Gemeente Rotselaar

Datum van de zitting: 16 december 2025

Om 20.05 uur tot 1.00 uur

de Mena (2de verdieping)

 

Aanwezig:

Ilse Michiels, voorzitter;

Jelle Wouters, burgemeester;

Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, schepenen;

Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee, Sven Weenen, raadsleden;

An Craninckx, algemeen directeur;

 

Verontschuldigd:

Heidi Pittomvils, raadslid;

 

Vanaf punt 21 verlaat schepen Patrick Vervoort de zitting.

Vanaf punt 22 vervoegt schepen Patrick Vervoort de zitting.

Vanaf punt 26 verlaat burgemeester Jelle Wouters de zitting.

Vanaf punt 27 vervoegt burgemeester Jelle Wouters de zitting.

Vanaf punt 27 verlaat raadslid Christof De Coux de zitting.

Vanaf punt 29 vervoegt raadslid Christof De Coux de zitting.

Vanaf punt 31 verlaat raadslid Maarten Mommaerts de zitting.

Vanaf punt 32 vervoegt raadslid Maarten Mommaerts de zitting.

Vanaf punt 51 verlaat schepen Tessa Heylighen de zitting.

Vanaf punt 52 vervoegt schepen Tessa Heylighen de zitting.

Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

1. Goedkeuring notulen vorige vergadering

 

Juridische gronden

        Artikel 32 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
De gemeenteraad keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen van de vorige zitting goed.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de notulen van de vergadering van 25 november 2025 goed.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

2. IOED WinAr - statuten, beleid en subsidiëring

 

Feiten en context

         De projectvereniging waaronder de intergemeentelijke erfgoeddienst (IOED) valt, dient wegens de houdbaarheid van de statutaire werking ten laatste op 31 december 2025 herbevestigd te worden. In de loop van 2025 werden hiervoor de statuten aangepast die nu ter goedkeuring voorliggen. Om vervolgens een nieuwe erkenning aan te kunnen vragen moet ten laatste op 15 januari 2026 een erkennings- en subsidiedossier ingediend worden. Dit dossier bestaat uit een goedgekeurd beleidsplan. Dit beleidsplan heeft geen uitstaans met de erkenning als onroerenderfgoedgemeente; hiervoor dient een ander traject gelopen te worden en is functie van een ander gemeenteraadsbesluit.

 

Juridische gronden

         Artikel 3.3.1. van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013

         Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

         IOED WinAr, toen bestaande uit vier leden (Bekkevoort, Haacht, Holsbeek en Rotselaar), werd in 2016 erkend als IOED. In 2019 werd deze erkenning herbevestigd met twee bijkomende leden (Keerbergen en Tremelo). Ook toen ging hieraan een statuutswijziging vooraf.

         Met het oog op de conformering rond de regiovorming en de verplichte opschaling naar een groter werkingsgebied wordt de IOED nu statutair uitgebreid met vier bijkomende leden (Begijnendijk, Herent, Kortenberg en Tielt-Winge). Met de vier eerstgenoemde bestond er al een samenwerkingsovereenkomst sinds 2023-2024. Het engagement van de gemeenten Tremelo en Keerbergen werd niet verder verlengd.

         De werking van de IOED wijzigt niet, enkel de aanpak verschilt. Vanaf 2027 zal gewerkt worden met een nieuw beleidsplan dat is gericht op de zogenaamde erfgoedcyclus. Deze start met het vergaren van kennis (bijvoorbeeld inventarisatie), gaat vervolgens over naar kennisbeheer (bijvoorbeeld advisering) om te eindigen met sensibilisering, ontsluiting en beleving. Via de grote verhalen (‘storytelling’) krijgt dit beleid ook een bredere vertaalslag naar de inwoners en wordt dit onroerende erfgoed ook meer beleefbaar. Dit beleidsplan werd opgemaakt in overleg met verschillende erfgoedactoren in de regio.

 

Financiële gevolgen

Uitgave (onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031)

Voor de werking van de IOED wordt, overeenkomstig de statuten, een jaarlijkse werkingstoelage voorzien. Deze toelage is gebaseerd op de oppervlakte (5 euro per vierkante kilometer, 0,75 eurocent  per inwoner en een forfaitaire bijdrage van 7.500 €, vermeerderd met een jaarlijkse indexatie van 2 %).

 

De werkingsmiddelen voor de periode 2026-2031 resulteren aldus in onderstaande bedragen:

 

Algemene rekening: 6493000

Beleidsitem: 072100

Actieplan: 0207

Actie: 020701

Geraamd bedrag 2026: 28.539,06 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de statuten van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst WinAr (IOED WinAr) zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het beleidsplan van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst WinAr (IOED WinAr) zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed

Artikel 3:

De gemeenteraad keurt de aanvraag voor de erkenning en subsidiëring van de IOED WinAr goed.

Artikel 4:

De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan de IOED WinAr een erkennings- en subsidiedossier in te dienen en daarvoor de stappen te zetten die hiervoor noodzakelijk zijn.

Artikel 5:

De gemeenteraad verklaart hierbij dat de gemeente jaarlijks de nodige middelen heeft voorzien als werkingsmiddelen voor de IOED WinAr in de periode 2026-2031.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

3. Aanvraag tot een erkenning en subsidie als onroerenderfgoedgemeente

 

Voorgeschiedenis

         De gemeente Rotselaar is erkend als onroerenderfgoedgemeente sinds 2017.

         Besluit van het college van burgemeester van 5 september 2022 tot aanstelling van verbalisanten onroerend erfgoed.

 

Feiten en context

         Een erkenning aanvragen als onroerenderfgoedgemeente houdt een groot engagement in. Er dient enerzijds een integrale beleidsvisie rond beheer en behoud van onroerend erfgoed ontwikkeld te worden, waarin zowel het bouwkundig, landschappelijk als archeologisch erfgoed vervat zit. Daarnaast dient die visie in het gemeentelijk beleidsplan verankerd te worden. De eigen administratie beschikt over de nodige erfgoedexpertise om de toegekende bevoegdheden en taken uit te voeren en doet beroep op een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED). 

         Om een nieuwe erkenning en een subsidie aan te kunnen vragen moet ten laatste op 15 januari 2026 een erkennings- en subsidiedossier ingediend worden bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. Dit dossier bestaat uit een goedgekeurde beleidsvisie en een beleidsplan met strategische doelstellingen voor een periode van 2027-2032. Op deze manier wordt de gemeente eigenaar van zijn eigen onroerenderfgoedbeleid.

         Een erkende onroerenderfgoedgemeente rapporteert jaarlijks tegen uiterlijk 30 april over de uitvoering van het onroerenderfgoedbeleidsplan, een eerste keer in het jaar na de aanvraag tot erkenning. Bij een subsidie van zes jaar bezorgt de onroerenderfgoedgemeente na twee jaar een tussentijds rapport met een zelfevaluatie en na vijf jaar een eindrapport met een eindevaluatie.

         De onroerenderfgoedgemeente rapporteert ook jaarlijks over de gevoerde handhaving.

 

Juridische gronden

         Artikel 3.2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet 12 juli 2013

         Artikel 3.2.1 - 3.2.18 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 inzake de erkenning

         Artikel 10.1.29 - 10.1.42 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 inzake de subsidieaanvraag

         Ministerieel Besluit van 20 maart 2017 waarbij de gemeente Rotselaar werd erkend als onroerenderfgoedgemeente

         Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         De gemeente Rotselaar hecht veel waarde aan haar materieel (en gerelateerd immaterieel) erfgoed. Dit erfgoed (haar unieke landschap, historische gebouwen, en karaktervolle dorpskernen) vormt niet alleen een tastbare herinnering aan het verleden, maar draagt ook bij aan de identiteit en leefkwaliteit van onze gemeente. Rotselaar wil op een doordachte manier omgaan met erfgoed, zodat ook toekomstige generaties ervan kunnen blijven genieten.

         De gemeente Rotselaar neemt een voortrekkersrol op ten aanzien van het aanwezige erfgoed op haar grondgebied. Met de nieuwe erkenning als onroerenderfgoedgemeente (OEG) wil ze deze rol verder blijven opnemen. Als erkende onroerend erfgoedgemeente krijgt de gemeente meer verantwoordelijkheid en ruimte om haar onroerenderfgoedbeleid te blijven ontwikkelen. Eén van de redenen waarom ze deze erkenning aanvraagt, is om op het ruimtelijke beleid te kunnen wegen.

         De gemeente neemt deze Vlaamse beleidsprioriteiten voor het onroerenderfgoedbeleid mee op in haar meerjarenplanning en voert haar beleidsplan OEG uit:

         Onroerenderfgoedsbeleidplan (OEVBP) 01: de gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid, het behoud, het gebruik en de herbestemming van het onroerend erfgoed beoogt, integraal en geïntegreerd  is en rekening houdt met de noden van de gemeenschap

         OEVBP02: de gemeente creëert een lokaal draagvlak voor haar beleidsvisie inzake onroerend erfgoed. De gemeente betrekt een adviesraad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van haar beleidsvisie voor onroerend erfgoed. De adviesraad is erkend door de gemeenteraad en bestaat uit een vertegenwoordiging van het lokale erfgoedveld.

         OEVBP03: de gemeente neemt een voorbeeldfunctie op in de zorg voor het onroerend erfgoed waarvan ze eigenaar of beheerder is inclusief de integratie van haar beleidsvisie voor onroerend erfgoed in beslissingen en plannen.

         OEVBP04: de gemeente beschikt over de nodige expertise voor een kwalitatieve opmaak en uitvoer van haar beleidsvisie voor onroerend erfgoed. De gemeente heeft een gemeentelijk verbalisant Joachim Piens aangesteld om de regelgeving over het onroerend erfgoed op haar grondgebied te handhaven.

         OEVBP05: de gemeente voert de beslissingen over de aanvragen voor toelating voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem en de meldingen en beoordelingen van archeologienota's en nota's in de digitale registers van de Vlaamse overheid in binnen een ordetermijn van tien dagen, die ingaat op de dag na de beslissing. De gemeente voert de beslissingen en adviezen in de databank van toelatingen en adviezen in binnen een ordetermijn van tien dagen, die ingaat op de dag na het advies of de beslissing.

         OEVBP06: de gemeente inventariseert het onroerend erfgoed op haar grondgebied en zet instrumenten in om het duurzaam behoud en beheer ervan te stimuleren. De gemeente voert het door haar vastgestelde onroerend erfgoed en de er eventueel aan gekoppelde toelatingsplichten in in het platform dat daarvoor ter beschikking wordt gesteld door de Vlaamse overheid.

         De erkenning als OEG is geïntegreerd binnen de lokale beleids- en beheerscyclus (BBC). Uiterlijk op 15 januari van het eerste jaar (of het vierde jaar) van de lokale beleidscyclus moet de aanvraag tot erkenning ingediend worden. De eerstvolgende deadline is 15 januari 2026. De minister beslist uiterlijk op 30 april over de aanvraag. Wordt de aanvraag goedgekeurd, dan start de erkenning vanaf 1 juli. De aanvraag tot erkenning is tweeledig:

         In BBC, de applicatie van het Agentschap Binnenlands Bestuur, moeten de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het onroerenderfgoedbeleid met deelrapportagecodes OEVBP01 tot en met OEVBP06 gekoppeld zijn en moeten deze geconcretiseerd zijn in acties.

         Het aanvraagformulier en alle vereiste bijlagen (actuele onderbouwde beleidsvisie en actueel onroerenderfgoedbeleidsplan) moeten ingevuld en ondertekend worden.

         Een erkende onroerenderfgoedgemeente kan ook een subsidie aanvragen, uiterlijk op 15 januari van het eerste (of het vierde jaar) van de lokale beleidscyclus. Uiterlijk op 30 april beslist de minister bevoegd voor onroerend erfgoed, op advies van het Agentschap, of de subsidie wordt toegekend. De eerstvolgende deadline om een subsidie aan te vragen is 15 januari 2026. Na goedkeuring van de subsidie, dient een samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap te worden gesloten van 1 januari 2027 tot 31 december 2032. De subsidieaanvraag dient te bevatten:

         een actueel onderbouwde beleidsvisie

         een actueel onroerenderfgoedbeleidsplan met strategische doelstellingen die invulling geven aan de beleidsprioriteiten voor onroerend erfgoed en met een looptijd van zes jaar, namelijk van 1 januari 2027 tem 31 december 2032

         een verklaring op eer

 

Bijlagen

 1.  Aanvraagformulier voor de erkenning en subsidie als onroerenderfgoedgemeente

 2.   Beleidsvisie onroerenderfgoed 2027-2032

 3.  Onroerenderfgoedbeleidsplan 2027-2032

 

Financiële gevolgen

De goedkeuring van het erkennings- en subsidiedossier impliceert voor de periode 2027-2032 een jaarlijkse subsidie van 10.000 euro. Deze subsidie dient voor de werking als onroerenderfgoedgemeente en mag enkel voor eigen personeel ingezet worden.

 

Ontvangst

Algemene rekening: 7404999

Beleidsitem: 072900

Actieplan: 0203

Actie: 020315

Geraamd bedrag: 10.000 euro per jaar voor de periode 2027-2032

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeente Rotselaar wenst zich opnieuw te laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente en dient hiervoor een erkennings- en subsidieaanvraag in via het aanvraagformulier van het Agentschap Onroerend Erfgoed, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt de beleidsvisie 2027-2032 over de gemeentelijke onroerenderfgoedwerking goed, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit.

Artikel 3:

De gemeenteraad keurt het beleidsplan 2027-2032 over de gemeentelijke onroerenderfgoedwerking goed, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit.

Artikel 4:

De gemeenteraad verleent het mandaat tot ondertekening van het aanvraagformulier en de verklaring op eer aan de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur, zoals vastgelegd in het ondertekende verslag bij het aanvraagformulier.

Artikel 5:

De gemeenteraad onderschrijft, zoals vastgelegd in de ondertekende verklaring op eer opgenomen als bijlage 6 van het aanvraagformulier  dat de toegekende subsidie uitsluitend zal worden aangewend voor personeelskosten voor eigen personeel.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

4. Aanpassing uniform politiereglement politiezone Begijnendijk-Rotselaar-Tremelo

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2024
De gemeenteraad keurt het aangepast uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo goed.

 

Feiten en context

         Op 23 november 2023 keurde het parlement een aanpassing van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) goed. Door de aanpassing is de maximumboete voor GAS-overtredingen in bepaalde gevallen verhoogd tot maximum € 500 voor volwassenen.

         Daarnaast zijn enkele benamingen en termen gewijzigd, om in lijn te zijn met de geldende GDPR-regels.

         De provincieraad besliste op 16 september 2025 de dossierkosten voor GAS-overlast vast te stellen op € 83 (voorheen € 65) voor dossiers die geregistreerd worden vanaf 1 januari 2026.

 

Juridische gronden

         Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         De wet van 24 juni 2023 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

 

Argumentatie

         Gelet op de wijzigingen  van 23 november 2023 van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) en de geldende GDPR-regels, worden volgende wijzigingen voorgesteld:

         aanpassing van deel 8 betreffende de gemeentelijke administratieve sanctie zodat er geen concreet bedrag meer opgenomen wordt maar enkel een verwijzing naar wat er volgens de wet mogelijk is. Op die manier worden ook eventuele toekomstige verhogingen van GAS-boetes ondervangen.

         de wettelijk vereiste aanpassingen naar terminologie toe:

         “lokale bemiddeling” te vervangen door “GAS-bemiddeling”

         “de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben” te vervangen door “iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over een minderjarige”

         “intrekking” te vervangen door “opheffing”

         Het uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo wordt samen met het politiereglement voor domein Ter Heide aangepast om een analoge afhandeling binnen de politiezone te garanderen.

         De aangepaste versie van het uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo dient door de gemeenteraden van alle betreffende gemeenten goedgekeurd te worden alvorens in werking te treden.

 

Adviezen

         Positief advies jeugdraad Rotselaar van 18 november 2025
De jeugdraad van Rotselaar geeft een positief advies over het aangepaste uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo.

 

Bijlage

        Uniform politiereglement politiezone Begijnendijk-Rotselaar-Tremelo

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

Het politiereglement wordt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekend gemaakt en treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3:

Een afschrift van dit politiereglement wordt toegestuurd aan de Provinciegouverneur, de Procureur des Konings, de griffier van de rechtbank in eerste aanleg en van het vredegerecht en van de politierechtbank van het gebied, aan de aangewezen ambtenaar, aan de korpschef en aan de juridische dienst van de provincie.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

5. Aanpassing van het politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van I5 december 2020
De gemeenteraad keurt de beheersovereenkomst domein Ter Heide Rotselaar goed.

         Besluit van de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar van 24 juni 2021
De raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar keurt de overdracht van de exploitatie van zwemzone 'de Plas' Rotselaar naar het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar goed

         Besluit van de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf van 16 mei 2024
Het reglement zwemzone en zwempaviljoen'de Plas' Rotselaar, het reglement terbeschikkingstelling zwemzone en zwempaviljoen 'de Plas' Rotselaar en het tarievenreglement worden goedgekeurd

         Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2024
De gemeenteraad keurt het politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide Rotselaar goed

 

Feiten en context

         In domein Ter Heide Rotselaar is de bestuurlijke overheid belast met het handhaven en desnoods herstellen van de openbare orde, rust en veiligheid.

         Het is dan ook noodzakelijk om bepaalde handelingen te reglementeren en zelfs te verbieden via een reglement dat deze zaken afdwingbaar maakt.

         De handhaving van administratief strafbaar gestelde overtredingen biedt de gemeente de mogelijkheid om sneller te kunnen reageren op problemen van lokale aard.

         Op 23 november 2023 keurde het parlement een aanpassing van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) goed. Door de aanpassing is de maximumboete voor GAS-overtredingen in bepaalde gevallen verhoogd tot maximum € 500 voor volwassenen.
Daarnaast zijn enkele benamingen en termen gewijzigd, om in lijn te zijn met de geldende GDPR-regels.

         De provincieraad besliste op 16 september 2025 de dossierkosten voor GAS-overlast vast te stellen op € 83 (voorheen € 65) voor dossiers die geregistreerd worden vanaf 1 januari 2026.

 

Juridische gronden

         Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         De wet van 24 juni 2023 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

 

Argumentatie

         Gelet op de wijzigingen  van 23 november 2023 van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) en de geldende GDPR-regels, worden volgende wijzigingen voorgesteld:

         aanpassing van artikel 9 betreffende de gemeentelijke administratieve sanctie zodat er geen concreet bedrag meer opgenomen wordt maar enkel een verwijzing naar wat er volgens de wet mogelijk is. Op die manier worden ook eventuele toekomstige verhogingen van GAS-boetes ondervangen.

         de wettelijk vereiste aanpassingen naar terminologie toe:

         “lokale bemiddeling” te vervangen door “GAS-bemiddeling”

         “de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben” te vervangen door “iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over een minderjarige”

         “intrekking” te vervangen door “opheffing”

         Het politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide Rotselaar wordt samen met het uniform politiereglement Begijnendijk-Rotselaar-Tremelo aangepast voor een analoge afhandeling binnen de politiezone.

 

Adviezen

         Positief advies jeugdraad Rotselaar van 18 november 2025
De jeugdraad van Rotselaar geeft een positief advies over het aangepaste politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide Rotselaar.

 

Bijlage

        Politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide Rotselaar

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide Rotselaar, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

Het politiereglement wordt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekend gemaakt en treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3:

Een afschrift van dit politiereglement wordt toegestuurd aan de Provinciegouverneur, de Procureur des Konings, de griffier van de rechtbank in eerste aanleg en van het vredegerecht en van de politierechtbank van het gebied, aan de aangewezen ambtenaar, aan de korpschef en aan de juridische dienst van de provincie.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

6. Aanstelling van vaststellers van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) voor gemeentelijke administratieve sancties (GAS) tegen zwerfvuil op het domein Ter Heide Rotselaar

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 juni 2025

De gemeenteraad keurt de aanstelling van de gewestelijke GAS-vaststeller van OVAM goed

         Besluit van de gemeenteraad van 25 november 2025
De gemeenteraad keurt de politieverordening betreffende de inzameling en het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen goed

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025

 De gemeenteraad keurt de aanpassing van het politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide goed

 

Feiten en context

         De Vlaamse overheid wenst de lokale besturen te ondersteunen in de handhaving op zwerfvuil via gemeentelijke administratieve sancties (GAS).

         De huidige GAS-vaststellers werden aangesteld op 27 juni 2022 voor een periode van drie jaar. Hiervoor werd een samenwerking opgestart met de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM).

 

Juridische gronden

         Artikel 21§1, 2° van de wet van 24 juni 2013 over de gemeentelijke administratieve sancties

         Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie.

 

Argumentatie

         Er is een noodzaak om gewestelijke personeelsleden aan te stellen als GAS-vaststellers met het oog op de sanctionering via een gemeentelijke administratieve sanctie van overtredingen op de bepalingen van de gemeentelijke reglementering die binnen hun welomschreven bevoegdheid te situeren zijn. Deze gewestelijke vaststellers mogen enkel binnen de omschreven bevoegdheid optreden.

         Aangezien de wijzigingen aan het politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide in functie van de wijzigingen van 23 november 2023 van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) en de geldende GDPR-regels, gebeurt de aanstelling van OVAM in functie van dit politiereglement via een afzonderlijk besluit.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) wordt aangesteld op domein Ter Heide als gewestelijk vaststeller, waarbij de personeelsleden aangeduid door de leidend  ambtenaar van deze entiteit, een vaststellingsbevoegdheid krijgen voor de gemeentelijke administratieve sancties van de gemeente Rotselaar voor de vaststelling van overtredingen op artikels 1, 3 en 9 van het politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide Rotselaar.

 

Artikel 1. Toepassingsgebied

Dit politiereglement is van toepassing in het domein Ter Heide Rotselaar. Het domein Ter Heide Rotselaar omvat onder andere de zwemzone 'de Plas', de visserszone, de natuurzone en de surfzone, alsook de verbindingswegen tussen deze zone's en tussen Sportoase 'de Meander' en Sportoase 'de Toren'.

Voor de zwemzone en het zwempaviljoen 'de Plas' Rotselaar in domein Ter Heide Rotselaar is nog een apart reglement van toepassing met bijkomende richtlijnen en regels bovenop dit politiereglement.

 

Artikel 3 Algemene verbodsbepalingen

Het is in heel het domein Ter Heide Rotselaar verboden om:

...

Afval achter te laten (zoals papier, verpakkingen, vruchtenschillen, dozen en blikjes)

...

 

Artikel 9. Sancties en procedures

1. Vaststelling overtreding:

In geval van overtreding van dit reglement kan de politie de overtreder aanmanen om de niet-reglementaire toestand ongedaan te maken. Politieambtenaren, agenten van politie en gemachtigde ambtenaren zijn bevoegd voor de vaststelling van alle overtredingen vervat in dit politiereglement.

Inbreuken die uitsluitend bestraft worden met een administratieve sanctie, kunnen

eveneens vastgesteld worden door ambtenaren zoals bepaald in art. 21 van de wet van 24 juni 2013.

 

2. Gemeentelijke administratieve sanctie:

Voor zover wetten, decreten, besluiten, algemene of provinciale verordeningen of reglementen niet in andere straffen voorzien, kunnen de inbreuken op de bepalingen van deze verordening gestraft worden met een gemeentelijke administratieve sanctie, overeenkomstig de wet van 24 juni 2013:

         een administratieve geldboete, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is;

         de administratieve schorsing van een door de gemeente verleende toelating of vergunning;

         de administratieve opheffing van een door de gemeente verleende toelating of vergunning;

         de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.

 

3. Administratieve geldboete:

         Voor meerderjarigen kan de opgelegde administratieve geldboete kan niet hoger zijn dan het wettelijke voorziene, zoals bepaald in de wet van 24 juni 2013.

         Minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben op het tijdstip van de feiten, kan een administratieve geldboete enkel opgelegd worden na een niet geslaagde bemiddelingsprocedure. Deze geldboete kan niet hoger zijn dan het wettelijk voorziene maximum, zoals bepaald in de wet van 24 juni 2013.

         De omvang van de administratieve geldboete is proportioneel op grond van de zwaarte van de inbreuk die de boete verantwoordt en eventuele herhaling. De bij dit reglement voorgeschreven administratieve geldboete wordt verhoogd in geval van herhaling, zonder dat deze boete het wettelijke voorziene maximum mag overschrijden.

         Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

 

 

4. Alternatieve maatregelen:

Alternatieve maatregelen voor de administratieve geldboete kunnen worden opgelegd:

         de gemeenschapsdienst, gedefinieerd als zijnde een prestatie van algemeen belang uitgevoerd door de overtreder ten gunste van de gemeenschap (collectiviteit);

         de GAS-bemiddeling, gedefinieerd als zijnde een maatregel die het voor de overtreder mogelijk maakt om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren.

 

5. Gemeenschapsdienst:

         De gemeenschapsdienst is een alternatieve maatregel voor de gemeentelijke administratieve geldboete. Dit wil zeggen dat wanneer de gemeenschapsdienst voltooid wordt, er geen administratieve geldboete meer wordt opgelegd. Wanneer de gemeenschapsdienst wordt geweigerd of faalt, blijft de mogelijkheid tot het opleggen van een administratieve geldboete wel mogelijk.

         De gemeenschapsdienst bedraagt voor meerderjarigen maximaal 30 uur. Een gemeenschapsdienst kan bestaan uit het volgen van een opleiding en/of het verrichten van een onbetaalde prestatie onder het toezicht van een door de gemeente erkende voorziening.

         De gemeenschapsdienst bedraagt voor minderjarigen vanaf 14 jaar maximaal 15 uur en kan bestaan uit het volgen van een opleiding en/of het verrichten van een onbetaalde prestatie onder het toezicht van een door de gemeente erkende voorziening.

 

6. Bemiddelingsprocedure:

         De bemiddelingsprocedure voor meerderjarigen is optioneel. De bemiddelingsprocedure maakt het voor de overtreder mogelijk om door tussenkomt van een bemiddelaar de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren. In navolging van de wet van 24 juni 2013 betreffende gemeentelijke administratieve sancties en het Koninklijk besluit houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, wordt de toepassing van de bemiddeling voorzien.

         De bemiddelingsprocedure wordt verplicht aangeboden aan minderjarigen vanaf 14 jaar. Voor meerderjarigen is de procedure optioneel. De bemiddelingsprocedure maakt het voor de overtreder mogelijk om door tussenkomst van een bemiddelaar de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren. In navolging van de wet van 24 juni 2013 betreffende gemeentelijke administratieve sancties en het Koninklijk besluit houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, wordt de toepassing van de bemiddeling voorzien.

         Het welslagen van een bemiddeling, zoals omschreven in artikel 138, zorgt ervoor dat er geen administratieve geldboete meer opgelegd kan worden. In geval van weigering of falen van de bemiddeling, kan er een gemeenschapsdienst voorgesteld worden of kan een administratieve geldboete opgelegd worden.

 

7. Ouderlijke betrokkenheid:

         Een procedure van ouderlijke betrokkenheid kan worden voorzien voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of desgevallend, de oplegging van een administratieve geldboete.

         Voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of de oplegging van een administratieve boete, kan een procedure van ouderlijke betrokkenheid worden opgestart bij minderjarigen. Hierbij wordt iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over een minderjarige, verzocht hun opmerkingen te geven over de gebeurde feiten. Eventueel worden ze verzocht opvoedkundige maatregelen te nemen.

         Na de procedure van ouderlijke betrokkenheid kan de zaak afgesloten worden of kan de administratieve procedure opgestart worden. Het welslagen van de procedure van ouderlijke betrokkenheid is geen garantie tot het afsluiten van de zaak.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

7. Samenwerkingsovereenkomst GAS-overlast (GAS 1-2-3)

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 30 september 2025
De gemeenteraad keurt de aanstelling van de sanctionerende ambtenaren GAS van de provincie Vlaams-Brabant goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 25 november 2025
De gemeenteraad keurt de politieverordening betreffende de inzameling en het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025
De gemeenteraad keurt het politiereglement houdende de handhaving van de openbare orde in domein Ter Heide Rotselaar goed.

 

Feiten, context en argumentatie

         De provincie Vlaams-Brabant biedt aan gemeenten die hiervan gebruik willen maken, een ondersteunende dienstverlening in de vorm van de administratieve afhandeling van de GAS-overlast dossiers.

         De provincie stelt daartoe provinciaal sanctionerende ambtenaren aan.

         De gemeenteraad wijst de provincieambtenaren aan die als ambtenaar belast worden met het opleggen van de administratieve geldboeten.

         De provincieraad besliste in het verleden dat de vergoeding die wordt aangerekend in het kader van de dienstverlening voor GAS-overlast, half kostendekkend moet zijn. Uit een evaluatie van de provincie blijkt dat de gehanteerde tarieven voor GAS-overlast niet meer half kostendekkend zijn. De dossierkosten voor GAS-overlast worden daarom vastgesteld op 83 euro voor dossiers die geregistreerd worden vanaf 1 januari 2026. De dossierkosten voor alle GAS-dossiers worden jaarlijks verhoogd met 2,5% conform de verhoging die gehanteerd wordt voor de berekening van de loonkost en dit met ingang van 1 januari 2027.

         De provinciale ondersteuning zorgt voor taakverlichting voor de gemeenten en zorgt voor een grotere expertise opbouw, efficiëntiewinsten en kostenbesparing op vlak van vorming en software en leidt tot een meer uniforme procedurele afhandeling van beslissingen over de steden/gemeenten heen.

 

Juridische gronden

         Artikel 6 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

         Artikelen 1 §2 en 2§1 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

         Provincieraadbesluit van Vlaams-Brabant van 16 september 2025 waarbij de kostprijs werd vastgesteld en waarbij beslist werd de dossierkost jaarlijks te verhogen met 2,5% conform de verhoging die gehanteerd wordt voor de berekening van de loonkost, en dit met ingang van 1 januari 2027.

         Besluit van de deputatie Vlaams-Brabant van 9 oktober 2025 tot vaststelling van een ontwerp van samenwerkingsovereenkomst met steden/gemeenten betreffende de afhandeling van GAS.

 

Bijlage

         Samenwerkingsovereenkomst betreffende GAS-overlast (GAS 1-3)

 

Financiële gevolgen

Uitgave

 

Algemene rekening: 6131003

Beleidsitem: 04800

Geraamd bedrag 2026: 5.395,00

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst betreffende GAS-overlast (GAS 1-2-3), zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

De gemeente betaalt voor de dossiers GAS-overlast die geregistreerd worden vanaf 1 januari 2026 een vergoeding van 83 euro per geregistreerd dossier, jaarlijks te verhogen met 2.5% met ingang van 1 januari 2027.
Deze vergoedingen zullen betaald worden aan de provincie via rekeningnummer BE56 0910 1061 7788 (BIC: GKCCBEBB) met vermelding van de referte van de factuur.

Artikel 3:

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de GAS-cel van de provincie Vlaams-Brabant, aan de korpschef en aan de procureur des Konings te Leuven.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

8. Samenwerkingsovereenkomst GAS snelheid (GAS5)

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad op de zitting van 29 november 2022
De gemeenteraad keurde de aanstelling van de sanctionerend ambtenaar goed.

         Besluit van de gemeenteraad op de zitting van 29 november 2022
De gemeenteraad verleende goedkeuring aan de bijzondere politieverordening betreffende de GAS5 snelheid.

         De bijzondere politieverordening  betreffende GAS5 voor beperkte snelheidsovertredingen Begijnendijk-Rotselaar-Tremelo.

         Besluit van de gemeenteraad op de zitting van 29 november 2022
De gemeenteraad verleende goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst verkeershandhaving PZ BRT met de gemeente Rotselaar.

         De samenwerkingsovereenkomst inzake verkeershandhaving in het kader van GAS5 PZ BRT-gemeente Rotselaar.

         Besluit van de gemeenteraad op de zitting van 26 maart 2024
De gemeenteraad verleende goedkeuring aan de bijzondere politieverordening betreffende de GAS5 van 26 maart 2024.

         De bijzondere politieverordening betreffende GAS5 voor beperkte snelheidsovertredingen BRT van 26 maart 2024.

 

Feiten en context

         De provincie Vlaams-Brabant biedt aan gemeenten die hiervan gebruik willen maken een ondersteunende dienstverlening in de vorm van de administratieve afhandeling van de GAS-overlast dossiers.

         De gemeente Rotselaar nam deel aan een proefproject van de provincie Vlaams-Brabant voor de verwerking van GAS5 overtredingen door de sanctionerend ambtenaar van de provincie.

         Na positieve evaluatie van deze samenwerking zal deze samenwerking verder gezet en geformaliseerd worden in de samenwerkingsovereenkomst in bijlage.

         De punten beschreven in Artikel 3, taken voor de gemeente, worden niet retroactief toegepast. Ze gelden voor bijkomende vaststellingsinfrastructuur.

         In het proefproject wordt een dossierkost van € 7 gehanteerd.

         De provincieraad besliste in het verleden dat de vergoeding die wordt aangerekend in het kader van de dienstverlening voor GAS-snelheid volledig kostendekkend moet zijn.

         Uit een evaluatie bleek dat de gehanteerde tarieven voor GAS-snelheid kostendekkend zijn.

         De dossierkost voor GAS-snelheid werd vastgesteld op € 7.

         De dossierkost voor alle GAS-dossiers wordt jaarlijks verhoogd met 2,5% conform de verhoging die gehanteerd wordt voor de berekening van de loonkost en dit met ingang van 1 januari 2027.

 

Juridische gronden

         Artikel 29quater wegverkeerswet

         Artikel 6 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

         Artikel 40, §1 van  het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikelen 1 §2 en 2 §1 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

         Het besluit van de provincieraad van 16 september 2025 waarbij de tarieven voor de GAS-werking werden geëvalueerd.

         Het besluit deputatie van 9 oktober 2025 waarbij de modellen van samenwerkingsovereenkomst werden goedgekeurd.

         De besluiten van de gemeenteraad waarbij provinciale ambtenaren werden aangesteld voor de behandeling van de GAS-dossiers.

 

Adviezen

         De financieel directeur verleende een visum.

 

Argumentatie

         De provinciale ondersteuning zorgt voor taakverlichting voor de gemeenten en zorgt voor een grotere expertise opbouw, efficiëntiewinsten en kostenbesparing op vlak van vorming en software en leidt tot een meer uniforme procedurele afhandeling van beslissingen over de steden/gemeenten heen.

         De handhaving via GAS-snelheid heeft als doel om een algemene  snelheidsreductie te realiseren, de verkeersveiligheid te verhogen en de verkeersleefbaarheid te verbeteren.

 

Bijlage

        Samenwerkingsovereenkomst betreffende beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5)

 

Financiële gevolgen

Uitgave

 

Algemene rekening: 6133020

Beleidsitem: 048000

Actieplan: 0703

Laatst goedgekeurd budget: 293.712,00 euro

Beschikbaar budget: 293.712,00 euro

Geraamd bedrag 2026: 67.200 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst goed voor de afhandeling van de dossiers van GAS-snelheid.

Artikel 2:

De gemeente betaalt voor GAS-snelheid €7 per dossier, jaarlijks te verhogen met 2,5% met ingang van 1 januari 2027.

Deze vergoedingen zullen betaald worden aan de provincie via rekeningnummer BE56 0910 1061 7788 (BIC: GKCCBEBB) met vermelding van de referte van de factuur.

Artikel 3:

De nodige kredieten zijn voorzien in het budget van 2026 en de volgende jaren op budgetsleutel 6133020/048000 van de exploitatie.

Artikel 4:

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de GAS-cel van de provincie Vlaams-Brabant, aan de voorzitter van het politiecollege en aan de procureur des Konings te Leuven.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

9. Gemeentelijke basisscholen Rotselaar - arbeidsreglement onderwijs - aanpassing - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 30 september 2025
Het arbeidsreglement van de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke basisscholen van Rotselaar, zijnde GBS Het Nest, GBS De Straal, GBS Heikant, GBS De Kameleon wordt aangepast en goedgekeurd.

         Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 17 november 2025
Het college van burgemeester en schepenen beslist om toe te treden tot de raamovereenkomst van CREAT dat werd gegund aan o2o inzake fietsleasing. De toetreding geldt voor de medewerkers van de gemeente, het OCMW en het onderwijs.

 

Feiten, context en argumentatie

         De mobiliteitsuitdagingen in onze regio vragen om een duidelijke mobiliteitsshift en een vernieuwende aanpak. Het lokaal bestuur van Rotselaar engageert zich daarom om fietsleasing mogelijk te maken voor de statutaire medewerkers van de gemeentelijke basisscholen. Voor de medewerkers van gemeente en OCMW bestaat deze mogelijkheid reeds sinds 1 januari 2023.

         Dit initiatief sluit aan bij de uitvoering van het lokale klimaatactieplan, het gemeentelijke mobiliteitsplan en het fietsbeleid. Het bestuur wil hiermee het goede voorbeeld geven en medewerkers stimuleren om vaker de fiets te gebruiken, zowel voor het woon-werkverkeer als voor privéverplaatsingen. Door actief in te zetten op fietsmobiliteit versterken we het mentale welzijn van medewerkers, moedigen we hen aan tot meer beweging en dragen we bij aan minder filevorming, minder parkeerdruk en een lagere CO2-uitstoot. Daarnaast ondersteunt dit project de ambitie van het bestuur om kwalitatieve medewerkers aan te trekken en te behouden.

         De uitbreiding van de dienstverlening van o2o naar het onderwijspersoneel maakt fietsleasing toegankelijk binnen een open en uitgebreid netwerk. Medewerkers kunnen vrij kiezen waar zij hun fiets leasen en laten onderhouden.

         Het bestuur kiest ervoor om fietsleasing open te stellen voor statutaire medewerkers. Aangezien een fietsleasecontract standaard drie jaar loopt, biedt de tewerkstellingszekerheid van statutaire personeelsleden de garantie dat zij dit traject volledig en zonder risico kunnen doorlopen. Dit verzekert een zorgvuldige en stabiele ondersteuning van onze medewerkers.

         De concrete voorwaarden rond fietsmobiliteit worden uitgewerkt binnen het geldende wettelijke kader en vastgelegd in een eigen fietspolicy. Deze policy werd afgestemd met de gegunde fietsleasemaatschappij en beschrijft op een duidelijke en transparante manier het beheer en gebruik van de leasefiets door medewerkers. De fietspolicy wordt als bijlage toegevoegd aan het arbeidsreglement van de medewerkers van de gemeentelijke basisscholen. Artikel 87 van het arbeidsreglement voor het gemeentelijk onderwijzend personeel wordt gewijzigd.

