;

3° plaatsbezoeken uitvoeren;

4° gebruik maken van digitale systemen of loketten voor dossieropvolging en documentuitwisseling.

 

§3 De organisator verleent zijn volledige medewerking aan deze controles en bezorgt op eenvoudig verzoek alle gevraagde informatie.

 

§4 Indien de organisator de controle verhindert, kan dit aanleiding geven tot terugvordering van de subsidie.

 

Artikel 9: sancties

§1 De subsidie moet steeds worden aangewend voor het doel waarvoor zij werd toegekend en overeenkomstig de bepalingen van dit reglement.

 

§2 Het college van burgemeester en schepenen kan de toegekende subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, schorsen of terugvorderen indien:

         de organisator de voorwaarden van dit reglement niet naleeft;

         de subsidie wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij werd toegekend;

         de investering geheel of gedeeltelijk niet wordt gerealiseerd;

         de organisator onjuiste, onvolledige of misleidende informatie verstrekt met het oog op het verkrijgen van de subsidie;

         de organisator de controle door het lokaal bestuur verhindert of weigert mee te werken;

         de reële en aantoonbare kosten niet (voldoende) kunnen worden gestaafd;

         de toepasselijke maxima zoals bepaald in dit reglement worden overschreden;

         de voorwaarden inzake de-minimissteun niet worden nageleefd.

 

§3 In geval van fraude, valse verklaringen of ernstige inbreuken kan het lokaal bestuur beslissen:

         de subsidie onmiddellijk stop te zetten;

         de reeds uitbetaalde bedragen geheel terug te vorderen;

         de betrokken organisator tijdelijk of definitief uit te sluiten van toekomstige subsidies.

 

§4 Indien de gesubsidieerde infrastructuur niet wordt aangewend overeenkomstig de doelstelling van dit reglement gedurende de vastgelegde bestemmingsduur, kan het college van burgemeester en schepenen de subsidie geheel of gedeeltelijk, en desgevallend pro rata temporis, terugvorderen.

 

§5 De terugvordering gebeurt via een gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

§6 Onverminderd de specifieke bepalingen van dit artikel, bepaalt het college van burgemeester en schepenen het bedrag van de terugvordering in verhouding tot de vastgestelde onregelmatigheid en rekening houdend met:

         de aard en ernst van de vastgestelde inbreuk;

         de mate waarin de subsidievoorwaarden niet werden nageleefd;

         de omvang van de onterecht verkregen of aangewende subsidie;

         eventuele verzachtende omstandigheden of overmacht.

 

Artikel 10: inwerkingtreding

§1 Dit reglement treedt in werking op 24 juni 2026.

 

§2 Dit reglement is van toepassing op subsidieaanvragen die worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding.

 

§3 Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement en met de beoordeling van de subsidieaanvragen.

 

§4 In uitzonderlijke en gemotiveerde gevallen kan het college van burgemeester en schepenen afwijken van de bepalingen van dit reglement, voor zover dit niet strijdig is met de toepasselijke regelgeving en de gelijkheid van behandeling van aanvragers wordt gewaarborgd.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

9. Reglement betreffende de erkenning van vrijetijdsinitiatieven

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 26 maart 2024

De gemeenteraad keurt het reglement voor erkenning en subsidiëring van Rotselaarse sportverenigingen en sportinitiatieven goed

         Besluit van de gemeenteraad van 27 mei 2013

De gemeenteraad keurt het organiek reglement voor de gemeentelijke adviesraad voor cultuurbeleid goed

         Besluit van de gemeenteraad van 23 november 2015

De gemeenteraad keurt het jeugdsubsidiereglement goed

 

Feiten en context

         Rotselaar heeft een rijk en bloeiend vrijetijdsleven met een veelheid aan organisatoren en een grote diversiteit aan vrijetijdsinitiatieven.

         Het ondersteunen van organisatoren enerzijds en de evenementen zelf anderzijds vormen een belangrijke doelstelling in het meerjarenplan van de gemeente Rotselaar.

         Ondersteuning, zowel praktisch, financieel, promotioneel en inhoudelijk, is momenteel gericht op erkende verenigingen. Er zijn echter nog andere organisatoren en initiatieven in Rotselaar die hierdoor strikt genomen geen aanspraak maken op ondersteuning vanuit de gemeente.

         Erkenning is historisch vastgelegd in aparte reglementen gericht op sport-, jeugd- en socio-culturele verenigingen. Hierdoor zijn er verschillende initiatieven die niet in aanmerking komen voor erkenning en geen aanspraak kunnen maken op de verschillende ondersteuningsvormen.

         Het erkenningskader voor vrijetijdsinitiatieven kwam tot stand in nauw overleg met de betrokken adviesraden.

         Met een nieuw erkenningsreglement voor vrijetijdsinitiatieven wilt de gemeente Rotselaar de drempel voor erkenning enerzijds verlagen en anderzijds verbreden om zo meer vrijetijdsinitiatieven te ondersteunen. Met als doelstelling de werking en organisatie van deze vrijetijdsinitiatieven kwalitatiever te organiseren en in te richten.

 

Juridische gronden

         Artikel 40 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         De gemeente Rotselaar zet in op de financiële en praktische ondersteuning van verenigingen.

         De gemeente Rotselaar ondersteunt en promoot verbindende evenementen.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

22 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

2 onthoudingen: Jeroen Janssens en Farida Tierens

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het reglement betreffende de erkenning van vrijetijdsinitiatieven goed.

 

Reglement betreffende de erkenning van vrijetijdsinitiatieven

 

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Doelstelling erkenningsreglement

§1 Dit reglement heeft als doel eenvormige regels vast te leggen voor de erkenning van vrijetijdsinitiatieven, actief op het grondgebied van de gemeente Rotselaar.

§2 De erkenning is een bindende voorwaarde om toegang te krijgen tot een aantal ondersteuningsvormen vanuit de gemeente Rotselaar.

§3 De erkenning van vrijetijdsinitiatieven gebeurt volgens de voorwaarden die in dit reglement zijn vastgelegd.

 

Artikel 2. Toepassingsgebied

§1 Een vrijetijdsinitiatief binnen de contouren van dit reglement wordt als volgt gedefinieerd:

Een vrijetijdsinitiatief is een groep mensen die zich verenigen onder één naam om een gemeenschappelijk doel te bereiken via activiteiten die zich in hoofdzaak afspelen in de vrije tijd van mensen.

§2 Binnen dit reglement worden drie categorieën van vrijetijdsinitiatieven gedefinieerd elk met specifieke voorwaarden en voordelen:

Verenigingen

Bewonersinitiatieven met publiek karakter

Professionele initiatieven met publiek karakter

§3 Buurtcomités, kermiscomités, commerciële initiatieven, beroepsinitiatieven, mutualiteit, vakbonden en politieke partijen komen niet in aanmerking voor erkenning in het kader van dit reglement.

 

Hoofdstuk 2: Erkenning van een vereniging

Artikel 3. Definitie vereniging

Onder een vereniging wordt een groepering van mensen verstaan die zich structureel en duurzaam heeft georganiseerd, feitelijk of in de vorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon, zonder beroeps-, winst- of handelsoogmerk.

 

Artikel 4. Voorwaarden voor erkenning

Om in aanmerking te komen voor erkenning moet een vereniging voldoen aan volgende voorwaarden:

§1 De vereniging heeft een actieve werking op het grondgebied van de gemeente Rotselaar. De activiteiten kunnen ook plaatsvinden buiten de gemeente maar zijn steeds gericht op deelname van inwoners van de gemeente Rotselaar.

§2 De vereniging is geregistreerd binnen het verenigingsregister van de Vlaamse overheid.

§3 De voertaal van de vereniging is Nederlands.

§4 De vereniging heeft een open werking waardoor iedereen lid kan worden op voorwaarde dat de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging gerespecteerd worden.

§5 De vereniging richt zich hoofdzakelijk op inwoners van de gemeente Rotselaar. Hiervan kan afgeweken worden als de vereniging een specifiek aanbod heeft of bovenlokaal karakter heeft.

§6 De vereniging heeft een verzekering ‘burgerlijk aansprakelijkheid’ voor bestuurders, vrijwilligers en lesgevers.