 

Juridische gronden

         Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikelen 1, 4 en 11 tot en met 15sexies van de wet tot instelling van de arbeidsreglementen van 8 april 1965
Het schoolbestuur maakt voor haar personeel een arbeidsreglement op met daarin een aantal verplichte vermeldingen. Het arbeidsreglement legt de relatie tussen het schoolbestuur en het personeel vast.

         Hoofdstuk 2 van de wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel van 19 december 1974

         Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding

         Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997

         Artikelen 12 tot 16 van de wet van 22 december 2023 houdende diverse fiscale bepalingen

         Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt wat betreft het gebruik van de eindejaarstoelage voor fietsleasing

 

Adviezen

         Protocol met nummer 2025/03 naar aanleiding van de vakbondsvergaderingen van het ABC met betrekking tot de fietsleasing

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de fietspolicy en de aanpassingen van artikel 87 van het arbeidsreglement Gemeentelijk Basisonderwijs goed.

Artikel 2:

Dit arbeidsreglement is van toepassing voor de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke basisscholen te Rotselaar:

GBS Het Nest, Steenweg op Nieuwrode 43, 3111 Wezemaal

GBS Heikant, Schoolstraat 44, 3110 Rotselaar-Heikant

GBS De Straal, Kapelstraat 45, 3110 Rotselaar

GBS De Kameleon, Sint-Jansstraat 82, 3118 Werchter

Artikel 3:

Een afschrift van het besluit en van het aangepaste arbeidsreglement wordt ter kennisname bezorgd aan de personen zoals beschreven in artikel 2 van dit besluit.

Artikel 4:

Een afschrift van dit besluit wordt ter kennisname bezorgd aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

10. Aanpassing aflossingstabel lopende investeringsleningen gemeente - AGB (t.e.m. 2024) en goedkeuring voorlopige investeringslening gemeente - AGB (2025)

 

Voorgeschiedenis

        Het besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De beheersovereenkomst tussen de gemeente en het AGB wordt goedgekeurd

        Het besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2025
De investeringsleningen t.e.m. 2023 worden geconsolideerd
De voorlopige investeringslening van het jaar 2024 wordt goedgekeurd

        Het besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2025
De wijziging van de statuten en de gecoördineerde statuten van het AGB worden goedgekeurd

        Het besluit van het AGB van 17 juni 2025
De definitieve aflossingstabel m.b.t. de gedane investeringen van boekjaar 2024 wordt goedgekeurd

 

Feiten en context

         De beheersovereenkomst tussen de gemeente en het AGB geeft de mogelijkheid aan de gemeente om renteloze leningen toe te staan aan het AGB.

         Het verlenen van kredieten door de gemeente aan het AGB biedt voordelen aan de beide entiteiten:

         Ze dragen bij tot een positief beschikbaar resultaat zonder fiscale consequenties.

         Ze brengen het boekhoudkundig en het budgettair resultaat dichter bij elkaar.

         Ze maken investeringen mogelijk met een recht op aftrek van de btw.

         Om die reden is het wenselijk om de investeringen van het AGB te financieren door middel van renteloze leningen vanuit de gemeente.

         Elk jaar moet:

         Een nieuwe voorlopige lening worden toegekend voor het lopende jaar op basis van de geraamde investeringen.

         De voorlopige lening van het vorige jaar definitief gemaakt worden op basis van de effectief gedane investeringen.

         De definitief geworden leningen worden geconsolideerd met de geconsolideerde definitieve leningen van de vorige jaren teneinde een overzicht te behouden.

         Voor de leningen tot en met 2024 werd een gecorrigeerde aflossingstabel gemaakt welke rekening houdt met de resterende leningen bij de bank en met de reële economische gebruiksduur van de investeringsgoederen. Deze aflossingstabel vervangt de vorige.

         Voor de investeringen van 2025 werd een voorlopige aflossingstabel toegekend op basis van de reeds gedane en de nog geplande investeringen. Het te ontlenen bedrag aan het AGB wordt op 215.742,43 euro bepaald. Dit leningsbedrag en bijhorende aflossingstabel kan nog in functie van de effectief gedane investeringen wijzigen op basis van de jaarrekening van 2025.

 

Juridische gronden

         Beslissing nr. 2010.047 van 30 maart 2010

Het renteloze karakter van een lening die wordt verstrekt door een gemeente aan een autonoom gemeentebedrijf wordt niet aangemerkt als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel in hoofde van het autonoom gemeentebedrijf.

         Beslissing BTW nr. E.T. 129.288 van 19 januari 2016

Bijdragen van de gemeente aan het autonoom gemeentebedrijf mogen enkel nog onder de vorm van prijssubsidies gebeuren.

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen van 20 april 2018

 

Bijlagen

         Overeenkomst met betrekking tot de consolidatie van de definitief vastgelegde investeringsleningen 2024

         Overeenkomst met betrekking tot de toekenning van een voorlopige investeringslening tussen gemeente en AGB 2025

 

Financiële gevolgen

 

Voorlopige investeringslening 2025

 

Uitgave

Algemene rekening: 2903004

Beleidsitem: 074900

Actieplan: 0203

Actie: 020302

Laatst goedgekeurd budget: 280.961,38

Beschikbaar budget: 280.961,38 euro

Geraamd bedrag: 215.742,43 euro

 

Ontvangst

Algemene rekening: 4943004

Beleidsitem: 074900

Actieplan: 0203

Actie: 020302

Laatst goedgekeurd budget: 682.512,29 euro

Geraamd bedrag: 14.550,80 euro

 

Consolidatietabel leningen t/m 2024

 

Ontvangst

Algemene rekening: 4943004

Beleidsitem: 074900

Actieplan: 0203

Actie: 020302

Laatst goedgekeurd budget: 682.512,29 euro

Geraamd bedrag: 552.394,40 euro

 

De openstaande schuld van het AGB Rotselaar aan de gemeente op 31 december 2024 bedraagt 7.512.778,80 euro.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

21 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

3 onthoudingen: Jeroen Janssens, Farida Tierens en Maarten Mommaerts

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de voorlopig toegekende investeringslening voor het jaar 2025 van 215.742,43 euro en de aflossingstabel in bijlage goed, op basis van de reeds in het meerjarenplan 2025 geraamde investeringen. De lening en de aflossingstabel worden definitief gemaakt bij de jaarrekening 2025 op basis van de werkelijk gedane investeringen van het jaar 2025.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt de consolidatie en de aflossing van alle investeringsleningen tot en met 2024 goed, conform de aflossingstabel in bijlage (samenvoeging doorgeeflening + investeringslening 2020 - 2024).

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

11. Aanpassing meerjarenplan 2020-2025 (2025) AGB - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2020-2025 van het AGB goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 15 december 2020
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2020) van het AGB goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 21 december 2021
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2021) van het AGB goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2022) van het AGB goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2023
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2023) van het AGB goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 26 november 2024
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2024) van het AGB goed.

         Raadscommissie Financiën van 10 december 2025
De commissie bespreekt het ontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2025) van het lokaal bestuur en het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar.

 

Feiten en context

         Een lokaal bestuur moet zijn meerjarenplan minstens één keer per jaar aanpassen om de kredieten voor het volgende boekjaar vast te stellen. Ook de wijziging van de kredieten voor het lopende boekjaar vergt een aanpassing van het meerjarenplan. De raad kan in één beslissing de kredieten voor het volgende jaar vaststellen en daarbij ook de kredieten voor het lopende jaar aanpassen.

         Daarnaast is het logisch dat de raad beslist over belangrijke inhoudelijke wijzigingen in het beleid. Het bestuur zal het meerjarenplan dus ook aanpassen als er belangrijke bijsturingen van de acties, actieplannen en/of beleidsdoelstellingen moeten gebeuren.

         De raad van bestuur van het ABG stemt over het deel van het meerjarenplan dat betrekking heeft op het AGB. Nadat het zo het meerjarenplan voor dat deel heeft vastgesteld, keurt de gemeenteraad dat deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad van bestuur van het AGB goed.

 

Juridische gronden

         Artikel 242, 249 t.e.m. 259, 285 §1, 286 §1, 3° en 4°, 287, 330 en 332 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen (BVR BBC) en latere wijzigingen.

         Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en latere wijzigingen.

         Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 betreffende de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

 

Advies

        De aanpassing van het meerjarenplan werd toegelicht en besproken in het managementteam, die formeel advies uitbracht.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

18 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Piet De Bruyn, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

6 onthoudingen: Nico Lodewijks, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Maarten Mommaerts en Els Wouters

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2025) van het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar goed.

Artikel 2:

De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2025) wordt, samen met de bijlagen, in digitale vorm aan de toezichthoudende overheid bezorgd.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

12. Aanpassing meerjarenplan 2020-2025 (2025) gemeente - vaststelling

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2020-2025 vast.

         Besluit van de gemeenteraad van 15 december 2020
De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2020) vast.

         Besluit van de gemeenteraad van 21 december 2021
De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2021) vast

         Besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022
De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2022) vast

         Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2023
De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2023) vast

         Besluit van de gemeenteraad van 26 november 2024
De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2024) vast

         Raadscommissie Financiën van 10 december 2025
De commissie bespreekt het ontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2025) van het lokaal bestuur en het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar

 

Feiten en context

         Een lokaal bestuur moet zijn meerjarenplan minstens één keer per jaar aanpassen om de kredieten voor het volgende boekjaar vast te stellen. Ook de wijziging van de kredieten voor het lopende boekjaar vergt een aanpassing van het meerjarenplan. De raad kan in één beslissing de kredieten voor het volgende jaar vaststellen en daarbij ook de kredieten voor het lopende jaar aanpassen.

         Daarnaast is het logisch dat de raad beslist over belangrijke inhoudelijke wijzigingen in het beleid. Het bestuur zal het meerjarenplan dus ook aanpassen als er belangrijke bijsturingen van de acties, actieplannen en/of beleidsdoelstellingen moeten gebeuren.

         De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van het meerjarenplan. Nadat de raden zo het meerjarenplan elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

 

Juridische gronden

         Artikel 249 t.e.m. 259, 285 §1, 286 §1, 3° en 4°, 287 en 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen (BVR BBC) en latere wijzigingen.

         Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en latere wijzigingen.

         Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 betreffende de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

 

Advies

        De aanpassing van het meerjarenplan werd toegelicht en besproken in het managementteam, die formeel advies uitbracht.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

17 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Piet De Bruyn, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens en Tine Vanderwee

7 onthoudingen: Nico Lodewijks, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Maarten Mommaerts, Els Wouters en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad stelt zijn deel van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2025) vast.

Artikel 2:

Dit besluit wordt, samen met de bijlagen, in digitale vorm aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

13. Aanpassing meerjarenplan 2020-2025 (2025) OCMW - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2020-2025 goed voor het gedeelte OCMW Rotselaar.

         Besluit van de gemeenteraad van 15 december 2020
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2020) goed voor het gedeelte OCMW Rotselaar.

         Besluit van de gemeenteraad van 21 december 2021
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2021) goed voor het gedeelte OCMW Rotselaar.

         Besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2022) goed voor het gedeelte OCMW Rotselaar.

         Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2023
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2023) goed voor het gedeelte OCMW Rotselaar.

         Besluit van de gemeenteraad van 26 november 2024
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2024) goed voor het gedeelte OCMW Rotselaar.

         Raadscommissie Financiën van 10 december 2025
De commissie bespreekt het ontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2025) van het lokaal bestuur en het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar.

 

Feiten en context

         Een lokaal bestuur moet zijn meerjarenplan minstens één keer per jaar aanpassen om de kredieten voor het volgende boekjaar vast te stellen. Ook de wijziging van de kredieten voor het lopende boekjaar vergt een aanpassing van het meerjarenplan. De raad kan in één beslissing de kredieten voor het volgende jaar vaststellen en daarbij ook de kredieten voor het lopende jaar aanpassen.

         Daarnaast is het logisch dat de raad beslist over belangrijke inhoudelijke wijzigingen in het beleid. Het bestuur zal het meerjarenplan dus ook aanpassen als er belangrijke bijsturingen van de acties, actieplannen en/of beleidsdoelstellingen moeten gebeuren.

         De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van het meerjarenplan. Nadat de raden zo het meerjarenplan elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

 

Juridische gronden

         Artikel 249 t.e.m. 259, 285 §1, 286 §1, 3° en 4°, 287 en 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen (BVR BBC) en latere wijzigingen.

         Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en latere wijzigingen.

         Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 betreffende de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

 

Advies

        De aanpassing van het meerjarenplan werd toegelicht en besproken in het managementteam, die formeel advies uitbracht.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het deel van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (2025) dat betrekking heeft op het OCMW goed, waardoor het beleidsrapport in zijn geheel wordt geacht definitief vastgesteld te zijn.

Artikel 2:

Dit besluit wordt, samen met de bijlagen, in digitale vorm aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

14. Meerjarenplan 2026-2031 AGB - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis

         Raadscommissie Financiën van 10 december 2025
De commissie bespreekt het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur en het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar.

 

Feiten en context

         Het meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur bevat de planning van het beleid en de financiën voor de komende zes jaar. Het bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

         De raad van bestuur van het AGB stemt over het deel van het meerjarenplan dat betrekking heeft op het AGB. Nadat het zo het meerjarenplan voor dat deel heeft vastgesteld, keurt de gemeenteraad dat deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad van bestuur van het AGB goed.

 

Juridische gronden

         Artikel 141-164 van het Provinciedecreet van 9 december 2005

         Artikel 242, 249 t.e.m. 259, 285 §1, 286 §1, 3° en 4°, 287, 330 en 332 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen van 30 maart 2018

         Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen van 26 juni 2018

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus van 18 juli 2025

 

Adviezen

         Het meerjarenplan werd toegelicht en besproken in het managementteam, die formeel advies uitbracht.

        Het meerjarenplan werd uitgebreid toegelicht en besproken in alle adviesraden. Een aantal adviesraden kozen ervoor om een formeel advies te verlenen: de jeugdraad en het lokaal overleg kinderopvang (LOK), de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (Gecoro), de seniorenraad en de mobiliteitsraad.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

18 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Piet De Bruyn, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens en Tine Vanderwee

3 stemmen tegen: Jeroen Janssens, Farida Tierens en Maarten Mommaerts

3 onthoudingen: Nico Lodewijks, Els Wouters en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op het AGB goed.

Artikel 2:

Het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB wordt, met alle bijlagen, in digitale vorm aan de toezichthoudende overheid bezorgd.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

15. Meerjarenplan 2026-2031 gemeente - vaststelling

 

Voorgeschiedenis

         Raadscommissie Financiën van 10 december 2025
De commissie bespreekt het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur en het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar.

 

Feiten en context

         Het meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur bevat de planning van het beleid en de financiën voor de komende zes jaar. Het bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

         De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van het meerjarenplan. Nadat de raden zo het meerjarenplan elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

 

Juridische gronden

         Artikel 141-164 van het Provinciedecreet van 9 december 2005

         Artikel 242, 249 t.e.m. 259, 285 §1, 286 §1, 3° en 4°, 287, 330 en 332 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen van 30 maart 2018

         Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen van 26 juni 2018

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus van 18 juli 2025

 

Adviezen

         Het meerjarenplan werd toegelicht en besproken in het managementteam, die formeel advies uitbracht.

        Het meerjarenplan werd uitgebreid toegelicht en besproken in alle adviesraden. Een aantal adviesraden kozen ervoor om een formeel advies te verlenen: de jeugdraad en het lokaal overleg kinderopvang (LOK), de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (Gecoro), de seniorenraad en de mobiliteitsraad.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

17 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Piet De Bruyn, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens en Tine Vanderwee

7 stemmen tegen: Nico Lodewijks, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Maarten Mommaerts, Els Wouters en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad stelt zijn deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast.

Artikel 2:

Dit besluit wordt, samen met de bijlagen, in digitale vorm aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

16. Meerjarenplan 2026-2031 OCMW - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis

         Raadscommissie Financiën van 10 december 2025
De commissie bespreekt het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur en het autonoom gemeentebedrijf Rotselaar.

 

Feiten en context

         Het meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur bevat de planning van het beleid en de financiën voor de komende zes jaar. Het bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

         De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van het meerjarenplan. Nadat de raden zo het meerjarenplan elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

 

Juridische gronden

         Artikel 141-164 van het Provinciedecreet van 9 december 2005

         Artikel 242, 249 t.e.m. 259, 285 §1, 286 §1, 3° en 4°, 287, 330 en 332 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen van 30 maart 2018

         Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen van 26 juni 2018

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus van 18 juli 2025

 

Adviezen

         Het meerjarenplan werd toegelicht en besproken in het managementteam, die formeel advies uitbracht.

        Het meerjarenplan werd uitgebreid toegelicht en besproken in alle adviesraden. Een aantal adviesraden kozen ervoor om een formeel advies te verlenen: de jeugdraad en het lokaal overleg kinderopvang (LOK), de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (Gecoro), de seniorenraad en de mobiliteitsraad.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op het OCMW goed, waardoor het beleidsrapport in zijn geheel wordt geacht definitief vastgesteld te zijn.

Artikel 2:
Dit besluit wordt, samen met de bijlagen, in digitale vorm aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

17. Budget 2026 - Kerkfabrieken Sint-Pieter (Rotselaar), O.L.V. van Altijddurende Bijstand (Heikant), Sint Jan-Baptist (Werchter) en Sint-Martinus (Wezemaal) - Goedkeuring

 

Feiten en context

         De gemeente Rotselaar heeft vier kerken op haar grondgebied:

         Sint-Pieter (Rotselaar)

         OLV van Altijddurende Bijstand (Rotselaar-Heikant) 

         Sint Jan-Baptist (Werchter)

         Sint-Martinus (Wezemaal)

         Voor deze kerken moet de gemeente, mits dit voorzien is in het goedgekeurde meerjarenplan en er voldaan is aan enkele voorwaarden, eventuele tekorten van exploitatie- en/of investeringsbudgetten bijpassen.

         Voor 2026 werd het budget ingediend voor de kerkfabrieken Sint-Pieter (Rotselaar), Sint-Martinus (Wezemaal) en OLV van Altijddurende Bijstand (Rotselaar-Heikant). De kerkfabriek Sint Jan-Baptist (Werchter) heeft nog geen budget ingediend.

 

Juridische gronden

         Artikels 41-56 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
De kerkfabrieken dienen een meerjarenplan op te maken dat de financiële afspraken tussen de gemeente en de kerkfabriek vastlegt voor een periode van zes jaar.
De meerjarenplannen en de wijzigingen zijn onderworpen aan het advies van het erkend representatief orgaan en aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De kerkraad stelt jaarlijks op basis van het meerjarenplan het budget van de kerkfabriek voor het volgende boekjaar vast en dient het voor 30 juni in bij het centraal kerkbestuur.
De budgetten worden na het advies van het erkend representatief orgaan jaarlijks voor 1 oktober bij de gemeente ingediend door het centraal kerkbestuur waaronder de kerkfabrieken ressorteren.

         Het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten.

         Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         De decretale bepalingen betreffende de kerkbesturen bepalen dat de gemeenteraad een besluit moet nemen over het door een kerkbestuur voorgestelde meerjarenplan, alsook over de voorgestelde aanpassingen aan dit meerjarenplan.

         De budgetten voor 2026 bevatten enerzijds een overzicht van de exploitatie- en investeringsbudgetten van de kerken en anderzijds de exploitatie- en investeringstoelagen waarvan gevraagd wordt dat de gemeente die bijpast tijdens het komende jaar.

         Uit het meerjarenplan wordt jaarlijks het budget afgeleid en aan de gemeenteraad voorgelegd in een aparte beslissing. De gemeenteraad moet het budget dat voorgesteld wordt goedkeuren of aanpassen aan de afspraken gemaakt in het meerjarenplan.

 

Exploitatietoelage

2026 MJP

2026 budget

Sint-Pieter (Rotselaar)

0,00 €

19.508,85 €

O.L.V. van Altijddurende Bijstand (Heikant)

19.282,92 €

28.614,98 €

Sint Jan-Baptist (Werchter)

4.893,45 €

/

Sint-Martinus (Wezemaal)

0,00 €

0,00 €

 

Investeringstoelage

2026 MJP

2026 budget

Sint-Pieter (Rotselaar)

0,00 €

0,00 €

O.L.V. van Altijddurende Bijstand (Heikant)

0,00 €

55.000,00 €

Sint Jan-Baptist (Werchter)

0,00 €

/

Sint-Martinus (Wezemaal)

0,00 €

0,00 €

 

         Artikels 48 en 49 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten stellen dat het budget dient te passen in het goedgekeurde meerjarenplan. Bij het meerjarenplan 2026-2031 werden geen investeringstoelagen toegekend. Wat exploitatietoelagen betreft, werden voor O.L.V. van Altijddurende Bijstand (Heikant) en Sint Jan-Baptist (Werchter) respectievelijk 19.282,92 € en  4.893,45 € toegekend.

         Momenteel beschikt de gemeente over onvoldoende info en motivering omtrent de werkelijke en reële noden van de kerkfabrieken die de gevraagde toelagen in afwijking van het meerjarenplan zouden rechtvaardigen. Bijgevolg worden de gevraagde budgetten 2026 herleid tot hetgeen voorzien werd in het meerjarenplan.

 

Bijlagen

         Budgetten 2026 van de kerkfabrieken Sint-Pieter (Rotselaar), Sint-Martinus (Wezemaal) en OLV van Altijddurende Bijstand (Rotselaar-Heikant).

         Coördinatie budget 2026 Centraal Kerkbestuur Rotselaar 

 

Financiële gevolgen

Uitgave

 

Algemene rekening: 64940000

Beleidsitem: 079001

Laatst goedgekeurd budget: 19.282,92 euro (onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad)

Beschikbaar budget: 19.282,92 euro (onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad)

Geraamd bedrag: 19.282,92 euro (onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad)

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

20 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

4 onthoudingen: Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels en Maarten Mommaerts

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het budget 2026 voor de kerkfabriek Sint-Martinus (Wezemaal) goed.

Artikel 2:

De gemeenteraad past het budget 2026 voor de kerkfabrieken OLV van Altijddurende Bijstand (Rotselaar-Heikant) en Sint-Pieter (Rotselaar) aan naar de voorziene bedragen in het meerjarenplan. Voor de kerkfabriek OLV van Altijddurende Bijstand (Rotselaar-Heikant) is dit een exploitatietoelage van 19.282,92 € en geen investeringstoelage. Voor de kerkfabriek Sint-Pieter (Rotselaar) is dit geen exploitatietoelage en geen investeringstoelage.

Artikel 3:

Dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

18. Samenwerkingsovereenkomst dierenasiel De Zorghoeve

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 26 mei 2020
De gemeenteraad keurt de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel De Zorghoeve vzw, goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2023
De gemeenteraad keurt de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst met dierenartsen in het kader van het gemeentelijke kattenbeleid goed.

 

Feiten, context en argumentatie

         De Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, verplicht iedere persoon die een zwervend, verloren of achtergelaten dier opvangt, dit binnen de vier dagen toe te vertrouwen aan het lokaal bestuur van de plaats waar hij/zij het dier heeft opgevangen of dat van zijn woonplaats. Het lokaal bestuur vertrouwt op zijn beurt het dier onmiddellijk, en naargelang het geval, toe aan een dierenasiel, een dierentuin of aan een persoon die een behoorlijke verzorging en huisvesting verzekert.

         Om deze rondzwervende, mishandelde, verwaarloosde en gekwetste dieren op te vangen, is het noodzakelijk dat de gemeente een samenwerking aangaat met een opvangcentrum.  

         De gemeente Rotselaar heeft hiervoor een samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel De Zorghoeve vzw uit Kortenaken.

         Op 1 augustus 2025 liet dierenasiel De Zorghoeve weten dat, overeenkomstig artikel 2 van de samenwerkingsovereenkomst van 24 oktober 2023, hun diensten in hun huidige vorm omwille van financiële redenen worden stopgezet op 31 december 2025.

         De Zorghoeve werkte een nieuw samenwerkingsvoorstel op basis van een nieuwe focus en dienstverlening uit. De voornaamste wijzigingen ten opzichte van de huidige samenwerkingsovereenkomst:

         De Zorghoeve staat in voor de opvang van een zwervend, verloren of achtergelaten dier:

         uitgezonderd zwerfkatten (lokaal bestuur zal een overeenkomst met een derde partij moeten aangaan)

         geen ophaling of transport van wilde en dode dieren meer (lokaal bestuur zal hier zelf een overeenkomst met een derde partij moeten aangaan)

         geen exoten (in artikel 5 van het nieuwe voorstel van de samenwerkingsovereenkomst werd een limitatieve lijst van dieren opgenomen)

         Aanpassing van de telefonische bereikbaarheid (9u00-17u00)

         Jaarlijkse collectieve sluiting van 15 dagen

         Forfaitaire vergoeding van  0,51 euro per inwoner (0,49 euro per inwoner vóór indexering)

         Aanrekening transportkosten: +- 55 euro per rit (heen en terug) indien de Zorghoeve toch moet instaan voor het transport (40 euro per rit vóór indexering)

         Aanrekening van de kosten verbonden aan identificatie en registratie van dieren

         Kosten van een bestuurlijke inbeslagname worden aangerekend conform het Ministerieel besluit van 26 april 2021 houdende de vaststelling van de regels en de vergoeding voor de opvang van inbeslaggenomen dieren, de subsidiering van de erkende dierenasielen en het verhalen op de verantwoordelijke van de kosten voor de inbeslagname van dieren.

         Jaarlijkse indexatie volgens de gezondheidsindex

         Geen exclusiviteitsovereenkomst meer

         Omwille van de wijzigingen in de samenwerking met De Zorghoeve, zal bijkomend een samenwerkingsovereenkomst moeten worden opgemaakt met een derde partij voor interventies buiten de kantooruren, het veilig vangen van dieren en het gespecialiseerde transport naar erkende opvanglocaties, evenals meldingen met betrekking tot wilde, exotische of agressieve dieren.

         Daarnaast dient er ook een samenwerkingsovereenkomst gesloten te worden met een derde partij voor de verzorging en opvang van zwerfkatten.

         Naar aanleiding van de nieuwe samenwerkingen gaf de politiezone Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo aan nood te hebben aan een vaste en professionele partner die permanent en dus 24/7 inzetbaar is voor meldingen die een veiligheids- of welzijnsrisico inhouden. Daarbij wordt ingezet op een uniforme aanpak binnen de politiezone, zodat de afhandeling van meldingen in de politiezone gelijk loopt.

 

Juridische gronden

         Artikel 1 van de wet betreffende de civiele bescherming van 31 december 1963

         De wet op het natuurbehoud van 12 juli 1973 en haar uitvoeringsbesluiten

         Artikel 24 en 30 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992

         Artikel 51 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997

         De richtlijnen tot het verlichten en vereenvoudigen van sommige administratieve taken van de lokale politie van 1 december 2006

         Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de identificatie, registratie en sterilisatie van katten van 5 februari 2016

         Artikel 40 §1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 61 en 63 van het uniform politiereglement van 1 januari 2018 en latere wijzigingen

         Artikel 15 §2 van het decreet over dierenwelzijn (Vlaamse Codex Dierenwelzijn) van 17 mei 2024

 

Bijlage

        Samenwerkingsovereenkomst dierenasiel De Zorghoeve

 

Financiële gevolgen

Uitgave (onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031)

 

Algemene rekening: 6493000

Beleidsitem: 047000

Actieplan: 0102

Actie: 010206

Geraamd bedrag 2026: 9.430 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel De Zorghoeve vzw, Tiensestraat 97 te 3472 Kortenaken, zoals gevoegd in de bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

De overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en neemt een einde op 31 december 2026.

Artikel 3:

Een afschrift van deze beslissing en een ondertekend exemplaar van de samenwerkingsovereenkomst worden overgemaakt aan De Zorghoeve vzw en aan de korpschef van de politiezone Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

19. Samenwerkingsovereenkomst met Hulplijn Dier in Nood in kader van het zwerfkattenbeleid

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2023

De gemeenteraad keurt de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst met dierenartsen in het kader van het gemeentelijke kattenbeleid goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025
De gemeenteraad keurt de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel De Zorghoeve vzw goed.

 

Feiten en context

         De Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, verplicht iedere persoon die een zwervend, verloren of achtergelaten dier opvangt, dit binnen de vier dagen toe te vertrouwen aan het lokaal bestuur van de plaats waar hij/zij het dier heeft opgevangen of dat van zijn woonplaats. Het lokaal bestuur vertrouwt op zijn beurt het dier onmiddellijk, en naargelang het geval, toe aan een dierenasiel, een dierentuin of aan een persoon die een behoorlijke verzorging en huisvesting verzekert.

         Om deze rondzwervende, mishandelde, verwaarloosde en gekwetste dieren op te vangen, is het noodzakelijk dat de gemeente een samenwerking aangaat met een opvangcentrum.  

         De gemeente Rotselaar heeft hiervoor een samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel De Zorghoeve vzw uit Kortenaken. Daarnaast heeft de gemeente samenwerkingsovereenkomsten met dierenartsen die instaan voor de verzorging en het transport van zwerfkatten.

         Vanaf 1 januari 2026 zal De Zorghoeve geen zwerfkatten meer opvangen.

         Rotselaar kon voor de opvang en de verzorging van zwerfkatten tot op heden rekenen op vrijwilliger(s) via De Zorghoeve en lokale dierenartsen.

         Tremelo en Begijnendijk hebben reeds een samenwerkingsovereenkomst met Hulplijn Dier in Nood vzw (Helga's Poezenhuis).

         Om de uniformiteit binnen de politiezone, de ontzorging en de clusteraanpak te garanderen en om de wettelijke verplichtingen en de gemeentelijke doelstellingen in het kader van het zwerfkattenbeleid te kunnen realiseren, wordt een samenwerking met Hulplijn Dier in Nood vzw (Helga's Poezenhuis) voorgesteld.

         Hulplijn Dier in Nood vzw is de meeste geschikte partner om het diervriendelijk zwerfkattenbeleid van de gemeente verder uit te werken en op te volgen, conform de Codex Dierenwelzijn. Door haar overkoepelende en geïntegreerde werking en haar samenwerking met diverse dierenartsen in haar werkingsgebied kan een efficiënte en professionele dienstverlening worden aangeboden waardoor potentiële overlast beperkt wordt.

 

Juridische gronden

         Artikel 1 van de wet betreffende de civiele bescherming van 31 december 1963

         De wet op het natuurbehoud van 12 juli 1973 en haar uitvoeringsbesluiten

         Artikel 24 en 30 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992

         Artikel 51 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997

         De richtlijnen tot het verlichten en vereenvoudigen van sommige administratieve taken van de lokale politie van 1 december 2006

         Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de identificatie, registratie en sterilisatie van katten van 5 februari 2016

         Artikel 40 §1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 61 en 63 van het uniform politiereglement van 1 januari 2018 en latere wijzigingen

         Artikel 15 §2 van het decreet over dierenwelzijn (Vlaamse Codex Dierenwelzijn) van 17 mei 2024

 

Bijlage

         Samenwerkingsovereenkomst Hulplijn Dier in Nood inzake aanpak overlast zwerfkatten en zwerfkattenbeleid

 

Financiële gevolgen

Uitgave (onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031)

 

Algemene rekening: 6131003

Beleidsitem: 047000

Actieplan: 0102

Actie: 010206

Geraamd bedrag 2026: 11.500 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens en Tine Vanderwee

1 onthouding: Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met Hulplijn Dier in Nood vzw, Heidestraat 18 te 3140 Keerbergen, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

De overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en is van onbepaalde duur. De overeenkomst is jaarlijks opzegbaar, mits een opzegtermijn van 3 maanden. Opzeg kan enkel schriftelijk en per beveiligde zending gebeuren.

Artikel 3:

Een afschrift van deze beslissing en een ondertekend exemplaar van de samenwerkingsovereenkomst worden overgemaakt aan Hulplijn Dier in Nood vzw en aan de korpschef van de politiezone Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

20. Samenwerkingsovereenkomst Animal Rescue Service (ARS)

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2023

De gemeenteraad keurt de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst met dierenartsen in het kader van het gemeentelijke kattenbeleid goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025

De gemeenteraad keurt de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel De Zorghoeve vzw goed.

 

Feiten en context

         De Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, verplicht iedere persoon die een zwervend, verloren of achtergelaten dier opvangt, dit binnen de vier dagen toe te vertrouwen aan het lokaal bestuur van de plaats waar hij/zij het dier heeft opgevangen of dat van zijn woonplaats. Het lokaal bestuur vertrouwt op zijn beurt het dier onmiddellijk, en naargelang het geval, toe aan een dierenasiel, een dierentuin of aan een persoon die een behoorlijke verzorging en huisvesting verzekert.

         Om deze rondzwervende, mishandelde, verwaarloosde en gekwetste dieren op te vangen, is het noodzakelijk dat de gemeente een samenwerking aangaat met een opvangcentrum.  

         De gemeente Rotselaar heeft hiervoor een samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel De Zorghoeve vzw uit Kortenaken. Daarnaast heeft de gemeente samenwerkingsovereenkomsten met dierenartsen die instaan voor de verzorging en het transport van zwerfkatten.

         Vanaf 1 januari 2026 zal De Zorghoeve vzw geen zwerfkatten maar ook geen dode dieren, wilde dieren en exoten meer opvangen. Daarnaast wordt het transport in de nieuwe samenwerking aangerekend en zijn de tijden van dienstverlening gereduceerd.

         Voor bepaalde taken zoals interventies buiten de kantooruren, het veilig vangen van dieren en het gespecialiseerde transport naar erkende opvanglocaties, evenals meldingen met betrekking tot wilde, exotische of agressieve dieren is aanvullende ondersteuning noodzakelijk.

         De politiezone Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo heeft aangegeven nood te hebben aan een vaste en professionele partner die permanent en dus 24/7 inzetbaar is voor meldingen die een veiligheids- of welzijnsrisico inhouden. Daarbij wordt ingezet op een uniforme aanpak binnen de politiezone, zodat de afhandeling van meldingen in de politiezone gelijk loopt.

         Animal Rescue Service VZW (ARS) is de meest geschikte partner om deze aanvullende taken op te nemen, gelet op hun beschikbaarheid, expertise en brede inzetbaarheid voor zowel huisdieren als wilde en exotische dieren.

 

Juridische gronden

         Artikel 1 van de wet betreffende de civiele bescherming van 31 december 1963

         De wet op het natuurbehoud van 12 juli 1973 en haar uitvoeringsbesluiten

         Artikel 24 en 30 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992

         Artikel 51 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997

         De richtlijnen tot het verlichten en vereenvoudigen van sommige administratieve taken van de lokale politie van 1 december 2006

         Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de identificatie, registratie en sterilisatie van katten van 5 februari 2016

         Artikel 40 §1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 61 en 63 van het uniform politiereglement van 1 januari 2018 en latere wijzigingen

         Artikel 15 §2 van het decreet over dierenwelzijn (Vlaamse Codex Dierenwelzijn) van 17 mei 2024

 

Adviezen

         Het advies van de politiezone Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo van 31 oktober 2025

Bijlage

        Samenwerkingsovereenkomst Animal Rescue Service (ARS)

 

Financiële gevolgen

Uitgave (onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031)

 

Algemene rekening: 6493000

Beleidsitem: 047000

Actieplan: 0102

Actie: 010206

Geraamd bedrag 2026: 9.730 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met Animal Rescue Service vzw, Trudobron 42 te 3800 Sint-Truiden, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.  

Artikel 2:

De overeenkomst neemt aanvang op 1 januari 2026 en is voor een periode van één jaar.

Artikel 3:

Een afschrift van deze beslissing en een ondertekend exemplaar van de samenwerkingsovereenkomst worden overgemaakt aan Animal Rescue Service vzw en aan de korpschef van de politiezone Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

21. Deelname van de gemeente aan de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Verderzetting deelname van de gemeente aan het project "Intergemeentelijke Natuur & Landschapsploegen" in de periode 2020-2025.

 

Feiten en context

         Deze overeenkomst regelt de modaliteiten van de samenwerking tussen IGO div en de deelnemende lokale besturen in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor het project Intergemeentelijk Natuur- en Landschapsploegen (INL) in de referentieregio Oost-Brabant.

         IGO is een zelfstandige groepering (of kostendelende vereniging). De lokale besturen die deelnemen in onderhavige overeenkomst zijn leden van de zelfstandige groepering en dragen de kosten die IGO maakt in deze overeenkomst. Elk lokaal bestuur draagt de kosten a rato van zijn aandeel in INL.

         IGO werkt samen met het collectieve maatwerkbedrijf IGO-W vzw voor de uitvoering van de werkzaamheden en stelt in hoofdzaak werknemers te werk die een erkenning hebben om in het collectieve maatwerkbedrijf te werken.

         INL is een dienstverlening van IGO div en heeft als doel het lokale biodiversiteit-, landschaps- en klimaatbeleid concreet op het terrein vorm te geven.

         INL kan werkzaamheden uitvoeren in:

         Landschaps- en natuurbeheer, zoals het beheer van natuur-, heide- en bosgebieden, bermen, taluds, ruigtes, hooilanden, rietvelden, boomgaarden en kleine landschapselementen (hagen, houtkanten, holle wegen, knotbomen, bomenrijen en poelen).

         Landschaps- en natuurontwikkeling zoals aanplantingen en terreininrichtingen (aanleg van groene speelplaatsen, speelbossen, knuppelpaden, takkenrils, afsluitingen, bruggen, zitbanken, klaphekjes, slagbomen, infoborden, speelnatuur, wiglo’s en belevingsgroen).

         Soortenbescherming zoals het plaatsen van paddenschermen, insectenhotels, eikelmuiskasten, wildspiegels, de aanleg van broedhopen, bijenburchten en bloemenweides.

         Elk lokaal bestuur tekent in op een urenpakket dat overeenkomt met de inzet van een bepaald aantal voltijds equivalenten (VTE).

         IGO div werkt samen met het collectieve maatwerkbedrijf IGO-W vzw voor de uitvoering van de werkzaamheden en stelt in hoofdzaak werknemers te werk die een erkenning hebben om in het collectieve maatwerkbedrijf te werken.

 

Adviezen

         Gunstig visum van de financieel directeur verleend op 27 november 2025.

 

Juridische gronden

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         Deze samenwerkingsovereenkomst met de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen kan als sterk instrument worden beschouwd voor het realiseren van een klimaatbestendig en biodivers landschap.

         INL zet hoofdzakelijk werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in en draagt zo bij aan de duurzame tewerkstelling van deze kwetsbare doelgroep.