§7 De vereniging heeft een verzekering ‘lichamelijke ongevallen’ voor aangesloten leden.

 

Hoofdstuk 3: Erkenning van een bewonersinitiatief met publiek karakter

Artikel 5. Definitie bewonersinitiatief met publiek karakter

Onder een bewonersinitiatief met publiek karakter worden eenmalige of structurele activiteiten verstaan waarbij de initiatiefnemer een natuurlijk persoon is, de aanvrager, woonachtig in Rotselaar.

 

Artikel 6. Voorwaarden voor erkenning

Om in aanmerking te komen voor erkenning moet een bewonersinitiatief met publiek karakter voldoen aan volgende voorwaarden:

§1 De aanvrager is een natuurlijk persoon en woonachtig op grondgebied Rotselaar.

§2 De georganiseerde activiteit vindt plaats op grondgebied Rotselaar en richt zich in hoofdzaak op inwoners van Rotselaar.

§3 De georganiseerde activiteit streeft geen winstoogmerk na.

§4 De burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en lichamelijke ongevallen bij erkende activiteiten moeten door een verzekering gedekt zijn. Een kopie van het verzekeringsbewijs moet steeds na verzoek bezorgd worden aan de gemeente Rotselaar.

 

Hoofdstuk 4: Erkenning van een professioneel initiatief met publiek karakter

Artikel 7. Definitie professioneel initiatief met publiek karakter

Onder een professioneel initiatief met publiek karakter worden vrijetijdsinitiatieven verstaan die georganiseerd worden vanuit een (boven)lokale, betaalde omkadering.

 

Artikel 8. Voorwaarden voor erkenning

Om in aanmerking te komen voor erkenning moet een professioneel initiatief met publiek karakter voldoen aan volgende voorwaarden:

§1 De organisator heeft zijn maatschappelijke zetel op grondgebied van Rotselaar.

§2 De organisator moet kunnen aantonen dat hij een eenmalige of structurele activiteit op het grondgebied van de gemeente Rotselaar organiseert die ten goede komt van de inwoners van Rotselaar.

§3 Enkel publiek toegankelijke initiatieven die een maatschappelijke meerwaarde beogen en geen winstoogmerk nastreven, komen in aanmerking voor erkenning.

§4 De burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en lichamelijke ongevallen bij erkende activiteiten moeten door een verzekering gedekt zijn. Een kopie van het verzekeringsbewijs moet steeds na verzoek bezorgd worden aan de gemeente Rotselaar.

 

Hoofdstuk 5: Procedure voor erkenning

Artikel 9. Aanvraag tot erkenning

§1 Een vrijetijdsinitiatief kan een aanvraag tot erkenning indienen bij het college van burgemeester en schepenen via het daartoe voorziene aanvraagformulier.

§2 Voor iedere erkenningscategorie wordt een specifiek aanvraagformulier voorzien op de gemeentelijke website. Een papieren aanvraagformulier kan op vraag bekomen worden bij de dienst Vrije Tijd.

§3 De dienst Vrije Tijd levert een advies aan het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de erkenningsaanvraag.

 

Artikel 10. Toekennen van erkenning

§1 Het college van burgemeester en schepenen beslist over de erkenning van het vrijetijdsinitiatief.

§2 De beslissing van de erkenning wordt na de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen meegedeeld.

§3 Niet-erkende vrijetijdsinitiatieven worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen met hierbij de motivatie van de weigering.

§4 Bij een negatieve beslissing kan het vrijetijdsinitiatief, mits bijkomende argumenten, een nieuwe aanvraag indienen.

 

Artikel 11. Erkenningsduur

§1 De erkenning is geldig voor de duurtijd van de activiteiten aangegeven in de aanvraag tot erkenning, met een maximale duurtijd tot 31 december van het jaar dat volgt op de installatie van de nieuwe gemeenteraad.

§2 Het college van burgemeester en schepenen kan ten allen tijde controle laten uitvoeren op de correctheid van de ingediende gegevens en de nodige documenten opvragen via de verkregen contactgegevens.

§3 Wanneer het vrijetijdsinitiatief niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, wordt het dossier opnieuw aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegd. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het voortijdig stopzetten van de erkenning.

§4 Bij stopzetting of annulering van het vrijetijdsinitiatief wordt de dienst Vrije Tijd hierover geïnformeerd door de initiatiefnemer en neemt het college van burgemeester en schepenen hiervan formeel kennis. Na de kennisname is de erkenning officieel beëindigd.

 

Hoofdstuk 6: Erkenningsvoordelen

Artikel 12. Voordelen van erkenning

Ieder erkend Rotselaars vrijetijdsinitiatief heeft recht op een aantal voordelen:

§1 Een erkend Rotselaars vrijetijdsinitiatief kan gebruik maken van een voordeeltarief voor het huren van gemeentelijke infrastructuur volgens de geldende tariefreglementen.

§2 Een erkend Rotselaars vrijetijdsinitiatief kan gebruik maken van een voordeeltarief voor het huren van zalen en terreinen bij Sportoase volgens de geldende tariefreglementen.

§3 Een erkend Rotselaars vrijetijdsinitiatief komt in aanmerking voor materiële ondersteuning via de gemeentelijke en provinciale uitleendienst.

§4 Een erkend Rotselaar vrijetijdsinitiatief komt in aanmerking voor het aanvragen van gemeentelijke subsidies op voorwaarde dat zij voldoet aan de bijkomende voorwaarden in het specifieke subsidiereglement.

§5 Een erkend Rotselaars vrijetijdsinitiatief kan gebruik maken van gemeentelijke communicatiekanalen ter promotie van de activiteiten en de werking.

§6 Een erkend Rotselaars vrijetijdsinitiatief is automatisch lokaal erkend als activiteitenpartner binnen het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten.

 

Hoofdstuk 7: Slotbepalingen

Artikel 13. Opheffing bestaande reglementen

Dit reglement heft alle bestaande reglementen op met betrekking tot de erkenning van Rotselaarse verenigingen. Bij tegenspraak met andere gemeentelijke reglementen met betrekking tot erkenning, is dit reglement bij voorrang van toepassing.

 

Artikel 14. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026 na goedkeuring op de gemeenteraad van 23 juni 2026.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

10. Goedkeuring aanpassing reglement subsidies voor Rotselaarse sportverenigingen

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 26 maart 2024
De gemeenteraad keurt het reglement voor erkenning en subsidiëring van Rotselaarse sportverenigingen en sportinitiatieven goed.

 

Feiten en context

         Rotselaar heeft een gevarieerd sport- en beweeglandschap met verschillende sportverenigingen en sportinitiatieven. Om de werking van deze verenigingen en initiatieven te ondersteunen wordt voorzien in jaarlijkse werkings- en projectsubsidies.

         Het huidige subsidiereglement werd in het seizoen 2024-2025 voor de eerste keer toegepast. Hieruit bleek dat een aantal artikelen uit het reglement aangepast moeten worden voor een correcte toepassing van het subsidiereglement.

         Via een werkgroep van de sportraad werden deze artikelen aangepast en verder gedefinieerd.

         De voorgestelde aanpassingen veranderen niets aan de opgestelde visie van het reglement uit 2024 dat door een participatief traject met de sportraad tot stand kwam.

         Het aangepaste reglement gaat meteen in na goedkeuring door de gemeenteraad en wordt toegepast op het sportseizoen 2025-2026 zodat de aanvragers meteen een voordeel hebben van de aanpassingen.

 

Juridische gronden

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast.

 

Adviezen

         Positief advies van sportraad Rotselaar tijdens de algemene vergadering van woensdag 22 april 2026.

 

Argumentatie

         De gemeente Rotselaar ondersteunt verenigingen financieel door het voorzien van werkingssubsidies

 

Financiële gevolgen

Uitgave

Algemene rekening: 6493000

Beleidsitem: 074000

Actieplan: 0203

Actie: 020302

Laatst goedgekeurd budget: 50.973,63 euro

Beschikbaar budget: 50.973,63 euro

Geraamd bedrag: 50.973,63 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het hiernavolgend aangepaste reglement betreffende subsidie voor Rotselaarse sportverenigingen goed.

 

Reglement betreffende de subsidiëring van Rotselaarse sportverenigingen

 

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Toepassingsgebied

§1 Het lokaal bestuur Rotselaar kan jaarlijks subsidies verlenen aan erkende Rotselaarse verenigingen, volgens het laatst goedgekeurde erkenningsreglement voor vrijetijdsinitiatieven, die bijkomend voldoen aan de definitie van een sportvereniging.

 

§2 Een sportvereniging wordt binnen de context van dit subsidiereglement gedefinieerd als een een groepering van mensen die zich structureel en duurzaam organiseren met als primaire doelstelling sport te beoefenen. Zij organiseren sportactiviteiten waarbij de fysieke inspanning centraal staat. Het maakt daarbij niet uit of de sportclub of -vereniging al dan niet is aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie.

 

Artikel 2. Doelstelling

§1 De subsidiëring van Rotselaarse sportverenigingen heeft als primair doel de werking van de vereniging op een kwalitatieve wijze verder uit te bouwen.

 

§2 Met dit subsidiereglement stimuleert het lokaal bestuur Rotselaar het actieve en sportieve verenigingsleven met als zoveel mogelijk inwoners op een gezonde manier aan te zetten tot sporten en bewegen.

 

Hoofdstuk 2: Procedure

Artikel 3. Subsidieperiode

§1 Subsidies worden jaarlijks gegeven voor het afgelopen sportseizoen. Een sportseizoen start op 1 augustus en loopt tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar.

 

§2 Een subsidiedossier moet jaarlijks tussen 1 juli en 31 augustus ingediend worden over het afgelopen sportseizoen.

 

Artikel 4. Indienen subsidiedossier

§1 Subsidiedossier worden ingediend bij de dienst Vrije Tijd via de daartoe bestemde formulieren verkrijgbaar via de dienst Vrije Tijd.

 

§2 Het subsidiedossier bevat alle noodzakelijke gegevens en bewijsstukken van het afgelopen sportseizoen om in aanmerking te komen voor subsidies binnen de werking van dit reglement.

 

§3 Aangeleverde informatie die niet wordt bewezen zoals gevraagd, wordt niet meegenomen in de verwerking van de subsidiedossiers.

 

§4 De dienst Vrije Tijd behandelt alle dossiers en legt deze voor advies voor aan de sportraad. De subsidieverdeling wordt nadien ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.

 

§5 Te laat ingediende dossiers komen nog in aanmerking voor een gehalveerde subsidiëring op basis van het ingediende dossier in die mate dat de bedragen nog niet door het college van burgemeester en schepenen werden vastgelegd.

 

Hoofdstuk 3: Subsidievoorwaarden

Artikel 5. Algemene voorwaarden

§1 Enkel Rotselaarse sportverenigingen die minstens één volledig sportseizoen erkend zijn komen in aanmerking voor subsidies.

 

§2 Voor de gevraagde gegevens, zoals het ledenaantal en het inwonerspercentage, in het subsidiedossier wordt gekeken naar de situatie op 31 mei van het afgelopen sportseizoen.

 

§3 Binnen de context van de basissubsidie in dit subsidiereglement wordt een lid gedefinieerd als een deelnemer die lidgeld betaalt om op jaarbasis deel te nemen aan de reguliere werking van de sportvereniging. Deelnemers van sportkampen vallen niet onder deze definitie en worden mee opgenomen in de projectsubsidie.

 

§4 Sportverenigingen die ophouden te bestaan (of wiens activiteiten tot een minimum zijn teruggevallen), komen niet meer in aanmerking voor subsidies.

 

Artikel 6. Subsidieverdeling

§1 De subsidies zijn onderverdeeld in een basissubsidie en projectsubsidies. De basissubsidie bedraagt 55% en de projectsubsidies bedragen samen 45% van het totale subsidiebudget.

 

§2 Binnen de projectsubsidie wordt het totale budget als volgt verdeeld:

         Project 1: Investering in gekwalificeerde trainer – 15%

         Project 2: Bijdragen aan sportpromotie – 20%

         Project 3: Investering in sportinfrastructuur – 65%

 

§3 De basissubsidie wordt berekend aan de hand van punten gekoppeld aan één van de vier categorieën waar een sportvereniging in kan vallen. Het subsidiebudget voor de basissubsidie wordt pro rata verdeeld aan de hand van het totaal aantal punten op basis van de ingediende subsidiedossiers.

 

§4 De projectsubsidie wordt berekend aan de hand van vaste bedragen volgens de gestelde voorwaarden per project.

 

§5 In het geval van een budgettair tekort bij een project worden de bedragen pro rata herverdeeld over de ingediende dossiers.

 

§6 In het geval van een budgettair overschot bij de projecten wordt dit budget eerst gebruikt om een eventueel tekort bij een ander project aan te vullen. Het overige budgettair overschot wordt overgeheveld naar de basissubsidie waardoor het totaal te verdelen budget voor de basissubsidie stijgt.

 

Hoofdstuk 4: Basissubsidie

Artikel 7. Categorieën

§1 Een sportvereniging in categorie A ontvangt 1 punt indien deze voldoet aan alle volgende voorwaarden:

         De vereniging heeft minstens 10 leden waarvan minstens 50% inwoner is van de gemeente Rotselaar.

         De vereniging heeft de nodige informatie (reglementen, contactpersonen, tarieven, …) transparant en duidelijk beschikbaar voor leden, ouders en het lokaal bestuur (zoals via website, sociale media, nieuwsbrief, …).

         De vereniging was tijdens het afgelopen sportseizoen minstens 1 keer aanwezig op een vergadering van de sportraad.

 

§2 Een sportvereniging in categorie B ontvangt 5 punten indien deze voldoet aan alle volgende voorwaarden:

         De vereniging heeft minstens 40 leden waarvan minstens 25% inwoners is van de gemeente Rotselaar.

         De vereniging heeft een regelmatige werking van minimum 20 weken per sportseizoen waarin minimaal 1 trainingsmoment of wedstrijd per week wordt georganiseerd.

         Alle voorwaarden vermeld in voorgaande categorieën.

 

§3 Een sportvereniging in categorie C ontvangt 12 punten indien deze voldoet aan alle volgende voorwaarden:

         De vereniging is aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie.

         De vereniging heeft een jeugdwerking met minimum 40% jeugdleden waarvan minstens 25% inwoner van Rotselaar is. Jeugdleden worden gedefinieerd als personen die de leeftijd van 18 jaar niet overschrijden bij de start van het afgelopen sportseizoen en die minstens 25 uur per jaar op georganiseerde manier gebonden is aan de vereniging.

         De vereniging heeft een regelmatige werking van minimum 25 weken per sportseizoen waarin per ploeg, leeftijdscategorie of afdeling minimaal 1 trainingsmoment of wedstrijd per week wordt georganiseerd.

         De vereniging voorziet een trainer of lesgever voor de begeleiding van een training of wedstrijd voor jeugdleden.

         De vereniging werkt met minimum 1 gekwalificeerde trainer die voor minstens 25 uur per sportseizoen training heeft gegeven. De trainer bezit voor de start van het sportseizoen over een sportdiploma (minstens initiator in betrokken sporttak) van de Vlaamse Trainersschool (VTS) of een diploma geassimileerd door VTS (zoals diploma bachelor of master Lichamelijke Opvoeding en bewegingswetenschappen).

         Alle voorwaarden vermeld in voorgaande categorieën.

 

§4 Een sportvereniging in categorie D ontvangt 20 punten indien deze voldoet aan alle volgende voorwaarden:

         De vereniging heeft minimum 200 leden waarvan minstens 25% inwoner is van de gemeente Rotselaar.

         De vereniging heeft een jeugdwerking met minimum 50% jeugdleden waarvan minstens 25% inwoner is van Rotselaar. Jeugdleden worden gedefinieerd als personen die de leeftijd van 18 jaar niet overschrijden bij de start van het afgelopen sportseizoen en die minstens 25 uur per jaar op georganiseerde manier gebonden is aan de vereniging.

         De vereniging werkt met minimum 3 gekwalificeerde trainers die elk voor minstens 25 uur per sportseizoen training hebben gegeven. De trainers bezitten voor de start van het sportseizoen over een sportdiploma (minstens initiator in betrokken sporttak) van de Vlaamse Trainersschool (VTS) of een diploma geassimileerd door VTS (zoals diploma bachelor of master Lichamelijke Opvoeding en bewegingswetenschappen).