         De aangeboden diensten zijn vrijgesteld van btw.

         Via deze samenwerkingsovereenkomst wordt jaarlijks een vooraf afgesproken actieprogramma uitgevoerd op basis van een gegarandeerd urenpakket. De gemeente wenst de INL-ploegen in te zetten voor:

         Ecologisch maaibeheer: hooiland, maaien en afvoeren van bermen

         KLE-beheer: holle wegen en houtkanten

         Bosbeheer

         Terreininrichting: insectenhotel, brugje, spelprikkel, ...

         Soortbescherming: huiszwaluwactie, insectenhotels

         Exotenbeheer: Japanse duizendknoop

 

Bijlage

        Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div

 

Uitgave (onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031)

 

Algemene rekening: 6103510

Beleidsitem: 034000

Actieplan: 0504

Actie: 050411

Geraamd bedrag 2026: 88.158,00 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’, zoals gevoegd in de bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

De gemeente neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen met 1,58 VTE, waarbij 1 VTE overeenstemt met 1.450 uren.

Artikel 3:

Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan IGO div.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

22. Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven Ondersteunende Activiteiten' voor de periode 2026-2031 - Bouw & Infra

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring exclusiviteitsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten': Gebouwen en infrastructuur: Technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren van projecten

         Algemene Vergadering van Interleuven van 24 september 2025
Goedkeuring statutenwijziging

 

Feiten en context

         De statuten van Interleuven bepalen dat de deelnemers beroep kunnen doen op de diensten op basis van wederzijdse exclusiviteit en volgens een kosten- en expertisedelend principe.

         Op basis van de wijziging van de statuten van Interleuven op de algemene vergadering van 24 september 2025 wordt het dienstverleningsaanbod door de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten ondergebracht in vier grote clusters:

         Bouw & Infra

         Omgeving

         Slimme Regio

         Projectontwikkeling

         De werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten wordt opgevolgd door een stuurgroep waarin alle deelnemers worden vertegenwoordigd.

         De gemeente duidde een vertegenwoordiger aan voor de komende legislatuur en voor deelname aan de stuurgroep die op 24 september 2025 heeft plaatsgevonden.

         Tijdens deze stuurgroep werd de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 geactualiseerd in een versie 2026-2031.

         Er werd bovendien een nieuwe versie van de individuele samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goedgekeurd voor de periode 2026-2031.

         In deze nieuwe versie werd de mogelijkheid tot uitzondering voor één project per afgesloten subnummer opgenomen.

 

Juridische gronden

         Artikel 29 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Adviezen

         Gunstig visum van de financieel directeur verleend op 4 december 2025.

 

Argumentatie

         De gemeente als deelnemer van Interleuven en als deelnemer van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ is in de mogelijkheid om beroep te doen op de diensten van haar intercommunale, alsook op deze diensten dewelke in exclusiviteit worden aangeboden, waardoor de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing is.

         De toekenning van diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ heeft door de gezamenlijke aanwerving van personeel onder meer volgende voordelen:

         Schaalvoordelen en gedeelde expertise.

         Flexibiliteit in inzet en taakverdeling.

         Continuïteit en kennisopbouw binnen de regio.

         De statuten van Interleuven voorzien in een vergoedingssysteem waarbij op transparante basis de kosten kunnen worden toegewezen. Voor de aanrekening van de prestaties zal gewerkt worden met een open boekhouding.

         De uurlonen voor de personeelsleden worden door de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten' op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 1 maart 2025):

         Algemeen projectleider/specialist-expert:

         133,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 132,82 inclusief btw)

         Projectleider:

         118,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 117,85 inclusief btw)

         Projectmedewerker - expert:

         109,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 108,50 inclusief btw)

         Projectmedewerker:

         97,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 97,273 inclusief btw)

         De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.

         De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.

 

Bijlagen

         Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven Ondersteunende Activiteiten' voor de periode 2026-2031 - Bouw & Infra

 

Financiële gevolgen

(onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031)

Uitgave

 

Algemene rekening: 2240000

Beleidsitem: 020000

Actieplan: 0401

Actie: 040104

Geraamd bedrag 2026: 7.000,00 euro

 

EN

 

Uitgave

 

Algemene rekening: 2240000

Beleidsitem: 020000

Actieplan: 0401

Actie: 040107

Geraamd bedrag 2026: 20.000,00 euro

 

EN

 

Uitgave

 

Algemene rekening: 2240000

Beleidsitem: 020000

Actieplan: 0403

Actie: 040304

Geraamd bedrag 2026: 5.000,00 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden, actualisatie 2026-2031, goed.

Artikel 2:

De volgende diensten, zoals voorzien in de bijlagen van de statuten van Interleuven, worden in exclusiviteit toegekend aan de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, met dien verstande dat opdrachten die werden toegekend vóór het verstrijken van voormelde periode, zullen worden afgewerkt onder het systeem van de exclusieve dienstverlening:

1. BOUW & INFRA

         1.5 Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren van projecten

Artikel 3:

De uitvoering van deze diensten gebeurt overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst met de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten voor de periode 2026-2031 - Bouw & Infra, zoals gevoegd in bijlagen bij dit besluit.

Artikel 4:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

23. Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven Ondersteunende Activiteiten' voor de periode 2026-2031 - Omgeving

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring exclusiviteitsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten': Ruimtelijke ordening

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring exclusiviteitsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten': Milieu en klimaat - Basisondersteuning

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring exclusiviteitsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten': Klimaatondersteuning

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring exclusiviteitsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten': Milieu en klimaat - Taakondersteuning

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring exclusiviteitsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten': Geïntegreerde omgevingshandhaving

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring exclusiviteitsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten': GIS begeleiding en ondersteuning en Inventarisatie van ruimtelijke situeerbare gegevens

         Algemene Vergadering van Interleuven van 24 september 2025
Goedkeuring statutenwijziging

 

Feiten en context

         De statuten van Interleuven bepalen dat de deelnemers beroep kunnen doen op de diensten op basis van wederzijdse exclusiviteit en volgens een kosten- en expertisedelend principe.

         Op basis van de wijziging van de statuten van Interleuven op de algemene vergadering van 24 september 2025 wordt het dienstverleningsaanbod door de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten ondergebracht in vier grote clusters:

         Bouw & Infra

         Omgeving

         Slimme Regio

         Projectontwikkeling

         De werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten wordt opgevolgd door een stuurgroep waarin alle deelnemers worden vertegenwoordigd.

         De gemeente duidde een vertegenwoordiger aan voor de komende legislatuur en voor deelname aan de stuurgroep die op 24 september 2025 heeft plaatsgevonden.

         Tijdens deze stuurgroep werd de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 geactualiseerd in een versie 2026-2031.

         Er werd bovendien een nieuwe versie van de individuele samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goedgekeurd voor de periode 2026-2031.

         In deze nieuwe versie werd de mogelijkheid tot uitzondering voor één project per afgesloten subnummer opgenomen.

 

Juridische gronden

         Artikel 29 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Adviezen

         Gunstig visum van de financieel directeur verleend op 4 december 2025.

 

Argumentatie

         De gemeente als deelnemer van Interleuven en als deelnemer van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ is in de mogelijkheid om beroep te doen op de diensten van haar intercommunale, alsook op deze diensten dewelke in exclusiviteit worden aangeboden, waardoor de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing is.

         De toekenning van diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ heeft door de gezamenlijke aanwerving van personeel onder meer volgende voordelen:

         Schaalvoordelen en gedeelde expertise.

         Flexibiliteit in inzet en taakverdeling.

         Continuïteit en kennisopbouw binnen de regio.

         De statuten van Interleuven voorzien in een vergoedingssysteem waarbij op transparante basis de kosten kunnen worden toegewezen. Voor de aanrekening van de prestaties zal gewerkt worden met een open boekhouding.

         De uurlonen voor de personeelsleden worden door de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten' op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 1 maart 2025):

         Algemeen projectleider/specialist-expert:

         133,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 132,82 inclusief btw)

         Projectleider:

         118,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 117,85 inclusief btw)

         Projectmedewerker - expert:

         109,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 108,50 inclusief btw)

         Projectmedewerker:

         97,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 97,273 inclusief btw)

         De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.

         De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.

 

Bijlagen

         Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven Ondersteunende Activiteiten' voor de periode 2026-2031 - Omgeving

 

Financiële gevolgen

(onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031)

Uitgave

 

Algemene rekening: 6131003

Beleidsitem: 039000

Actieplan: 0102

Actie: 010208

Geraamd bedrag 2026: 36.000,00 euro

 

EN

 

Uitgave

 

Algemene rekening: 6131003

Beleidsitem: 060000

Actieplan: 0501

Actie: 050101

Geraamd bedrag 2026: 20.200,00 euro

 

EN

 

Uitgave

 

Algemene rekening: 6131003

Beleidsitem: 060000

Actieplan: 0501

Actie: 050104

Geraamd bedrag 2026: 125.000,00 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden, actualisatie 2026-2031, goed.

Artikel 2:

De volgende diensten, zoals voorzien in de bijlagen van de statuten van Interleuven, worden in exclusiviteit toegekend aan de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, met dien verstande dat opdrachten die werden toegekend vóór het verstrijken van voormelde periode, zullen worden afgewerkt onder het systeem van de exclusieve dienstverlening:

2. OMGEVING

         2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid
Het ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur inzake omgevingsvergunningenbeleid.

         2.2.1. Geïntegreerde aanpak, waarbij zowel het ruimtelijk/stedenbouwkundig als het milieuluik van de omgevingsvergunningen wordt behandeld

         2.3. Omgeving – Huis voor omgevingsKwaliteit (ad hoK)
Het begeleiden, ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur om de omgevingskwaliteit te verhogen, evenals bij de uitvoering van de ruimtelijke visie van het lokale bestuur.

         2.3.1. Kwaliteitskamer

         2.3.2. Open oproep

         2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst
Het ondersteunen en adviseren van de gemeentelijke omgevingsdienst.

         2.4.1. Ruimtelijke ordening

         2.4.2. Milieu en klimaat

         2.4.5. GIS

         2.5. Omgeving – projectwerking milieu & klimaat 
Het voor en met het lokaal bestuur opzetten, uitwerken en uitvoeren van milieu- en/of klimaat-acties en projecten in uitvoering van het gemeentelijk milieu & klimaatbeleid, de burgemeestersconvenant, LEKP en andere gemeentelijke verplichtingen inzake milieu & klimaat.

         2.6. Omgeving – omgevingshandhaving
Het ondersteunen van het lokaal bestuur/de politiezone bij het uitvoeren van de taken inzake omgevingshandhaving (zijnde milieu, ruimtelijke ordening, onroerend erfgoed), door:

         2.6.2. geïntegreerde omgevingshandhaving: aan de hand van een goedgekeurd beleidskader, omgevingshandhavingsdossiers behandelen via proactief en reactief optreden door gekwalificeerde intergemeentelijke handhavingsmedewerkers, voor het milieu-, en/of het ruimtelijke ordenings- en/of het onroerend erfgoedluik.

         2.6.3. het aanbieden en uitrollen van een pakket aan sensibiliseringscampagnes met betrekking tot omgevingshandhaving

         2.8. Omgeving – GIS-inventarisatie en/of actualisatie van ruimtelijke situeerbare gegevens
Het inventariseren, digitaliseren en/of actualiseren van ruimtelijk situeerbare gegevens.

Artikel 3:

De uitvoering van deze diensten gebeurt overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst met de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten voor de periode 2026-2031 - Omgeving, zoals gevoegd in bijlagen bij dit besluit.

Artikel 4:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

24. Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven Ondersteunende Activiteiten' voor de periode 2026-2031 - Slimme Regio

 

Voorgeschiedenis

         Algemene Vergadering van Interleuven van 24 september 2025
Goedkeuring statutenwijziging

 

Feiten en context

         De statuten van Interleuven bepalen dat de deelnemers beroep kunnen doen op de diensten op basis van wederzijdse exclusiviteit en volgens een kosten- en expertisedelend principe.

         Op basis van de wijziging van de statuten van Interleuven op de algemene vergadering van 24 september 2025 wordt het dienstverleningsaanbod door de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten ondergebracht in vier grote clusters:

         Bouw & Infra

         Omgeving

         Slimme Regio

         Projectontwikkeling

         De werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten wordt opgevolgd door een stuurgroep waarin alle deelnemers worden vertegenwoordigd.

         De gemeente duidde een vertegenwoordiger aan voor de komende legislatuur en voor deelname aan de stuurgroep die op 24 september 2025 heeft plaatsgevonden.

         Tijdens deze stuurgroep werd de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 geactualiseerd in een versie 2026-2031.

         Er werd bovendien een nieuwe versie van de individuele samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goedgekeurd voor de periode 2026-2031.

         In deze nieuwe versie werd de mogelijkheid tot uitzondering voor één project per afgesloten subnummer opgenomen.

 

Juridische gronden

         Artikel 29 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Adviezen

         Gunstig visum van de financieel directeur verleend op 4 december 2025.

 

Argumentatie

         De gemeente als deelnemer van Interleuven en als deelnemer van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ is in de mogelijkheid om beroep te doen op de diensten van haar intercommunale, alsook op deze diensten dewelke in exclusiviteit worden aangeboden, waardoor de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing is.

         De toekenning van diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ heeft door de gezamenlijke aanwerving van personeel onder meer volgende voordelen:

         Schaalvoordelen en gedeelde expertise.

         Flexibiliteit in inzet en taakverdeling.

         Continuïteit en kennisopbouw binnen de regio.

         De statuten van Interleuven voorzien in een vergoedingssysteem waarbij op transparante basis de kosten kunnen worden toegewezen. Voor de aanrekening van de prestaties zal gewerkt worden met een open boekhouding.

         De uurlonen voor de personeelsleden worden door de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten' op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 1 maart 2025):

         Algemeen projectleider/specialist-expert:

         133,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 132,82 inclusief btw)

         Projectleider:

         118,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 117,85 inclusief btw)

         Projectmedewerker - expert:

         109,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 108,50 inclusief btw)

         Projectmedewerker:

         97,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 97,273 inclusief btw)

         De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.

         De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.

 

Bijlagen

         Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven Ondersteunende Activiteiten' voor de periode 2026-2031 - Slimme Regio

 

Financiële gevolgen

(onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031)

Uitgave

 

Algemene rekening: 6142100

Beleidsitem: 094501

Actieplan: 0202

Actie: 020203

Geraamd bedrag 2026: 3.737,68 euro

 

 

EN

 

Uitgave

 

Algemene rekening: 6142100

Beleidsitem: 094501

Actieplan: 0202

Actie: 020204

Geraamd bedrag 2026: 11.698,00 euro

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden, actualisatie 2026-2031, goed.

Artikel 2:

De volgende diensten, zoals voorzien in de bijlagen van de statuten van Interleuven, worden in exclusiviteit toegekend aan de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, met dien verstande dat opdrachten die werden toegekend vóór het verstrijken van voormelde periode, zullen worden afgewerkt onder het systeem van de exclusieve dienstverlening:

3. SLIMME REGIO

         3.2 Slimme Regio - begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang

         3.2.1 Basisondersteuning regionaal digitaal loket kinderopvang

Artikel 3:

De uitvoering van deze diensten gebeurt overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst met de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten voor de periode 2026-2031 - Slimme Regio, zoals gevoegd in bijlagen bij dit besluit.

Artikel 4:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

25. Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven Ondersteunende Activiteiten' voor de periode 2026-2031 - Projectontwikkeling

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring exclusiviteitsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten': Realisatie en optimalisatie van bedrijventerreinen

         Algemene Vergadering van Interleuven van 24 september 2025
Goedkeuring statutenwijziging

 

Feiten en context

         De statuten van Interleuven bepalen dat de deelnemers beroep kunnen doen op de diensten op basis van wederzijdse exclusiviteit en volgens een kosten- en expertisedelend principe.

         Op basis van de wijziging van de statuten van Interleuven op de algemene vergadering van 24 september 2025 wordt het dienstverleningsaanbod door de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten ondergebracht in vier grote clusters:

         Bouw & Infra

         Omgeving

         Slimme Regio

         Projectontwikkeling

         De werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten wordt opgevolgd door een stuurgroep waarin alle deelnemers worden vertegenwoordigd.

         De gemeente duidde een vertegenwoordiger aan voor de komende legislatuur en voor deelname aan de stuurgroep die op 24 september 2025 heeft plaatsgevonden.

         Tijdens deze stuurgroep werd de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 geactualiseerd in een versie 2026-2031.

         Er werd bovendien een nieuwe versie van de individuele samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goedgekeurd voor de periode 2026-2031.

         In deze nieuwe versie werd de mogelijkheid tot uitzondering voor één project per afgesloten subnummer opgenomen.

 

Juridische gronden

         Artikel 29 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         De gemeente als deelnemer van Interleuven en als deelnemer van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ is in de mogelijkheid om beroep te doen op de diensten van haar intercommunale, alsook op deze diensten dewelke in exclusiviteit worden aangeboden, waardoor de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing is.

         De toekenning van diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ heeft door de gezamenlijke aanwerving van personeel onder meer volgende voordelen:

         Schaalvoordelen en gedeelde expertise.

         Flexibiliteit in inzet en taakverdeling.

         Continuïteit en kennisopbouw binnen de regio.

         De statuten van Interleuven voorzien in een vergoedingssysteem waarbij op transparante basis de kosten kunnen worden toegewezen. Voor de aanrekening van de prestaties zal gewerkt worden met een open boekhouding.

         De uurlonen voor de personeelsleden worden door de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten' op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 1 maart 2025):

         Algemeen projectleider/specialist-expert:

         133,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 132,82 inclusief btw)

         Projectleider:

         118,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 117,85 inclusief btw)

         Projectmedewerker - expert:

         109,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 108,50 inclusief btw)

         Projectmedewerker:

         97,00 euro inclusief btw

         (basis na de komma 97,273 inclusief btw)

         De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.

         De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.

 

Bijlagen

        Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven Ondersteunende Activiteiten' voor de periode 2026-2031 - Projectontwikkeling

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden, actualisatie 2026-2031, goed.

Artikel 2:

De volgende diensten, zoals voorzien in de bijlagen van de statuten van Interleuven, worden in exclusiviteit toegekend aan de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, met dien verstande dat opdrachten die werden toegekend vóór het verstrijken van voormelde periode, zullen worden afgewerkt onder het systeem van de exclusieve dienstverlening:

4. PROJECTONTWIKKELING

        4.4 Projectontwikkeling - (her)ontwikkeling en optimalisatie van bedrijventerreinen en bedrijfspanden
De realisatie en optimalisatie van A tot Z (met mogelijke samenwerking diverse partners) van bedrijventerreinen of bedrijfspanden.

Artikel 3:

De uitvoering van deze diensten gebeurt overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst met de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten voor de periode 2026-2031 - Projectontwikkeling, zoals gevoegd in bijlagen bij dit besluit.

Artikel 4:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

26. Ecowerf - Uitbreiding beheersoverdracht

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 25 mei 2021
De gemeenteraad keurt de beheersoverdracht met EcoWerf goed.

         Besluit van de raad van bestuur van Ecowerf van 2 juli 2025
Goedkeuring van de inzameling op afroep.

 

Feiten en context

         De gemeente Rotselaar neemt deel aan de intergemeentelijke opdrachthoudende vereniging EcoWerf, een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, meer bepaald een opdrachthoudende vereniging zoals bedoeld in artikel 398, §1, 3° van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

         De opdrachthoudende vereniging is een samenwerkingsverband met beheersoverdracht, waaronder wordt verstaan het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van de door hen genomen beslissingen in kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of met derden dezelfde opdracht uit te voeren.

         Het huidige basispakket omvat de inzameling van grofvuil. De gemeente deed echter geen beheersoverdracht aan EcoWerf voor de inzameling van oude metalen (2.1.6).

 

Juridische gronden

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet).

         Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

         Besluit van de Vlaamse Regering van 26 mei 2023 tot vaststelling van het uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval voor de periode 2023 - 2030 (Lokaal Materialenplan 2023 - 2030).

 

Argumentatie

         In het Lokaal Materialenplan betreffende de inzameling huis-aan-huis werden volgende minimale frequenties opgenomen: grofvuil (2x/per jaar). Bij het inzamelen van grofvuil aan huis moet de burger ook afvalstoffen kunnen meegeven die via het recyclagepark selectief ingezameld moeten worden, indien de burger die afvalstoffen omwille van omvang of gewicht niet zelf kan brengen.

         Naast de restfractie van het grofvuil dient een lokaal bestuur minstens volgende grote stukken selectief afval aan huis in te zamelen:

         Grote stukken hout (excl. afbraakhout) (bv. houten meubelen …)

         Grote stukken kunststoffen (bv. kunststoffen meubelen …)

         Grote stukken metalen (fiets …)

         Matrassen

Deze stromen worden gecatalogeerd als ‘groot selectief afval’.

         De vermoedelijke startdatum van deze verplichting is 1 januari 2026.

         De inzameling van grofvuil en oude metalen aan huis binnen het werkingsgebied van EcoWerf wordt momenteel als een inzameling op afroep georganiseerd met vaste ophaalmomenten. De inwoner maakt vooraf een afspraak en het aangemelde afval wordt opgehaald. De inzamelfrequentie is 6 maal per jaar. Aangezien alle inzamelpunten vooraf bekend zijn en er een spreiding doorheen het jaar is, kan de inzamelplanning efficiënt geschieden over de gemeentegrenzen heen.

         Door de gewijzigde verplichtingen zal de inzameling grofvuil op afroep uitbreiden tot ‘groot selectief afval’ voor alle inzameldagen.

         Het college van burgemeester en schepenen wenst een optimale dienstverlening aan haar inwoners te voorzien. De invoering van een gewijzigde inzamelplicht huis-aan-huis laat de inwoners toe om meer aan te bieden dan enkel grofvuil, meer specifiek ook oude metalen. Een beheersoverdracht aan EcoWerf met betrekking tot in de inzameling van oude metalen aan huis is hiervoor noodzakelijk.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De lijst met beheersoverdrachten aan EcoWerf wordt uitgebreid met een beheersoverdracht voor:

         Inzameling oude metalen (2.1.6)

Artikel 2:

De gemeenteraad beslist om deze beheersoverdracht te laten ingaan vanaf 1 januari 2026.

Artikel 3:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de opdrachthoudende vereniging middels het bezorgen van de gemeenteraadsbeslissing.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

27. Ecowerf - Afschaffing van de gemeentebelasting op inzameling en verwerking van afval en gebruik van het recyclagepark

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
Goedkeuring gemeentebelasting op inzameling en verwerking van afval en gebruik van het recyclagepark - 2020-2025

 

Feiten en context

         Sinds 2013 is in de gemeente Rotselaar een gemeentebelasting op de inzameling en verwerking van afval en gebruik van het recyclagepark van toepassing. Op basis van dit reglement betaalt ieder aansluitpunt bij Ecowerf jaarlijks een forfaitaire belasting van 55,00 euro.

 

Juridische gronden

         Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)

         Artikel 40, §3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         De uitgaven aan Ecowerf voor de inzameling en verwerking van afval zijn in de periode 2019-2026 enorm gestegen en zullen ook in de periode 2026-2031 nog verder toenemen. Als gevolg hiervan neemt ook de financiële last (verschil tussen uitgaven Ecowerf en inkomsten Ecowerf) van de afvalophaling en -verwerking voor de gemeente als maar meer toe:

 

Jaar

Kosten Ecowerf

Inkomsten Ecowerf

Financiële last gemeente

2019

1.317.561,04 €

726.484,12 €

-591.076,92 €

2026

1.843.973,34 €

1.013.351,25 €

-830.622,09 €

2031

2.099.392,33 €

1.151.943,25 €

-947.449,08 €

 

         De afvalbelasting is sinds 2019 niet geïndexeerd, terwijl de kosten voor de afvalophaling en afvalverwerking in deze periode wel significant zijn toegenomen.

         Indien de 55,00 € aan afvalbelasting ieder jaar vanaf 2013 geïndexeerd zou geweest zijn, zou dit bedrag in 2026 80,77 € bedragen en in 2031 93,64 € bedragen.

         De verdere toepassing van de afvalbelasting wordt om verschillende redenen in vraag gesteld.

         Vooreerst wordt er voor de aanrekening van het forfaitair tarief van 55,00 euro geen rekening gehouden met de persoonlijke situatie van de belastingplichtige (gezinstoestand, financiële kwetsbaarheid, …). Dit leidt tot een disproportionele belasting voor financieel kwetsbare groepen zoals alleenstaanden, gepensioneerden of gezinnen met een laag inkomen, terwijl vermogende personen of gezinnen dezelfde bijdrage betalen.

         Bovendien weerspiegelt het forfaitaire systeem niet het 'de vervuiler betaalt'-principe. Volgens dit principe zou diegene die meer afval produceert ook een hoger belastingtarief moeten betalen. Dat is niet het geval voor de afvalbelasting. Er wordt via deze belasting dan ook geen gedragsverandering gestimuleerd.

         Daarnaast brengt de verwerking van deze belasting voor de financiële dienst een aanzienlijke administratieve last met zich mee. Tevens rekent Ecowerf aan de gemeente een administratieve kost aan van circa 10.000,00 euro voor de inning van de afvalbelasting.

         Het forfaitair bedrag van 55,00 euro werd sinds de invoering in 2013 nooit geïndexeerd. Door het bedrag niet te indexeren, wordt ieder jaar een groter deficit gecreëerd ten aanzien van de betalingen die de gemeente moet verrichten aan Ecowerf. Momenteel bedraagt deze uitgave op jaarbasis 1.712.470,91 euro, een uitgavebedrag voor de gemeente dat wel jaarlijks wordt geïndexeerd. Hoe langer aldus het niet-geïndexeerde bedrag van 55,00 euro wordt aangerekend, hoe groter het financiële tekort inzake afvalbeleid wordt voor de gemeente.

         De afschaffing van de afvalbelasting is om voormelde redenen wel opportuun. Gelet op de aanzienlijke financiële tekorten die deze afschaffing met zich zou meebrengen voor de gemeente, wordt een passend alternatief gevonden in de aanpassing van de aanslagvoet voor de aanvullende personenbelasting.

         Een aanpassing van de aanvullende personenbelasting blijkt om volgende redenen de meest opportune keuze:

         Aangezien de aanvullende personenbelasting berekend wordt op basis van de belastbare inkomsten van de belastingplichtige is deze heffing fiscaal rechtvaardiger. Een shift naar een aanpassing van de variabele aanvullende personenbelasting houdt rekening met de draagkracht van inwoners. Mensen met een hoger inkomen dragen meer bij, terwijl financieel kwetsbare groepen minder worden belast. In tegenstelling tot de forfaitaire afvalbelasting, zorgt de aanvullende personenbelasting voor een proportionele verdeling van de fiscale lasten.

         De aanvullende personenbelasting wordt daarnaast verwerkt door de federale overheid, waardoor de administratie efficiënter kan worden ingezet voor andere belangrijke taken en projecten. De inkomsten uit de aanvullende personenbelasting zijn ook stabieler en eenvoudiger te beheren, wat een accuratere begroting toelaat.

         Bovendien is er enige marge voor een aanpassing nu Rotselaar met 6,5 % een lage aanslagvoet kent ten opzichte van andere steden en gemeenten.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

23 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad schaft de gemeentebelasting op inzameling en verwerking van afval en gebruik van het recyclagepark af.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

28. Vaststelling aanvullende belasting op de personenbelasting - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad stelt de aanvullende belasting op de personenbelasting vast op 6,5 % voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

Feiten en context

         Gemeenten kunnen een aanvullende belasting vestigen op de basispersonenbelasting. Dat is een jaarlijkse belasting die de federale overheid heft op het inkomen van particulieren.

         De gemeente berekent de aanvullende belasting door de bepaling van de aanslagvoet in de vorm van een percentage toe te passen op de basispersonenbelasting.

         Gemeenten zijn niet verplicht om ieder jaar een nieuw reglement goed te keuren en kunnen ervoor kiezen om een reglement goed te keuren voor meerdere aanslagjaren.

 

Juridische gronden

         Artikel 41 van de Grondwet

         Artikel 162 van de Grondwet

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Vlaamse Codex Fiscaliteit

         Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Omzendbrief KB/ABB 2019/2 gemeentefiscaliteit

 

Argumentatie

         De gemeente heft de aanvullende personenbelasting om het algemeen belang te dienen door te voorzien in kwalitatieve en toegankelijke lokale dienstverlening. De opbrengsten van deze belasting vormen een essentiële financiële bron voor het bestuur om haar wettelijke en maatschappelijke taken te vervullen, zoals het garanderen van veiligheid, het onderhoud van de openbare ruimte, de ondersteuning van inwoners en verenigingen en de realisatie van diverse lokale beleidsdoelstellingen.

         Daarnaast beantwoordt deze belasting aan een concrete financiële behoefte: zij levert structurele middelen om de algemene werking van het bestuur te financieren en, waar nodig, specifieke investeringen en uitgaven te ondersteunen die bijdragen aan de leefbaarheid en ontwikkeling van de gemeente. Deze belasting creëert een stabiele en voorspelbare inkomstenstroom, wat het bestuur toelaat om een duurzaam, evenwichtig en toekomstgericht financieel beleid te voeren.

         De aanslagvoet van de aanvullende personenbelasting wordt aangepast van 6,5 % naar 6,8 %. Deze aanpassing vertegenwoordigt een taxshift die samen hangt met de geplande afschaffing van de afvalbelasting.

         De forfaitaire afvalbelasting van 55 euro wordt afgeschaft omdat deze belasting fiscaal onrechtvaardig is, niet strookt met het ‘de vervuiler betaalt’-principe en een hoge administratieve last veroorzaakt.

         De afschaffing veroorzaakt voor het lokaal bestuur evenwel een jaarlijks aanzienlijk inkomstenverlies, waardoor compensatie noodzakelijk is om de financiële draagkracht van de gemeente te vrijwaren.

         De aanpassing van de aanvullende personenbelasting wordt beschouwd als meest rechtvaardige en efficiënte compensatie, omdat deze inkomsten variabel zijn volgens draagkracht.

         Bij de beoordeling naar welke aanslagvoet er zou aangepast worden, werd rekening gehouden met volgende overwegingen:

         De afvalbelasting van 55 euro werd sinds 2013 niet geïndexeerd, waardoor het financiële deficit tegenover de sterk stijgende kosten van afvalophaling en -verwerking steeds groter wordt; een geïndexeerde afvalbelasting zou aanzienlijk hogere inkomsten hebben opgeleverd. Een APB-aanslagvoet van ca. 7,0% zou nodig zijn om een hypothetisch geïndexeerde afvalbelasting te evenaren, maar er wordt bewust gekozen voor een zuivere taxshift die enkel de huidige, niet-geïndexeerde ontvangsten vervangt; stijgende afvalkosten worden gedekt via de algemene middelen van het lokaal bestuur.

         De timing verschilt: de afschaffing van de afvalbelasting heeft voor de inwoner onmiddellijk een positieve financiële impact, terwijl de opbrengst van het verhoogde APB-tarief pas volledig doorwerkt vanaf 2027 door de wijze van inkohiering per aanslagjaar.

         Er wordt geopteerd voor een aanpassing van de aanslagvoet van de aanvullende personenbelasting van 6,5 % tot 6,8 %. Een hogere of lagere APB-aanpassing is niet wenselijk: een lagere leidt tot significante financiële tekorten voor de gemeente, een hogere zou de logica van een zuivere taxshift doorbreken.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7301000

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

16 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Piet De Bruyn, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Brent Gomand, Nancy Goossens en Tine Vanderwee

4 stemmen tegen: Nico Lodewijks, Liesbet Serneels, Els Wouters en Sven Weenen

3 onthoudingen: Jeroen Janssens, Farida Tierens en Maarten Mommaerts

 

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 2:

De belasting wordt vastgesteld op 6,8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

Artikel 3:

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

Artikel 4:

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

29. Vaststelling gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad stelt de opcentiemen op de onroerende voorheffing vast op 913,10 opcentiemen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

Feiten en context

         De onroerende voorheffing is een gewestbelasting, gevestigd op het kadastraal inkomen van onroerende goederen: gronden, woningen, gebouwen en sommige bedrijfsuitrusting.

         Gemeenten vestigen opcentiemen op de gewestelijke basisbelasting. Ze stellen het aantal te vestigen opcentiemen ten laatste op 31 januari van het aanslagjaar vast in een gemeentelijk reglement.

         Gemeenten zijn niet verplicht om ieder jaar een nieuw reglement goed te keuren en kunnen ervoor kiezen om een reglement goed te keuren voor meerdere aanslagjaren.

 

Juridische gronden

         Artikel 41 van de Grondwet

         Artikel 162 van de Grondwet

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Artikelen 464/1, 1° van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992

         Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Omzendbrief KB/ABB 2019/2 gemeentefiscaliteit

 

Argumentatie

         De gemeente heft opcentiemen op de onroerende voorheffing om het algemeen belang te dienen door het creëren van een financiële basis die noodzakelijk is om kwalitatieve en toegankelijke lokale dienstverlening te garanderen. Deze middelen dragen bij aan de uitvoering van de gemeentelijke kerntaken, waaronder het onderhoud van lokale infrastructuur, het beheer van de openbare ruimte, de veiligheid en de ondersteuning van voorzieningen voor inwoners.

         De opcentiemen beantwoorden bovendien aan de structurele financiële behoefte: zij levert structurele middelen om de algemene werking van het bestuur te financieren en, waar nodig, specifieke investeringen en uitgaven te ondersteunen die bijdragen aan de leefbaarheid en ontwikkeling van de gemeente. Deze belasting creëert een stabiele en voorspelbare inkomstenstroom, wat het bestuur toelaat om een duurzaam, evenwichtig en toekomstgericht financieel beleid te voeren.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7300000

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 913,10 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.

Artikel 2:

De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.

Artikel 3:

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

30. Retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 30 januari 2024
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken goed.

 

Feiten en context

         Omwille van de continuïteit is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 januari 2024, afloopt op 31 december 2025.

         De Grondwet kent de exclusieve bevoegdheid voor het opmaken van akten van de burgerlijke stand en het bijhouden van de registers toe aan de gemeentelijke overheid. De gemeente staat daarmee aan het begin van de identiteitsketen.

         De gemeente vervult een kerntaak in het behandelen, controleren en afleveren van identiteits-, reis- en mobiliteitsdocumenten, waarvan het bezit in steeds meer situaties verplicht is.

         De creatie en aflevering van deze documenten brengen kosten mee: zowel de productieprijs die verschuldigd is aan hogere overheden als de interne personeelsinzet voor een correcte en efficiënte afhandeling.

         De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken rekent aan gemeenten kosten aan voor de aanmaak van elektronische identiteitskaarten, elektronische verblijfs- en identiteitsdocumenten en internationale paspoorten.

         De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer rekent een kost aan voor de aanmaak van rijbewijzen.

         Het is aangewezen deze aanmaak- en verwerkingskosten door te rekenen aan de aanvrager via een retributiereglement.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Artikel 61 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs .

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Ministerieel Besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en latere wijzigingen.

         Opeenvolgende omzendbrieven in uitvoering en met betrekking tot voornoemd ministerieel besluit van 15 maart 2013, en latere wijzigingen.

         Artikel 2 van het ministerieel besluit van 19/04/2014 aangaande de afgifte van paspoorten.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Omzendbrief van 19 maart 2018 - procedures en leveringstermijnen van paspoorten en reisdocumenten in België (gewoon, dringend en superdringend).

         Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

Argumentatie

         De gemeente is bevoegd om voor zijn inwoners voor de uitreiking te zorgen van verschillende administratieve stukken, onder meer identiteitskaarten, reispaspoorten, rijbewijzen, uittreksels van de akten van burgerlijke stand en allerhande getuigschriften.

         De aanmaak en de afgifte van deze administratieve stukken en het verstrekken van inlichtingen uit de registers geeft aanleiding tot kosten voor de gemeente.

         In bepaalde gevallen is het dan ook aangewezen om een gematigde retributie te voorzien die de aanvrager dient te betalen bovenop de eventuele aanmaakkost die door een hogere overheid aan de gemeente wordt aangerekend.

         Aan de afgifte van administratieve stukken zijn diverse kosten verbonden. Zo ontstaan er personeelskosten door de werktijd die gepaard gaat met zowel de aanvraagprocedure (aan het loket of via het e-loket) als de afhaalprocedure. Daarnaast worden de documenten gecontroleerd, verwerkt en geregistreerd in de daartoe voorziene softwaretoepassingen.

         Verder kunnen telefoonkosten worden gemaakt wanneer in het kader van bepaalde aanvragen overleg met andere overheden vereist is. Ook het onderhoud en het gebruik van de eigen software, evenals het elektriciteits- en netwerkverbruik dat gepaard gaat met de webtoepassingen van andere overheden, vormen kosten voor de gemeente.

         In sommige gevallen is er bovendien papiervoorziening nodig, aangezien bepaalde aanvragen vereisen dat een of meerdere formulieren worden afgedrukt.

         Specifiek voor huwelijksplechtigheden ontstaan bijkomende administratieve en organisatorische kosten, waaronder de voorbereiding van de documenten, de ondersteuning op de dag zelf, de receptiekosten en de coördinatie en inzet van medewerkers.

         Om drempels tot werk en maatschappelijk engagement te verlagen, worden werkzoekenden en vrijwilligers vrijgesteld van de retributie op de afgifte van een attest, een uittreksel, een eensluidende verklaring of de legalisatie van handtekening wanneer deze dienstverlening vereist is voor sollicitatie of vrijwilligerswerk.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7000000

Beleidsitem: 013000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken goed.

 

Retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de afgifte van administratieve stukken.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke personen of rechtspersonen aan wie deze stukken door de gemeente op hun verzoek of ambtshalve worden uitgereikt.