 

§5 Afhankelijk van de categorie waartoe de vereniging behoort, moeten bij de indiening van het subsidiedossier minstens de volgende documenten aangeleverd worden:

         Een ledenlijst met een onderscheid tussen inwoners en niet-inwoners van de gemeente Rotselaar (vanaf categorie A).

         Een ledenlijst met een onderscheid tussen jeugdleden en volwassenen leden (vanaf categorie A).

         Een overzicht van de actuele informatiekanalen (vanaf categorie A).

         Een trainingsschema en wedstrijdoverzicht van het afgelopen sportseizoen (vanaf categorie B).

         Aansluitingsbewijs bij federatie (vanaf categorie C).

         Contactgegevens van de trainers en/of lesgevers (vanaf categorie C).

         Diploma’s en bijscholingsattesten van gediplomeerde lesgevers (vanaf categorie C).

         Overzicht trainingsuren van gediplomeerde lesgevers (vanaf categorie C).

 

Artikel 8. G-sport

Indien de vereniging in haar reguliere werking ook een G-werking heeft van minimaal 12 weken dan ontvangt deze 2,5 extra punten bovenop de punten van de basissubsidie ongeacht de categorie.

 

Hoofdstuk 5: Projectsubsidie

Artikel 9. Algemene voorwaarden projectsubsidie

§1 Een vereniging kan aanspraak maken op één of meerdere projectsubsidies voor een maximum van 3.000 euro per sportseizoen en per vereniging.

 

§2 De doorgegeven informatie en gegevens moeten betrekking hebben op het afgelopen sportseizoen.

 

Artikel 10. Project 1 – Investering in gekwalificeerde trainers

§1 Een sportvereniging kan een projectsubsidie ontvangen indien deze het afgelopen sportseizoen geïnvesteerd heeft in de opleiding, vorming en/of bijscholing van trainers.

 

§2 Per sportseizoen kan deze projectsubsidie maximaal 100 euro per opleiding/cursus of per trainer/cursist en maximaal 500 euro per vereniging bedragen.

 

§3 De voorwaarden om deze projectsubsidie te ontvangen zijn als volgt:

         De projectsubsidie is een (gedeeltelijke) terugbetaling van het inschrijvingsgeld voor de opleiding. Eventuele andere tegemoetkomingen worden eerst afgetrokken van het inschrijvingsgeld.

         Enkel opleidingen van minstens 50 euro die betaald worden door de vereniging komen in aanmerking.

         De cursist/deelnemer van de opleiding moet lid zijn van de betreffende erkende Rotselaarse sportvereniging en minstens 15 jaar worden in de loop van het kalenderjaar waarin de opleiding start.

         De opleiding, vorming of bijscholing moet gegeven of erkend worden door Sport Vlaanderen, Vlaamse Trainersschool (VTS), Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), een erkende sportfederatie, interlokale verenging Sportregio Winge-Demervallei, een adviesraad van Rotselaar, sportdienst Rotselaar, de provincie of een erkende hulporganisaties (bijvoorbeeld EHBO-opleidingen). Opleidingen die afwijken van bovenstaande instanties zullen bij de beoordeling van de dossiers onderzocht worden.

         Voor opleidingen over meerdere jaren geldt de datum van behalen van diploma. Enkel succesvolle (geslaagde) beëindigde vormingen en opleidingen kunnen ingebracht worden.

         Volgende opleidingen worden niet beschouwd als vorming: beroepsopleiding deelname aan initiaties in een bepaalde sportdiscipline.

 

§4 Bij het subsidiedossier moeten volgende documenten doorgegeven worden om deze projectsubsidie te ontvangen:

         Het attest of diploma van de opleiding, met datum in het afgelopen sportseizoen

         Een bewijsstuk van betaling van de vereniging aan de inrichtende organisatie of cursist/deelnemer.

 

Artikel 11. Project 2 – Bijdragen aan sportpromotie

§1 Een sportvereniging kan een projectsubsidie ontvangen indien deze het afgelopen sportseizoen meegewerkt heeft aan een activiteit of evenement van de dienst Vrije Tijd, lokaal bestuur Rotselaar of zelf een activiteit of evenement heeft georganiseerd.

 

§2 Per sportseizoen kan deze projectsubsidie maximaal 100 euro per activiteit/evenement en maximaal 500 euro per vereniging bedragen.

 

§3 De voorwaarden om deze projectsubsidie te ontvangen zijn als volgt:

         De vereniging organiseert op het grondgebied van Rotselaar een activiteit/evenement of werkt mee aan een activiteit/evenement van de dienst Vrije Tijd

         De activiteit of het evenement valt niet binnen de reguliere werking van de sportvereniging.

         De activiteit of het evenement is niet louter commercieel gericht.

         De projectsubsidie omvat de (gedeeltelijke) terugbetaling van de gemaakte kosten voor een activiteit of evenement dat over maximaal 5 dagen verspreidt wordt.

         De projectsubsidie is enkel mogelijk indien er geen andere (financiële) ondersteuning is van lokaal bestuur Rotselaar.

 

§4 Volgende situaties komen in aanmerking voor deze projectsubsidie:

         De vereniging werkt (gratis) mee aan een (sport)evenement van sportdienst Rotselaar. In dit geval is er een forfaitaire vergoeding van 100 euro en hangt het subsidiebedrag niet af van gemaakte kosten. De sportdienst moet voorafgaand aan de activiteit op de hoogte gebracht worden van de medewerking van de vereniging (zowel bij de voorbereiding, het evenement zelf als de afbraak en evaluatie).

         De vereniging organiseert een sportkamp van minstens 3 dagen die ook open staat voor niet-leden ontvangt 100 euro. Indien de vereniging ook een sportkamp organiseert voor G-leden, dan komt deze in aanmerking voor een extra forfaitaire vergoeding van 50 euro.

         De vereniging organiseert (al dan niet met partners) een toegankelijke activiteit waarbij deelnemers, zowel leden als niet-leden, aangezet worden tot bewegen/sporten. Indien dit (ook) een activiteit is voor G-leden, dan komt deze vereniging in aanmerking voor een extra forfaitaire vergoeding van 50 euro.

 

§5 Bij het subsidiedossier moeten volgende documenten doorgegeven worden om deze projectsubsidie te ontvangen:

         Promotiemateriaal (bijvoorbeeld flyer, screenshot van informatie in UiTdatabank of een kopie van activiteitenkalender gemeentemagazine Trots)

         Aantal deelnemers (bijvoorbeeld via deelnemerslijst) 

 

Artikel 12. Project 3 – Investering in sportinfrastructuur

§1 Een vereniging kan een projectsubsidie ontvangen indien deze het afgelopen sportseizoen heeft geïnvesteerd in de eigen sportinfrastructuur.

 

§2 Per sportseizoen kan deze projectsubsidie maximaal 2.000 euro per vereniging bedragen.

 

§3 De voorwaarden om deze projectsubsidie te ontvangen zijn als volgt:

         De sportvereniging is eigenaar van de sportinfrastructuur of heeft de sportinfrastructuur voor tenminste 6 jaar in erfpacht.

         De sportinfrastructuur ligt op het grondgebied van Rotselaar.

         De sportvereniging is hoofdgebruiker van de sportinfrastructuur en staat zelf in voor het onderhoud van het gebouw en/of sportterreinen.

         De sportinfrastructuur wordt gebruikt voor de werking en activiteiten van de sportvereniging.

         De investering gebeurt aan de sportinfrastructuur: ofwel is dit het sportterrein dat als speelveld of oefenveld gebruikt wordt voor de vaste beoefening van sportactiviteiten, ofwel is dit het gebouw (of een gedeelte ervan) dat gebruikt wordt voor de beoefening van de sportactiviteiten met bijhorende sanitaire voorzieningen en bergruimtes voor sportmateriaal.

         De projectsubsidie omvat de (gedeeltelijke) terugbetaling van gemaakte kosten voor een investering in eigen sportinfrastructuur.

         De infrastructuurwerken zijn noodzakelijk voor de continuïteit en/of de verbetering/uitbreiding van de globale sportwerking van de sportvereniging en hebben betrekking op veiligheid, hygiëne/gezondheid, toegankelijkheid, duurzaamheid, energiebesparing of efficiënter gebruik van de sportinfrastructuur.

 

§4 Volgende investeringen komen in aanmerking:

         Kosten voor ruwbouw (bijvoorbeeld bij eerste aanleg van de sportinfrastructuur)

         Aanleg en heraanleg van een sportterrein en alle vaste infrastructuur eigen aan de beoefende sport.

         Inrichtingskosten of verbouwings-, vervangings- en aanpassingswerken aan de sportinfrastructuur. Zoals isolatiewerken, verwarmingsinstallaties (toestellen inbegrepen), elektriciteitswerken (buitenverlichting inbegrepen), aanleg gasleidingen, aanleg waterleidingen, aansluitingen (water, gas en elektriciteit), werken om de stabiliteit van het gebouw te verbeteren (zoals herstellingen van dragende muren en buitenmuren), bezettingswerken (van muren en plafonds), plaatsing van ramen en deuren, beglazing, bevloering, sanitaire voorzieningen (toestellen inbegrepen), afvoer afvalwaters (aflopen septische put, aansluiting op de riolering), algemene verlichtingstoestellen, vaste tribunes, verlichting en omheining van de sportinfrastructuur, schilderwerken (binnen en buiten met uitsluiting van reclamepanelen).

         Kosten die de algemene brandveiligheid verbeteren conform de geldende brandveiligheidsnormen en -regels, zoals de aankoop van brandblussers, brandsirene, noodverlichting, detectoren (voor CO, gas of brand), blusdekens, branddeuren, brandtrappen en veiligheidspictogrammen.

         Inrichtings- en aanpassingswerken gericht op het verhogen van de toegankelijkheid van de infrastructuur voor andersvaliden. In dit geval dienst een verslag van Inter (private stichting toegankelijk Vlaanderen) ingediend te worden.

         De aankoop van een AED-toestel dat permanent in de sportinfrastructuur aanwezig is voor een (hart)veilige sportomgeving.

         Energiebesparende maatregelen (zoals aanpassing naar Led-verlichting, recuperatie regenwater) voor een duurzamere sportomgeving.

         Kosten gebonden aan wettelijke verplichtingen (zoals onderhoud verwarmingsketel, keuring elektriciteit, keuring brandveiligheidsvoorzieningen en onderhoud AED-toestel).

 

§5 Volgende investeringen komen niet in aanmerking:

         Kosten gebonden aan cafetaria’s of horecavoorzieningen.

         Kosten gebonden aan huur- of eigenaarsonderhoud (dit zijn vaak maandelijkse of jaarlijkse kosten).

         Kosten voor verbruiksmaterialen (zoals onderhoudsproducten en -materialen).

         Kosten voor onderhoud van sportgrasvelden.

         Kosten voor de roerende uitrusting van de sportinfrastructuur zoals meubels, elektrische apparaten, kook- en eetgerei, keuken (installaties en uitrusting), tapinstallatie, speciale verlichtingsinstallaties (zoals spots), audiovisuele toestellen (zoals radio’s, stereoketens, filmapparatuur, omroepinstallaties en andere hifiapparatuur), hardware/software, apparaten voor de werking van de sportinfrastructuur (zoals secretariaatsuitrusting) en opsmuk- en verfraaiingswerken.

         Kosten voor sportmateriaal of sportuitrusting.

         Kosten voor onderzoek, notaris, architect en registratiekosten.

         Deze opsomming is niet beperkend.

 

§6 Bij het subsidiedossier moeten volgende documenten doorgegeven worden om deze projectsubsidie te ontvangen:

         Kopie van facturen met vermelding van leverancier, de investering, totaal bedrag en datum.

         Indien de vereniging niet btw-plichtig is, dan komen facturen inclusief btw in aanmerking.

         Indien de vereniging btw-plichtig is en de btw kan recupereren, dan wordt de btw niet in aanmerking genomen.

         In het geval van erfpacht dient een kopie van de erfpachtovereenkomst bezorgd te worden.

 

Hoofdstuk 6: Slotbepalingen

Artikel 13. Uitbetaling

§1 De subsidies worden verleend per jaar binnen de beschikbare kredieten voorzien in de meerjarenbegroting van het lokaal bestuur Rotselaar.

 

§2 De subsidie kan enkel en allen op een bankrekening uitbetaald worden die op naam staat van de vereniging en niet op een particuliere rekening.

 

Artikel 14. Betwisting

Gemotiveerde bezwaren met betrekking tot de goedkeuring van de verdeling van de subsidies, dienen binnen een termijn van 15 kalenderdagen, na datum van ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen, schriftelijk te worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 15. Controle

Controle op de naleving van de voorschriften en op de juistheid van de ingediende gegevens kan op ieder ogenblik uitgevoerd worden door de dienst Vrije Tijd. Het vaststellen van misbruiken kan leiden tot de terugvordering van uitbetaalde subsidies, het inhouden van subsidies en de uitsluiting van 2 jaar subsidies voor de betreffende sportvereniging.

 

Artikel 16. Opheffing bestaande reglementen

Dit reglement heft alle bestaande reglementen op met betrekking tot de subsidiëring van Rotselaarse sportverenigingen. Bij tegenspraak met andere gemeentelijke reglementen met betrekking tot erkenning, is dit reglement bij voorrang van toepassing.

Artikel 17. Inwerktreding

Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026.

 

 

Bijlage:

Overzichtstabel basissubsidie

 

Categorie

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Categorie D

Aantal leden

Minstens 10

Minstens 40

Min. 70 en max. 199

Min. 200

Leden uit Rotselaar

50%

25%

25%

25%

Openbare informatie voor iedereen

Ja

Ja

Ja

Ja

Min. 1x aanwezig op sportraad

Ja

Ja

Ja

Ja

Regelmatige werking met minstens één trainings- of wedstrijdmoment per week per ploeg, afdeling of leeftijdscategorie

/

Min. 20 weken

Min. 25 weken

Min. 25 weken

Aangesloten bij erkende Vlaamse sportfederatie

/

/

Ja

Ja

Jeugdwerking met -18 jarigen die min. 25 uur per jaar verbonden zijn aan de vereniging

/

/

Min. 40% waarvan

≥ 25% uit Rotselaar

Min. 50% waarvan

≥ 25% uit Rotselaar

Voorziet begeleiding voor jeugdtrainingen en -wedstrijden.

/

/

Ja

Ja

Gekwalificeerde trainers die min. 25 uur per jaar training geven

/

/

Min. 1

Min. 3

Subsidiepunten per jaar

1 punt

5 punten

12 punten

20 punten

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

11. Goedkeuring schoolreglement 2026-2027 - gemeentelijke basisscholen Rotselaar

 

Voorgeschiedenis

         Het besluit van de gemeenteraad van 26 augustus 2025
Het schoolreglement wordt goedgekeurd.

 

Feiten en context

         Het schoolbestuur moet voor elk van zijn basisscholen een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en de leerlingen regelt.

         Het huidig schoolreglement gewoon basisonderwijs goedgekeurd op 26 augustus 2025 is aan actualisatie toe.

         Het schoolreglement van de Rotselaarse scholen werd opgesteld volgens het model van OVSG.

         De meer specifieke schooleigen afspraken worden opgenomen in een infobrochure.

 

Juridische gronden

         Artikel 11, ter 19, 27, 28, 31, 32, 33 en 37 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, zoals het laatst gewijzigd bij Onderwijsdecreet XXVI van 17 juni 2016.

         Ministeriële omzendbrief van 10 augustus 2001 betreffende toelatingsvoorwaarden leerlingen in het gewoon onderwijs en aanpassingen.

         Ministeriële omzendbrief van 8 februari 2002 betreffende informatie bij eerste inschrijving en schoolreglement en aanpassingen.

         Ministeriële omzendbrief van 22 juni 2007 betreffende kostenbeheersing in het basisonderwijs en aanpassingen.

         Ministeriële omzendbrief van 15 mei 2014 betreffende overdracht van leerlingengegevens bij schoolveranderingen en aanpassingen.

         Ministeriële omzendbrief van 15 mei 2014 betreffende screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalblad in het gewoon lager onderwijs.