 

Artikel 3

Volgende tarieven zijn van toepassing:

 

Tarief

De afgifte van een identiteitskaart van een Belg

15 euro + aanmaakkosten federale overheid

De afgifte van een elektronisch verblijfsdocument van een niet-Belg

15 euro + aanmaakkosten federale overheid

De afgifte van een attest van immatriculatie of het vervangend papieren model

5 euro

De afgifte van een elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen beneden de twaalf jaar

10 euro + aanmaakkosten federale overheid

De afgifte van een elektronisch identiteitsdocument voor niet-Belgische kinderen beneden de twaalf jaar

10 euro + aanmaakkosten federale overheid

De aanmaak en afgifte van reispaspoorten voor Belgen en Belgen op doorreis – gewone procedure

20 euro + aanmaakkosten federale overheid

De aanmaak en afgifte van reispaspoorten voor Belgen en Belgen op doorreis – spoedprocedure

25 euro + aanmaakkosten federale overheid

De aanmaak en afgifte van reispaspoorten voor Belgen en Belgen op doorreis beneden de achttien jaar - gewone en spoedprocedure

15 euro + aanmaakkosten federale overheid

De aanmaak en afgifte van reisdocumenten voor vluchtelingen, staatlozen en vreemdelingen die geen nationaal paspoort of reisdocument kunnen krijgen - gewone procedure

20 euro + aanmaakkosten federale overheid

De aanmaak en afgifte van reisdocumenten voor vluchtelingen, staatlozen en vreemdelingen die geen nationaal paspoort of reisdocument kunnen krijgen - spoedprocedure

25 euro + aanmaakkosten federale overheid

De aanmaak en afgifte van reisdocumenten voor vluchtelingen, staatlozen en vreemdelingen  beneden de achttien jaar en die geen nationaal paspoort of reisdocument kunnen krijgen - gewone en spoedprocedure

15 euro + aanmaakkosten federale overheid

De afgifte van attesten, uittreksels, eensluidend verklaringen, legalisaties handtekening, adresaanvraag,…: voor een enig exemplaar

10 euro

De afgifte van attesten, uittreksels, eensluidend verklaringen, legalisaties handtekening, adresaanvraag,…: voor elk exemplaar waarvan er gelijktijdig meerdere exemplaren worden afgeleverd

5 euro

Een huwelijksaangifte, de huwelijkssluiting en de bijhorende afgifte van uittreksels uit de huwelijksakte

100 euro

De registratie van de verklaring van een wettelijke samenwoning en de afgifte van het ontvangstbewijs of voor de beëindiging van de wettelijke samenwoning

20 euro

De afgifte van een slachtbewijs

45 euro

De aanvraag en afgifte van een voorlopig rijbewijs in bankkaartmodel, een rijbewijs in bankkaartmodel en de hernieuwing ervan

10 euro + aanmaakkosten federale overheid

De aanvraag en afgifte van een internationaal rijbewijs

20 euro + aanmaakkosten federale overheid

Het verzoek tot voornaamsverandering en de opmaak van de akte van voornaamsverandering voor de aanvragen van Belgen en de als vluchtelingen of staatloze erkende personen die hun gewone verblijfplaats op het Belgische grondgebied hebben

130 euro

Het verzoek tot voornaamsverandering en de opmaak van de akte van voornaamsverandering voor de aanvragen door transgenders

13 euro (10 procent van het gewone tarief)

De indiening van een nationaliteitsverklaring

50 euro

De aanvraag en de afgifte van nieuwe pin- en pukcodes

20 euro

De aanvraag van digitale sleutel (token)

10 euro

 

Artikel 4

§1 De in dit reglement vastgestelde tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

 

De aanpassing gebeurt op basis van het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar, gedeeld door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van dit reglement.

 

Het aldus bekomen quotiënt wordt toegepast op het oorspronkelijk vastgestelde bedrag. Het resultaat wordt afgerond naar het hogere veelvoud van één euro.

 

§2 Als voor bepaalde administratieve stukken door hogere overheden aanmaakkosten worden opgelegd en in voorkomend geval ook geïndexeerd, worden deze toegevoegd aan het geïndexeerde gemeentelijke retributietarief.

 

De som van het geïndexeerde retributietarief en de eventuele aanmaakkosten al dan niet geïndexeerd, wordt vervolgens afgerond naar het hogere veelvoud van één euro.

 

§3 De op deze wijze geïndexeerde en afgeronde tarieven worden ambtshalve toegepast, zonder dat een voorafgaande wijziging van het reglement noodzakelijk is.

 

Artikel 5

De retributie is niet verschuldigd voor de attesten, uittreksels, eensluidend verklaringen, legalisaties handtekeningen en adresaanvragen die

         Krachtens de wet, een koninklijk besluit of een andere overheidsreglementering kosteloos door de gemeenten moeten afgeleverd worden.

         Op verzoek van een andere overheid en binnen het kader van interbestuurlijke samenwerking worden afgegeven voor de uitoefening van  de toegewezen wettelijke of reglementaire opdracht van deze overheid.

         Door vrijwilligers worden aangevraagd binnen het kader van de aanstelling als vrijwilliger. Hiertoe wordt een stempel aangebracht ' Enkel dienstig voor vrijwilligerswerk'.

         Door werkzoekenden worden aangevraagd binnen het kader van een sollicitatie. Hiertoe wordt een stempel aangebracht ' Enkel dienstig voor sollicitatie'.

         Die via e-loket, via e-mail, via brief of telefonisch worden aangevraagd en elektronisch worden ondertekend en afgegeven.

 

Artikel 6

De retributie is niet toepasselijk op de afgifte van stukken welke krachtens de wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeenten onderworpen zijn.

 

Artikel 7

§1 De retributie wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs of wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

§2 Bij niet-betaling binnen de gestelde termijn kunnen nalatigheidsinteresten en eventuele invorderingsmaatregelen worden toegepast overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen.

 

Artikel 8

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

31. Retributiereglement op de graf-, columbarium- en urnenveldconcessies op de begraafplaatsen en op het plaatsen van een naam- of gedenkplaatje - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de graf-, columbarium- en urnenveldconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen en op het plaatsen van een naam- of gedenkplaatje - 2020-2025 goed.

 

Feiten en context

         De gemeente Rotselaar heeft vier begraafplaatsen:

         Rotselaar-centrum (Sint-Antoniusstraat, 3110 Rotselaar)

         Rotselaar-Heikant (Kerkhofstraat, 3110 Rotselaar)

         Wezemaal (Beninksstraat, 3111 Rotselaar)

         Werchter (Jan Bolsstraat, 3118 Rotselaar).

         Omwille van de continuïteit is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 17 december 2019 afloopt op 31 december 2025.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, hoofdstuk 1, afdeling 2.

         Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 - 20/09/2024: toepassing decreet 16/01/2004 begraafplaatsen en lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan.

 

Argumentatie

         De gemeente rekent een retributie aan voor concessies op de begraafplaatsen en voor naamplaatjes omdat zij instaat voor het beheer, de inrichting en het duurzaam onderhoud van de begraafplaatsen. Deze dienstverlening brengt kosten met zich mee, zoals administratie, exploitatie, groenonderhoud en de plaatsing en registratie van naamplaatjes. In ruil daarvoor krijgt de concessiehouder een duidelijke, ordelijke en respectvolle herdenkingsplaats, waarvoor de gemeente de continuïteit en toegankelijkheid waarborgt.

         De kostprijs voor een concessie staat in een redelijke verhouding tot de geleverde dienst.

         De kostprijs voor het plaatsen van een naamplaatje is afgestemd op de werkelijke kostprijs van dat naamplaatje.

         Om de reële waarde van de retributie te behouden, wordt het retributiebedrag jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7002100

Beleidsitem: 099000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

21 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

2 onthoudingen: Jeroen Janssens en Farida Tierens

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de graf-, columbarium- en urnenveldconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen en op het plaatsen van een naam- of gedenkplaatje goed.

 

Retributiereglement op de graf-, columbarium- en urnenveldconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen en op het plaatsen van een naam- of gedenkplaatje

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de graf-, columbarium- en urnenveldconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen en het plaatsen van een naam- of gedenkplaatje op het gemeenschappelijk gedenkteken aan de strooiweide of op een grafsteen van de foetusweide.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de persoon die

         de graf-, columbarium en/of urnenveldconcessie aanvraagt of

         om de plaatsing verzoekt van  een naam- of gedenkplaatje op het gemeenschappelijk gedenkteken aan de strooiweide of op een grafsteen van de foetusweide.

 

Artikel 3

De retributie voor een concessie voor 25 jaar wordt vastgesteld als volgt:

 

Tarief

Een grafconcessie met kelder voor maximaal twee personen of voor één persoon en één of meerdere foetussen

1.970 euro

Een grafconcessie zonder kelder voor maximaal twee personen of voor één persoon en één of meerdere foetussen

1.050 euro

Een grafconcessie op de foetusweide voor één of meerdere foetussen

525 euro

Een columbariumconcessie voor maximaal twee personen

1.050 euro

Een columbariumconcessie voor één persoon en één of meerdere foetussen

1.050 euro

Een columbariumconcessie voor één of meerdere foetussen

525 euro

Een urnenveldconcessie voor maximaal twee personen of voor één persoon en één of meerdere foetussen

1.050 euro

De graf-, columbarium-of urnenveldconcessie, die wordt aangevraagd voor een overleden kind jonger dan zeven jaar (uitgezonderd de grafconcessie met kelder)

525 euro

 

Artikel 4

De looptijd van een concessie neemt aanvang op de datum waarop de aanvraag werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 5

In geval van bijzetting wordt de concessietermijn van rechtswege verlengd tot 25 jaar, te rekenen vanaf de datum van de tweede bijzetting of begraving in de concessie. Deze verlenging geldt enkel indien de tweede bijzetting of begraving plaatsvindt binnen de oorspronkelijke concessietermijn.

 

De retributie wordt dan als volgt berekend: het tarief vermeld in artikel 3 wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de bijkomende termijn en de oorspronkelijke termijn van 25 jaar.

 

Artikel 6

§1 De retributie voor een hernieuwing van een concessie die helemaal bezet is, wordt vastgesteld als volgt:

 

Tarief

Een grafconcessie met kelder voor 15 jaar

920 euro

Een grafconcessie zonder kelder voor 15 jaar

495 euro

Een grafconcessie op de foetusweide voor 15 jaar

245 euro

Een columbariumconcessie voor 15 jaar

495 euro

Een urnenveldconcessie voor 15 jaar

495 euro

De graf-, columbarium-of urnenveldconcessie, die wordt aangevraagd voor een overleden kind jonger dan zeven jaar (uitgezonderd de grafconcessie met kelder)

245 euro

 

§2 Een hernieuwing van concessie kan ook voor een periode van 5 of 10 jaar. De retributie voor een hernieuwing van een concessie die helemaal bezet is, wordt in dat geval vastgesteld a rato van het gewenste aantal schijven van 5 jaar van hernieuwing.

 

Artikel 7

De retributie voor het plaatsen van een naam- of gedenkplaatje op het gemeenschappelijk gedenkteken aan de strooiweide bedraagt 60 euro.

 

De retributie voor het plaatsen van een gedenkplaatje op een grafsteen van de foetusweide bedraagt eveneens 60 euro.

 

Artikel 8

De in dit reglement vastgestelde tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

 

De aanpassing gebeurt op basis van het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar, gedeeld door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van dit reglement.

 

Het aldus bekomen quotiënt wordt toegepast op het oorspronkelijk vastgestelde bedrag. Het resultaat wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

 

De op deze wijze geïndexeerde en afgeronde tarieven worden ambtshalve toegepast,

zonder dat een voorafgaande wijziging van het reglement noodzakelijk is.

 

Artikel 9

De retributie wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs of wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Artikel 10

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen. De bepalingen van dat huishoudelijk reglement zijn aanvullend van toepassing, voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 11

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

32. Belastingreglement op de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium of grondcolumbarium op de gemeentelijke begraafplaatsen voor een niet-inwoner, de opgraving en de bestemmingswijziging van een urne - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium of grondcolumbarium op de gemeentelijke begraafplaatsen voor een niet-inwoner en op de opgraving - 2020-2025 goed.

 

Feiten en context

         De gemeente Rotselaar heeft vier begraafplaatsen:

         Rotselaar-centrum (Sint-Antoniusstraat, 3110 Rotselaar)

         Rotselaar-Heikant (Kerkhofstraat, 3110 Rotselaar)

         Wezemaal (Beninksstraat, 3111 Rotselaar) en

         Werchter (Jan Bolsstraat, 3118 Rotselaar).

         Gemeenten kunnen naar aanleiding van hun taken op het vlak van lijkbezorging een belasting heffen op onder meer de lijkbezorging van niet-inwoners, begravingen in grafkelders en ontgravingen.

         Omwille van de continuïteit is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 17 december 2019 afloopt op 31 december 2025.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet.

         Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

         Artikelen 8 tot en met 12 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen.

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 van 20 september 2024 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan.

 

Argumentatie

         Wanneer niet-inwoners een beroep wensen te doen op een specifieke gemeentelijke faciliteit is het gerechtvaardigd hiervoor een bijdrage te vragen door middel van een belasting. Dit is verantwoord omdat inwoners via hun gemeentelijke belastingen structureel bijdragen aan de aanleg, het onderhoud en de organisatie van de begraafplaatsen. Niet-inwoners leveren deze structurele bijdrage niet, waardoor een hoger tarief zorgt voor een billijke kostenverdeling en voorkomt dat inwoners indirect mee opdraaien voor deze uitgaven. Daarnaast is de capaciteit van begraafplaatsen een schaarse publieke ruimte, waardoor het logisch is om deze in de eerste plaats te reserveren en kostendekkend te organiseren voor de eigen bevolking.

         De heffing wordt ingevoerd in het algemeen belang, met het oog op het waarborgen van een kwalitatieve, ordentelijke en duurzame organisatie van het beheer van begraafplaatsen en uitstrooizones binnen de gemeente. Het lokaal bestuur heeft de verantwoordelijkheid om een serene en respectvolle omgeving te creëren voor nabestaanden, de volksgezondheid te beschermen en het openbaar domein op een waardige wijze te onderhouden. De belasting ondersteunt deze publieke taak en draagt zo rechtstreeks bij aan het algemeen belang.

         Daarnaast beoogt de heffing de financiële behoeften van de gemeente te dekken die voortvloeien uit de aanleg, het beheer, het onderhoud en de vernieuwing van begraafplaatsen, strooiweiden en aanverwante infrastructuur. Deze activiteiten brengen substantiële kosten met zich mee, onder meer voor groenbeheer, instandhoudingswerken, administratieve verwerking en naleving van de wettelijke verplichtingen inzake lijkbezorging. De belasting voorziet in de noodzakelijke financiële middelen om deze openbare dienstverlening op een kwaliteitsvolle manier te blijven verzekeren. Zij kan tevens worden aangewend ter financiering van specifieke uitgaven die rechtstreeks verband houden met de begraafplaatswerking.

         Tevens is het gerechtvaardigd om in de belasting op de opgraving van een urne of een kist te differentiëren omwille van het verschil in de arbeidsintensiteit en in de hygiënische omstandigheden.

         De vrijstelling voor overledenen die geen inwoner meer zijn, maar die minstens de helft van hun leven of minstens twintig jaar van hun actieve leven in het bevolkingsregister van de gemeente stonden ingeschreven, is gerechtvaardigd door de erkenning van hun duurzame band met de gemeente en is in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel (art. 10 en 11 Grondwet), aangezien deze personen in relevante mate gelijkgesteld worden met huidige inwoners wat betreft hun maatschappelijke betrokkenheid. De vrijstelling voor overledenen die geen inwoner meer zijn maar minstens twintig jaar van hun actieve leven in de gemeente hebben gewoond, erkent hun langdurige financiële en maatschappelijke bijdrage aan de gemeenschap. Deze uitzondering voorkomt dat mensen met een sterke historische band met de gemeente onbillijk zouden worden gelijkgesteld met personen zonder dergelijke band. Zo wordt het tariefverschil zowel fiscaal, sociaal als beleidsmatig verantwoord ingevuld.

         Om de reële waarde van de belasting te behouden, wordt het belastingbedrag jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7331100

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium of grondcolumbarium op de gemeentelijke begraafplaatsen voor een niet-inwoner, de opgraving en de bestemmingswijziging van een urne goed.

 

Belastingreglement op de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium of grondcolumbarium op de gemeentelijke begraafplaatsen voor een niet-inwoner, de opgraving en de bestemmingswijziging van een urne

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op:

         de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium of grondcolumbarium op de gemeentelijke begraafplaatsen voor een niet-inwoner

         de opgraving

         de bestemmingswijziging van een urne

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de persoon die de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium of grondcolumbarium of de opgraving of bestemmingswijziging van een urne aanvraagt.

 

Artikel 3

Volgende tarieven zijn van toepassing:

 

Tarief

Opgraving van een kist

1.500 euro

Opgraving van een urne

125 euro

Begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen van niet-inwoners of voor de begraving van foetussen waarvan de ouders niet-inwoner zijn

660 euro

Voor de bijzetting in een columbarium van veraste stoffelijke overblijfselen van niet-inwoners of veraste foetussen waarvan de ouders niet-inwoner zijn

660 euro

Voor de uitstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen van niet-inwoners of veraste foetussen waarvan de ouders niet-inwoner zijn

660 euro

Voor de begraving, bijzetting of uitstrooiing op de begraafplaats van veraste stoffelijke overblijfselen waarvan de bestemming van de urne voordien buiten de begraafplaats lag

125 euro

Voor de bijbegraving of bijzetting van de as van een of meerdere eerder overleden en gecremeerde gezelschapsdieren samen met de kist of urne van de overleden eigenaar

250 euro

 

Artikel 4

De in dit reglement vastgestelde tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie

van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De aanpassing gebeurt op basis van het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar, gedeeld door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van dit reglement. Het aldus bekomen quotiënt wordt toegepast op het oorspronkelijk vastgestelde bedrag. Het resultaat wordt afgerond naar het hogere veelvoud van één euro.

 

Artikel 5

Worden vrijgesteld van de belasting:

         De begraving, bijzetting of uitstrooiing van voor het vaderland gevallen militairen of burgers en ook de herbegraving in geval van verandering van bestemming van de begraafplaats.

         De begraving of bijzetting in een concessie: de vrijstelling is beperkt tot de echtgenote of echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde en de ascendenten en descendenten van de eerste graad.

         De begraving, bijzetting of uitstrooiing van personen die tussen hun vijfentwintigste en vijfenzestigste levensjaar minstens 20 jaar ingeschreven waren in het bevolkingsregister van de gemeente. Deze termijn wordt bepaald op basis van officiële gegevens uit het bevolkingsregister.

         De begraving, bijzetting of uitstrooiing van personen die minstens de helft van hun leven ingeschreven waren in het bevolkingsregister van de gemeente. Onder “de helft van het leven” wordt verstaan: de helft van de tijdsduur tussen de geboortedatum en de overlijdensdatum, waarbij het aantal jaren, maanden en dagen van inschrijving in de gemeente opgeteld wordt op basis van officiële gegevens uit het bevolkingsregister.

         De begraving, bijzetting of uitstrooiing van personen die hun verblijfplaats in de gemeente hebben, maar omwille van hun statuut niet zijn ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister.

 

Artikel 6

De belasting wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs of wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen de gestelde termijn, wordt de belasting ingevorderd door middel van een kohier. De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet betaald worden binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel  7

§1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgmeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van inning zonder uitstel, de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.

 

§2 Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 8

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen. De bepalingen van dat huishoudelijk reglement zijn aanvullend van toepassing, voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 9

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

33. Huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 23 november 2009
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 23 november 2009
De gemeenteraad keurt de politieverordening op de begraafplaatsen goed.

 

Feiten en context

         De gemeente Rotselaar heeft vier begraafplaatsen, namelijk te Rotselaar-centrum (Sint-Antoniusstraat, 3110 Rotselaar), Rotselaar-Heikant (Kerkhofstraat, 3110 Rotselaar) Wezemaal (Beninksstraat, 3111 Rotselaar) en Werchter (Jan Bolsstraat, 3118 Rotselaar).

         Door de evoluties op het gebied van begrafenissen die in de decretale wijzigingen zijn doorgevoerd, is het noodzakelijk het bestaande reglement te actualiseren.

         De inbreuken die het serene en ordelijke karakter van de begraafplaatsen kunnen verstoren en waar handhaving van toepassing is, werden opgenomen in het uniforme politiereglement van de politiezone BRT (Begijnendijk, Rotselaar en Tremelo). De overige praktische en organisatorische bepalingen uit de bestaande politieverordening op de begraafplaatsen worden opgenomen in het geactualiseerde huishoudelijk reglement.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

         Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 - 20/09/2024: toepassing decreet 16/01/2004 begraafplaatsen en lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan.

 

Argumentatie

         De gemeentelijke begraafplaatsen zijn belangrijke plekken voor troost en bezinning, die te allen tijde toegankelijk moeten zijn voor de bezoekers die hun dierbaren willen herdenken. Het waarborgen van een serene en respectvolle beleving voor deze bezoekers vereist duidelijke praktische en organisatorische afspraken, die in dit huishoudelijk reglement worden vastgelegd.

         De gemeente erkent daarnaast de toenemende behoefte aan een diverse rouwbeleving en wil inspelen op de wens om alternatieve begraafwijzen aan te bieden. Zo wordt de mogelijkheid toegevoegd om eerder overleden en gecremeerde gezelschapsdieren bij te begraven. Tijdens het leven van de overleden eigenaar boden ze vaak steun en een emotionele band.

         Nabestaanden wensen soms de begraafwijze van hun dierbare na de begraving te wijzigen. Om hierin tegemoet te komen, biedt de mogelijkheid voor retroactieve thuisbewaring van asurnen de gewenste flexibiliteit, zodat nabestaanden de keuze hebben om de as van hun overleden dierbare op een later moment opnieuw te plaatsen of anders te bewaren.

         Ook de verkorte concessietermijnen en flexibele verlengingstermijnen dragen bij aan het ontzorgen van de nabestaanden, zodat zij, ondanks diverse beperkingen, een lopende concessie niet voortijdig hoeven op te geven.

         Verder vraagt de rouwbeleving specifieke aandacht voor bepaalde doelgroepen. In dat kader werd al voorzien in een rustplaats voor levenloos geboren kinderen die de levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt, op een speciaal perk op elke begraafplaats. Daarnaast wordt nu ook de mogelijkheid geboden om deze kinderen in te schrijven in het gemeentelijke sterrenregister, zodat hun herinnering wordt geëerd.
De gedefinieerde gelijkstelling van niet-inwoners, onder bepaalde voorwaarden, met inwoners zorgt voor de erkenning van hun maatschappelijke betrokkenheid bij onze gemeente. Dit versterkt het gemeenschapsgevoel en toont respect voor de persoonlijke band die zij met onze gemeente hebben, zelfs als zij er niet wonen.

 

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen goed.

 

Huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Artikel 1 - Begraafplaatsen

§1 De gemeente Rotselaar heeft vier begraafplaatsen te

         Rotselaar-centrum - Sint-Antoniusstraat, 3110 Rotselaar,

         Rotselaar-Heikant - Kerkhofstraat, 3110 Rotselaar

         Wezemaal - Beninksstraat, 3111 Rotselaar en

         Werchter - Jan Bolsstraat, 3118 Rotselaar.

 

§2 De gemeentelijke begraafplaatsen zijn doorlopend open voor bezoekers, met uitzondering van de door de burgemeester bepaalde afwijkingen.

 

Artikel 2 - Vormen en volgorde van begraving

§1 Onder “begraving” wordt verstaan:

         Het begraven van stoffelijke overschotten van eerder overleden personen,

         Het bijzetten van asurnen van eerder overleden personen in het columbarium,

         Het begraven van asurnen van eerder overleden personen in het urnenveld,

         De uitstrooiing van de as van eerder overleden personen op een strooiweide.

 

§2 De plaatsen van de begravingen en de bijzettingen en de volgorde op die plaatsen worden bepaald door het college van burgemeester en schepenen.

Voor de begraving van de stoffelijke overschotten van kinderen is op elke begraafplaats een speciaal perk voorzien. De stoffelijke overschotten van kinderen kunnen worden begraven in dit kinderperk of in een gewoon grondperceel.

 

§3 Enkel de daartoe door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personen zijn gemachtigd begravingen uit te voeren. De as wordt uitgestrooid door een gemeentelijk aangestelde.

 

Artikel 3 - Planning begravingen

Begravingen dienen minstens twee volle werkdagen voorafgaand aan het moment van begraving bij de gemeente aangevraagd te worden. Het college van burgemeester en schepenen beslist over dag en uur van de begraving, de bijzetting of de uitstrooiing en stelt jaarlijks de dagen vast waarop niet wordt begraven en geen bijzetting en uitstrooiing kan plaatsvinden. Uitgezonderd op deze vastgestelde dagen gebeurt de begraving, de bijzetting en uitstrooiing van maandag tot en met zaterdag tot 15 uur.

 

Artikel 4 - Kosteloze lijkbezorging

§1 Voor de personen die zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente zijn de volgende handelingen kosteloos:

         de begraving van een stoffelijk overschot in een niet-geconcedeerd graf,

         de begraving van een asurn in een niet-geconcedeerd graf of een urnenkelder,

         de bijzetting van een asurn in een columbarium,

         de uitstrooiing van de as.

 

De kosteloze handelingen gelden ook voor niet-inwoners die

         tussen hun vijfentwintigste en vijfenzestigste levensjaar minstens 20 jaar ingeschreven waren in het bevolkingsregister van de gemeente. Deze termijn wordt bepaald op basis van officiële gegevens uit het bevolkingsregister.

         minstens de helft van hun leven ingeschreven waren in het bevolkingsregister van de gemeente. Onder “de helft van het leven” wordt verstaan: de helft van de tijdsduur tussen de geboortedatum en de overlijdensdatum, waarbij het aantal jaren, maanden en dagen van inschrijving in de gemeente opgeteld wordt op basis van officiële gegevens uit het bevolkingsregister.

         hun verblijfplaats in de gemeente hebben, maar omwille van hun statuut niet zijn ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister

en voor

         de begraving van stoffelijke overschotten die ontdekt worden op het grondgebied van de gemeente.

 

§2 De kosteloze handelingen zijn niet van toepassing op begravingen in grafconcessies of urnenveldconcessies en bijzettingen in columbariumconcessies.  Het college van burgemeester en schepenen verleent op verzoek betalende concessies volgens de bepalingen die verder in dit huishoudelijk reglement zijn opgenomen.

 

Artikel 5 - Begraving van levenloos geboren kinderen die de levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt

§1 Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens (sterrenkindjes) nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders, waarvan minstens één van de ouders inwoner is, begraven of gecremeerd.  Het stoffelijk overschot van een levenloos geboren kind dat de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet heeft bereikt (sterrenkindje) kan begraven worden op de foetusweide of de asurn ervan kan worden begraven op de foetusweide of bijgezet in een columbarium. De as kan ook op de strooiweide van iedere begraafplaats worden uitgestrooid.

 

Met uitzondering van het verlenen van een concessie, is de begraving, de bijzetting of de uitstrooiing van een levenloos geboren kind dat de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet heeft bereikt (sterrenkindje) kosteloos.

 

§2 Op de daartoe bestemde foetusweide (sterretjesweide) op iedere begraafplaats worden niet-geconcedeerde en betalende geconcedeerde percelen ter beschikking gesteld voor de begraving van niet-gecremeerde en gecremeerde levenloos geboren kinderen die de levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt. Voor deze graven op de foetusweide zijn er grafsteentjes in verschillende vormen waaruit de ouders of nabestaanden kunnen kiezen via de begrafenisondernemer. De gemeente bepaalt de vormen.

 

§3 Op aanvraag van de ouders of nabestaanden kunnen Sterrenkindjes door de dienst Burgerlijke stand ingeschreven worden in het gemeentelijk sterrenregister. Op aanvraag van de ouders wordt ook een ceremonieel geboortecertificaat afgegeven voor het sterrenkindje.

 

Artikel 6 - Lijkenvervoer

Het lijkenvervoer gebeurt door private ondernemingen onder toezicht van het college van burgemeester en schepenen.

 

Enkel de daartoe door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personen zijn gemachtigd begravingen uit te voeren of om de as uit te strooien op de strooiweide.

 

Artikel 7 - Lijkbezorging van behoeftigen

Het college van burgemeester en schepen voorziet in behoorlijke lijkbezorging van behoeftigen. Dit is het geval als de overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister is ingeschreven of bij ontstentenis van inschrijving in een register, ten laste is van de gemeente waar het overlijden plaatsvond. De daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente.

 

Artikel 8 - Begraven stoffelijk overschot

Een stoffelijk overschot wordt begraven in een kist of in een lijkwade. Een lijkwade is een lijkomhulsel dat in de plaats van een doodskist wordt gebruikt bij de lijkbezorging. Een lijkwade en een kist moeten voldoen aan de voorwaarden bepaald in het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden.

 

De burgemeester of zijn gemachtigde mag een kisting bijwonen

 

Artikel 9 - Verloop van de begraving

De lijkwagen rijdt de begraafplaats op tot aan de begroetingsplaats, waar de rouwenden de laatste begroeting aan de overledene kunnen brengen. De rouwenden kunnen het hele verloop van de begrafenis bijwonen. De aanwezigheden bij het dichten van de put, worden beperkt tot de overlevende echtgeno(o)t(e)of partner en de bloedverwanten tot de tweede graad.

 

Artikel 10 - Gezelschapsdieren

§1 Op schriftelijk verzoek kan de begraving of bijzetting van de as van een of meerdere eerder overleden en gecremeerde gezelschapsdieren plaatsvinden.

 

Met een gezelschapsdier wordt een dier bedoeld dat tam is en traditioneel in huis wordt gehouden en er voor emotionele steun heeft gezorgd (bijvoorbeeld een hond of kat).

 

De urne met as van een of meerder al overleden gezelschapsdieren kan:

         samen met de overledene in de doodskist worden geplaatst en begraven,

         samen met de in een lijkwade gehulde overledene worden begraven,

         samen met de urne van de overledenen in het urnenveld worden begraven,

         samen met de urne van de overledene in het columbarium worden geplaatst.

 

De urne met de as van een of meerdere gezelschapsdieren kan enkel maar samen worden bijgezet of begraven op het ogenblik van de bijzetting of begraving van de eigenaar van het gezelschapsdier.

 

De gezelschapsdieren moeten al overleden en gecremeerd zijn op het ogenblik van het overlijden van de eigenaar. Latere bijzettingen van de urne met de as van een of meerdere gezelschapsdieren zijn niet mogelijk.

 

§2 De urne met de assen van een huisdier wordt beschouwd als een boventallige urne en kunnen niet bijgezet worden in niet-geconcedeerde graven of columbarium.

 

De urne met assen van een gezelschapsdier mogen nooit de plaats innemen van een urne van een overleden persoon. De urne van een gezelschapsdier kan enkel worden begraven of bijgezet worden als dit technisch mogelijk is en er voldoende plaats is in het respectievelijke graf, kelder, urnenveld of columbarium.

 

De urne met de assen van een of meerdere gezelschapsdieren moet biologisch niet-afbreekbaar zijn, zodanig dat de assen van mens en dier nooit kunnen gemengd worden.

 

§3 Bij einde concessie of opgraving van de overleden eigenaar volgt de urne met de as van een of meerdere gezelschapsdieren altijd de bestemming van de kist of de urne van de overleden eigenaar. Als het graf van de overledene wordt verwijderd na het verstrijken van de concessietermijn zal dus ook de urne met de as van een of meerdere gezelschapsdieren worden verwijderd. Hetzelfde geldt in het geval de urne met een of meerdere gezelschapsdieren werd bijgezet in een columbarium of begraven in een urnenveld en de concessietermijn wordt beëindigd.

In deze gevallen kan de urne met de as van een of meerdere gezelschapsdieren worden afgegeven aan de nabestaanden. De as van een of meerdere gezelschapsdieren mag niet worden uitgestrooid op de strooiweide.

 

Artikel 11 - Opgravingen

§1 Het verlenen van toestemming tot opgraving door de burgemeester kan enkel om ernstige redenen. De opgraving kan worden toegelaten:

         om een stoffelijk overschot of een urn over te brengen van een al dan niet geconcedeerde grond of columbariumnis naar een geconcedeerde grond of columbariumnis,

         om een urn te overhandigen aan nabestaanden om deze te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats,

         op bevel van de gerechtelijke overheid,

         binnen het kader van een bestuurlijke beslissing.

 

§2 De aanvraag tot opgraving wordt door de nabestaande schriftelijk gericht aan de burgemeester. De aanvragers betalen de in het belastingreglement op de begraafplaatsen bepaalde vergoeding voor opgraving. Onverminderd het recht van de burgemeester om in de toelating bijzondere voorwaarden op te leggen, moeten steeds volgende beschikkingen worden nageleefd:

         dag en uur waarop de opgraving zal geschieden worden in overleg met de gemeentelijke dienst die zorgen draagt voor de begraafplaatsen vastgesteld,

         het grafteken, de beplantingen en alle andere voorwerpen die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten, moeten verwijderd worden vooraleer tot de opgraving wordt overgegaan,

         het openleggen van het graf, het openen van de grafkelders, het lichten van de kist uit het graf en het vullen van de kuil, geschieden door de zorgen van de gemeente,

         het openen van de nis, het uitnemen van de urn uit de nis en het terug sluiten van de nis, gebeuren door de zorgen van de gemeentelijke dienst die zorgen draagt voor de begraafplaatsen.

 

§3 Behalve bij een gerechtelijk bevel worden vanaf 1 oktober tot 30 november en op zaterdagen, zon- en feestdagen geen opgravingen verricht. Tijdens de opgraving wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd. Nabestaanden hebben de mogelijkheid om de opgraving bij te wonen.

 

§4 De opgraving gebeurt door een gespecialiseerde firma in aanwezigheid van de gemeentelijke dienst die zorg draagt voor de begraafplaatsen. De firma die de opgraving uitvoert, kan de vernieuwing van de kist voorschrijven indien nodig en elke andere maatregel nemen die om de welvoeglijkheid en de openbare gezondheid te beschermen, zulks op kosten van de aanvrager. Als de bestemming van het lijk buiten de begraafplaats van opgraving is gelegen, moet het lijk in afwachting van vervoer bewaard worden in een lucht- en lekdichte kist.

 

 

Als de bestemming van het lijk buiten de begraafplaats van opgraving is gelegen, moet het lijk in afwachting van vervoer bewaard worden in een lucht- en lekdichte kist.

 

Hoofdstuk 2 - Niet-geconcedeerde begravingen

Artikel 12 - Voorwerp van niet-geconcedeerde begravingen

De niet-geconcedeerde percelen zijn bestemd voor de begraving in volle grond van het niet-gecremeerde lichaam van één persoon of de begraving van een urne met de as van één gecremeerde persoon. Een niet-geconcedeerde columbariumnis is bestemd voor de bijzetting van de urne met de as van één gecremeerde persoon.

 

Artikel 13 – Bewaartermijn

§1 Een niet-geconcedeerd graf en een urne in een columbariumnis of urnenkelder worden 15 jaar bewaard. Na het verstrijken van de periode van 15 jaar zal een niet-geconcedeerd graf, een columbariumnis of een urnenkelder worden verwijderd of leeggemaakt.

 

§2 De burgemeester kan ook binnen de termijn van 15 jaar na de begraving toestemming verlenen tot opgraving. Dit houdt in dat een graf gedurende vijftien jaar wordt bewaard op de begraafplaats, maar niet noodzakelijk op de oorspronkelijke plek.

 

Artikel 14 - Retroactieve thuisbewaring van een asurn uit een niet-geconcedeerd columbarium- of urnenveld

§1 De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurn uit een niet-geconcedeerd graf of columbariumnis, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten in eerste graad.

 

De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden tot zolang de procedure van ontruiming van de niet-geconcedeerde graven loopt. De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid. De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal worden ingediend.

 

§2 Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats. De asurn kan terug bijgezet of begraven worden in een concessie op de gemeentelijke begraafplaats, na schriftelijke aanvraag. 

 

§3 De kosten die de aanvrager betaalt voor de opgraving en in voorkomend geval de tweede bijzetting of begraving in een concessie op de begraafplaats worden bepaald in het retributie- en belastingreglement op de begraafplaatsen.

 

Artikel 15 - Omzetting niet-geconcedeerd graf naar concessie

Een omzetting van een niet-geconcedeerde begraving, naar een begraving in een concessie is toegelaten mits opgraving en herbegraving op een perceel voor geconcedeerde begravingen. Deze mogelijkheid geldt enkel tot en met de periode van de bekendmaking van de ontruiming van het graf, als dit het geval is. Na deze periode is er geen omzetting meer mogelijk.

 

De kosten die de aanvrager van de omzetting betaalt voor de opgraving en de concessie worden bepaald in het retributie- en belastingreglement op de begraafplaatsen.

 

Artikel 16 – Ontruiming niet-geconcedeerde graven

Wanneer niet-geconcedeerde percelen moeten worden ontruimd, dan wordt de kennisgeving van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar bekendgemaakt aan het betrokken graf of in de nabijheid ervan en aan de ingang van de begraafplaats.

 

De belanghebbenden beschikken over een termijn van 1 jaar om het grafmonument of andere graftekens weg te nemen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking. Na die termijn worden ze van ambtswege verwijderd en worden ze eigendom van het gemeentebestuur. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.

 

Hoofdstuk 3 - Concessies

 

Artikel 17 – Voorwerp van geconcedeerde begravingen

§1 De begraving van een stoffelijk overschot, de begraving van een asurn en de bijzetting van een asurn in een columbarium kunnen het voorwerp uitmaken van een concessie:

         De geconcedeerde grondpercelen zijn bestemd voor de begraving in volle grond, de begraving in een grafkelder of de begraving in een urnenkelder.

         Columbariumconcessies worden verleend voor dezelfde duur en tegen dezelfde algemene voorwaarden. Deze concessies worden slechts toegestaan voor gesloten nissen.

 

In een geconcedeerd(e) grondperceel, urnengraf of een columbariumnis mogen maximaal 2 stoffelijke overschotten begraven worden.

 

De as van een of meerdere kinderen die de levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt(foetussen) kunnen bij de stoffelijke overschotten van 1 persoon worden begraven of bijgezet.

 

Een concessie kan ook toegekend worden op de foetusweide voor de begraving of bijzetting van de stoffelijke overschotten van kinderen die de levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt(foetussen).

 

§2 De bijzetting van een of meerdere gezelschapsdieren gebeurt volgend de bepalingen van artikel 10 in dit huishoudelijk reglement.

 

Artikel 18 - Aanvraag concessie

De concessie wordt schriftelijk aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen. De begunstigden van de concessie worden in de aanvraag vermeld. Een concessie kan worden aangevraagd door een of meerdere natuurlijke personen of een rechtspersoon.

 

Artikel 19- Begunstigden in een concessie

§1 Eenzelfde concessie kan dienen voor

         de aanvrager, zijn echtgeno(o)t(e en zijn bloed- en aanverwanten,

         de overledene waarmee de aanvrager een feitelijk gezin vormde op het ogenblik van het overlijden,

         de persoon of personen die de concessiehouder heeft aangewezen als die personen daarover bij de gemeente hun akkoord hebben gegeven, 

         een derde die de aanvrager aangewezen heeft, en voor de echtgeno(o)t(e, bloed- en aanverwanten van die derde,

         personen die tijdens hun leven bij de gemeente hebben gemeld dat ze in dezelfde concessie willen rusten.