         Ministeriële omzendbrief van 15 mei 2014 betreffende preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen in het lager onderwijs vanaf 1 september 2014.

         Artikel 40 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Bijlage

         Het geactualiseerde schoolreglement

 

Adviezen

         Op de schoolraad van 8 juni 2026 werd het ontwerp van het schoolreglement voorgelegd en werd een positief advies geformuleerd.

 

Argumenten

         Het huidig schoolreglement gewoon basisonderwijs, goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 augustus 2025, wordt aangepast en geactualiseerd aan nieuwe regelgeving.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

Het schoolreglement voor de gemeentelijke basisscholen Heikant, de Straal, de Kameleon en het Nest, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

12. Retributiereglement voor inname openbaar domein - 2026-2031 - aanpassing

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025

Het Retributiereglement voor inname openbaar domein 2026-2031 wordt goedgekeurd.

 

Feiten, context en argumentatie

         Het goedgekeurde retributiereglement voor inname openbaar domein voorziet in artikel 3 in een aantal activiteiten die worden vrijgesteld van retributie.

         Bij huidig besluit wordt een bijkomende vrijstelling van de retributie voorzien voor innames van het openbaar domein die plaatsvinden in het kader van de instandhouding, restauratie of valorisatie van onroerend goed.

         Deze vrijstelling is gerechtvaardigd omdat deze werken gericht zijn op het behoud en herstel  van erfgoedwaarden overeenkomstig de Vlaamse Codex Onroerend Erfgoed.

         Bovendien dragen deze werken bij tot het behoud van het lokaal patrimonium en het cultureel erfgoed, wat een algemeen maatschappelijk belang dient.

         Voor het overige blijven alle bepalingen van het retributiereglement voor inname openbaar domein - 2026-2031, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2025 onverminderd van toepassing.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

In artikel 3 van het retributiereglement voor inname openbaar domein - 2026-2031 wordt de volgende vrijstelling toegevoegd:

'inname openbaar domein in het kader van werken aan beschermd of vastgesteld onroerend erfgoed, voor zover deze werken noodzakelijk zijn voor instandhouding, restauratie of herstel en uitgevoerd worden conform de geldende erfgoedregelgeving.'

Artikel 2:

Voor het overige blijven alle bepalingen van het retributiereglement voor inname openbaar domein - 2026-2031, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2025 onverminderd van toepassing.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

13. Reglement klachtenbehandeling - goedkeuring

 

Feiten en context

         Iedereen heeft het recht om kosteloos een klacht in te dienen bij een overheidsinstantie over een handeling van die overheidsinstantie of over de werking van die overheidsinstantie.

         De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn organiseren bij reglement een systeem van klachtenbehandeling.

         Het bestuursdecreet legt de minimale bepalingen voor een systeem van klachtenbehandeling vast.

 

Juridische gronden

         Artikel 40, §3 en artikel 41, 15° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 302 en 303 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 74 tot en met 88 van het bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Argumentatie

         Het systeem van klachtenbehandeling wordt zowel voor de gemeente als voor het openbaar centrum van maatschappelijk welzijn georganiseerd op ambtelijk niveau en is maximaal onafhankelijk van de diensten waarop de klachten betrekking hebben.

         Het lokaal bestuur van Rotselaar wil elke gebruiker van de dienstverlening de kans geven om kosteloos een klacht in te dienen. De gebruiker kan daarbij vertrouwen op een objectieve, klantvriendelijke en grondige behandeling van de klacht.

         Het lokaal bestuur hecht veel belang aan de ontvangen klachten. Zowel vanuit het perspectief van een kwalitatieve en professionele dienstverlening, als vanuit het perspectief van een duurzame en structurele organisatiebeheersing.

         De klachtenbehandeling biedt enerzijds een luisterend oor aan inwoners en gebruikers die ontevreden zijn over de dienstverlening. Die informatie uit de praktijk, biedt het lokaal bestuur de kans om de kwaliteit van en de tevredenheid over de dienstverlening te monitoren.

         De klachtenbehandeling biedt anderzijds een kans aan het lokaal bestuur om de dienstverlening en de werking te versterken in de toekomst. Daarom is de klachtenbehandeling nauw verbonden met het systeem van organisatiebeheersing. De informatie uit de klachten dient als waardevolle input, waarmee het lokaal bestuur gericht en doordacht aan de slag kan om verder te professionaliseren.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement klachtenbehandeling goed.

 

Reglement klachtenbehandeling

Dit reglement bepaalt het systeem van klachtenbehandeling voor het lokaal bestuur Rotselaar. Daarmee komt het lokaal bestuur tegemoet aan het recht van elke gebruiker van de dienstverlening om een klacht te uiten en aan de grondige behandeling van die klacht.

 

De term ‘lokaal bestuur’ verwijst in dit reglement naar zowel de gemeente Rotselaar als het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn Rotselaar.

 

Algemene bepalingen

 

Artikel 1: Wat is een klacht?

 

§1. Een klacht is een manifeste uiting van ontevredenheid over een al dan niet verrichte handeling of prestatie door het lokaal bestuur Rotselaar.

 

Een klacht kan betrekking hebben op het:

         foutief verrichten van een handeling of prestatie

         niet of laattijdig uitvoeren van een handeling of prestatie

         afwijken van de vastgestelde of gebruikelijke werkwijze

         onvriendelijk of onbeleefd verrichten van een handeling of prestatie

 

§2. Meldingen, informatievragen, suggesties, petities, beroepen, bezwaarschriften en verzoekschriften worden niet beschouwd als klachten. Meldingen worden behandeld via de gemeentelijke website. Beroepen, bezwaarschriften en verzoekschriften volgen de wettelijk omschreven procedures.

 

Artikel 2: Wie kan een klacht indienen?

 

§1. Elke gebruiker van de dienstverlening van het lokaal bestuur Rotselaar heeft het recht om kosteloos een klacht in te dienen.

 

Artikel 3: Hoe dien je een klacht in?

 

§1. Een klacht indienen kan:

         via het klachtenformulier op de gemeentelijke website

         via e-mail

         via brief

         mondeling, waarbij de ontvanger van de klacht een schriftelijk verslag opmaakt

 

Artikel 4: Wanneer is een klacht ontvankelijk?

 

§1. Een klacht bevat minstens de naam van de indiener en een omschrijving van de feiten waartegen ze gericht is. De naam en het adres van de indiener dienen bij het lokaal bestuur bekend te zijn.

 

§2. De klachtenbehandeling is niet van toepassing als:

         De klacht zonder de naam van de indiener wordt ingediend en/of het adres van de indiener niet bekend is.

         De indiener geen persoonlijk belang kan aantonen.

         Lokaal bestuur Rotselaar niet de bevoegde instantie is voor de inhoud van de klacht.

         De klacht over regelgeving, beleidskeuzes, beleidsvoornemens of beleidsverklaringen gaat.

         De klacht gaat over gebeurtenissen die langer dan een jaar voor het indienen van de klacht hebben plaatsgevonden.

         De klacht van dezelfde indiener al eerder werd behandeld.

         De klacht gaat over feiten waarvoor niet alle georganiseerde beroepsmogelijkheden werden aangewend.

         De klacht het voorwerp is van een lopende gerechtelijke procedure.

         De klacht kennelijk ongegrond is: als het duidelijk is dat er geen fout kan zijn gemaakt door de betrokken dienst.

         De klacht kennelijk onredelijk is: bijvoorbeeld als de feiten futiel zijn of als de indiener de gemeente herhaaldelijk bestookt met klachten en de afhandeling ervan uiteindelijk niet meer in verhouding staat tot de werklast die dat met zich meebrengt.

 

Behandeling van de klacht

 

Artikel 5: Neutraliteit en onafhankelijkheid

 

§1. Alle medewerkers die betrokken zijn bij het klachtenonderzoek handelen vanuit een strikt neutrale rol. Medewerkers die rechtstreeks betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft, kunnen geen rol opnemen in de behandeling van die klacht.

 

Artikel 6: Klachtencoördinator

 

§1. De klachtencoördinator registreert alle klachten, verwijst ze door naar een klachtenbehandelaar (zie artikel 7) en ziet erop toe dat de behandeling van de klacht volgens de klachtenprocedure verloopt. De communicatie met de indiener van een klacht verloopt steeds via de klachtencoördinator.

 

§2. Als de klachtencoördinator persoonlijk betrokken is bij de feiten, neemt de algemeen directeur de rol van klachtencoördinator op zich.

 

Artikel 7: Klachtenbehandelaar

 

§1. De klachtenbehandelaar voert het inhoudelijke onderzoek en legt een inhoudelijke beoordeling van de klacht voor aan de klachtencoördinator. De klachtenbehandelaar is zelf niet rechtstreeks persoonlijk betrokken bij de feiten.

 

§2. De rol van klachtenbehandelaar wordt per dienst opgenomen door het diensthoofd. Als het diensthoofd persoonlijk betrokken is bij de feiten, neemt de klachtencoördinator de rol op zich.

 

§3. Als de algemeen directeur of de financieel directeur betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft, neemt het college van burgemeester en schepenen de rol van klachtenbehandelaar op zich.

 

Artikel 8: Persoonsgegevens indiener van de klacht

 

§1. Door de klacht in te dienen, geeft de indiener toestemming om de naam van de indiener en het voorwerp van de klacht bekend te maken bij de personen die vanuit de klachtenbehandeling of vanuit het voorwerp van de klacht betrokken zijn bij de feiten. Dat is noodzakelijk om de klacht grondig te kunnen behandelen en tot een alomvattende inhoudelijke beoordeling te komen.

 

De naam van de indiener en het voorwerp van de klacht worden niet gedeeld als de indiener zich daar expliciet tegen verzet. Daarbij is de indiener er zich bewust van dat dat een degelijk inhoudelijk onderzoek van de klacht bemoeilijkt.

 

Artikel 9: Procedure

 

§1. De klachtencoördinator registreert de ingediende klacht, ongeacht of de klacht ontvankelijk is.

 

§2. De klachtencoördinator bepaalt, op basis van de informatie in de ontvangen klacht, tot welke categorie de klacht behoort:

         ontvankelijk

         niet-ontvankelijk

         melding

 

Een klacht is ‘ontvankelijk’ als ze voldoet aan de beschrijving uit artikel 1, §1. In dat geval brengt de klachtencoördinator de klachtenbehandelaar op de hoogte om een grondig onderzoek op te starten. De klachtenbehandelaar koppelt over het onderzoek terug aan de klachtencoördinator. Het onderzoek toont aan of de klacht al dan niet gegrond is. De mogelijke uitkomsten van het onderzoek zijn:

         Gegrond: het onderzoek toont aan dat de klacht van de indiener terecht was. De ontvanger doet een voorstel tot oplossing, conclusie of initiatief aan de indiener.

         Ongegrond, maar terechte opmerking: het onderzoek toont aan dat er correct en zorgvuldig gehandeld werd, maar dat er wel een kans is om de dienstverlening in de toekomst te verbeteren.

         Ongegrond: het onderzoek toont aan dat er correct en zorgvuldig gehandeld werd, al wordt dat door de indiener betwist.

 

Een klacht is ‘niet-ontvankelijk’ als ze inhoudelijk behoort tot de situaties beschreven in artikel 4, §2. Als de klacht niet-ontvankelijk is, brengt de klachtencoördinator de indiener daarover op de hoogte. In de gevallen waarbij een klacht ‘niet-ontvankelijk’ is, omdat het lokaal bestuur niet bevoegd is, verwijst de klachtencoördinator de indiener door naar de juiste instantie.

 

Een klacht is een ‘melding’ als ze inhoudelijk behoort tot de situaties beschreven in artikel 1, §2:

         In het geval van een melding, een informatievraag, een suggestie of een petitie, bezorgt de klachtencoördinator de informatie aan de bevoegde dienst van het lokaal bestuur. De indiener wordt daarover op de hoogte gebracht.

         Voor beroepen, bezwaarschriften of verzoekschriften wijst de klachtencoördinator de indiener erop dat het voorwerp van de klacht onderdeel is van een wettelijk omschreven procedure.

 

§3. De beoordeling van de klacht door de klachtencoördinator is definitief.

 

§4. De klachtencoördinator kan oordelen dat het aangewezen is om bemiddeling te organiseren tussen de indiener en de personen die betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft. Daarbij treedt het lokaal bestuur als bemiddelaar op.

 

De indiener dient binnen de 10 kalenderdagen te antwoorden of die al dan niet gebruik maakt van de aangeboden bemiddelingsmogelijkheid. Als de indiener niet binnen die termijn antwoordt, wordt ervan uitgegaan dat die afziet van bemiddeling.

 

§5. De klachtencoördinator bezorgt de indiener na het onderzoek een antwoord, met de bevindingen van het onderzoek, een oordeel daarover en eventueel een voorstel tot oplossing, conclusie of initiatief.

 

§6. De klachtencoördinator brengt de indiener binnen de 10 kalenderdagen na ontvangst van de klacht op de hoogte of de klacht ontvankelijk, niet-ontvankelijk of een melding is. Tenzij de klacht binnen die termijn al werd afgehandeld.

 

In het geval van een niet-ontvankelijke klacht of melding, motiveert de klachtencoördinator binnen de 10 kalenderdagen na ontvangst van de klacht waarom de klacht niet verder behandeld wordt.

 

In het geval van een ontvankelijke klacht, behandelt de klachtencoördinator de klacht binnen de 45 kalenderdagen na ontvangst van de klacht. Als het niet mogelijk is om de klacht binnen die termijn af te handelen, wordt de indiener daarvan op de hoogte gebracht samen met een motivering. De termijn kan dan eenmalig verlengd worden tot maximaal 90 kalenderdagen na ontvangst van de klacht.

 

§7. De ingediende klachten worden geanalyseerd en binnen het systeem van organisatiebeheersing benut, zodat ze dienen als kansen om de dienstverlening en werking van het lokaal bestuur te versterken in de toekomst.

Artikel 2:

Dit reglement treedt na bekendmaking in werking op 1 juli 2026.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

14. Aanpassing uniform politiereglement politiezone Begijnendijk-Rotselaar-Tremelo

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025
De gemeenteraad keurt het aangepast uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo goed.

 

Feiten en context

         Op 1 september 2026 treedt het nieuwe Strafwetboek in werking.

         De betreffende verwijzingen naar het Strafwetboek, opgenomen in het uniform politiereglement voor de politiezone Begijnendijk-Rotselaar-Tremelo, dienen tijdig aangepast te worden om fouten en straffeloosheid te voorkomen.

         Door de toevoeging van een nieuw laatste lid aan artikel 129 wordt verduidelijkt dat het huidige artikel 129 in voege blijft tot op het moment dat het nieuwe Strafwetboek  in voege treedt.

         Daarnaast wordt een artikel 129bis toegevoegd dat inhoudt dat alle gedragingen die in het huidige politiereglement, vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek, sanctioneerbaar zijn, ook nà de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek sanctioneerbaar blijven – strafrechtelijk én administratief, dan wel louter administratief.

         De volgende aanpassingen aan het politiereglement worden bij huidig besluit ingevoerd:

         Toevoeging aan artikel 129

"Dit artikel blijft van toepassing tot de inwerkingtreding van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van Boek I van het Strafwetboek en de wet van 29 februari 2024 tot invoering van Boek II van het Strafwetboek."

         Toevoeging aan artikel 129bis

"Vanaf de inwerkingtreding van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van Boek I van het Strafwetboek en de wet van 29 februari 2024 tot invoering van Boek II van het Strafwetboek houdt artikel 129 van dit politiereglement op van toepassing te zijn en kunnen onderstaande gedragingen bestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek of met een administratieve geldboete:

         gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg (artikel 194 Sw.)

         voorbedachte gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg (artikel 198 Sw.)

         vandalisme (artikel 514 en 515 Sw.)

         vandalisme met ernstige schade tot gevolg (artikel 516 Sw.)

         vandalisme aan een goed met een bijzonder belang (artikel 517 Sw.)
Nachtlawaai of nachtrumoer wordt vanaf dezelfde datum uitsluitend beteugeld overeenkomstig artikel 3 van dit reglement.
Feitelijkheden zonder enig gevolg, die geen lichamelijk letsel, pijn of schade aan de gezondheid teweegbrengen kunnen vanaf diezelfde datum uitsluitend nog bestraft worden met een administratieve geldboete."