 

§2 De urne met de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, wanneer de overledene dit in zijn laatste wilsbeschikking heeft bepaald of bij gebrek daaraan op gezamenlijk schriftelijk verzoek gericht aan de burgemeester van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad, kan samen worden begraven met de overleden echtgenoot of persoon die met de eerst overledene een feitelijk gezin vormde, samen in een columbarium of urnenveld bijgezet worden, of samen uitgestrooid worden.

Dit kan enkel indien de eerder overledene zich daar in zijn laatste wilsbeschikking niet tegen verzet heeft. De opgraving van de urne om samen te worden begraven, bijgezet of verstrooid valt onder een ernstige reden tot opgraving.

 

§3 De kosten voor de opgraving en de concessie worden bepaald in het belasting- en retributiereglement op de begraafplaatsen.

 

Artikel 20 - Afstand doen van de mogelijkheid tot begraving of bijzetting in een concessie

Een begunstigde is niet verplicht om in de concessie begraven of bijgezet te worden. Hij kan voor een andere vorm van lijkbezorging kiezen. Niemand anders kan er afstand van doen in zijn plaats.

 

Artikel 21 – Retroactieve thuisbewaring asurn uit een columbarium- of urnenveldconcessie

§1 De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van de asurn(en) uit een concessie in het columbarium of het urnenveld, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis, van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, moet schriftelijk worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad.

 

De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden tot zolang de termijn van de concessie loopt of tot zolang de procedure van de hernieuwing van de concessie loopt.

De plaats van bewaring of uitstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
 

De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal, per persoon, worden ingediend.

 

De kosten voor de opgraving worden bepaald in het belastingreglement op de begraafplaatsen.

 

§2 De geconcedeerde nis of het geconcedeerde graf worden gedurende een termijn van twee jaar bewaard.  De bewaartermijn heeft geen invloed op de oorspronkelijk toegekende concessietermijn.

Wanneer, na een termijn van twee jaar, de asurn niet wordt teruggebracht naar de begraafplaats, wordt de concessie ambtshalve opgeheven.

 

De betaalde concessieprijs kan noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.

 

Wanneer de thuisbewaring na de termijn van 2 jaar ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van één van de gemeentelijke begraafplaatsen of kan de asurn terug bijgezet of begraven worden in een nieuwe concessie.

 

Wanneer de concessie tijdens de periode van bewaring moet hernieuwd worden, zijn de modaliteiten van de hernieuwing (verlenging) van de concessies, opgenomen in het huishoudelijk reglement, van toepassing. Wanneer de concessie, tijdens de periode van de bewaring, niet hernieuwd wordt, is deze vervallen.

 

§3 Wanneer op het ogenblik van de aanvraag tot retroactieve thuisbewaring, door de nabestaanden al gekozen wordt om de asurne niet meer terug te brengen of wanneer door de nabestaanden gekozen wordt voor een uitstrooiing op een andere plaats dan de begraafplaats, dan worden de modaliteiten van artikel 26 van dit huishoudelijk reglement toegepast.

 

§4 De kosten voor de tweede begraving in een concessie op de begraafplaatsen na de bewaartermijn van 2 jaar en de beëindiging van de oorspronkelijke concessie worden bepaald in het belasting – en retributiereglement op de begraafplaatsen.

 

Artikel 22 - Toekennen en beëindigen van concessies

§1 Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om:

         concessies te verlenen,

         concessies te hernieuwen,

         concessies te beëindigen in geval van onderhoudsverzuim,

         concessies (vroegtijdig) te beëindigen na aanvraag van één van de begunstigden of de concessiehouder.

 

Het toekennen van een concessie verleent geen eigendomsrecht op het geconcedeerde grondperceel, urnenkelder of columbariumnis, maar enkel een tijdelijk gebruiksrecht met een speciale bestemming op naam. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming worden gegeven dan die welke waarvoor ze werd verleend. De concessies zijn onoverdraagbaar.

 

§2 De concessies worden enkel toegestaan op de plaatsen en volgens de volgorde op die plaatsen van de begraafplaatsen die daarvoor door het college van burgemeester en schepenen worden aangewezen. In geen geval mag er een concessie verleend worden op de plaats bestemd voor niet-geconcedeerde gronden.

 

Artikel 23 - Bewaartermijn en hernieuwing van concessies

§1 De concessies worden verleend voor een periode van 25 jaar. De concessies worden verleend door het college van burgemeester en schepenen onder de voorwaarden en de tarieven bepaald in dit huishoudelijk reglement en het retributiereglement op de begraafplaatsen, die gelden op het ogenblik van de concessieaanvraag. De concessie neemt aanvang op de datum van de voormelde beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

§2 Hernieuwing van de concessie, naar aanleiding van de bijzetting

Naar aanleiding van de tweede bijzetting wordt de concessietermijn van rechtswege verlengd tot het volledige aantal jaren voorzien in het retributiereglement op de begraafplaatsen. De nieuwe termijn neemt aanvang vanaf de bijzetting. In dit geval berekent de gemeente het verschuldigd bedrag, rekening houdende met het resterend aantal jaren in de bestaande concessie. Deze verlenging geldt dan ook enkel als de tweede bijzetting of begraving plaatsvindt binnen de oorspronkelijke concessietermijn. De retributie wordt als volgt berekend:

 

Tarief zoals vermeld in artikel 3 x de bijkomende termijn

              De oorspronkelijke termijn (25 jaar)

 

Het tarief, opgenomen in het retributiereglement op de begraafplaatsen, wordt binnen de 30 dagen na factuurdatum betaald via overschrijving op het gemeentelijk rekeningnummer.

 

§3 Hernieuwing van de concessie, zonder bijzetting

Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de toegekende concessietermijn, kan de concessie die helemaal bezet is, hernieuwd (verlengd) worden met

         Een termijn van 15 jaar, te rekenen vanaf de datum van het verzoek tot hernieuwing of

         A rato van het gewenste aantal schijven van 5 jaar van hernieuwing.

 

Opeenvolgende hernieuwingen worden toegestaan.

 

Het tarief, opgenomen in het retributiereglement op de begraafplaatsen, wordt binnen de 30 dagen na factuurdatum betaald via overschrijving op het gemeentelijk rekeningnummer.

 

§4 Minstens een jaar voor het verstrijken van de concessie of van de hernieuwing ervan, maakt de burgemeester of zijn gemachtigde een akte op. Daarin wordt gesteld dat een aanvraag tot hernieuwing vereist is om de concessie te hernieuwen. Een afschrift van deze akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats uitgehangen.

 

Als er geen aanvraag voor een hernieuwing is gedaan, vervalt de concessie. De niet-verwijderde grafmonumenten en bestaande constructies (zoals kelders) worden in dit geval eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen bepaalt vervolgens de bestemming van deze grafmonumenten.

 

Artikel 24 - Concessies aangevraagd voor 1 januari 2026

§1 Dit artikel is bedoeld om een regeling te voorzien voor concessies die werden toegekend en vervallen zijn voor de inwerkingtreding van het huidig huishoudelijk reglement. De nabestaanden hebben retroactief de mogelijkheid om alsnog vervallen concessie te verlengen.

 

Voor de verschillende types geconcedeerde graven wordt er een periode voorzien waarin belanghebbenden een verlenging kunnen aanvragen voor een al vervallen concessie. De start- en einddatum van deze periode worden door het college van burgemeester en schepenen bepaald. Na deze periode is er geen retroactieve verlenging meer mogelijk.

 

De al toegekende concessies, die vervallen voor inwerkingtreding van dit huishoudelijk reglement, worden op schriftelijk verzoek, hernieuwd (verlengd) met een termijn zoals voorzien in het artikel 23 van dit huishoudelijk reglement en mits betaling van het tarief zoals voorzien in het retributiereglement of gratis zoals voorzien in dit huishoudelijk reglement.

 

§2 De percelen waarvoor geen aanvraag tot hernieuwing van de concessie wordt ingediend, kunnen door het college van burgemeester en schepenen worden ontruimd.

 

Artikel 25 – Weigering hernieuwing van de concessie

De hernieuwingen kunnen door het college van burgemeester en schepenen enkel geweigerd worden als blijkt dat op het moment van de aanvraag de concessie verwaarloosd is.

 

Artikel 26 – Voortijdige beëindiging van een concessie

Op schriftelijk verzoek van concessiehouder of ieder belanghebbende kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen. De aanvraag tot voortijdige beëindiging van de concessie wordt gedurende een termijn van 1 jaar aangeplakt aan de ingang van de begraafplaats en aan het desbetreffende perceel. Alsook zal, indien nodig, de concessiehouder op de hoogte gesteld worden.

 

Bij een voortijdige beëindiging van de concessie kan het betaalde concessietarief noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.

 

Artikel 27- Bezwaar tegen een voortijdige beëindiging

Er kan schriftelijk bezwaar worden ingediend tegen de voortijdige beëindiging van een concessie bij het college van burgemeester en schepenen. De betrokkene die bezwaar indient en die in het gelijk wordt gesteld door het college van burgemeester en schepenen zal dan aangeduid worden als de nieuwe concessiehouder.

 

Artikel 28 - Altijddurende concessie

De altijddurende concessies zijn door de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging omgezet in concessies van vijftig jaar te rekenen vanaf de toekenning van de oorspronkelijke concessie, en ze kunnen zonder vergoeding hernieuwd worden. De voorafgaande bepalingen in dit huishoudelijk reglement over de duur en de hernieuwing van de concessies doen geen afbreuk aan dit recht op kosteloze hernieuwing van de al eerder toegekende altijddurende concessies.

 

Artikel 29 – Onderhoud geconcedeerde graven en nissen

§1 In concessie gegeven graven, in concessie gegeven urnenvelden en in concessie gegeven columbariumnissen worden onderhouden door de concessionaris.

§2 Onderhoudsverzuim dat verwaarlozing uitmaakt, staat vast als het graf, de urnenkelder op het urnenveld of de nis van het columbarium doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.
 

De burgemeester of zijn gemachtigde stelt de verwaarlozing vast in een akte. De voormelde akte wordt een jaar lang opgehangen, zowel bij het graf, het urnengraf op het urnenveld of de nis van het columbarium, als aan de ingang van de begraafplaats. Bij vaststelling van herstel door de burgemeester of zijn gemachtigde wordt de uitgehangen akte verwijderd.
 

Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling kan het college van burgemeester en schepenen een einde maken aan de concessie.

 

Artikel 30 – Niet-weggenomen concessiegraftekens

Wanneer een concessie om welke reden dan ook een einde neemt, worden de niet weggenomen graftekens en de nog bestaande ondergrondse constructies, na het verstrijken van de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde termijn, eigendom van het gemeentebestuur.

 

Artikel 31 – Terugneming van een perceel of concessie

§1 Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd voor de terugneming van de concessies.

 

§2 In geval van terugneming van een grondperceel wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden, kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben slechts het recht op het kosteloos bekomen van een grondperceel of een nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de begraafplaats of een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de al toegekende concessietermijn.

 

Het verzoek tot overbrenging moet worden ingediend voor de datum van de terugneming.

 

De kosten van de overbrenging van de stoffelijke overschotten zijn ten laste van het gemeentebestuur. De kosten van de overbrenging van de graftekens, evenals de kosten van een vervangende grafkelder zijn ten laste van de aanvrager.

 

Artikel 32 - Overbrenging bij sluiting begraafplaats

In geval van sluiting van een begraafplaats, hebben de concessiehouders recht op het verkrijgen van een grondperceel van dezelfde oppervlakte of een nis van dezelfde grootte op de nieuwe begraafplaats. De concessiehouders kunnen geen aanspraak maken op enige vergoeding.

 

Het verzoek tot overbrenging moet worden ingediend voor de stopzetting van de begravingen op de oude begraafplaats.

 

De kosten van de overbrenging van de stoffelijke overschotten zijn ten laste van het gemeentebestuur. De kosten van de overbrenging van de graftekens, evenals de kosten van een vervangende grafkelder zijn ten laste van de aanvrager.

 

Artikel 33 - Graven met lokaal historisch belang

Het college van burgemeester en schepenen bepaalt welke graven van historisch belang zijn. Deze grafmonumenten worden gedurende 50 jaar bewaard. De termijn is verlengbaar, maar niet noodzakelijk met dezelfde termijn. Het onderhoud van deze graven is ten laste van het college van burgemeester en schepenen.

 

Hoofdstuk 4 - Bouw- en beplantingswerken en onderhoud

 

Artikel 34 - Recht op graftekens

Onder het begrip ‘grafteken’ worden de volgende elementen verstaan:

         alle aanduidingen van een graf, ongeacht de gebruikte vorm en materialen,

         confessionele symbolen (bijvoorbeeld kruisen),

         niet-confessionele symbolen.

 

Iedereen heeft het recht om op het graf, het columbarium of het urnenveld van zijn verwante of vriend een grafteken te plaatsen, tenzij:

         de overledene anders heeft beslist over de plaatsing van een grafteken,

         de verwanten van de overledene zich verzetten tegen de plaatsing van een grafteken.

 

Het plaatsen van een grafteken mag geen afbreuk doen aan de rechten van de concessiehouder.

 

Artikel 35 - Naam- en gedenkplaatjes

§1 Op de gemeenschappelijk gedenkzuil aan de strooiweide kan op verzoek van een nabestaande of een andere belanghebbende een naam- of gedenkplaatje bevestigd worden.

 

De naam- en gedenkplaatjes hebben uniforme afmetingen van 10 cm bij 6,5 cm. De naamplaatjes vermelden naam, geboorte- en overlijdensjaar en burgerlijke staat van de overledene.

 

De gedenkplaatjes vermelden de voornaam en de overlijdensdatum van het levenloos geboren kind dat de levensvatbaarheidsdatum niet heeft bereikt.

 

De naam- en gedenkplaatjes worden geleverd en geplaatst door de gemeente, tegen de in het retributiereglement op de begraafplaatsen bepaalde vergoeding. De naam- en gedenkplaatjes blijven gedurende 25 jaar op het gemeenschappelijk gedenkteken aangebracht. Na deze periode kunnen ze door het gemeentebestuur worden verwijderd en ter beschikking gesteld van de nabestaanden.

 

§2 In geval van verwijdering van een graf of wegneming van een urne uit een urnengraf of columbarium op initiatief van het college van burgemeester en schepenen bestaat de mogelijkheid een naamplaatje of gedenkplaatje te laten plaatsen op een gemeenschappelijk gedenkteken dat hiervoor door de gemeente ter beschikking wordt gesteld.

 

Deze naam- en gedenkplaatjes hebben uniforme afmetingen van 10 cm bij 6,5 cm en vermelden naam, geboorte- en overlijdensjaar, burgerlijke staat van de overledene of de voornaam en de overlijdensdatum van het levenloos geboren kind dat de levensvatbaarheidsdatum niet heeft bereikt.

 

Artikel 36 – Indeling grondpercelen

Voor de begraving van een niet-gecremeerd lichaam bedraagt de afstand tussen de grafkuilen, van aslijn tot aslijn, 1 meter voor de gewone graven en 1,20 meter voor de geconcedeerde graven.

 

Artikel 37 - Vorm en afmetingen grafstenen en graftekens

Grafstenen of andere gedenktekens mogen door hun vorm, afmetingen, opschriften of aard van de materialen de zindelijkheid, gezondheid, veiligheid en rust op de begraafplaats niet verstoren. De graftekens en andere gedenktekens mogen volgende afmetingen niet overschrijden:

Graven

- rechtstaande steen: hoogte 1,00 m breedte 0,60 m dikte 0,20 m

- liggende steen: lengte 1,80 m breedte 0,80 m

- kruisen in hout/metaal: hoogte 0,90 m breedte 0,60 m

Concessies

- rechtstaande steen: hoogte 1,20 m breedte 1,00 m dikte 0,20 m

- liggende steen: lengte 2,00 m breedte 1,00 m

- kruisen in hout/metaal: hoogte 1,20 m breedte 0,80 m

Kindergraven

- rechtstaande steen: hoogte 0,80 m breedte 0,60 m dikte 0,10 m

- liggende steen: lengte 1,50 m breedte 0,60 m

- kruisen in hout/metaal: hoogte 0,60 m breedte 0,40 m

Urnengraven

- liggende steen: lengte 0,50 m breedte 0,50 m dikte 0,03 m

Foetusweide

- liggende steen diameter 0,40 m dikte 0,04 m

 

De grafsteentjes van de sterretjesweide hebben verschillende vormen en worden via de begrafenisondernemer ter beschikking gesteld. De gemeente bepaalt de vormen.

 

 

Artikel 38 – Bloemen en planten

§1 De parken zullen door de zorgen van de gemeentelijke dienst die instaat voor het onderhoud van de begraafplaatsen, bezaaid en onderhouden worden. Het is in dit opzicht slechts toegelaten, bij staande stenen of kruisen, een strook van maximaal 0,50 m te rekenen vanaf de achterkant van de voet van de steen of het kruis, te benutten voor het aanbrengen van beplantingen.

 

Het planten van bloemen, struiken en seizoenplanten met een maximale hoogte van 0,80 m wordt toegelaten, uitgezonderd op de strooiweide en op de rustplaats voor foetussen.

 

De graftekens en beplantingen moeten zodanig opgericht en onderhouden worden dat zij de veiligheid en doorgang niet belemmeren en zonder schade aan te brengen aan de aangrenzende graftekens en graven.

 

§2 De bloemen en planten op de graven aangebracht, moeten steeds in goede staat onderhouden worden. Wanneer ze afgestorven zijn, moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en de verwijdering van de potten geschieden door de gemeentelijke dienst die instaat voor het onderhoud van de begraafplaatsen.

 

Kronen uit natuurlijke bloemen moeten weggenomen worden zodra zij niet meer fris zijn. Kronen uit kunstmatig materiaal mogen niet geplaatst worden in omhulsels, geheel of ten dele uit breekbaar glas.

 

Artikel 39 - Materialen

Alvorens op de begraafplaatsen te worden toegelaten, moeten de voor het grafteken bestemde materialen volledig afgewerkt en gekapt zijn en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden. Geen enkel hulp- of restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten. De materialen worden aangevoerd en geplaatst naarmate de behoeften.

 

Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt er op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot het wegnemen van de materialen op kosten van de overtreder.

 

Artikel 40 - Omheiningen

Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen gemaakt worden. Kniel- en bidbanken zijn niet toegelaten.

 

Artikel 41- Werken

§1 Alle handelingen op de begraafplaatsen gebeuren met eerbied voor de overledenen en de bezoekers.

 

§2 Op zondagen en wettelijke feestdagen, alsook vanaf de voorlaatste werkdag van oktober t.e.m. 2 november is het niet mogelijk om:

         bouw-, beplantings- en aanaardingswerken te verrichten,

         graftekens te plaatsen,

         onderhoudswerken aan de graftekens uit te voeren.

 

De scheefstaande, omgevallen of andere graftekens moeten uiterlijk veertien dagen voor Allerheiligen door toedoen van de familieleden terug recht gezet of verwijderd worden.

 

De aangevoerde grafstenen- of tekens, die drie werkdagen voor Allerheiligen bij de sluiting van de begraafplaats niet geplaatst zouden zijn, moeten door toedoen van de betrokken familieleden daags nadien voor 10 uur ’s morgens verwijderd zijn. Zo niet zullen grafstenen, -tekens en andere voorwerpen op risico en ten laste van de overtreder en zonder en enig verhaal opgeruimd worden door de gemeentelijke dienst die ervoor instaat.

 

Hoofdstuk 5 - Strafbepalingen

Artikel 42 – Strafbepalingen

Het college van burgemeester en schepenen staat niet in voor de bewaking van de op graven geplaatste voorwerpen en kan niet aansprakelijk gesteld worden voor diefstallen of beschadigingen die op de begraafplaatsen gepleegd worden aan de graven, gedenktekens en beplantingen.

 

Inbreuken en de bestraffing van inbreuken worden bepaald in het uniform politiereglement van de politiezone BRT (Begijnendijk – Rotselaar – Tremelo).

 

Hoofdstuk 6 - Slotbepalingen

Artikel 43  – Overgangsmaatregel

Alle concessies toegewezen voor de inwerkingtreding van dit huishoudelijk reglement blijven ongewijzigd behouden. Hernieuwingen toegestaan na de inwerkingtreding vallen onder toepassing van dit huishoudelijk reglement.

 

Artikel 44 – Niet-voorziene gevallen

Alle gevallen, niet bepaald in het huidig huishoudelijk reglement, worden geregeld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 45

Het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van 23 november 2009 wordt opgeheven.

 

Artikel 46

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke belastingreglement op de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium of grondcolumbarium op de gemeentelijke begraafplaatsen voor een niet-inwoner, de opgraving en de bestemmingswijziging van een urne en het laatst goedgekeurde gemeentelijke retributiereglement op de graf-, columbarium- en urnenveldconcessies op de begraafplaatsen en op het plaatsen van een naam- of gedenkplaatje.

 

Artikel 47

Dit huishoudelijk reglement treedt in werking op 1 januari 2026, uitgezonderd het artikel 5 §3 dat in werking treedt op 13 december 2026 (Wereldlichtjesdag).

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

34. Politieverordening op de begraafplaatsen - opheffing

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 23 november 2009
De gemeenteraad keurt de politieverordening op de begraafplaatsen goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025
De gemeenteraad keurt het uniform politiereglement van de politiezone BRT (Begijnendijk, Rotselaar en Tremelo) goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen - 2026-2031 goed.

 

Feiten en context

         De inbreuken die het serene en ordelijke karakter van de begraafplaatsen kunnen verstoren en waar handhaving van toepassing is, zijn opgenomen in het uniforme politiereglement van de politiezone BRT (Begijnendijk, Rotselaar en Tremelo). De overige bepalingen uit de bestaande politieverordening op de begraafplaatsen zijn opgenomen in het geactualiseerde huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

         Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 - 20/09/2024: toepassing decreet 16/01/2004 begraafplaatsen en lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan.

 

Argumentatie

         Inbreuken die plaatsvinden op de begraafplaatsen en de bestraffing van deze inbreuken zijn bepaald in het uniform politiereglement van de politiezone BRT (Begijnendijk – Rotselaar – Tremelo).

         De praktische en organisatorische bepalingen die van toepassing zijn op de begraafplaatsen en die voorheen ook gedeeltelijk waren vastgelegd in de politieverordening op de begraafplaatsen, zijn nu allemaal opgenomen in het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen.
 

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De politieverordening op de begraafplaatsen van 23 november 2009 wordt opgeheven.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

35. Retributiereglement uitvoering van werken ten laste van derden - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad keurt het retributiereglement uitvoering van werken ten laste van derden - 2020-2025 goed.

 

Feiten en context

         Indien nodig voert de dienst Technische Uitvoering van de gemeente Rotselaar werkzaamheden uit om door derden veroorzaakte hinder of ongewenste situaties te verhelpen. Het kan hierbij onder meer gaan om het ruimen van grachten op privé-eigendom, het opruimen van sluikstorten of het snoeien van overhangende takken. Deze interventies kunnen plaatsvinden naar aanleiding van eigen vaststellingen, meldingen door particulieren of op vraag van de politie.

         In eerste instantie worden eigenaars verzocht om de noodzakelijke werken zelf uit te voeren. Indien hierop geen reactie volgt of indien de eigenaars weigeren de werkzaamheden zelf te verrichten, kan worden beslist dat de dienst Technische Uitvoering de werken alsnog uitvoert. De kosten voor het ingezette personeel en materiaal worden in dat geval op de betrokken derden verhaald via een retributie.

         Om de continuïteit te waarborgen, is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren, aangezien het bestaande reglement, dat door de gemeenteraad werd goedgekeurd op 17 december 2019, afloopt op 31 december 2025.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         Het is gerechtvaardigd om een retributie te heffen wanneer de dienst Technische Uitvoering werken uitvoert die veroorzaakt zijn door derden die nalaten of weigeren deze werken zelf uit te voeren of te bekostigen. Door de gemeentelijke interventie worden hinderlijke, onveilige en/of ongewenste situaties opgelost.

        Door een retributie aan te rekenen die aansluit bij de reële kosten met betrekking tot inzet van personeel en materiaal, wordt vermeden dat deze lasten op de algemene middelen drukken, terwijl toch een efficiënte en tijdige dienstverlening aan de inwoners gegarandeerd blijft.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7001200

Beleidsitem: 020001

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de uitvoering van werken ten laste van derden goed.

 

Retributiereglement op de uitvoering van werken ten laste van derden

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de uitvoering van werken ten laste van derden.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement worden onder 'werken' alle werkzaamheden verstaan die door de dienst Technische Uitvoering worden uitgevoerd om hinder, schade of ongewenste situaties veroorzaakt door derden te verhelpen. Deze werkzaamheden kunnen onder meer, maar niet uitsluitend, omvatten:

         het ruimen en onderhouden van grachten op privé-eigendom;

         het verwijderen van sluikstorten of achtergelaten afval;

         het snoeien of verwijderen van overhangende of gevaarlijke takken;

         het vrijmaken of herstellen van openbaar domein dat werd beschadigd of belemmerd door toedoen van derden;

         werken voor derden uitgevoerd door de gemeente als beheerder van het openbaar domein

         alle andere interventies die noodzakelijk of nuttig zijn om de openbare veiligheid, toegankelijkheid of leefbaarheid te waarborgen.

 

Artikel 3

De retributie is verschuldigd door diegene die verantwoordelijk is voor of de veroorzaker is van de hinder, schade of ongewenste situatie die door de uitvoering van de werken verholpen wordt.

 

Artikel 4

De retributie wordt vastgesteld als volgt:

 

Opstartkost

75 euro

Uurloon arbeiders en administratief bedienden

70 euro per personeelslid en per begonnen uur

Inzet van voertuigen met bestuurder (bestelwagens, tractor met toebehoren, klepelmaaier, vrachtwagen, graaf/laadcombinatie, ...)

125 euro per begonnen uur

Stort-, verwerkings- en/of milieukosten

Conform de overeenkomst met de verwerker

Andere kosten

Conform de kostprijs die de gemeente oploopt

 

Indien van toepassing, worden deze bedragen cumulatief aangerekend.

 

De in dit reglement vastgestelde tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De aanpassing gebeurt op basis van het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar, gedeeld door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van dit reglement. Het aldus bekomen quotiënt wordt toegepast op het oorspronkelijk vastgestelde bedrag. Het resultaat wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

 

Artikel 5

De retributie wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Artikel 6

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

36. Retributiereglement voor inname openbaar domein - 2026-2031

 

Feiten en context

         Een lokaal bestuur kan een retributie vragen voor de inname van openbaar domein. Een inname openbaar domein is een tijdelijke of permanente bezetting van een gedeelte van het openbaar domein door voertuigen, materialen of constructies, waardoor het normale gebruik door het publiek geheel of gedeeltelijk wordt verhinderd.
Dit omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

         Het plaatsen van containers, stellingen, kranen, werfketen of bouwmaterialen;

         Het parkeren van voertuigen voor verhuizingen of werken;

         Het organiseren van evenementen of activiteiten die doorgang of gebruik beperken.

         In de gemeente Rotselaar werd eerder geen vergoeding gevraagd voor de inname openbaar domein, waardoor de kosten hieraan verbonden door de gemeente en gemeenschap werden gedragen. Dit is niet langer opportuun.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         Het is gerechtvaardigd om een retributie te vragen voor de inname van het openbaar domein omdat de gemeente hiermee een duidelijke dienst verleent: ze beheert, controleert en organiseert het gebruik van een gedeelde publieke ruimte. Door het toekennen van een vergunning tot inname openbaar domein krijgt de begunstigde rechtszekerheid en exclusieve toegang tot een deel van het openbaar domein, wat een rechtstreeks voordeel biedt voor werken, leveringen, evenementen...

         De inname brengt kosten met zich mee voor de gemeente, zoals administratieve verwerking, toezicht, signalisatie, ... Door een retributie te vragen die in verhouding staat tot deze kosten, wordt verzekerd dat het individueel gebruik van publieke ruimte niet gedragen wordt door de gemeenschap.

         Er wordt een vrijstelling van retributie voorzien voor volgende activiteiten:

         Openbare nutswerken (water, gas, elektriciteit, telecom): omdat deze werken noodzakelijk zijn om basisvoorzieningen voor burgers te garanderen.

         Werken die uitgevoerd worden door of in opdracht van openbare besturen: omdat deze infrastructuurwerken bedoeld zijn om de publieke ruimte te verbeteren.

         Dringende en onvoorziene noodsituaties (instortingsgevaar, stormschade, brand, …): omdat in dergelijke situatie snel moet kunnen worden opgetreden in het algemeen belang.

         Evenementen of activiteiten van ruimer belang, door de gemeente of lokale organisaties van niet-commerciële aard georganiseerd: omdat deze culturele, folkloristische, sportieve en educatieve activiteiten een ruimer dan specifiek belang dienen en de gemeenschap en de leefbaarheid ervan versterken.

         Inname openbaar domein door horecazaken: omdat deze een belangrijke rol spelen in het sociale en economische weefsel van de gemeente en een belangrijke meerwaarde voor de gemeente en haar inwoners bieden. Ze versterken de lokale economie en verhogen de aantrekkelijkheid van de gemeente.

         Activiteiten georganiseerd door instellingen met een maatschappelijk doel (bv. woonprojecten KANVAZ): omdat deze organisaties bijdragen aan maatschappelijke doelen zoals welzijn, jeugdwerking, integratie of armoedebestrijding.

         Er wordt een bijkomende retributie gevraagd voor laattijdige annuleringen, laattijdige aanvragen of innames zonder voorafgaande aanvraag. Dit is gerechtvaardigd omdat deze situaties aanzienlijk meer werk en kosten veroorzaken voor de gemeentelijke diensten. Onverwachte of niet-geregistreerde innames vragen een versnelde administratieve verwerking, extra communicatie, en vaak bijkomend toezicht om de veiligheid en ordening van het openbaar domein te garanderen. De bijkomende retributie dekt dus voornamelijk de meerwerking en organisatorische druk die door de aanvrager wordt veroorzaakt. Hierdoor blijven de kosten eerlijk verdeeld en wordt voorkomen dat deze extra lasten door de algemene middelen of andere burgers moeten worden gedragen. Het gaat dus om een kostendekkende maatregel, niet om een sanctie.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7005600

Beleidsitem: 049000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor de inname van openbaar domein goed.

 

Retributiereglement voor de inname van openbaar domein

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de inname van het openbaar domein van de gemeente Rotselaar.

 

Artikel 2

Een inname openbaar domein wordt als volgt gedefinieerd:

         Inname: elke tijdelijke of permanente bezetting, gebruik of afsluiting van een deel van het openbaar domein waardoor deze niet vrij toegankelijk of bruikbaar is voor het algemeen publiek, bijvoorbeeld voor werken, leveringen, plaatsingen, activiteiten of evenementen.

         Openbaar domein: alle ruimtes die eigendom zijn van of beheerd worden door de gemeente en die bestemd zijn voor vrij, gemeenschappelijk gebruik door iedereen. Dit omvat onder meer wegen, pleinen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen en andere publiek toegankelijke infrastructuur.

 

Artikel 3

Volgende activiteiten worden vrijgesteld van de retributie:

         openbare nutswerken

         werken die uitgevoerd worden door of in opdracht van openbare besturen

         dringende en onvoorziene noodsituaties (instortingsgevaar, stormschade, brand, …)

         evenementen of activiteiten van ruimer belang, door de gemeente of lokale organisaties van niet-commerciële aard georganiseerd

         inname openbaar domein door horecazaken

         inname openbaar domein door instellingen met een maatschappelijk doel (bv.

 woonprojecten KANVAZ)

 

Artikel 4

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname openbaar domein. Als vastgesteld wordt dat er geen aanvraag gebeurde, wordt de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de inname heeft uitgevoerd beschouwd als de aanvrager.

 

Artikel 5

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

 

§1 Basisretributie

Per vergunning

55 euro

 

§2 Bijkomend aan de basisretributie - naar duurtijd van de inname

Dag 1 en 2

Gratis

Van dag 3 tot en met dag 7

100 euro

Vanaf 1 week (van dag 8 tot en met dag 28)

100 euro per begonnen week

Vanaf 1 maand (van dag 29 tot en met dag 56)

250 euro per begonnen week

Vanaf 2 maanden (vanaf dag 57)

300 euro per begonnen week

 

Deze bijkomende retributie wordt cumulatief aangerekend.

 

§3 Bijkomend aan de basisretributie - naar aard van de inname

Signalisatie bij parkeerverbod

100 euro voor het plaatsen van de borden door de dienst Technische Uitvoering

100 euro extra bij noodzakelijke aanpassing ter plaatse bij verlenging

voor de huur van een bord: 10 euro extra per dag per bord

 

Deze bijkomende retributie wordt cumulatief aangerekend, ook met de bijkomende retributie naar duurtijd van de inname.

 

§4 Wanneer de aanvrager een verlenging van de reeds toegekende inname openbaar domein aanvraagt, is volgende retributie bijkomend verschuldigd voor de verlenging:

         de basisretributie uit artikel 5 §1; vermeerderd met

         het saldo dat overeenstemt met het verschil tussen:

         de totale retributie verschuldigd voor de volledige uiteindelijke duur en aard van de inname (inclusief verlenging) (artikel 5 §2 en §3) enerzijds; en

         het bedrag dat reeds werd betaald voor de oorspronkelijke vergunde duur en aard van de inname (artikel 5 §2 en §3) anderzijds

 

§5 Voor een laattijdige aanvraag wordt 125 euro extra retributie aangerekend bovenop de toepasselijke retributies omwille van de extra kosten die deze laattijdigheid met zich meebrengt.

 

In geval van een verlenging wordt de aanvraag tot verlenging niet als laattijdig beschouwd indien deze wordt aangevraagd vóór het verstrijken van de termijn van verlenging en vóór wordt vastgesteld dat er sprake is van een inname openbaar domein waarvan de vergunning is verlopen.

 

§6 Bij vaststelling van een inname openbaar domein zonder vergunning of waarvan de vergunning verlopen is, wordt een extra retributie aangerekend van 150 euro bovenop de toepasselijke retributies omwille van de extra kosten die deze laattijdigheid met zich meebrengt.

 

De aanvraag tot inname openbaar domein dient dan alsnog aangevraagd te worden.

 

§7 Bij annulering van een aanvraag na het afleveren van de vergunning blijft de basisretributie verschuldigd.

 

De retributie voor de duurtijd van de inname en de retributie voor de aard van de inname worden enkel terugbetaald indien de annulering minstens 2 dagen voor de geplande inname wordt aangevraagd via de onlineapplicatie.

 

Artikel 6

De retributie wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs of wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Artikel 7

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke reglement voor de inname van openbaar domein. De bepalingen van dat gemeentelijk reglement zijn aanvullend van toepassing, voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 8

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

37. Reglement op de inname openbaar domein

 

Voorgeschiedenis

         Tot op heden bestond er geen uniform reglement voor innames van het openbaar domein in de gemeente.

         Het uniform politiereglement Rotselaar, goedgekeurd door de gemeenteraad van Rotselaar op 18 december 2017 en gewijzigd met een goedkeuring van de gemeenteraad van Rotselaar op 2 maart 2021.

 

Feiten en context

         Het innemen van het openbaar domein gebeurt om uiteenlopende redenen:

  Werken aan gebouwen (bouw, verbouw, afbraak).

  Plaatsing van containers, stellingen, kranen, werfketen.

  Verhuizingen en occasionele evenementen.

         Deze innames veroorzaken impact op mobiliteit, veiligheid en leefbaarheid:

  Verminderde toegankelijkheid voor voetgangers en fietsers.

  Verlies van parkeercapaciteit.

  Mogelijke schade aan wegen, voetpaden en groenvoorzieningen.

         Hiervoor is er controle op signalisatie en naleving van veiligheidsvoorschriften, administratieve verwerking van aanvragen en herstel van eventuele schade.

 

Juridische gronden

         Het Koninklijk besluit van 16 maart 1968 over de wet over de politie over het wegverkeer,

         Het Koninklijk besluit van 1 december 1975 over het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

         Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

         Het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg.

         Het decreet van 16 mei 2008 over de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.

         Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Het Koninklijk besluit van 3 juni 2024 over de Code van de openbare weg.

         Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 tot vaststelling van het Vlaams verkeersreglement.

 

Argumentatie

         Het is noodzakelijk om een duidelijk kader te scheppen voor:

          Wie een vergunning moet aanvragen;

          Welke voorwaarden gelden (signalisatie, termijnen, vrij te houden doorgang);

          Welke sancties bij niet-naleving.

         Het reglement zorgt voor:

         Rechtszekerheid voor burgers en bedrijven;

          Efficiënt beheer van het openbaar domein;

          Beperking van overlast door duidelijke termijnen en voorwaarden.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het hiernavolgend reglement op de inname van openbaar domein goed.

 

Reglement op de inname van openbaar domein

 

Artikel 1

Dit reglement is van toepassing op het volledige grondgebied van de gemeente Rotselaar voor de inname van openbaar domein.  

 

Artikel 2

§1 Naast het reglement inname openbaar domein geldt ook een retributiereglement inname openbaar domein. Het retributiereglement regelt de kosten verbonden aan de inname van het openbaar domein.    

 

§2 Overtredingen van het Uniforme Politiereglement Rotselaar die betrekking hebben tot de inname openbaar domein kunnen naast dit reglement leiden tot een Gemeentelijke Administratieve Sanctie zoals bepaald in het Uniforme Politiereglement Rotselaar. 

 

Artikel 3

§1 Niemand mag zonder voorafgaande schriftelijke vergunning het openbaar domein innemen voor het plaatsen van eender welke constructie en/of het openbaar domein zodanig te belemmeren waardoor een normaal gebruik niet mogelijk is.    

 

§2 De aanvraag tot inname openbaar domein dient te gebeuren aan de hand van de onlineapplicatie op de website van de gemeente. 

 

Artikel 4

Er wordt enkel een vergunning verleend voor inname van het openbaar domein indien er geen aanvaardbaar alternatief is. 

 

Artikel 5

§1 De vergunninghouder is verplicht om het openbaar domein zo beperkt mogelijk in te nemen in tijd en ruimte. Van zodra de inname niet meer noodzakelijk is, moet het openbaar domein ontruimd worden en zo nodig hersteld in de staat waarin het zich bevond.  