 

Juridische gronden

         Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         De wet van 24 juni 2023 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

 

Adviezen

         Positief advies van het politiecollege zone BRT van 29 mei 2026

         Positief advies jeugdraad Rotselaar van 11 juni 2026

 

Argumentatie

         Gelet op de hervorming van het Strafwetboek en de daarbij horende wijzigingen aan de wet op de gemeentelijke administratieve sancties is het opportuun om het uniform politiereglement in lijn met die wijzigingen aan te passen.

 

Bijlage

         Uniform politiereglement politiezone Begijnendijk-Rotselaar-Tremelo

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

Het politiereglement wordt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekend gemaakt en treedt in werking op 1 september 2026.

Artikel 3:

Een afschrift van dit politiereglement wordt toegestuurd aan de Provinciegouverneur, de Procureur des Konings, de griffier van de rechtbank in eerste aanleg en van het vredegerecht en van de politierechtbank van het gebied, aan de aangewezen ambtenaar, aan de korpschef en aan de juridische dienst van de provincie.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

15. Aanstelling sanctionerende ambtenaren GAS van provincie Vlaams-Brabant

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 26 maart 2024
De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan de bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve geldboetes voor beperkte snelheidsovertredingen goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2024
De gemeenteraad keurt het aangepaste uniform politiereglement Begijnendijk-Rotselaar-Tremelo, in functie van drones, in zijn herziene vorm goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2024
De gemeenteraad keurt het politiereglement voor openbare orde op het domein Ter Heide goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met de provincie Vlaams-Brabant betreffende GAS-overlast (GAS 1-2-3) goed.

         Het besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 2 juni 2026 waarbij Gunther Roesems en An Braeken als provinciaal sanctionerend ambtenaar wordt aangesteld.

 

Feiten en context

         De provincie Vlaams-Brabant heeft een dienstverlenende opdracht naar de gemeente en stelt ambtenaren ter beschikking. De gemeente Rotselaar doet beroep op de provinciale dienstverlening voor de administratieve afhandeling door een provinciaal sanctionerend ambtenaar van gemeentelijke administratieve geldboetes (GAS), conform het uniform politiereglement en het politiereglement openbare orde domein Ter Heide, en voor de administratieve afhandeling van beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5), conform de gelijknamige bijzondere politieverordening.

         Het is wenselijk een provinciaal ambtenaar te belasten met het opleggen van de gemeentelijke administratieve geldboetes (GAS) omdat er enerzijds in de gemeente geen ambtenaar aanwezig is met de juridische kennis en accreditaties en anderzijds de afwikkeling op provinciaal niveau een eenvormig en neutrale beoordeling garandeert.

 

Juridische gronden

         Artikel 29 quater van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer

         Artikel 6, §2 en 3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

         Artikel 1, §2 en 2, §1 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot de vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende gemeentelijke administratieve sancties

 

Argumentatie

         In het belang van de continuïteit van de dienstverlening worden Gunther Roesems en An Braeken aangesteld als sanctionerend ambtenaar voor GAS-overlast en GAS-snelheid.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad wijst Gunther Roesems en An Braeken, ambtenaren bij de provincie Vlaams-Brabant, aan als ambtenaren belast met het opleggen van administratieve sancties voor overtredingen bedoeld in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, conform het uniform politiereglement van 28 mei 2024 en het politiereglement openbare orde domein Ter Heide van 28 mei 2024, en voor de administratieve afhandeling van de dossiers inzake beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5), conform de gelijknamige bijzondere politieverordening van 26 maart 2024.

Artikel 2:

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de dienst bestuurszaken (GAS-cel) van de provincie Vlaams-Brabant, aan de voorzitter van het politiecollege en aan de procureur des Konings te Leuven.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

16. Vaststelling jaarrekening 2025 gemeente en goedkeuring jaarrekening 2025 OCMW

 

Voorgeschiedenis

         Verslag van de raadscommissie Financiën van 15 juni 2026
De raadscommissie Financiën bespreekt de jaarrekening 2025 van het lokaal bestuur Rotselaar.

         Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2026
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van de jaarrekening 2025 van het lokaal bestuur Rotselaar dat betrekking heeft op het OCMW vast.

 

Feiten en context

         Voor een lokaal bestuur vormen de gemeente en het OCMW samen één rapporteringsentiteit die één geïntegreerde jaarrekening opstellen.

         Aangezien de gemeente en het OCWM juridisch evenwel twee afzonderlijke entiteiten betreffen, stemmen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn elk apart over hun deel van de gezamenlijke jaarrekening.

         Het deel van de jaarrekening 2025 dat betrekking heeft op de gemeente Rotselaar wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.

         Het deel van de jaarrekening 2025 dat betrekking heeft op het OCMW Rotselaar en dat vastgesteld werd door de raad voor maatschappelijk welzijn wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad, zodat de gemeenteraad de gezamenlijke jaarrekening 2025 voor de gemeente en het OCMW Rotselaar vaststelt.

 

Juridische gronden

         Artikelen 249 tot en met 253 en 260 tot en met 262 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikelen 17 tot en met 28 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale (en de provinciale) besturen.

 

Bijlagen

         Jaarrekening 2025 lokaal bestuur Rotselaar

         Documentatie jaarrekening 2025 lokaal bestuur Rotselaar

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Stemming over artikel 1

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Stemming over artikel 2

Na beraadslaging,

17 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Jan Schrijvers, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens en Tine Vanderwee

7 onthoudingen: Nico Lodewijks, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Maarten Mommaerts, Els Wouters en Sven Weenen

 

Stemming over artikel 3

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Jan Schrijvers, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

1 onthouding: Nico Lodewijks

 

Artikel 1:

De gemeenteraad stelt het deel van de jaarrekening 2025 van het lokaal bestuur Rotselaar dat betrekking heeft op de gemeente vast.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het deel van de jaarrekening 2025 van het lokaal bestuur Rotselaar dat betrekking heeft op het OCMW en dat vastgesteld werd door de raad voor maatschappelijk welzijn goed.

Artikel 3:

De gemeenteraad stelt de jaarrekening 2025 van het lokaal bestuur Rotselaar in zijn geheel vast.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

17. Goedkeuring jaarrekening 2025 AGB Rotselaar

 

Voorgeschiedenis

         Verslag van de raadscommissie Financiën van 15 juni 2026
De raadscommissie Financiën bespreekt de jaarrekening 2025 van het AGB Rotselaar.

         Besluit van de raad van bestuur van 23 juni 2026
De raad van bestuur stelt de jaarrekening 2025 van het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar vast.

 

Feiten en context

         Het autonoom gemeentebedrijf (AGB) Rotselaar maakt twee jaarrekeningen op:

         BBC-jaarrekening

         NBB-jaarrekening

         De vaststelling van de hele jaarrekening is een bevoegdheid van de raad van bestuur van het AGB.

         De goedkeuring van de BBC-jaarrekening is een bevoegdheid van de toezichthoudende overheid.

         De goedkeuring van die NBB-jaarrekening is een bevoegdheid van de algemene vergadering, die bij een AGB wordt gevormd door de gemeenteraad.

         De NBB-jaarrekening 2025 wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de algemene vergadering die gevormd wordt door de gemeenteraad.

         De gemeenteraad neemt kennis van het verslag van de raad van bestuur van het AGB  over het boekjaar 01/01/2025 tot en met 31/12/2025, bijgevoegd als bijlage

 

Juridische gronden

         Artikel 243 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

         Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, rekeningstelsels en digitale rapportering in BBC.

         Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen van 23 maart 2019.

 

Bijlagen

         BBC-jaarrekening 2025 AGB Rotselaar

         Documentatie jaarrekening 2025 AGB Rotselaar

         NBB-jaarrekening 2025 AGB Rotselaar

         Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 01/01/2025 tot en met 31/12/2025

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

20 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Jan Schrijvers, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

4 onthoudingen: Nico Lodewijks, Jeroen Janssens, Maarten Mommaerts en Els Wouters

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt in de hoedanigheid van algemene vergadering van het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar de NBB-jaarrekening 2025 van het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar goed.

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 23 juni 2026

 

18. Mondelinge vragen

 

 

Publicatiedatum: 26/08/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.