 

§2 Bij de inname van een voetpad en/of fietspad is de vergunningshouder verplicht de inname te beperken tot de strikt noodzakelijke tijd en ruimte. Indien de werkzaamheden verspreid zijn over de tijd maar plaatsvinden op eenzelfde locatie, is de vergunningshouder verplicht om het voetpad en/of fietspad te vrijwaren voor de weggebruikers in de tussentijd van de werkzaamheden of neemt de nodige stappen om de werkzaamheden zo kort mogelijk op elkaar aan te sluiten.   

 

§3 Bij schade aan het openbaar domein is de vergunningshouder verplicht de nodige herstellingen uit voeren binnen de periode van 1 maand vanaf de einddatum van de verkregen vergunning voor inname van openbaar domein. Als de schade zorgt voor een onveilige situatie, moet de herstelling onmiddellijk uitgevoerd worden. Indien de vergunningshouder de noodzakelijke herstelling niet kan uitvoeren of geen gevolg geeft aan de opgelegde herstelling, behoudt de gemeente het recht om de herstelling te laten uitvoeren en de hiervoor gedane kosten te verhalen op de vergunningshouder. In afwachting van de herstelling binnen de gestelde periode, is de vergunninghouder verplicht de nodige maatregelen te nemen om de toestand zo vlug mogelijk te beveiligen en verdere schade te voorkomen.  

 

Artikel 6

De gemeente Rotselaar behoudt zich ten alle tijde het recht om een vergunning in te trekken, aan te passen in functie van de concrete situatie en zonder dat er aanspraak kan gemaakt worden op schadeloosstelling, van welke aard ook. Bij intrekking van de vergunning is de vergunningshouder verplicht de inname van openbaar domein binnen de door de gemeente vastgestelde termijn.   

 

Aanvraag van een vergunning 

 

Artikel 7

De aanvraag van een vergunning inname openbaar domein moet door de belanghebbende zelf aangevraagd worden bij de dienst Mobiliteit. 

 

Artikel 8

Elke aanvraag moet gebeuren door de onlineapplicatie via de website van de gemeente Rotselaar.  

Deze aanvraag dient vergezeld te zijn van een signalisatieplan dat voldoet aan de wettelijke vereisten. 

 

Artikel 9

De aanvraag voor een vergunning moet minimum 10 kalenderdagen voor de aanvraag voor inname van openbaar domein gebeuren. Deze periode is noodzakelijk om de aanvraag te beoordelen, bijkomende informatie op te vragen en de aanvraag goed te keuren en/of te wijzigen.   

 

Artikel 10 

De vergunning is persoons- of bedrijfsgebonden en onoverdraagbaar naar derden. Het origineel moet steeds op de betreffende locatie aanwezig zijn.  

 

Artikel 11

Een verlenging van de vergunning dient minimum 5 kalenderdagen vóór de afloop van de afgeleverde vergunning aangevraagd te worden. Indien geen verlenging van de vergunning wordt aangevraagd, acht het gemeentebestuur de werken beëindigd op de einddatum vermeld in de afgeleverde vergunning. Als bij controle blijkt dat het openbaar domein op een onvergunde wijze ingenomen is, wordt een retributie opgelegd, zoals vastgesteld in het retributiereglement inname van openbaar domein. 

Daarnaast kan een Gemeentelijke Administratieve Sanctie (GAS) opgelegd worden volgens het Uniform Politiereglement Rotselaar. 

 

Artikel 12

Bestaande innames van openbaar domein hebben steeds voorrang op nieuwe aanvragen. 

 

Werfinrichting en omgeving van de werf  

 

Artikel 13 

§1 De werven en/of belemmeringen die aangebracht worden op openbaar domein dienen gesignaleerd te worden volgens de wettelijke bepalingen voorzien in het Koninklijk besluit van 1 december 1975,  het Ministerieel besluit van 7 mei 1999 en vanaf 1 juni 2027 het Koninklijk besluit van 3 juni 2024 over de Code van de openbare weg en het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 tot vaststelling van het Vlaams verkeersreglement ter vervanging van het Koninklijk besluit van 1 december 1975.

 

§2 De verkeersborden die geplaatst worden dienen te voldoen aan de bepalingen voorzien in het MB van 11 oktober 1976.

 

Artikel 14

§1 Er dient steeds een beveiligde vrije doorgang van minstens 1,00 m op het voetpad of op de berm verzekerd te zijn. Indien dit niet mogelijk is, dient de aanvrager strikt de bepalingen opgelegd door de dienst mobiliteit op te volgen.  

 

§2 Indien een voetgangersdoorgang onder een stelling wordt voorzien, dienen de nodige veiligheidsmaatregelen genomen te worden, in het bijzonder het leggen van een dakplaat die bestand is tegen vallende voorwerpen en het voorzien van verlichting. 

 

Artikel 15

Indien de inname een belemmering voor de fietsers veroorzaakt, dient er extra aandacht besteed te worden aan een duidelijke en correcte signalisatie. Indien door de inname voetpaden en/of fietspaden onbruikbaar worden, is de aanleg van een noodvoetpad en/of fietspad met de juiste signalisatie in functie van de veiligheid vereist.  Bij omleidingen voor fietsers dient extra aandacht besteed te worden aan veiligheid, afstand en omrijtijd. De aanvrager legt vooraf een voorstel tot fietsomleiding voor aan de dienst mobiliteit in het kader van de aanvraag voor een signalisatievergunning. 

 

Artikel 16

Materiaal en puin moeten voorzichtig naar beneden gehaald worden en tegen het gebouw of de afsluiting geplaatst worden. Om puin te verwijderen vanaf de 1ste verdieping of hoger, moet gebruik gemaakt worden van een stortkoker.  

Bijzondere toeleveringen die bijkomende hinder veroorzaken zijn slechts toegelaten na voorafgaand overleg met de dienst mobiliteit. 

 

Artikel 17

De omgeving van de werf (openbaar domein) moet steeds proper gehouden worden. Modder, stof, steengruis,… moet bij het beëindigen van de dagtaak steeds verwijderd worden van het openbare domein.  

 

Bescherming van het openbaar domein 

 

Artikel 18

§1 Er dienen steeds de noodzakelijke maatregelen genomen te worden om het openbaar domein te beschermen tegen krassen, barsten, e.d.  

 

§2 Het openbaar domein en de omgeving van de werf moet steeds beschermd worden tegen vallend puin.  

 

Aanvullende veiligheidsmaatregelen  

 

Artikel 19

Indien bij de aanvang van de werkzaamheden vastgesteld wordt dat bijkomende maatregelen noodzakelijk zijn, moet de vergunninghouder hiervoor zorgen op zijn kosten.   

 

Signaleren van werken en verkeersbelemmeringen  

 

Artikel 20 

§1 De vergunningshouder dient zelf te zorgen voor de wettelijk vereiste signalisatie.  

Particulieren kunnen een beroep doen op de gemeentelijke diensten voor het plaatsen van de nodige verkeerssignalisatie. Voor de kosten hieraan verbonden, wordt verwezen naar het retributiereglement inname openbaar domein. 

 

§2 Vanaf de plaatsing van de signalisatieborden is de vergunningshouder aansprakelijk voor alle schade die door de signalisatie veroorzaakt wordt. De vergunningshouder is eveneens aansprakelijk voor schade aan de signalisatieborden als gevolg van de werkzaamheden.  

 

Inname openbaar domein zonder vergunning  

 

Artikel 21

§1 Bij vaststelling van inname van openbaar domein zonder vergunning dient de overtreder de richtlijnen van de vaststeller te volgen. Indien de inname een dermate grote overlast veroorzaakt dient de plaats onmiddellijk in de oorspronkelijke staat hersteld te worden op eerste verzoek van de bevoegde personen.  Indien de overtreder nalaat dit te doen, zal dit ambtshalve, zonder dat enige ingebrekestelling vereist is, door de gemeente gebeuren.  

 

§2 Alle kosten die hieruit voortvloeien, zullen worden teruggevorderd van de overtreder. 

 

§3 De niet-vergunde inname zal bovendien aangerekend worden conform het retributiereglement inname openbaar domein.  

 

§4 Daarnaast kan een Gemeentelijke Administratieve Sanctie (GAS) opgelegd worden volgens het Uniform Politiereglement Rotselaar. Hierbij wordt rekening gehouden met de veroorzaakte overlast van de inname en met eventuele voorafgaandelijke vaststellingen die gedaan werden. 

 

Informatieplicht   

 

Artikel 22

De vergunningshouder is verplicht om alle omwonenden rond het openbaar domein dat wordt ingenomen, schriftelijk en minstens 48 uur voor de aanvang van de werken en/of verkeersbelemmering in te lichten over de aard, de omvang en de duur van de werken voor zover de werken en/of verkeersbelemmering een ernstige hinder op de doorgang veroorzaakt.  

 

Afvalophaling 

 

Artikel 23

Indien het voor de werken en/of verkeersbelemmering noodzakelijk blijkt om de betreffende straat waar de inname van het openbaar domein plaats vindt, af te sluiten, neemt de vergunningshouder de nodige maatregelen om de huisvuilophaling te garanderen door de afvalophaaldienst doorgang te verlenen of het huisvuil te verzamelen op een centrale plaats en nadien terug te plaatsen bij de overeenstemmende woningen.  

Deze maatregel wordt eveneens schriftelijk bekend gemaakt aan de betrokken bewoners. 

 

Artikel 24

Dit gemeentelijke reglement voor de inname van openbaar domein dient in samenhang gelezen te  worden met het laatst goedgekeurde retributiereglement voor de inname van openbaar domein.

 

Artikel 25

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

38. Belastingreglement voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen goed.

 

Feiten en context

         De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid.

         Gemeenten kunnen, zoals bepaald  in deze Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen

         Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en latere wijzigingen

         Boek 2, Deel 2, Titel 3, artikelen 2.9 tot en 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het leegstandsregister

         Boek 2, Deel 2, Titel 4 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 inzake de subsidieregeling voor IGS-projecten lokaal woonbeleid voor de periode 2020-2025, die overeenstemt met de nieuwe gemeentelijke beleids- en beheerscyclus

         Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid (goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 14 maart 2025)

 

Argumentatie

         Het registreren en belasten van leegstaande woningen en gebouwen is een essentieel instrument binnen een zorgvuldig ruimtelijk en woonbeleid. Leegstand vormt vaak de eerste stap richting verkrotting, waardoor gebouwen aan waarde verliezen en soms zelfs een veiligheidsrisico worden. Dit betekent niet alleen een verarming voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente en haar bewoners. Daarnaast zijn leegstaande panden significant vatbaarder voor vandalisme, kraken, vervuiling en soms zelfs illegale activiteiten, wat de leefbaarheid van een buurt onder druk zet. Leegstand heeft een negatieve impact op de veiligheidsbeleving, waardoor een verhoogde inzet van politie- en veiligheidsdiensten noodzakelijk kan worden.

         Daarnaast remt langdurige leegstand de verbeteringsbereidheid van andere eigenaars in de omgeving, wat de vernieuwing en kwaliteitsontwikkeling van buurten inperkt.

         Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.

         Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen.

         Langdurige leegstand tast de aantrekkelijkheid van het handelscentrum aan zowel voor bezoekers als eventueel beginnende retailers en dit kan daardoor een negatieve impact hebben op de economische groei van de gemeente.  De gemeente kan in een negatieve spiraal terechtkomen als er steeds meer handelspanden leegstaan. Het handelscentrum wordt minder aantrekkelijk voor bezoekers. Dat is niet alleen nefast voor de bestaande winkels en de horeca maar ook voor de gemeente omdat zij dan geen aantrekkingspool meer is voor investeerders, wat mogelijk tot nog meer leegstand leidt. De gemeente zelf ondervindt ook financieel nadeel van een verhoogde leegstand in het handelscentrum, omdat zij minder inkomsten heeft.  Een effectieve bestrijding van leegstaande gebouwen is noodzakelijk om een verdere uitbreiding van leegstand te bestrijden en te voorkomen. Hierbij kan een tijdelijke invulling van een gebouw een instrument of hulpmiddel zijn om verdere leegstand te voorkomen of te bestrijden en om de economische marktwaarde van de leegstaande gebouwen op peil te houden. Een succesvolle tijdelijke invulling van een leegstaand gebouw kan daarenboven evolueren naar een duurzame invulling.

         Door het heffen van een belasting wordt het algemeen belang gediend, namelijk het behoud van een leefbare, veilige en aantrekkelijke woonomgeving, en het tegengaan van verkrotting en verloedering.

         Het reglement draagt bovendien bij aan een beleidsmatig nevendoel: het stimuleren van eigenaars om hun panden efficiënt te benutten, ongebruikte woningen tijdig op de markt te brengen en speculatieve leegstand tegen te gaan. Door leegstaande woningen en gebouwen actief te belasten, bevordert de gemeente een zuinig ruimtegebruik, vermindert zij de druk op de woningmarkt en draagt zij bij aan de beschikbaarheid van betaalbare en kwaliteitsvolle woningen. Op deze manier vormt de belasting een effectief instrument om zowel de ruimtelijke kwaliteit als de sociale en economische leefbaarheid van de gemeente te waarborgen.

         De vrijstellingen van de belasting die in het reglement zijn opgenomen sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente en zijn verantwoord aangezien:

         Bepaalde oorzaken van leegstand in feite een vorm van overmacht uitmaken (zoals bijvoorbeeld bij vernieling of beschadiging ten gevolge van een plotse ramp, de vaststelling van een (voorlopig of definitief) onteigeningsplan, de onmogelijkheid de woning of het gebouw te gebruiken (bijvoorbeeld in gevolge verzegeling), het beschermingsstatuut van de woning of het gebouw, ...).

         Bepaalde oorzaken van leegstand in essentie tijdelijk zijn (gedurende een overgangsperiode), in het kader waarvan het redelijk verantwoord is om een welomlijnde en /of in de tijd beperkte vrijstellingsperiode te voorzien (zoals bijvoorbeeld bij langdurig verblijf in een ziekenhuis, voorziening of instelling wegens ziekt, ongeval, hoge leeftijd of vrijheidsberoving, ....).  

         Het verantwoord is om voor nieuwe zakelijk gerechtigden en voor zakelijk gerechtigden die verbouwen, herbouwen, uitbreiden, slopen of renoveren (blijkens niet vervallen omgevingsvergunning of renovatiedossier) in een de tijd beperkte vrijstellingsperiode te voorzien, teneinde hen in staat te stellen de leegstand weg te werken.

         Aangezien de zakelijk gerechtigde van een pand dat voorwerp uitmaakt van een sociaal beheersrecht in de zin van artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de bevoegdheid om het pand te beheren heeft overgedragen aan een publieke instantie en in dit verband dus zelf geen verantwoordelijkheid meer draagt in eventuele verdere leegstand. 

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7374000

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het belastingreglement voor de registratie en de belasting van leegstaande woningen en gebouwen goed.

 

Belastingreglement voor de registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen

 

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1

met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting op leegstaande woningen en gebouwen gevestigd.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement worden volgende begripsomschrijvingen gehanteerd:

         Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en de administratieve eenheid van IGO div, belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van leegstaande woningen en gebouwen (leegstandsregister).

         Administratieve akte: genummerd document dat de inventarisatiedatum, de kadastrale gegevens van het leegstaande pand, de houder(s) van het zakelijk recht, de beslissing tot opname in het leegstandsregister en de beroepsmogelijkheid tegen de opname in het leegstandsregister omvat.

         Bedrijfsruimten: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en waar een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 aren.  Uitgesloten is de bedrijfsruimte waarin de woning van de eigenaar een niet afsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het bedrijfsgebouw en die nog effectief benut wordt als verblijfplaats.

         Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen met contactgegevens: Gemeentehuis Rotselaar, Provinciebaan 20, 3110 Rotselaar.

         Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

         een aangetekend schrijven

         een afgifte tegen ontvangstbewijs

         elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld (bijvoorbeeld een e-mail met ontvangstbevestiging en/of leesbevestiging)

         Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten (zoals omschreven in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021).

         Houder van het zakelijk recht: de houder van minstens één van de volgende zakelijke rechten:

         de volle eigendom

         het recht van opstal of van erfpacht

         het vruchtgebruik (inclusief de bijzondere vormen van vruchtgebruik)

         IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

         Leegstaand gebouw: cfr. de omschrijving in artikel 2.10. van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt een gebouw  als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Voor de bepaling van de totale vloeroppervlakte wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
En nieuw gebouw wordt als een leegstaand gebouw beschouwd indien dat gebouw binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
De objectieve indicaties tot leegstand worden verder omschreven in artikel 4 §2.

         Leegstaande woning: cfr. de omschrijving in artikel 2.10. van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt een woning als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met

         hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

         hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.

 De objectieve indicaties tot leegstand worden verder omschreven in artikel 4 §2.

         Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

         Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning  opgenomen wordt in het leegstandsregister. De opnamedatum is tevens het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.

         Pand: een gebouw of een woning.

         Verjaardagsdatum: de datum waarop elke eerste of nieuwe daaropvolgende periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum verstrijkt, zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt.

         Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande (zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021).

 

Hoofdstuk 2: Registratie

 

Artikel 3

§1 De gemeente draagt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging lGO.

 

De door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke vereniging IGO div belaste personeelsleden voor de opsporing van leegstand bezitten als registerbeheerder de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:

         de opsporing en vaststelling van leegstand: vermoedenslijst trekken uit het bevolkingsregister, uitzuiveren van deze lijst, uiterlijke schouwing, opstellen beschrijvend verslag en fotodossier, opvragen gegevens nutsbedrijven.

         opmaak en ondertekening van de akte van opname.

         de kennisgeving van de beslissing tot opname aan de zakelijk gerechtigde(n).

         de opname van woningen / gebouwen in het leegstandsregister.

         de beoordeling van de verzoeken tot schrapping uit het leegstandsregister.

         de schrapping van woningen / gebouwen uit het leegstandsregister.

 

§2 Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het leegstandsregister, de beslissingen inzake het toekennen van vrijstellingen met betrekking tot de gemeentelijke leegstandsbelasting, de bezwaren tegen het aanslagbiljet en de beroepen tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping.

 

Artikel 4

§1 Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum..

 

§2 De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in volgende niet-limitatieve lijst:

  1. Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning of van een aangifte als tweede verblijf.
  2. Onterechte aanmelding/aangifte als tweede verblijf. 
  3. De materiële en/of fysische onmogelijkheid om het pand te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde of verzegelde toegang.
  4. Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen.
  5. Een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van een pand kan worden uitgesloten.
  6. De vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  7. Het pand vertoont tekenen van ernstig vervuild glas- of buitenschrijnwerk, het niet wind- of waterdicht zijn van het pand.
  8. Het pand is helemaal/gedeeltelijk ongemeubileerd.
  9. Een normaal gebruik van het pand overeenkomstig zijn functie lijkt onmogelijk aangezien het pand (groten)deels vernield is.
  10. Het pand wordt niet gebruikt conform de vergunde functie of waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden.
  11. Het pand vertoont één of meer van de volgende uitwendige tekenen van leegstand: een uitpuilende, dichtgeplakte of geen brievenbus; geblindeerde raamopeningen, langdurig neergelaten rolluiken; langdurige niet of slecht onderhouden omgeving of tuin.
  12. Het ontbreken van een actief vestigingsnummer in de kruispuntbank voor ondernemingen op het betreffende adres van een gebouw.
  13. Het ontbreken van een neergelegde jaarrekening van het voorafgaande boekjaar van de onderneming die gevestigd is op het adres van het te registreren gebouw.
  14. Een gebrek aan actieve uitbating, het ontbreken van aangeduide openingsuren of het ontbreken van een naam of logo op het gebouw.
  15. De feitelijke vaststelling van afwezigheid van uitrustings- en verkoopmateriaal en goederen in het gebouw. 
  16. Getuigenissen.
  17. Andere indicaties die kunnen worden vastgesteld zoals opgesomd in het verslag dat bij de akte wordt toegevoegd.

 

§3 Een woning of gebouw dat geïnventariseerd staat als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister en omgekeerd.

 

§4 Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister. Een woning die eerst is opgenomen in het leegstandsregister kan daarna ook worden opgenomen in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.

 

Artikel 5

§1 De administratie houdt een leegstandsregister bij waarin leegstaande woningen en gebouwen worden opgenomen. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

         een lijst ‘leegstaande gebouwen’

         een lijst ‘leegstaande woningen’

 

§2 In het leegstandsregister worden (minstens) de volgende gegevens opgenomen:

         het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw

         de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw

         het nummer en de datum van de akte van opname

         de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n)

 

Artikel 6

§1 Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vertrouwt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toe aan IGO div. IGO div fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGO div duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

 

§2 Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (AAPD) van de FOD Financiën, het kadaster, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.

De kennisgeving bevat:

         de administratieve akte met het technisch verslag

         informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister

         informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister

         informatie over het verzoek tot schrapping uit het verwaarlozingsregister

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop de akte betrekking heeft.

 

Artikel 7

§1 Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

 

§2 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens de houder van het zakelijk recht bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie.

 

§3 IGO div vermeldt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.

 

§4 Indien een woning of gebouw gesloopt werd, wordt deze uit het leegstandsregister geschrapt. De houder van het zakelijk recht levert hiervoor een bewijs van sloop. Een woning of gebouw dat gesloopt werd, kan pas geschrapt worden wanneer al het puin op het perceel volledig opgeruimd werd.

 

§5 De houder van het zakelijk recht dient een gemotiveerd verzoek tot schrapping te richten aan de registerbeheerder. Dit verzoek bevat:

         de identiteit en het adres van de indiener

         de nodige contactgegevens

         het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het verzoek betrekking heeft

         één of meer bewijsstukken die aantonen dat het gebouw of de woning geschrapt mag worden uit het leegstandsregister

 

§6 De registerbeheerder neemt binnen de twee maanden na ontvangst van het verzoek een beslissing. De registerbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van de beslissing.

 

Artikel 8

§1 Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van de kennisgeving, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister of tegen de weigering van schrapping. Het bezwaar wordt per beveiligde zending betekend.

 

§2 Het bezwaarschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

         de identiteit en het adres van de indiener

         de nodige contactgegevens

         het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft

         één of meer bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor leegstand, met dien verstande dat de vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed

 

§3 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd. Elk inkomend bezwaarschrift wordt geregistreerd in het leegstandsregister. De ontvangst ervan word gemeld aan de bezwaarindiener.

 

§4 Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het bezwaarschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§5 Als het college van burgemeester en schepenen het bezwaar gegrond acht, of nalaat om binnen de termijn van 90 dagen, kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in het leegstandsregister.

 

§6 Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de registerbeheerder het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de administratieve akte.

 

§7 Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het bezwaar tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg.

 

§8 Indien het college geen uitspraak doet over het bezwaar, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §7, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente.

 

§9 Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing

 

Hoofdstuk 3: Belasting

 

Artikel 9

De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister. 

 

Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Artikel 10

§1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het leegstaande gebouw  of de leegstaande woning op de verjaardagsdatum.

 

§2 Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

§3 Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van dit recht de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet de overdrager van het zakelijk recht per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte.

Het attest of de kopie van de notariële akte bevat minstens de volgende gegevens:

         naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel

         datum van de akte, naam en standplaats van de notaris

         nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw

Bij ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 11

Volgende belastingsbedragen zijn verschuldigd voor het aanslagjaar waarin de desbetreffende verjaardagsdatum wordt bereikt:

 

 

Bedrag

Als een woning  of gebouw voor een eerste termijn van 12 opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen

 1.500

 

Als een woning  of gebouw voor een tweede opeenvolgende termijn van 12 opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen

 3.000

 

Als een woning  of gebouw  voor een derde opeenvolgende termijn van 12 opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen

 4.500

 

Als een woning  of gebouw voor een vierde en iedere daaropvolgende en bijkomende opeenvolgende termijn van 12 opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen

 6.000

 

 

Artikel 12

§1 Persoonsgebonden vrijstellingen

Op basis van volgende gronden kan een vrijstelling verleend worden

1° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer bewijs wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende ouderenvoorziening. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.

2° de belastingplichtige die voor een langdurig verblijf (minimum 1 jaar) werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende psychiatrische instelling. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer het bewijs van het langdurige verblijf wordt geleverd door de instelling waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op de opnamedatum van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling kan worden verlengd zolang de opname van de patiënt in de psychiatrische instelling duurt.

3° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor 12 maanden na het verlijden van de notariële akte.  De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer een bewijs van overdracht wordt aangeleverd in de vorm van een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris. Deze vrijstelling kan eenmaal worden verlengd voor 12 maanden na het verlijden van de notariële akte. In totaal kan er dan 24 maanden vrijstelling worden verleend.   

4° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand, tenzij de gerechtelijke beslissing eerder wordt opgeheven. Deze vrijstelling is slechts éénmaal verlengbaar met 12 maanden.

 

§2 Objectgebonden vrijstellingen

Op basis van volgende gronden kan een vrijstelling verleend worden

1° het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.

2° het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. Deze vrijstelling is slechts tweemaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan het pand, en waardoor het gebruik of de bewoning ervan geheel of ten dele onmogelijk wordt.

3° het gebouw of de woning behoort tot het beschermd erfgoed of een beschermd erfgoedlandschap en een dossier voor het verkrijgen van een erfgoedpremie is ingediend.  Deze vrijstelling geldt vanaf het aanslagjaar waarin een ontvankelijk dossier wordt ingediend tot en met het aanslagjaar waarin de premie is toegekend of afgewezen. De vrijstelling geldt enkel indien de houder van het zakelijk recht aannemelijk maakt dat de werken waarvoor de premie wordt aangevraagd noodzakelijk zijn om het gebruik van de woning of het gebouw redelijkerwijze mogelijk te maken.

4° voor het pand een omgevingsvergunning werd aangevraagd in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften en brandveiligheidsvoorschriften doch er 4 maanden na het indienen van deze aanvraag, onafhankelijk van de wil van de aanvrager of houder van het zakelijk recht, geen definitieve bouwvergunning werd bekomen. Per gebouw of woning kan er door dezelfde eigenaar binnen een periode van 10 jaar slechts éénmalig beroep worden gedaan op deze vrijstelling. De vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden en gaat in vanaf de datum van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning. 

5° het gebouw of de woning gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 12 maanden volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning.  Deze vrijstelling is viermaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden.   

6° het pand gerenoveerd wordt zonder dat er een omgevingsvergunning is vereist. In dit geval moet er een renovatiedossier worden voorgelegd dat minstens volgende elementen bevat:

         een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte

         een overzicht van de niet-stedenbouwkundig/omgevingsvergunningplichtige werken die worden uitgevoerd

         een raming van de kosten, vergezeld van offertes, facturen, bestekken van de uit te voeren en reeds uitgevoerde werken

         een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken worden uitgevoerd en waarmee de indiener bevestigt dat deze uitvoeringstermijn minstens tijdens een deel van de heffingstermijn loopt

         een akkoord van de mede-zakelijk gerechtigden (indien van toepassing)

De werkzaamheden moeten van dien aard zijn dat de woning of het gebouw tijdens de werken niet in gebruik kan genomen worden. De houder van het zakelijk recht geeft toestemming om de werken ter plaatse te controleren. Het college van burgemeester en schepenen kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om één jaar te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse wooncode.

Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de startdatum van de werken (indienen renovatiedossier) en is tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.

Een eerste en tweede verlenging dient te worden aangevraagd voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.

7° voor het pand een offerte voor sloop werd ondertekend. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de datum van de offerte en kan slechts éénmaal door dezelfde eigenaars aangevraagd worden.  Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.

8° Een tweede verblijf dat niet als zodanig wordt gebruikt zal opgenomen worden in het leegstandsregister.

 

§3 De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister. De anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de heffing zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister zonder rekening te houden met de periode van vrijstelling.

 

§4 Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn op een woning of gebouw en er aan één van hen een vrijstelling wordt toegekend, geldt de vrijstelling voor alle houders van het zakelijk recht, zelfs al hebben de anderen geen aanvraag tot vrijstelling ingediend.

 

§5 De aanvraag tot vrijstelling van heffing wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, gericht aan het college van burgemeester en schepenen vóór het verstrijken van de eerste termijn van 12 maanden of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de inventarisatiedatum is verlopen, kan de gemeente overgaan tot het invorderen van de heffing.

 

Artikel 13

De belasting wordt ingevorderd door opname in een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet betaald worden binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 14

§1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. De indiening moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

§2 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 15

§1 Vrijstellingen die zijn toegekend op basis van het gemeentelijk belastingreglement op de leegstaande woningen of gebouwen van 20 december 2022 blijven geldig voor de looptijd bepaald in de goedgekeurde vrijstelling.

 

§2 Woningen en gebouwen die werden geregistreerd in het leegstandsregister overeenkomstig voorgaande reglementen en die nog niet geschrapt zijn,  blijven opgenomen in het leegstandsregister en behouden de oorspronkelijke opnamedatum voor de bepaling van het tarief van de belasting.

 

Artikel 16

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

39. Belastingreglement voor de registratie en belasting van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022
De gemeenteraad keurt de aanpassing op het gemeentelijk reglement voor de registratie van en de belasting op verwaarloosde woningen goed.

 

Feiten en context

         De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid.

         Gemeenten kunnen, zoals bepaald in deze Vlaamse Codex Wonen, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor dit register bepalen.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen

         Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021en latere wijzigingen

         Artikel 2.15 t.e.m. 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

         Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid (goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 14 maart 2025)

 

Argumentatie

         Het gemeentelijk belastingsreglement verwaarloosde woningen en gebouwen is aanvullend op het gemeentelijk belastingsreglement leegstaande woningen en gebouwen. De beschikbare woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moeten niet alleen gebruikt worden maar ook in goede staat blijven. Verwaarlozing leidt tot fysieke en visuele verloedering, met negatieve gevolgen voor de leefbaarheid, de veiligheid en de ruimtelijke kwaliteit van de woonomgeving. Door dergelijke situaties aan te pakken, beschermt de gemeente het algemeen belang, namelijk het behoud van een ordelijke, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor alle inwoners.

         Het reglement dient bovendien een duidelijk beleidsmatig nevendoel: het stimuleren van eigenaars om hun panden en terreinen degelijk te onderhouden, om overlast te vermijden en om verloedering te voorkomen. Het effectief opnemen van panden en terreinen in een verwaarlozingsregister heeft enkel impact wanneer hieraan ook een belasting wordt gekoppeld. De voorgestelde vrijstellingen sluiten nauw aan bij de beleidskeuzes van de gemeente en laten ruimte voor maatwerk in situaties waarin verwaarlozing niet aan de eigenaar kan worden toegerekend.

         Daarnaast heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om haar openbare dienstverlening op een duurzame manier te financieren. De aanpak van verwaarloosde panden en percelen brengt extra administratieve controles, handhavingstaken en opvolgingskosten met zich mee. Met deze belasting wordt een redelijke financiële bijdrage gevraagd van eigenaars die verwaarlozing laten voortduren, zodat de gemeente de bijkomende lasten kan dragen en haar reguliere dienstverlening kan blijven garanderen.

         Door ook verwaarloosde terreinen te betrekken, wordt tegemoetgekomen aan het feit dat dergelijke percelen een duidelijke indicatie van verloedering vormen en vaak aanzienlijke hinder veroorzaken. De belasting vormt daarmee een essentieel instrument om de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en veiligheid op het volledige grondgebied van de gemeente te waarborgen.

         De vrijstellingen van belasting die opgenomen zijn in dit reglement, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente en zijn verantwoord aangezien:

         Bepaalde oorzaken van verwaarlozing in feite (een vorm van) overmacht uitmaken (zoals bijvoorbeeld bij vernieling of beschadiging ten gevolge van een plotse ramp, de vaststelling van een (voorlopig of definitief) onteigeningsplan, de mogelijkheid om de woning of het gebouw te gebruiken ingevolge van verzegeling, ...).

         Het verantwoord is om voor nieuwe zakelijk gerechtigden en voor zakelijk gerechtigden die verbouwen, herbouwen, uitbreiden, slopen of renoveren (blijkens niet vervallen omgevingsvergunningen of renovatiedossier) in een de tijd beperkte vrijstellingsperiode te voorzien, teneinde hen in staat te stellen de verwaarlozing weg te werken.

         Aangezien de zakelijk gerechtigde van een pand dat voorwerp uitmaakt van een sociaal beheersrecht in de zin van artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, de bevoegdheid om het pand te beheren heeft overgedragen aan een publieke instantie en in dit verband dus zelf geen verantwoordelijkheid meer draagt over de eventuele verdere verwaarlozing.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7375000

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:
De gemeenteraad keurt het belastingreglement voor de registratie en de belasting op verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen goed.

 

Belastingreglement voor de registratie en belasting van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen

 

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting op verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen gevestigd.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement worden volgende begripsomschrijvingen gehanteerd:

         Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en de administratieve eenheid van IGO div, belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen (verwaarlozingsregister).

         Administratieve akte: genummerd document dat de inventarisatiedatum, de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning, gebouw of het terrein, de zakelijke gerechtigden, de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister, en de beroepsmogelijkheid tegen de opname in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen omvat.

         Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen met contactgegevens lokaal bestuur Rotselaar, Provinciebaan 20, 3110 Rotselaar.

         Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

         een aangetekend schrijven

         een afgifte tegen ontvangstbewijs

         elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld (bijvoorbeeld een e-mail met ontvangstbevestiging en/of leesbevestiging)

         Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten (zoals omschreven in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021).

         Houder van het zakelijk recht: de houder van minstens één van de volgende zakelijke rechten:

         de volle eigendom

         het recht van opstal of van erfpacht

         het vruchtgebruik (inclusief de bijzondere vormen van vruchtgebruik)

         Onafgewerkte woning of gebouw: een gebouw waarvan de werken zijn aangevat maar waarvan de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is vervallen terwijl de werken niet voltooid zijn.

         Opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen (verwaarlozingsregister). De opnamedatum is tevens het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.

         Technisch verslag: het verslag waarop de administratie de vastgestelde zichtbare gebreken van een woning, gebouw of terrein aanduidt. Het betreft een lijst van gebreken waaraan een categorie van ernst word toegekend.

         Terrein: een bebouwd of onbebouwd perceel.

         Verjaardagsdatum:  datum waarop elke eerste of nieuwe daaropvolgende periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum verstrijkt, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt.

         Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen, vermeld in artikel 5 van dit reglement.

         Verwaarloosde woning of gebouw: een woning of gebouw dat ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan dakbedekking of -gebinte, kroonlijst of dakgoten, schoorstenen, buitenmuren, voegwerk, buitenschrijnwerk of wanneer het pand niet water- en/of winddicht is (zoals omschreven in artikel 2.16. van de Vlaamse Codex Wonen van 2021).

         Verwaarloosd terrein: een onverzorgd terrein dat gekenmerkt wordt door overwoekering, aanwezigheid van afval en ongedierte die het uitzicht en de veiligheid storen van de woon- en leefomgeving, zoals verder omschreven in artikel 4 §3. 

         Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande (zoals omschreven in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021).

 

Hoofdstuk 2: Registratie

 

Artikel 3

§1 De gemeente draagt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging 'lGO div'.

 

De door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke vereniging IGO div belaste personeelsleden voor de opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen bezitten als registerbeheerder de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Concreet betekent dit dat de door de intergemeentelijke vereniging IGO div belaste personeelsleden voor het de opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen, belast worden met volgende taken:

         de opsporing en vaststelling van verwaarlozing: uiterlijke schouwing, opstellen van het technisch verslag en fotodossier

         opmaak en ondertekening van de administratieve akte

         de kennisgeving van de beslissing tot opname aan de houder(s) van het zakelijk recht

         de opname van de woning, het gebouw of het terrein in het verwaarlozingsregister

         de beoordeling van de verzoeken tot schrapping uit het verwaarlozingsregister

         de schrapping van de woning, het gebouw of het terrein uit het verwaarlozingsregister

 

§2 Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het verwaarlozingsregister en de beslissingen inzake het toekennen van vrijstellingen met betrekking tot de gemeentelijke verwaarlozingsheffing.

 

Artikel 4

§1 Verwaarlozing wordt vastgesteld in een administratieve akte aan de hand van een technisch verslag opgesteld door de administratie.


§2 Het technisch verslag omvat indicatoren van verwaarlozing. Daarbij worden de gebreken ingedeeld naar graad van verwaarlozing en de mate waarin het gebrek niet algemeen of algemeen voorkomt. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning, het gebouw of het terrein toegevoegd. De datum van de vaststelling is de datum van administratieve akte en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.

 

§3 De verwaarlozing wordt geregistreerd aan de hand van volgende indicatoren van verwaarlozing:

         Een gebouw of woning wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het één of meerdere ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont uit de onderstaande niet-limitatieve lijst. Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval van een woning of hoofd- en/of bijgebouw op korte termijn in de hand werken, zoals:

         aantasting van de wind- of waterdichtheid

         aantasting van de stabiliteit

         ingevallen dakgedeelten

         grote afgebrokkelde stukken uit de dakbedekking en/of ontbrekende dakbedekking

         gevaarlijk overhellende en/of onstabiele schoorsteen en/of loszittende delen

         beschadigde dakvensters en/of dakkapellen

         gebroken, afhangende, ontbrekende dakgoten en/of regenwaterpijpen en/of lekkages aan de gevel

         ingestorte muurgedeelten

         scheve en/of sterk overhellende muren

         uitgevallen voegwerk, loskomende stukken steen en/of structurele breuken, barsten en/of verzakkingen aan de gevel

         ontbrekende ramen en/of deuren

         beschadigde ramen, deuren en/of glaswerk

         reclameborden voor raam- en/of deuropening

         raam- en/of deuropeningen, achteraf dichtgemaakt met stenen, hout of andere materialen in het muurvlak of ertegenaan

         verweerde gevelbekleding en buitenschrijnwerk

         roestvorming, betonrot, schimmel- of insectenaantasting, ....

De toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw wordt vastgesteld door de administratie vanop het openbaar domein of publiek toegankelijke locaties aan de hand van een technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement.

         Een gebouw of woning wordt beschouwd als onafgewerkt wanneer de werken werden aangevat maar waarvan de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is vervallen terwijl de werken niet voltooid zijn.

         Een terrein kan als verwaarloosd worden beschouwd als er één of meerdere uiterlijke verschijnselen uit onderstaande niet-limitatieve lijst zich voordoen:

         het is geheel of gedeeltelijk overwoekerd door ongewenste begroeiing die niet past bij de bestemming van het terrein

         op het terrein is afval aanwezig, om het even of het gaat om groenafval of andere afvalstoffen, waardoor het uitzicht storend is voor de woon- en leefomgeving

         op het terrein bevinden zich één of meer opengebroken en/of beschadigde verhardingen

         er zijn beschadigde en/of niet onderhouden omheining(en) op het terrein aanwezig

         er zijn/is een uitpuilende en/of dichtgeplakte brievenbus(sen) zichtbaar

         het beschikt over een langdurig niet onderhouden tuingedeelte(n)

         er zijn autowrakken, meubelen en/of ander materiaal opgeslagen

         er is ongedierte aanwezig

 

§4 Een woning of gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

 

§5 Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

 

Artikel 5

§1 De administratie houdt een verwaarlozingsregister bij van geregistreerde verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

 

§2 In het verwaarlozingsregister worden (minstens) de volgende gegevens opgenomen:

         het adres van de verwaarloosde woning, gebouw of terrein

         de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning, gebouw of terrein

         de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht

         het nummer en de datum van administratieve akte de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname

 

Artikel 6

Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (AAPD) van de FOD Financiën, het kadaster, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.

De kennisgeving bevat:

         de administratieve akte met het technisch verslag

         informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister

         informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister

         informatie over het verzoek tot schrapping uit het verwaarlozingsregister

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop de akte betrekking heeft.

 

Artikel 7

§1 Een woning, gebouw of terrein wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het technisch verslag bij de administratieve akte, zoals bepaald in artikel 4, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

 

De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen belaste administratie.

 

§2 Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

         de identiteit en het adres van de indiener

         de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft

         de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt kan worden uit het verwaarlozingsregister

Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.

 

Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging.

 

§3 De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het gemeentelijke verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.

 

Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning, het gebouw of het terrein geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning, het gebouw of het terrein uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.

 

Artikel 8

§1 Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister of tegen de beslissing tot weigering van de schrapping. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend.

Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

         de identiteit en het adres van de indiener

         de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning, gebouw of terrein waarop het beroepschrift betrekking heeft

         de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning, het gebouw of het terrein in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

Als datum van het bezwaarschrift geldt de datum van de beveiligde zending.

Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§2 De administratie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.

 

§3 Het bezwaarschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in § 1.

 

§4 Als het bezwaarschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw bezwaar is mogelijk zolang de bezwaartermijn van §1 niet verstreken is.

 

§5 Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen belaste administratie.

 

§6 Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het bezwaarschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§7 Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

§8 Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het bezwaar tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg.

 

Indien het college geen uitspraak doet over het bezwaar, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente.

 

Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.


Artikel 8

§1 Een woning, gebouw of terrein wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het technisch verslag bij de administratieve akte, zoals bepaald in artikel 4, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

 

De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen belaste administratie.

 

§2 Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

         de identiteit en het adres van de indiener

         de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft

         de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt kan worden uit het verwaarlozingsregister

Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.

Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging.

 

§3 De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het gemeentelijke verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.

 

Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning, het gebouw of het terrein geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning, het gebouw of het terrein uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.

 

Hoofdstuk 3: Belasting

 

Artikel 9

De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning, het gebouw of het terrein gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.

 

Zolang de verwaarloosde woning, gebouw of terrein niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Artikel 10

§1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de verwaarloosde woning, gebouw of terrein op de verjaardagsdatum.

 

§2 Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§3 Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van dit recht de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. Tevens moet de overdrager van het zakelijk recht per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte.

Het attest of de kopie van de notariële akte bevat minstens de volgende gegevens:

         naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht, zijn eigendomsaandeel en de aard van het zakelijk recht

         datum van de akte, naam en standplaats van de notaris

         nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning, het gebouw of terrein
(adres, kadastraal nummer en de oppervlakte van het overgedragen goed)

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 11

Volgende belastingsbedragen zijn verschuldigd voor het aanslagjaar waarin de desbetreffende verjaardagsdatum wordt bereikt:

 

 

Bedrag

Als een woning, een gebouw of terrein voor een eerste termijn van 12 opeenvolgende maanden in het verwaarlozingsregister is opgenomen

 1.500

 

Als een woning, een gebouw of terrein voor een tweede opeenvolgende termijn van 12 opeenvolgende maanden in het verwaarlozingsregister is opgenomen

 3.000

 

Als een woning, een gebouw of terrein voor een derde opeenvolgende termijn van 12 opeenvolgende maanden in het verwaarlozingsregister is opgenomen

 4.500

 

Als een woning, een gebouw of terrein voor een vierde en elke daaropvolgende opeenvolgende bijkomende termijn van 12 opeenvolgende maanden in het verwaarlozingsregister is opgenomen

 6.000

 

 

Artikel 12

§1 De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen.  Indien hij/zij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij/zij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.

 

§2 Op basis van volgende gronden kan een vrijstelling verleend worden:

  1. een nieuwe houder van het zakelijk recht, en dit voor de eerste twee belastingaanslagen die volgen op de overdracht. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte. Deze vrijstelling geldt niet voor:
    1. de overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt
    2. de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang van een vennootschap ten algemene titel
  2. De belastingplichtige die de verwaarloosde woning of gebouw volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en die niet over een andere woning beschikt. De belastingplichtige is vrijgesteld zolang hij aan volgende voorwaarden voldoet voor zover de belastingplichtige onder de inkomensgrenzen voor een sociale huurwoning valt, zoals bepaald in artikel 6.13 van Boek 6 van het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  3. De woning, het gebouw of het terrein is vrijgesteld wanneer het beschikt over een niet-vervallen omgevingsvergunning voor zover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse aanpak is van de verwaarlozing.  Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van 24 maanden volgend op de datum van aflevering van de vergunning. Deze vrijstelling is slecht drie maal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden op voorwaarde dat de werken werden aangevat binnen de twee jaar na het verkrijgen van de omgevingsvergunning. Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw gelijkgesteld met renovatiewerken.
  4. De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer een omgevingsvergunning afgeleverd werd enkel voor sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en kan per woning of gebouw slechts één keer aangevraagd worden door dezelfde eigenaar.
  5. De belastingplichtige die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren. De woning of het gebouw  gerenoveerd wordt zonder dat er een omgevingsvergunning is vereist. In dit geval moet er een renovatiedossier worden voorgelegd dat minstens volgende elementen bevat:
    Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
    1. een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken
    2. een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken
    3. een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:
      1. een offerte/factuur voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer
      2. een offerte/factuur voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd
      3. een combinatie van beide offertes/facturen
    4. een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.

De aanvrager geeft toelating om de woning of het gebouw en de geplande en uitgevoerde werken te controleren.  De bevoegde overheid kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om 12 maanden te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse wooncode.  Deze vrijstelling geldt per woning of gebouw voor een periode van 12 maanden volgend op de indiening van het renovatiedossier en is slechts tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

         één of meer facturen van maximum 12 maanden oud die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde renovatiewerken

         foto’s die de vooruitgang van de werken bewijzen;

         in geval een renovatie niet meer realiseerbaar is: een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdsschema.

  1. De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het gelegen is binnen de grenzen van een  door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.
  2. De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, voor zover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de verwaarlozing.  Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt.  Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 36 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

 

§3 De aanvraag tot vrijstelling dient schriftelijk gericht te worden aan het college van burgemeester en schepenen en dient te gebeuren voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van 12 maanden na opnamedatum.

 

Eens de verjaardagsdatum is verlopen, kan de gemeente overgaan tot het invorderen van de heffing. In dat geval kan voor de voorbije termijn geen vrijstelling van heffing meer worden aangevraagd, maar kan er enkel nog bezwaar tegen de belasting worden ingediend.

 

§4 De vrijstelling van belasting heeft geen impact op de opname van de woning, het gebouw of het terrein in het verwaarlozingsregister. De anciënniteit van opname in het verwaarlozingsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de belasting zal worden berekend op basis van de opnamedatum zonder rekening te houden met de periode van vrijstelling.

 

Artikel 13

De belasting wordt ingevorderd door opname in een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet betaald worden binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 14

§1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. De indiening moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

§2 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 15

§1 Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van verwaarloosde woningen en gebouwen van 20 december 2022 blijven geldig voor de looptijd bepaald in de goedgekeurde vrijstelling. 

 

§2 Woningen, gebouwen en terreinen die werden geregistreerd in het verwaarlozingsregister overeenkomstig voorgaande reglementen en die nog niet geschrapt zijn blijven opgenomen in het verwaarlozingsregister en behouden de oorspronkelijke opnamedatum voor de bepaling van het tarief van de belasting.

 

Artikel 16

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

40. Belastingreglement op ongeschikte en onbewoonbare woningen - 2026-2031

 

Feiten en context

         Alle woningen in Vlaanderen die niet aan de minimale kwaliteitsnormen voor basiscomfort, veiligheid en gezondheid voldoen, kunnen ongeschikt of onbewoonbaar verklaard worden. Die gebouwen komen terecht in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.

         Gemeenten kunnen een eigen belastingsheffing organiseren op ongeschikte en onbewoonbare woningen, op voorwaarde dat de gemeentelijke belasting in overeenstemming is met artikel 2.5.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikel 2.5.1.0.1Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen

         Boek 3, deel 5, titel 2 Vlaamse Codex Wonen 2021

 

Argumentatie

         Een belastingreglement op ongeschikte en onbewoonbare woningen is gerechtvaardigd omdat het een algemeen belang dient: het bevordert een kwaliteitsvol en veilig woonaanbod en ontmoedigt het langdurig verloedering van woningen die een risico vormen voor gezondheid, veiligheid of leefbaarheid.

         Fiscaal vormt de heffing een redelijke compensatie voor de maatschappelijke kosten die dergelijke panden veroorzaken, zoals verhoogde toezichtslasten en een negatieve impact op de woonomgeving.

         De belasting creëert bovendien een financiële prikkel voor eigenaars om tijdig over te gaan tot renovatie of herbestemming, waardoor bijkomende geschikte woongelegenheden kunnen worden gecreëerd en de druk op de woningmarkt afneemt. Deze heffing draagt zo bij aan een actief en duurzaam woonbeleid.

        Bepaalde categorieën kunnen een vrijstelling van de belasting vragen omdat zij zich in situaties bevinden waarin de heffing haar sturend en responsabiliserend karakter niet of slechts beperkt kan vervullen. Sociale woonorganisaties en overheden handelen in het algemeen belang en zijn reeds onderworpen aan strikte regelgeving en investeringsverplichtingen. Nieuwe houders van zakelijke rechten, evenals overdrachten buiten misbruikconstructies, krijgen een redelijke aanpassingstermijn om de woning te herstellen. Situaties van overmacht, rampen, ziekte of langdurige afwezigheid rechtvaardigen een tijdelijke vrijstelling omdat de zakelijk gerechtigde feitelijk geen invloed heeft op de ongeschiktheid. Ook bij renovatie- en vergunningsprocedures is een vrijstelling redelijk, aangezien eigenaars aantoonbaar inspanningen leveren om de woning opnieuw kwaliteitsvol en bewoonbaar te maken. Voor beschermde monumenten en onteigeningsdossiers spelen uitzonderlijke juridische verplichtingen en beperkingen, waardoor een belastingheffing onredelijk zou zijn. Deze vrijstellingen garanderen zo een proportioneel, doelmatig en rechtszeker fiscaal beleid.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7375001

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het belastingreglement op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen goed.

 

Belastingreglement op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op de ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.

 

Artikel 2

Een woning wordt als ongeschikt of onbewoonbaar beschouwd indien de woning is opgenomen in de inventaris zoals bedoeld in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021:

1. woningen die ongeschikt of onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig de artikelen 3.12 tot en met 3.18 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

2. woningen die onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet

 

Artikel 3

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

         Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

         een aangetekend schrijven

         een afgifte tegen ontvangstbewijs

         elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld (bijvoorbeeld een e-mail met ontvangstbevestiging en/of leesbevestiging)

         Houder van het zakelijk recht: de houder van minstens één van de volgende zakelijke rechten:

         de volle eigendom

         het recht van opstal of erfpacht

         het vruchtgebruik (inclusief de bijzondere vormen van vruchtgebruik)

         Inventaris: de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, die aan de criteria voldoet zoals bedoeld in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen 2021.

         Inventarisbeheerder: de entiteit die door de Vlaamse Regering belast wordt met het beheer van deze inventarissen overeenkomstig artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen.

         Inventarisatiedatum: de datum waarop een woning in de inventaris is opgenomen. Dit is op de datum van het besluit van de burgemeester of, in het geval van een beslissing tot ongeschikt- en/of onbewoonbaarheid in beroep, op de datum van het besluit van de Vlaamse Regering.

         Verjaardagsdatum: datum waarop elke eerste of nieuwe daaropvolgende periode van twaalf maanden vanaf de inventarisatiedatum verstrijkt, zolang de woning niet uit de inventaris is geschrapt.

         Sociale woonorganisaties: de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de erkende woonmaatschappijen en het Vlaams Woningfonds, zoals deze worden bepaald in de Vlaamse Codex Wonen 2021.

         Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals bepaald in artikel 1.3, 66° van de Vlaamse Codex Wonen 2021.

 

Artikel 4

§1. De inventarisbeheerder betekent de opname in de inventaris met een registratieattest aan de houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Federale Overheidsdienst Financiën, dienst Patrimoniumdocumentatie, van het geïnventariseerde goed. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de vorm, de inhoud en het gebruik van het registratieattest.

§2. Voor de woningen, vermeld in artikel 2.1. geldt een besluit als vermeld in artikel 3.20, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen 2021 als registratieattest. Het voormelde besluit vermeldt de opname in de inventaris. Tegen dat besluit en de registratie kan bij de Vlaamse Regering beroep aangetekend worden conform artikel 3.14 van de Vlaamse Codex Wonen 2021.


§3. Voor de woningen, vermeld in artikel 2.2. bezorgt de inventarisbeheerder het registratieattest aan de houder van het zakelijk recht binnen dertig dagen na de ontvangst van het besluit tot onbewoonbaarverklaring.
 

Artikel 5

De houder van het zakelijk recht van de ongeschikte en/of onbewoonbare woning kan een verzoek tot schrapping richten aan de inventarisbeheerder per beveiligde zending conform artikel 3.23 van de Vlaamse Codex Wonen 2021, zodra hij bewijst dat de woning:

         zoals bedoeld in artikel 2.1. weer conform is, of nadat de ongeschikt- en/of onbewoonbaarheid bij besluit van de burgemeester is opgeheven ingevolge bestemmingswijziging of sloop, of de bestemmingswijziging of sloop bij proces-verbaal is vastgesteld conform artikel 3.46 van de Vlaamse Codex Wonen 2021.

         zoals bedoeld in artikel 2.2. weer conform is, of nadat de ongeschikt- en/of onbewoonbaarheid bij besluit van de burgemeester is opgeheven.

 

Een ongeschikte en/of onbewoonbare woning wordt geschrapt uit de inventaris op datum van

         het opheffingsbesluit, of

         de eerste dag dat de woning opnieuw conform is, of

         de sloop of herbestemming

 

Artikel 6

De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in de inventaris, of voor woningen die bij de inwerkingtreding van dit reglement reeds op de inventaris waren opgenomen, bij de eerstvolgende verjaardag van de inventarisatiedatum.

 

Zolang de woning niet geschrapt is uit de inventaris, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Artikel 7

§1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de ongeschikte of onbewoonbare woning op de verjaardagsdatum.

 

§2 Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§3 De overdrager van het zakelijk recht blijft aangeduid als belastingplichtige tot het verlijden van de authentieke akte of tot de melding van de overdracht aan de bevoegde gemeentelijke administratie.

 

§4 De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat de woning opgenomen is op de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen. Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de inventarisbeheerder en aan de gemeentelijke administratie (Gemeente Rotselaar, dienst Omgeving, Provinciebaan 20 in 3110 Rotselaar) binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze beveiligde zending bevat minstens de volgende gegevens:

         de datum van de overdracht

         de naam en het adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsdeel

         de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris

         de coördinaten van de overgedragen woning

 

Als de overdrager van het zakelijk recht nalaat deze kennisgeving te doen, wordt hij in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 8

Volgende belastingsbedragen zijn verschuldigd voor het aanslagjaar waarin de desbetreffende verjaardagsdatum wordt bereikt:

 

 

Bedrag

Als de woning een eerste termijn van twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de inventaris

€ 1.500

Als de woning een tweede termijn van twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de inventaris

€ 3.000

 

Als de woning een derde termijn van twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de inventaris

€ 4.500

 

Als de woning een vierde en elke daaropvolgende termijn van twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de inventaris

€ 6.000

 

 

Artikel 9

§1 Voor volgende categorieën kan een vrijstelling verleend worden:

         Sociale woonorganisaties.

         De nieuwe houder van het zakelijk recht, voor 24 maanden volgend op de overdracht van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten van of aan:

         vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht rechtstreeks of onrechtstreeks participeert, of die ontstaan zijn door fusie, splitsing of wijziging van de vroegere houder van het zakelijk recht

         VZW’s waar de houder van het zakelijk recht lid van is

         bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij in geval van overdracht bij erfopvolging of testament

         De houder van het zakelijk recht die vóór de verjaardagsdatum bij onderhandse overeenkomst zijn zakelijk recht heeft overgedragen, of een koop-verkoopbelofte heeft aangegaan, voor zover de overeenkomst binnen een termijn van vier maanden na datum van de onderhandse overeenkomst resulteert in een authentieke akte. Indien de overeenkomst een opschortende voorwaarde bevat, moet deze vervuld zijn.

         De zakelijk gerechtigde van de woning die omwille van ziekte, ongeval, hoge leeftijd of vrijheidsberoving langdurig op een andere plaats verblijft, voor zover hij of zij de laatste in de woning gedomicilieerde bewoner is, voor een periode van 24 maanden volgend op het vertrek van de zakelijk gerechtigde uit de woning. Deze vrijstelling kan slechts éénmaal toegekend worden aan dezelfde houders van het zakelijk recht.

         De ongeschiktheid of onbewoonbaarheid die uitsluitend het gevolg is van een brand of ontploffing of een andere ramp veroorzaakt door natuurlijke elementen. Deze vrijstelling geldt voor 36 maanden volgend op de ramp.

         De woning waarin minstens één van de houder(s) van het zakelijk recht gedomicilieerd is sinds het tijdstip van opname op de inventaris, voor zover dit zijn enig onroerend zakelijk recht is. De woning waarvoor een omgevingsvergunning voor de uitvoering van stedenbouwkundige handelingen is verleend of een omgevingsmelding is gedaan. Deze vrijstelling kan slechts één maal toegekend worden aan dezelfde houder van het zakelijk recht en geldt voor 24 maanden volgend op de toekenning van de omgevingsvergunning of aktename van de melding, voor zover de werken een normaal verloop kennen. Indien de werken geen normaal verloop kennen maakt de bevoegde administratie hiervan een controleverslag op en stuurt dit aangetekend op aan de houder van het zakelijk recht. De vrijstelling vervalt met ingang van de verzending van dit controleverslag.

         De woning waarvan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid te wijten is aan ernstige bouwfysieke gebreken en de bevoegde administratie goedkeuring heeft gegeven aan een renovatiedossier. Deze vrijstelling kan slechts één maal toegekend worden aan dezelfde houder van het zakelijk recht en geldt 24 maanden vanaf de datum van indiening van een volledig bevonden en goedgekeurde aanvraag, voor zover de werken een normaal verloop kennen. Indien de werken geen normaal verloop kennen maakt de bevoegde administratie hiervan een controleverslag op en stuurt dit aangetekend op aan de zakelijk gerechtigde. De vrijstelling vervalt met ingang van de verzending van dit controleverslag.
De administratie kan het renovatiedossier alleen goedkeuren op basis van een volledig aanvraagdossier, dat tenminste moet bevatten:

         een gedetailleerd renovatieschema waaruit blijkt dat de nodige renovatiewerken zullen uitgevoerd worden

         een schets van de woning met aanduiding van de geplande werken

         een volledige opsomming en beschrijving van de werken

         een raming van de kosten en/of offertes van aannemers

         foto’s van de te renoveren delen van de woning

         De woningen die beschermd zijn als monument. Deze vrijstelling geldt 24 maanden vanaf de beslissing tot bescherming.

         De woningen waarvan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid uitsluitend het gevolg is van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of in geval geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.

         De woningen waarvan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid op de verjaardagsdatum het gevolg is van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid.

         De woningen waarvan het zakelijk recht toebehoort aan de Belgische Staat ingevolge definitieve verbeurdverklaring (artikel 42, 1° en 2° van het Strafwetboek).

         De woningen waarvoor een controlebezoek tot bekomen van een conformiteitsattest is aangevraagd. De aanvraag moet gebeuren voor de verjaardagsdatum, en de vrijstelling geldt enkel als het eerstvolgende controlebezoek ook daadwerkelijk vaststelt dat de woning aan de vereisten en normen van de Vlaamse Codex Wonen voldoet en tot schrapping van de inventaris leidt.

 

§2 Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast.

 

§3 De aanvraag tot vrijstelling van heffing dient schriftelijk te gebeuren voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van 12 maanden na datum van opname in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen. Eens de verjaardag van de inventarisatiedatum is verlopen, kan de gemeente overgaan tot het invorderen van de heffing. In dat geval kan voor de voorbije termijn geen vrijstelling van heffing meer worden aangevraagd, maar kan er enkel nog bezwaar tegen de belasting worden ingediend.

 

§4 Een vrijstelling van belasting kan worden verleend op gemotiveerd verzoek van de houder van het zakelijk recht.  Dit verzoek wordt ingediend bij de bevoegde administratie. Het verzoek bevat de nodige bewijsstukken van de ingeroepen vrijstelling. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een feitenonderzoek ter plaatse uitvoeren.

 

§5 Een vrijstelling wordt telkens voor één aanslagjaar toegekend. Indien dezelfde vrijstellingsgrond voor meerdere aanslagjaren kan ingeroepen worden volgens het reglement, moet de vrijstelling, indien gewenst, elk aanslagjaar opnieuw aangevraagd worden.

 

Bij elke aanvraag zal beoordeeld worden of aan de voorwaarde voor de vrijstelling is voldaan. De belastingplichtige wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling.

 

§6 Als een vrijstelling wordt toegekend, blijft de woning in de inventaris staan en blijft ze belastbaar, maar moet de belasting, voor dat aanslagjaar, niet betaald worden. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, de heffing zal worden berekend op basis van de inventarisatiedatum zonder rekening te houden met de periode van vrijstelling.

 

Artikel 10

De belasting wordt ingevorderd door opname in een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet betaald worden binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 11
§1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. De indiening moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

§2 Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 12

De woningen die op 31 december 2025 waren opgenomen in de inventaris behouden hun oorspronkelijke inventarisatiedatum wat betreft de berekening van de verschuldigde belasting.

 

Artikel 13

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

41. Belastingreglement op tweede verblijven - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het belastingreglement op tweede verblijven goed.

 

Feiten en context

         De belasting op tweede verblijven behoort tot de lokale fiscale autonomie die gemeenten hebben op basis van het Vlaamse regeer- en decretenkader. Het is een veelvoorkomende belastingsoort die door tal van steden en gemeenten wordt toegepast. De heffing is gericht op eigenaars of gebruikers van een tweede verblijf op het grondgebied van de gemeente, ongeacht of het verblijf daadwerkelijk of regelmatig wordt gebruikt. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke types verblijven worden opgenomen, hoe de belasting wordt vastgesteld en op welke wijze de inning gebeurt.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register

         Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen

         Decreet van 17 juli 2020 (en latere wijzigingen) betreffende de Vlaamse Codex Wonen

         Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 (en latere wijzigingen) tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen

         Vlaamse Codex Wonen van 2021

 

Argumentatie

         Een belastingreglement op tweede verblijven is aangewezen omdat het een duidelijk algemeen belang dient: eigenaars van een tweede verblijf maken gebruik van gemeentelijke infrastructuur en diensten zonder er permanent aan bij te dragen via hun hoofdverblijfplaats. De heffing vormt daarom een redelijke financiële compensatie voor de extra druk op lokale voorzieningen, zoals afvalophaling, openbare veiligheid en onderhoud van publieke ruimte.

         Fiscaal zorgt de belasting voor een stabiele en autonome gemeentelijke inkomstenstroom, die kan worden ingezet voor investeringen in leefbaarheid, toeristische infrastructuur of bijkomende dienstverlening.

         Een bijkomend beleidsmatig nevendoel is het sturen van het woningaanbod: gelet op de druk op de woningmarkt en het woonbeleid, waarbij de gemeente ook het residentieel wonen wenst te beschermen, geldt de belasting op tweede verblijven als een stimulans om de woongelegenheden op het gemeentelijk grondgebied effectief als hoofdverblijfplaats aan te wenden en op die manier het residentieel wonen te bevorderen en de sociale cohesie te versterken.

         De belasting is verschuldigd, zowel door zakelijk gerechtigden die woonachtig zijn op het grondgebied van de gemeente, als door zakelijk gerechtigden die woonachtig zijn buiten het grondgebied van de gemeente. De belasting is immers een belasting op tweede verblijven, zodat het feit of de zakelijk gerechtigde van de woning al dan niet ingeschreven is in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente geen pertinent onderscheidingscriterium is voor de toepassing van de belasting.

         Woningen die duurzaam onttrokken zijn aan de woningmarkt en die dienst doen voor de uitoefening van een economische activiteit en niet worden of kunnen worden gebruikt voor de huisvesting van een gezin worden niet beoogd door deze belasting.

         Een aantal categorieën worden niet als tweede verblijf beschouwd omdat deze categorieën niet het typische recreatieve of bijkomende gebruik weerspiegelen dat de belasting wil vatten. Lokalen of gebouwen die uitsluitend voor beroepsactiviteiten worden gebruikt, creëren geen bijkomende verblijfsdruk op gemeentelijke diensten. Tijdelijke situaties, zoals woningen die door verbouwingen onbewoonbaar zijn, vormen geen echte tweede verblijfssituatie en mogen om billijkheidsredenen niet worden belast. Ook mobiele verblijfsconstructies en kortstondig opgestelde caravans veroorzaken geen permanente belasting van de lokale infrastructuur. Beschermd en begeleid wonen vervult een duidelijk sociaal en maatschappelijk doel, waardoor een heffing onverenigbaar zou zijn met het ondersteunend karakter ervan. Woningen die in registers van leegstand of onbewoonbaarheid zijn opgenomen, worden reeds via andere beleidstrajecten opgenomen; een bijkomende belasting zou dubbelop en disproportioneel zijn. Deze uitzonderingen zorgen ervoor dat de belasting gericht, correct en beleidsmatig coherent blijft.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7377000

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het belastingreglement op tweede verblijven goed.

 

Belastingreglement op tweede verblijven

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op tweede verblijven.

 

Artikel 2

§1 Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke constructie met woon- of verblijfsgelegenheid waarvoor niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister, het wacht- of het vreemdelingenregister of wachtregister voor het hoofdverblijf.

 

Het kan hierbij gaan om landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes, vakantiewoningen en alle andere vaste woongelegenheden, daarbij inbegrepen de met chalets gelijkgestelde caravans.

 

§2 Als op het adres van de constructie niemand in het bevolkingsregister, het wacht- of het vreemdelingenregister is ingeschreven, dan is er een weerlegbaar vermoeden dat de zakelijk gerechtigde de constructie als tweede verblijf gebruikt. Dit vermoeden kan met alle rechtsmiddelen weerlegd worden. Een aangifte van tweede verblijft verhindert niet dat de woning op leegstand onderzocht wordt.

 

§3 Worden niet als tweede verblijf beschouwd:

         lokaal of gebouw uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit

         tenten en woonaanhangwagens

         verplaatsbare caravans, tenzij deze ten minste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden

         woningen die betrokken worden door natuurlijke personen waarvan het domicilieadres tijdelijk niet bewoonbaar is door verbouwingswerken. Deze toestand moet aangetoond worden met een stedenbouwkundige vergunning en geldt voor maximaal één jaar

         woningen die gebruikt worden voor beschermd en/of begeleid wonen

         woningen die werden opgenomen op de inventaris ongeschikt- en/of onbewoonbaarheid

         woningen die werden opgenomen in het leegstandsregister

 

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door diegene die op 1 januari van het aanslagjaar de houder (natuurlijke of rechtspersoon) is van minstens één van hierna vermelde zakelijke rechten op het tweede verblijf: 

         de volle eigendom

         het recht van opstal of erfpacht

         het vruchtgebruik

In geval meerdere personen mede-eigenaar zijn van het tweede verblijf is elke mede-eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 4

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt het bedrag van de belasting ondeelbaar en voor het hele aanslagjaar forfaitair vastgelegd op 1.250 euro per tweede verblijf per jaar.

 

Artikel 5
De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 april van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur door middel van het gemeentelijke aangifteformulier voor tweede verblijven, voorzien van de nodige bewijsstukken, van elk tweede verblijf in de gemeente waarop hij een zakelijk recht heeft.

 

Artikel 6
§1 Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan vóór de aangiftedatum vermeld in artikel 5, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast, mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorziene bepalingen.


Bij ambtshalve belasting wordt de basisbelasting zoals vermeld in artikel 4 verhoogd met 120 euro. De basisbelasting en de verhoging worden gezamenlijk ingekohierd. De procedure van artikel 7 §4 van het decreet van 30 mei betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen wordt voor wat betreft de belastingverhoging, gevolgd.

 

§2 De daartoe door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personeelsleden, overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008, zijn gemachtigd om vaststellingen te doen van feiten, die aanleiding gaven tot het vestigen van de belasting.  


§3 Vooraleer de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgmeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.


Als de belastingplichtige ingestemd heeft met de elektronische uitwisseling van fiscale berichten, is aan het vereiste van het aangetekend schrijven voldaan als bewijs geleverd kan worden van het tijdstip van de elektronische verzending.


§4 De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in §3 van dit artikel, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische zending als datum van de kennisgeving.

 

Artikel 7

De belasting wordt ingevorderd door opname in een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet betaald worden binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8

§1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgmeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van inning zonder uitstel, de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.

 

§2 Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

 

Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

42. Retributiereglement voor het innemen van een standplaats op het gemeentelijk woonwagenpark 'Nieuwe Baan' te Werchter - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 7 november 1994
De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor het innemen van een standplaats op het gemeentelijk woonwagenpark 'Nieuwe Baan' te Werchter goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 25 september 2017
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement gemeentelijk residentieel woonwagenterrein voor woonwagenbewoner(s) goed.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet

         Politieverordeningen betreffende het woonwagenterrein 'Nieuwe Baan' van 7 november 1994

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         De gemeente stelt een woonwagenterrein met standplaatsen ter beschikking waarvoor van de gebruikers een standplaatsvergoeding gevraagd wordt.

         Een retributie op de standplaats van een woonwagenpark is verantwoord omdat het lokaal bestuur kosten maakt voor het beheer, onderhoud en de infrastructuur van het terrein. Deze retributie zorgt voor een eerlijke bijdrage van gebruikers aan de geleverde diensten en voorzieningen. Ze ondersteunt bovendien een duurzaam beheer van het woonwagenpark en garandeert de kwaliteit en veiligheid van de standplaatsen. Door deze kostendekkende aanpak blijft het aanbod betaalbaar en transparant voor alle betrokkenen.

        Het woonwagenterrein kampt daarenboven met een overbevolking. Er staan meer vaste en mobiele woonwagens op één standplaats, waardoor het aantal bewoners per standplaats vaak meer dan vijf bedraagt, hetgeen een probleem vormt bij bijvoorbeeld het gebruik van de sanitaire unit. Daarnaast lopen de kosten in onderhoud en infrastructuur per standplaats aanzienlijk op. Om overbezetting tegen te gaan wordt het aantal bewoners per standplaats vastgelegd op vijf. Wanneer op de standplaats meer dan vijf personen zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister wordt een aanvullende retributie per maand en per extra persoon aangerekend.

 

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7006020

Beleidsitem: 062200

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor het innemen van een standplaats op het gemeentelijk woonwagenpark 'Nieuwe Baan' te Werchter goed.

 

Retributiereglement voor het innemen van een standplaats op het gemeentelijk woonwagenpark 'Nieuwe Baan' te Werchter

 

Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het in gebruik nemen van een standplaats in het gemeentelijk woonwagenpark 'Nieuwe Baan' te Werchter.

 

Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de houder van de standplaats. Indien geen houder werd geregistreerd, is de retributie verschuldigd door diegene die er gedomicilieerd is.

 

Wanneer meerdere personen op dezelfde standplaats gedomicilieerd zijn, zijn zij hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de volledige retributie en eventuele aanvullende retributies.

 

Artikel 3
Het tarief bedraagt 125 euro per maand per standplaats. Wanneer op de standplaats meer dan vijf personen zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister, wordt een aanvullende retributie van 25 euro per maand per extra persoon aangerekend.


Elke begonnen maand wordt voor een volle maand aangerekend. De retributie wordt conform artikel 4 aangerekend.

 

De in dit reglement vastgestelde tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De aanpassing gebeurt op basis van het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar, gedeeld door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van dit reglement. Het aldus bekomen quotiënt wordt toegepast op het oorspronkelijk vastgestelde bedrag. Het resultaat wordt afgerond naar het hogere veelvoud van één euro.

 

Artikel 4

De retributie wordt jaarlijks gefactureerd voor het hele kalenderjaar. Het is toegestaan het totale jaarlijkse bedrag maandelijks te betalen in twaalf gelijke delen. De betaling dient te gebeuren door overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur.

 

Indien tijdens het kalenderjaar de aanvullende retributie zoals bepaald in artikel 3 verschuldigd wordt, wordt deze aanvullende retributie pro rata gefactureerd voor de resterende maanden van het kalenderjaar. Het is toegestaan het totaal aan aanvullende retributie voor het resterende deel van het jaar maandelijks te betalen in zo veel gelijke delen als er nog resterende maanden zijn in het kalenderjaar.

 

Wanneer de (aanvullende) retributie in de loop van het kalenderjaar niet langer verschuldigd zou zijn, wordt de retributie pro rata de verschuldigde termijn herberekend. Het saldo dat te veel werd gefactureerd wordt gecrediteerd. Het eventuele saldo dat te veel werd betaald wordt terugbetaald.

 

Bij gebrek aan betaling van de retributie, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Artikel 5
Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke huishoudelijk reglement gemeentelijk residentieel woonwagenterrein voor woonwagenbewoner(s). De bepalingen van dat huishoudelijk reglement zijn aanvullend van toepassing, voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 6

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft het retributiereglement van 7 november 1994 voor het innemen van een standplaats op het gemeentelijke woonwagenpark 'Nieuwe Baan' te Werchter op.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

43. Belastingreglement op de administratieve procedure voor omgevingsvergunningen, meldingen omgevingsprojecten en stedenbouwkundige documenten - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022
De gemeenteraad keurt de aanpassing van het belastingreglement op omgevingsvergunningen voor de periode tot en met 2025 goed.

 

Feiten en context

         Gemeenten zijn bevoegd voor een groot deel van omgevingsvergunningsaanvragen, zoals stedenbouwkundige ingrepen, functiewijzigingen, verkavelingen en milieuactiviteiten. Gemeenten zijn door de VCRO en het Omgevingsvergunningendecreet onder meer verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvragen en meldingen, de organisatie van openbare onderzoeken, het uitvoeren van adviezen en het afleveren van diverse omgevingsgerelateerde documenten.

         De Vlaamse regelgeving laat gemeenten toe om belastingen te heffen om de kosten voor deze dienstverlening te dekken, zolang deze redelijk, transparant en niet-discriminatoir zijn.

         Omwille van de continuïteit is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren aangezien het bestaande reglement betrekking heeft op de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan tijdens de periode 2023 tot en met 2025.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening  (VCRO) van 15 mei 2009 en latere wijzigingen

         Decreet betreffende omgevingsvergunningen van 25 april 2014 en latere wijzigingen

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

         Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning van 10 februari 2017

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie

         De opmaak en aflevering van administratieve stukken, zoals omgevingsvergunningen en aanverwante documenten (gele affiche, organiseren van een openbaar onderzoek, ...), en de melding van stedenbouwkundige handelingen en de behandeling van diverse aanvragen (stedenbouwkundig attest, opname in het vergunningenregister, ...), vergt een inzet van personeel, expertise en digitale middelen. Deze dienstverlening gaat gepaard met onderzoek, toetsing aan de geldende regelgeving en administratieve opvolging, waardoor substantiële kosten voor de gemeente ontstaan. Met het heffen van een belasting wordt een redelijke bijdrage gevraagd van de aanvrager voor deze specifieke dienstverlening.

         Bovendien draagt een correcte en zorgvuldige vergunningsverlening rechtstreeks bij aan de kwaliteitsvolle inrichting van de fysieke leefomgeving en de bescherming van het algemeen belang. Door ervoor te zorgen dat projecten veilig, duurzaam en in overeenstemming met de regelgeving worden uitgevoerd, ondersteunt de gemeente een ordelijke ruimtelijke ontwikkeling en een leefbare omgeving voor alle inwoners. De belasting maakt het mogelijk deze publieke taak op een efficiënte en deskundige manier te blijven organiseren.

         Voor het uitvoeren van een kwaliteitstoets voor projecten die een grote impact hebben op de omgeving wordt beroep gedaan op het Huis van omgevingsKwaliteit (ad hoK). Aan het organiseren van deze kwaliteitskamers zijn kosten verbonden zowel voor Interleuven, voor ad hoK, als voor de gemeentelijke diensten. Deze kosten vallen ten laste van de ontwikkelaar. Het vaststellen van een vast belastingtarief betekent een administratieve vereenvoudiging voor de dienst Omgeving en Financiën. Bovendien is de kostprijs voor de bouwheer meteen duidelijk. Het is opportuun om de kost van de kwaliteitskamer op te nemen in dit reglement. 

         De vrijstellingen in het belastingreglement op omgevingsvergunningen zijn opgenomen om een billijke, doelgerichte en administratief efficiënte toepassing van de heffing te garanderen. Zo worden nieuwe aanvragen die binnen zes maanden volgen op een intrekking vrijgesteld wanneer ze inhoudelijk gelijkaardig zijn en rekening houden met eerdere opmerkingen. Dit voorkomt dubbele belasting en stimuleert de verbetering van dossiers.

         Procedures die opnieuw moeten worden gevoerd door een materiële vergissing van de gemeente of omdat niet tijdig werd beslist, worden eveneens niet belast om rechtszekerheid en behoorlijk bestuur te waarborgen.

         Daarnaast worden gerechtelijke overheden, openbare besturen, instellingen van openbaar nut en sociale huisvestingsmaatschappijen vrijgesteld omdat hun projecten een duidelijk publiek belang dienen. Het belasten van andere overheden leidt tot inefficiënte interne geldstromen en kan belangrijke investeringen in mobiliteit, veiligheid, infrastructuur en sociale huisvesting onnodig bemoeilijken. Vrijstellingen ondersteunen daarom interbestuurlijke samenwerking en maken maatschappelijke projecten financieel haalbaarder.

         Verder geldt er een vrijstelling voor dossiers die niet op initiatief van de vergunninghouder worden opgestart, zoals verplichte evaluaties, voorwaardelijke bijstellingen of handhavingsgerelateerde aanpassingen. Omdat deze dossiers voortkomen uit wettelijke verplichtingen of toezicht door de overheid, is het niet redelijk om hiervoor een belasting op te leggen.

         Ook beheerswerken in het kader van natuur- en erosie-overeenkomsten vallen onder een vrijstelling, aangezien zij bijdragen aan ecologisch beheer, biodiversiteit en risicobeperking en duidelijk het algemeen belang dienen.

         De belasting bestaat uit een bedrag per dossiertype, dat wordt verhoogd met een bedrag per procedurestap.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7316000

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

 

Enig artikel:
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de administratieve procedure voor omgevingsvergunningen, meldingen omgevingsprojecten en stedenbouwkundige documenten goed.

Belastingreglement op de administratieve procedure voor omgevingsvergunningen, meldingen omgevingsprojecten en stedenbouwkundige documenten

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de administratieve procedure voor omgevingsvergunningen, meldingen omgevingsprojecten en stedenbouwkundige documenten.

 

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door degene die de aanvraag of melding tot aflevering heeft ingediend of, bij gebreke daarvan, de vergunninghouder of exploitant.

 

Artikel 3

De belasting bestaat uit een bedrag per dossiertype (3.1) verhoogd met een bedrag per procedurestap (3.2). De bedragen kunnen cumulatief worden aangerekend. De begrippen in dit artikel moeten geïnterpreteerd worden conform de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening (VCRO) van 15 mei 2009 en het Decreet betreffende omgevingsvergunningen van 25 april 2014 (Omgevingsvergunningendecreet).

 

3.1 Belasting per dossiertype

 

Bedrag

1. Melding van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 3

€ 100

2. Melding van het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen

€ 100

3. Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen

         Gewone procedure

         Vereenvoudigde procedure

Per bijkomende woonentiteit
Bij 'Zaak der wegen'



€ 200
€ 150
€ 200
€ 100

4. Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit (klasse 1 of 2)

         Gewone procedure

         Klasse 1

         Klasse 2

         Vereenvoudigde procedure (o.a. beperkte verandering of tijdelijke activiteit)




€ 630
€ 300
€ 150

5. Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

         zonder wegenis


 

         zonder wegenis in functie van meergezinswoningprojecten of groepswoningbouw

 

 

         met wegenis

 

 

€ 250 tot maximaal 2 loten + € 150 per bijkomend lot

€ 630 tot maximaal 2 loten + € 200 per bijkomend lot

 

€ 630 tot maximaal 2 loten + € 200 per bijkomend lot + forfaitaire kost van € 350

6. Vraag tot omzetting van een milieuvergunning verleend voor 20 jaar naar een permanente vergunning (art. 390 omgevingsvergunningendecreet)

€ 325

7. Bekendmaking van het verstrijken van elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur (art. 83,§1, lid 3 omgevingsvergunningendecreet)

€ 325

8. Verzoek tot bijstelling van de milieuvoorwaarden

         Klasse 1

         Klasse 2

         Klasse 3

 

€ 450

€ 325

€ 125

9. Verzoek tot bijstelling van een verkavelingsvergunning

         Per bijkomend bouwlot

€ 200

€ 150

10.  Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (art. 104 omgevingsvergunningendecreet)

€ 100

11.  Melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

€ 100

12. Aanvraag van een stedenbouwkundig attest

€ 150

13. Aanvraag van een planologisch attest

€ 1.000

14. Opname in het vergunningenregister

€ 150

 

3.2. Belasting per procedurestap

 

Bedrag

1. Voor het organiseren van een openbaar onderzoek (art. 23 omgevingsvergunningenbesluit)

         per gewone brief

         per aangetekende brief

 

 

€ 10
€ 15

2. Voor het organiseren van een openbaar onderzoek na wijzigingen aan vergunningsaanvraag of bij een materiële vergissing die een administratieve lus* vereist (art. 30 omgevingsvergunningenbesluit) 

         per gewone brief

         per aangetekende brief

*Dit artikel is niet van toepassing indien de lus wordt veroorzaakt door een vergissing van de gemeente.

€ 350


 

€ 10
€ 15

3. Voor het in kennis brengen van kadastrale eigenaars en omwonenden (o.a. art. 23 en 62 omgevingsvergunningenbesluit)

         per gewone brief

         per aangetekende brief

 

 

 10
€ 15

4. Voor het aanplakken van een bericht van bekendmaking in het kader van een openbaar onderzoek of bij een genomen beslissing in kader van meergezinswoningprojecten (o.a. art. 20 en 59 omgevingsvergunningenbesluit)

 75

5. Voor het publiceren van berichten in dag- of weekbladen (o.a. art. 22 en 61 omgevingsvergunningenbesluit)

€ 600

6. Voor het aangetekend verzenden van een beslissing

€ 15

7. Voor het organiseren van een informatievergadering (art. 25 omgevingsvergunningenbesluit)

€ 500

8. Voor het organiseren van een projectvergadering (art. 8 omgevingsvergunningenbesluit)

€ 150

 

9. Voor het organiseren van een kwaliteitskamer in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag

€ 3.500

 

 

Artikel 4

Voor regularisatievergunningen (art. 81 Omgevingsvergunningendecreet) is volgende belasting verschuldigd:

         de reguliere belasting per dossiertype (artikel 3.1) vermeerderd met 50%

         én de reguliere belasting per procedurestap (artikel 3.2)

 

Artikel 5

De belasting wordt niet geheven voor:

         een nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag binnen de 6 maanden na het intrekken van het vorige dossier, of het ontvangen van een stilzwijgende weigering op voorwaarde dat de nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag een gelijkaardige aanvraag betreft die rekening houdt met de redenen voor intrekking en/of de opmerkingen in de stilzwijgende weigering

         gerechtelijke overheden

         openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen, evenals de instellingen van openbaar nut

         de Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen en de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende sociale huisvestingsmaatschappijen

         aanvragen voor het uitvoeren van beheerswerken in het kader van beheersovereenkomsten Natuur en Erosie

         dossiers die niet op vraag van de vergunninghouder werden opgestart wanneer het gaat over een exploitatie (bv. omzetting vergunning op proef, gerichte evaluatie, bijstelling voorwaarden, schorsing/opheffing...), met uitzondering van de bekendmaking van het verstrijken van elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur (art. 83§1, lid 3 omgevingsvergunningendecreet)

         administratieve procedures die opnieuw gevoerd moeten worden ten gevolge van een materiële vergissing van de gemeente

         dossiers waarin de gemeente niet tijdig een beslissing nam (stilzwijgende weigering, art. 32, §4 en 46, §2 omgevingsvergunningendecreet)

 

Artikel 6
De in dit reglement vastgestelde tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De aanpassing gebeurt op basis van het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar, gedeeld door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van dit reglement. Het aldus bekomen quotiënt wordt toegepast op het oorspronkelijk vastgestelde bedrag. Het resultaat wordt afgerond naar het hogere veelvoud van één euro.

 

Artikel 7

De belasting wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs of wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebreke aan betaling binnen de gestelde termijn, wordt de belasting ingevorderd door middel van een kohier. De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet betaald worden binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgmeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van inning zonder uitstel, de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 9

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

44. Retributiereglement vastgoedinformatie - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2023
De gemeenteraad keurt de verwerkersovereenkomst in functie van de aansluiting op het Vastgoedinformatieplatform goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2023
De gemeenteraad neemt kennis van de aansluiting van de gemeente Rotselaar tot het Vlaams Vastgoedinformatieplatform voor notarissen en makelaars en keurt de retributie vastgoedinformatie goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 30 januari 2024
De gemeenteraad neemt kennis van de inwerkingtreding van het Vastgoedinformatieplatform (VIP)-decreet van 22 december 2023 en gaat akkoord met de vernieuwing van het gemeentelijk retributiereglement vastgoedinformatie.

 

Feiten en context

         Het Vastgoedinformatieplatform (hierna afgekort: VIP) is een digitaal portaal voor de opvraging, verzameling en aflevering van vastgoedinformatie voor alle percelen in Vlaanderen in het kader van een verkoop of langdurige verhuur.

         Het VIP is een initiatief van gemeenten, in samenwerking met het VVSG, de vastgoedsector (CIB en Fednot) en de Vlaamse regering. Het Agentschap Digitaal Vlaanderen staat in voor de ontwikkelingen van het platform en het operationeel beheer ervan. 

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de grondwet

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform

         Besluit van de Vlaamse Regering van 20 september 2024 houdende uitvoering van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, wat betreft de retributies en de controle, schorsing en opheffing van de toegang tot het VIP en tot wijziging van diverse besluiten

 

Argumentatie

         Bij elk aanvraagdossier van stedenbouwkundige inlichtingen dienen de gemeentelijke diensten alle relevante informatie te onderzoeken en de noodzakelijke stukken te bundelen, te corrigeren en verder aan te vullen alvorens deze stedenbouwkundige inlichtingen over te maken aan de aanvragers via het VIP.

         Het VIP is een elektronisch informatiesysteem voor de ontsluiting, samenvoeging en veilige gegevensdeling van vastgoedinformatie en vastgoeddossiers tussen bronhouders en aanvragers.

         Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoeddossiers op verzoek van aanvragers, brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee.

         Het is gerechtvaardigd voor deze dienstverlening een retributie te vragen omdat de gemeente hiermee een duidelijke en gespecialiseerde dienst verleent: zij controleert en bundelt vastgoedgerelateerde gegevens tot een volledig en betrouwbaar informatiedossier. Dit biedt de aanvrager een direct voordeel, zoals tijdswinst, rechtszekerheid en correcte informatie voor verkoop-, verhuur- of ontwikkelingsdoeleinden.

         Het verwerken, verrijken en verifiëren van deze data brengt echter reële kosten met zich mee voor de gemeente, onder meer op het vlak van administratie, personeel en digitale systemen. Door een retributie te heffen die in verhouding staat tot deze kosten, wordt vermeden dat deze lasten op de algemene middelen wegen.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7000300

Beleidsitem: 060000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement vastgoedinformatie goed.

 

Retributiereglement vastgoedinformatie

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op vastgoedinformatie.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;

2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;

3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;

4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;

5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;

6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;

8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;

9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;

10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;

12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;

13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product.

 

Artikel 3

De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij het Vlaamse Datanutsbedrijf Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen.  Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aangeleverde entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. De gemeente verzamelt de opgevraagde vastgoedinformatie en vult verder aan met behulp van lokale gegevensbronnen. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.

 

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.

 

Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van de gemeente Rotselaar een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.

 

Artikel 4

Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.

 

Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Althumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi.

 

De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Conform het VIP-decreet, is eveneens een platformretributie in de zin van artikel 2, 15° en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager. 

 

Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:

         externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018

         Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022

         lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018

         gerechtelijke overheden

         hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones

         politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus

 

Artikel 5

Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:

Voorwerp aanvraag

Retributiebedrag

Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet

200 euro

Een aanvrager dient slechts éénmaal de bronretributieprijs voor een aanvraag te betalen per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:

(i) De percelen aangrenzend zijn

(ii) De percelen binnen éénzelfde gemeentelijke grens liggen

(iii) Er maximaal op één perceel (een) gebouweenhe(i)d(en) geregistreerd is (zijn)

 

Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.

 

Artikel 6

De in dit reglement vastgestelde tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De aanpassing gebeurt op basis van het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar, gedeeld door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van dit reglement. Het aldus bekomen quotiënt wordt toegepast op het oorspronkelijk vastgestelde bedrag. Het resultaat wordt afgerond naar het hogere veelvoud van één euro.

 

Artikel 7

Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten. Athumi int eveneens de platformretributie.

 

Artikel 8

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de gemeente Rotselaar en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.

 

Athumi treedt op als verwerker voor de gemeente Rotselaar wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.

 

De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de gemeente Rotselaar en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die te vinden is als bijlage.

 

Artikel 9

De vastgoeddossiers die de gemeente Rotselaar via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, worden niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 10

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

45. Belastingreglement op het creëren van bijkomende wooneenheden en bouwkavels - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 30 mei 2023
De gemeenteraad keurt de verordening wonen-in-meervoud goed.

         Besluit van de gemeenteraad 30 mei 2023
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het creëren van meergezinswoningen goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2024
De gemeenteraad keurt het ruimtelijk uitvoeringsplan Woonzonering goed.

 

Feiten en context

         Er wordt vastgesteld dat de gemeente voor het creëren van meergezinswoningen, groepswoningbouw en verkavelingen uitgebreidere taken en/of dienstverlening moet realiseren, onder meer om de druk op bijkomend ruimtebeslag op haar grondgebied te ondervangen. De bouw van meergezinswoningen, groepswoningbouw en het creëren van bijkomende bouwkavels zorgen voor een significante toename van het aantal inwoners in de gemeente.

         Met de inkomsten kan de gemeente een kwalitatieve en leefbare omgeving met een afdoende voorzieningenniveau garanderen, gebaseerd op de exponentiële toename van het aantal inwoners.

         Omwille van de continuïteit is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikel 4.1.1 en 4.2.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen

         Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 met betrekking tot de gemeentefiscaliteit

 

Argumentatie

         De gemeente Rotselaar heft een belasting op het creëren van bijkomende wooneenheden en bouwkavels, aangezien het creëren van meergezinswoningen, groepswoningbouw en verkavelingen leidt tot een verhoogde druk op de omgeving, de mobiliteit en de inwoners.

         De belasting is oplopend naar omvang van het project: hoe groter het project, hoe meer het project een mogelijke druk op de plaatselijke ruimtelijke omgeving legt. Het reglement is gradueel opgevat omdat de bijkomende taken die de gemeente moet opnemen ten gevolge van de realisatie van meergezinswoningen, groepswoningbouw en verkavelingen, omvattender en groter zijn naarmate het project in omvang toeneemt en meer wooneenheden of bouwkavels omvat. Meer wooneenheden of bouwkavels leiden rechtstreeks tot een groter aantal inwoners en dit heeft bijgevolg een grotere impact op de gemeente en haar taken. Hierbij dient verduidelijkt te worden dat de bouw van een nieuwe woning als één wooneenheid op een bestaand perceel niet wordt beschouwd als een bijkomende wooneenheid.

         In het belastingreglement zijn vijf vrijstellingen voorzien voor:

  1. De gebouwen en gronden die toebehoren aan publiekrechtelijke rechtspersonen (of enkel openbare besturen, erediensten en onderwijsinstellingen, ook huisvesting inzake sociale- en verzorgingssector). Deze vrijstelling is verantwoord doordat dergelijke instellingen een publieke functie en vaak dienstverlening doen naar de inwoners van de gemeente, dan wel infrastructuur oprichten en beheren in het algemeen belang van de inwoners van de gemeente, en in het kader daarvan mee bijdragen tot een leefbaar woonklimaat op het grondgebied van de gemeente.
  2. Zorgwonen, zoals beschreven in de VCRO artikel 4.1.1 18°
    De uitzondering voorzien in dit reglement voor zorgwonen is gerechtvaardigd omdat een bijkomende wooneenheid voor zorgwonen per definitie tijdelijk is en wordt gecreëerd om tegemoet te komen aan concrete zorgnoden waardoor mensen langer in een woning kunnen blijven wonen in plaats van naar een verzorgingsinstelling te moeten verhuizen. Op die manier wil het gemeentebestuur levenslang (thuis)wonen bevorderen. Het gaat om zorgwonen zoals bedoeld in de Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ("Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening") van 15 mei 2019.
  3. De gebouwen opgericht door sociale huisvestingsmaatschappijen of sociale woonorganisaties zoals vermeld in de Vlaamse Codex wonen. De vrijstelling is gerechtvaardigd omdat het gaat om instellingen die handelen in functie van de wettelijke opdracht tot het realiseren van sociale woningen. Deze instellingen staan mede in voor de realisatie van het gemeentelijk beleid inzake betaalbaar wonen.
  4. De realisatie van sociale huisvesting, zoals beschreven in artikel 4.2 van de Vlaamse Codex Wonen, door andere dan sociale huisvestingsmaatschappijen.

De belastingvermindering of belastingvrijstelling voor de realisatie van sociale huisvesting is  ingegeven vanuit juridische noodzaak om tijdig het bindend sociaal objectief van de gemeente te realiseren. Door de belastingvermindering en belastingvrijstelling wil de gemeente ontwikkelaars aansporen om samen met sociale huisvestingsmaatschappijen of sociale verhuurkantoren voor bijkomende sociale (huur)woningen te zorgen.

  1. De realisatie maatschappelijke meerwaarde fungeert als hefboom voor het bekomen van strategische en weloverwogen doelstellingen in maatschappelijk en algemeen belang. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde in een project zorgt onder meer voor een kwalitatieve en leefbare omgeving, draagt bij aan de uitbouw van een afdoende voorzieningen niveau en zorgt ervoor dat op een adequate manier tegemoetgekomen wordt aan het verminderen van de verhoogde druk op de omgeving, de mobiliteit en de inwoners.

 

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7370000

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het creëren van bijkomende wooneenheden en bouwkavels goed.

 

Belastingreglement op het creëren van bijkomende wooneenheden en bouwkavels

 

Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op de creatie van bijkomende wooneenheden en bouwkavels.

 

Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de titularis van de omgevingsvergunning waardoor meergezinswoningen, groepswoningen of bouwkavels via een verkaveling worden gecreëerd.  De titularis is de aanvrager van de omgevingsvergunning.

 

De titularis van de omgevingsvergunning blijft steeds het volledige bedrag van de belasting verschuldigd, ook bij gehele of gedeeltelijke verkoop.

 

Artikel 3

Volgende omschrijvingen gelden voor de interpretatie van dit reglement:

         Een bouwkavel is het bebouwbaar perceel dat bekomen wordt door een grond vrijwillig te verdelen via een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zoals gedefinieerd in de VCRO.

         Onder bijkomend bouwkavel wordt verstaan: een grond waarop bijkomend een woning kan gebouwd worden door een omgevingsvergunning tot verkavelen. Het initieel aantal bestaande kadastrale percelen gelegen aan een goed uitgeruste weg op datum van 28 mei 2024 wordt niet beschouwd als bijkomend.

         Een wooneenheid is een lokaal of geheel van aaneensluitende lokalen hoofdzakelijk bestemd voor de huisvesting van een gezin, persoon of groep van samenlevende personen. Entiteiten die deel uitmaken van toeristische accommodaties of van collectieve verblijfsaccommodaties (bv. bejaardentehuis, verpleeginrichting, tehuizen voor gehandicapten, internaat, klooster, …) worden niet beschouwd als wooneenheid.

         Onder bijkomende wooneenheid wordt verstaan: het creëren van een bijkomende wooneenheid ten opzichte van het aantal reeds vergunde of vergund geachte wooneenheden of bij een onbebouwde bouwkavel vanaf het creëren van de tweede wooneenheid.
Een bijkomende wooneenheid die onder de definitie van zorgwonen valt (zoals bedoeld in de Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ("Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening") van 15 mei 2019, wordt niet als bijkomende eenheid beschouwd.

         Groepswoningbouw: een volume van meerdere eengezinswoningen die tezamen ontwikkeld wordt steeds behandeld als meergezinswoning en valt bijgevolg onder voorliggend belastingreglement.

         Meergezinswoning: elk bebouwd onroerend goed bestaande uit minimum twee wooneenheden, op één kadastraal perceel gelegen of meerdere eengezinswoningen die samen worden gebouwd, zijnde groepswoningbouw.

         Maatschappelijke meerwaarde: gaat significant verder dan de louter financiële en de gebruikerswaarde van een gebouw en draagt bij tot de ruimtelijke en sociale waarde voor de omgeving. De meerwaarde ontstaat door het creëren van een publieke of maatschappelijke functie bovenop de louter economische waarde van het vastgoed als dusdanig. De maatschappelijke meerwaarde van een project zorgt onder meer voor een kwalitatieve en leefbare omgeving en een afdoende voorzieningenniveau en zorgt ervoor dat op een adequate manier tegemoetgekomen wordt aan de verhoogde druk op de omgeving, de mobiliteit en de inwoners.  Dit betreft:

         Een bijdrage aan het netwerk van zachte verbindingen   

         Een commerciële functie (handel, horeca, kantoor, kinderopvang, diensten)

         Een publieke of collectieve functie:

         betaalbaar wonen (sociaal wonen)

         gemeenschapsfunctie (bv. naschoolse opvang, politie-antenne,  gemeenschapslokaal, socio-culturele infrastructuur)

         publieke kwalitatief ingerichte groenzone

         buurtparkeren

         bijdrage aan de modal shift (bv. mobipunt, deelwagens, publieke mobiliteitsinitiatieven, openbaar vervoer)

         acties rond duurzaamheid en klimaatimpact (bv. buurtverwarming)

         De integratie van erfgoedwaarde of de herwaardering van historisch bouwkundig erfgoed

         Een verbetering van het groene karakter van de omgeving en de relatie met het landschap

 

Artikel 4
De belasting op het creëren van bijkomende wooneenheden en bouwkavels is verschuldigd op het moment van de uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning en wordt als volgt berekend:

 

Project van 2 tot en met 9 wooneenheden/bouwkavels

€ 2.000 per bijkomende wooneenheid/bouwkavel

Project van 10 tot en met 19 wooneenheden/bouwkavels

€ 3.500 per bijkomende wooneenheid/bouwkavel

Project vanaf 20 wooneenheden/bouwkavels

€ 5.000 per bijkomende wooneenheid/bouwkavel

 

De berekening van de belasting gebeurt voor de totaliteit van het projectgebied en kan niet opgedeeld worden door fasering van het project of deelprojecten van naast- en aanliggende percelen met een gelijkwaardig stedenbouwkundig programma, uitgevoerd door dezelfde uitvoerder of een gelieerde entiteit binnen een periode van 5 jaar.

 

Artikel 5
De belasting wordt ingevorderd door opname in een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet betaald worden binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.


Artikel 6
§1 Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in huidig artikel worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen wordt. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen.

 

§2 Een aanvraag van een vrijstelling via het aanvraagformulier vermeld in §1 moet het college van burgemeester en schepenen bereikt hebben ten laatste op de uiterste dag van de beoordeling van de omgevingsvergunningsaanvraag door het college van burgemeester en schepenen.

 

§3 Het college van burgemeester en schepenen doet gemotiveerd uitspraak over het verzoek tot vrijstelling en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§4 Kunnen vrijgesteld worden van belasting:

         Gebouwen of gronden die toebehoren aan publiekrechtelijke rechtspersonen (of enkel openbare besturen, erediensten en onderwijsinstellingen, ook huisvesting inzake sociale- en verzorgingssector).

         Zorgwoningen zoals gedefinieerd in de VCRO artikel 4.1.1 18°.

         Meergezinswoningen opgericht door sociale huisvestingsmaatschappijen of sociale woonorganisaties zoals vermeld in n de Vlaamse Codex wonen.

         De realisatie van sociale huisvesting, zoals beschreven in artikel 4.2 van de Vlaamse Codex Wonen, door andere dan sociale huisvestingsmaatschappijen.

         De realisatie van maatschappelijk meerwaarde zoals gedefinieerd in artikel 3 van dit belastingreglement.

 

Artikel 7

§1 De start van de werken dient voor elke verleende omgevingsvergunning te worden aangegeven via het Omgevingsloket.

 

§ 2 Bij het niet voltooien van alle voorwaarden van de omgevingsvergunning volgens dewelke de vrijstelling werd toegekend binnen de 4 jaar na de start van de werken, wordt de belasting – in afwijking van artikel 4 - verschuldigd bij het verstrijken van deze termijn.

 

§3 Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast, mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorziene bepalingen.

 

Bij een belasting die amsbthalve ingekohierd wordt, wordt het basisbedrag van de belasting zoals vermeld in artikel 4 verdubbeld. Zowel het basisbedrag als de verhoging worden gezamenlijk ingekohierd. De procedure van artikel 7 §4 van het decreet van 30 mei betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen wordt voor wat betreft de belastingverhoging gevolgd.

 

§4 De daartoe door het college van burgemeester en schepenen aangestelde personeelsleden, overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008, zijn gemachtigd om vaststellingen te doen van feiten, die aanleiding gaven tot het vestigen van de belasting.  


§5 Vooraleer de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgmeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom het college gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.


Als de belastingplichtige ingestemd heeft met de elektronische uitwisseling van fiscale berichten is aan het vereiste van het aangetekend schrijven voldaan als bewijs geleverd kan worden van het tijdstip van de elektronische verzending.


De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische zenden als datum van de kennisgeving.

 

Artikel 8
Het verschuldigd zijn van deze belasting sluit niet uit dat de gemeente bij de vergunning een stedenbouwkundige last oplegt teneinde werken te financieren of werken te laten uitvoeren die in een directe relatie staan tot het vergunde project.

 

Artikel 9
§1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgmeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van inning zonder uitstel, de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.

 

§2 Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 10

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

46. Ecowerf - Contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark – 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 25 mei 2021
Verlenging van de beheersoverdrachten aan Ecowerf voor de inzameling van verschillende afvalfracties en voor de exploitatie van het recyclagepark

         Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2023
De gemeenteraad keurt het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark - aanslagjaar 2023 tot en met 2025 - aanpassing goed.

 

Feiten en context

         Op 25 mei 2021 werden de beheersoverdrachten aan Ecowerf voor de inzameling van verschillende afvalfracties en voor de exploitatie van het recyclagepark verlengd.

         De gemeente Rotselaar is toegetreden tot het DifTar-systeem voor de huis-aan-huisinzameling in containers alsook voor de brengmethode naar het recyclagepark.

         De uitbating van het recyclagepark in de gemeente is geautomatiseerd waarbij de bezoeker wordt geïdentificeerd hetzij via de elektronische identiteitskaart hetzij via een toegangskaart.

         De kosten voor de huis-aan-huis inzameling en de inzameling op het recyclagepark zullen verhaald worden op de aanbieders via een contantbelasting.

         Bij aflopen van de huidige reglementen dienen alle lokale besturen aangesloten bij EcoWerf in 2025 de contantbelastingreglementen te vernieuwen.

         De voornaamste reden van wijziging van de contantbelastingreglementen is de omschakeling van de huis-aan-huis ophaling van grofvuil op afroep die wordt omgezet naar de inzameling van “groot selectief afval”.

         Daarnaast worden volgende andere wijzigingen doorgevoerd:

         Het was tot op heden niet mogelijk voor KMO’s met vergelijkbaar bedrijfsafval om een container van 40 L aan te vragen. In dit reglement wordt de tarifering van de 40 L-container gelijkgesteld aan het tarief van de standaardcontainer per afvalfractie.

         Een aantal definities van afvalfracties zijn licht gewijzigd. De betaaltermijnen voor betalingsuitnodigingen en herinneringen worden opgenomen in het reglement en de geldende wetgeving indien nodig bijgestuurd.

 

Juridische gronden

         Artikel 170 §4 van de Grondwet.

         Wet van 29 juli 1991 inzake de motivering van beslissingen.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

         Uitvoeringsplan van 16 september 2016 betreffende het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen.

         Omzendbrief KB ABB-2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.

 

Argumentatie

         De kosten voor inzameling van afval wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën.

         De gemeentelijke inkomsten en uitgaven dienen in evenwicht te zijn.

         De invoering van een gedifferentieerde contantbelasting laat de gemeente toe om het principe van “de vervuiler betaalt” toe te passen, om alzo prioriteit te verlenen aan afvalvoorkoming en slechts in tweede instantie het hergebruik en tenslotte de recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen te stimuleren.

         De automatische indexering in dit reglement gebeurt conform de aanbeveling in de omzendbrief van 15 februari 2019 betreffende de gemeentelijke fiscaliteit opgenomen onder punt 1.7.3 ‘Aandachtspunten van administratief-Bestuurlijke aard’, onder de titel ‘Transparantie en duidelijkheid van de regelgeving’.

         Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 schrijft voor dat bij het inzamelen van grofvuil aan huis de burger ook afvalstoffen moet kunnen meegeven die via het recyclagepark selectief ingezameld moeten worden, indien de burger die afvalstoffen omwille van omvang of gewicht niet zelf kan brengen. EcoWerf zal hier vanaf 1 januari 2026 in voorzien en stelt voor om de tarifering voor deze dienstverlening bij te sturen.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7332200, 7332300, 7332500

Beleidsitem: 020000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

21 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

3 stemmen tegen: Jeroen Janssens, Farida Tierens en Maarten Mommaerts

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de tarieven huis-aan-huis inzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark goed.

 

Contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de tarieven huis-aan-huis inzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op:

1° de huis-aan-huisinzameling van het huisvuil, het pmd-afval, het gft-afval, het papier en karton, snoeihout en groot selectief afval (en het gelijkaardig bedrijfsafval);

2° de inzameling via sorteerstraten;

3° de inzameling van op het recyclagepark aangeboden afvalstoffen.

 

Artikel 2

§1 Definities algemeen:

1° Aansluitpunt  (ASP):

  1. iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente met een woonfunctie, waarin een particulier huishouden gevestigd is dat op basis van inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden.
  2. iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente mét een woonfunctie, waarin een particulier huishouden gevestigd is dat op basis van een machtiging van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden.
  3. iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente waarin een instelling van openbaar nut, een school, een vereniging die deel uitmaakt van de gemeentelijke cultuur-, sport- , jeugd-, senioren- of milieuraad, gevestigd is, die op basis van een machtiging van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden (vergelijkbaar bedrijfsafval).
  4. Iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente met een commerciële functie, waarin beroepsactiviteiten worden ontplooid (vrij beroep, handel, zorgactiviteiten,…) die op basis van de inschrijving in het bevolkingsregister/handelsregister van de gemeenten huishoudelijk afval kan aanbieden (vergelijkbaar bedrijfsafval).

 

2° Aorta: de databank waarin EcoWerf per gezin of per onderneming registreert:

         de relevante identificatiegegevens van het gezin of de onderneming en de referentiepersoon van het betrokken gezin of onderneming

         de relevante DifTar-gegevens inzake inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, individueel en gedifferentieerd per afvalstroom, zodat ze afzonderlijk kunnen getarifeerd worden. De relevante gegevens zijn onder meer de aard van de aangeboden afvalstof, het gewicht ervan en het aantal afvalbewegingen.

Voor elk gezin of elke onderneming zoals omschreven in dit reglement is een registratie verplicht en is maximaal één registratie mogelijk.

 

Per gezin of per onderneming in het bedieningsgebied wordt in Aorta een formulier aangemaakt. Het formulier omvat voor het gezin of de onderneming de vermelding van de referentiepersoon, het adres, een bankrekeningnummer, een detail van de diensten waarvan gebruik kan worden gemaakt, een rekenstaat, het rijksregisternummer of nummer van het vreemdelingenregister van de referentiepersoon, het ondernemingsnummer en het EcoWerf-klantnummer. Er wordt geregistreerd of het formulier wordt aangemaakt voor een gezin, een tweede verblijf (met een ander verzendadres), een gemeenschap of voor een onderneming, vereniging, school, gemeentelijke overheid of andere overheid. Indien de referentiepersoon bereid is deze gegevens te verstrekken, vermeldt het formulier ook één telefoonnummer/gsm-nummer en een e-mailadres van het gezin of de onderneming.

 

Op basis van het bedrag van de rekenstaat in de databank en in functie van de beschikbare diensten wordt bepaald of aan de belastingplichtige betalingsuitnodigingen verstuurd worden en of de belastingplichtige in de voorwaarden verkeert om dienstverlening inzake inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval te ontvangen.

 

De gegevens van Aorta kunnen door EcoWerf worden aangewend voor het versturen van betalingsuitnodigingen t.a.v. de referentiepersoon.

 

Wanneer niet langer beroep wordt gedaan op enige dienst inzake verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en gelijkaardig bedrijfsafval wegens verhuis of overlijden, en dit door de gemeente gemeld wordt aan EcoWerf, zal EcoWerf de afvalcontainers blokkeren, de toegangskaart blokkeren of niet langer een toegangsmachtiging aan de identiteitskaart verlenen. Op vraag van de burger kan het eventuele onbestede tegoed op het rekeningnummer van de referentiepersoon terug betaald worden.

 

3° DifTar-rekening: de individuele rekening die per gezin of per onderneming in de databank wordt bijgehouden en waarop afzonderlijk worden ingeschreven:

         de volgens dit reglement verschuldigde contantbelasting;

         de volgens dit reglement verschuldigde kohierbelasting;

De rekenstaat geeft op elk ogenblik getrouw weer wat de schuld of het tegoed is van het gezin of de onderneming.

 

4° Gebruikersgroep: een selectie van aansluitpunten die op basis van het domicilieadres geselecteerd worden, een elektronische toegangskaart toegewezen krijgen (of via eID) en op deze wijze toegang krijgen tot een sorteerstraat en/of recyclagepark(en).

 

5° Ondergrondse afvalcontainer: een ondergronds inzamelrecipiënt, voorzien van een inwerpzuil met, afhankelijk van de aangeboden fractie een aangepaste inwerpopening.

 

6° Referentiepersoon: de meerderjarige persoon die in Aorta als referentiepersoon voor het gezin of de onderneming wordt vermeld. Als de registratie gebeurt:

         voor een gezin, wordt van rechtswege de persoon die, volgens de opgave van het rijksregister, als referentiepersoon van het gezin, vermeld staat in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister, ook geregistreerd als referentiepersoon in de databank. Dit kan afwijken op vraag van de betrokken inwoner of op vraag van de gemeente

         voor een onderneming is het een meerderjarige natuurlijke persoon die geacht wordt de onderneming rechtsgeldig te vertegenwoordigen.

 

7° Recyclagepark: een bij toepassing van VLAREMA vergunde inrichting waar particulieren en eventueel ook bedrijven onder toezicht op vastgestelde dagen en uren bepaalde gesorteerde huishoudelijke afvalstoffen en eventueel met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen deponeren.

 

8° Sorteerstraat: een combinatie van (ondergrondse) afvalcontainers ten behoeve van de inzameling van de fracties restafval, pmd, gft en papier & karton. Dit zowel ter vervanging als aanvullend aan de reguliere huis-aan-huis inzameling.

 

9° Toegangskaart: een elektronische kaart die wordt uitgereikt aan onderstaande doelgroepen:

         niet-particulieren: op naam van de referentiepersoon;

         in de gemeente gedomicilieerde inwoners die niet over een elektronische identiteitskaart beschikken: op naam van de referentiepersoon;

         particulieren met een tweede verblijf in de gemeente die geen rijksregisternummer hebben: op naam van de referentiepersoon;

         particulieren die gebruik maken van een ondergrondse sorteerstraat/afvalcontainer: op naam van de referentiepersoon.

 

§2 Definities afvalfracties:

1° Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA): apparaten die elektrische stromen of elektronische velden nodig hebben om naar behoren te kunnen werken, en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die onder een van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2 van het VLAREMA, vallen en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom. Daarin zijn ook alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen begrepen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt. De volgende apparaten vallen niet onder deze definitie: apparaten die deel zijn van andere elektrische apparatuur, apparatuur die verband houdt met de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van lidstaten, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, tenzij het gaat om producten die niet specifiek voor militaire doeleinden zijn bestemd, en grote, niet-verplaatsbare industriële installaties van elektrische en elektronische gereedschappen en tuingereedschappen.

 

2° Asbestcement: alle voorwerpen uit gebonden asbest zoals eternieten golfplaten, schaliën, vlakke eterniet … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van losse asbest, plastic golfplaten, …

 

3° Boomstronken: alle boomstronken die na ontdaan te zijn van wortels en aarde kunnen worden ingezet in de groencompostering en/of kunnen worden verhakseld voor hergebruik.

 

4° Cellenbeton: alle schuimbeton ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

 

5° E.P.S.: zuiver witte piepschuim ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit met uitzondering van gekleurd piepschuim, verpakkingschips, verpakkingspiepschuim afkomstig van voedingsmiddelen, vervuild piepschuim, styrofoamplaten,…

 

6° Frituurolie en afgelaten motorolie: alle soorten smeerolie en/of industriële olie, op minerale of synthetische basis ontstaan door de werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit in het bijzonder afgewerkte motorolie, frituurolie, met uitzondering van grote hoeveelheden motorolie, olie met pcb’s of andere giftige stoffen.

 

7° Gips: bouwafval uit gips en kalk zoals gipsplaten, kalk, gips, bezetsel … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van cement, stenen, asfalt,…

 

8° Glas: hol glas en vlak glas ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of gelijkaardige bedrijfsactiviteiten, ontdaan van dopsels, deksels en sluitingen, met uitzondering van vuurvaste voorwerpen en hittebestendig glas, gewapend glas, kristal, opaal glas, rookglas, autoruiten, plexiglas, gloeilampen, spaarlampen, tl-lampen, stenen, tegels, porselein, aardewerk, beeldbuizen van tv’s,…

         hol glas  betreft alle lege glazen flessen en bokalen van dranken, fruit en groenten, voedingswaren, confituren, sausen...;

         vlak glas betreft vlak glas uit de bouwsector, zoals venster- en deurglas en glas van gevelelementen. Hieronder valt niet het gelaagd glas (bijv. van voertuigen), loodglas, hittebestendig glas (bijv. pyrex, glas van kacheltjes), glas van zonnepanelen…

 

9° Gras- en bladafval: alle vers gazonmaaisel en bladeren afkomstig van normaal tuinonderhoud, met uitzondering van oud en rot gazonmaaisel en gras vermengd met grond.

 

10° Groente-, fruit- en tuinafval (gft): organisch composteerbaar afval zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen; dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten; broodresten; koffiedik en papieren koffiefilters; papier van keukenrol; noten en pitten; vlees- en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd mosselschelpen, oesterschelpen …); vaste zuivelproducten (kaasresten); eieren en eierschalen; fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel, versnipperd snoeihout …); kamer- en tuinplanten; schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout; mest van kleine huisdieren (cavia, konijn, kat en hond) in beperkte hoeveelheden. Dit alles ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of uit een bedrijfsactiviteit die vergelijkbaar is met een huishouden.

 

11° Grofvuil: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, oude metalen, houtafval, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden, steenachtige fracties van bouw - en sloopafval, matrassen en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.

 

12° Harde plastics:  alle zuivere harde plastics zoals deuren, rolluiken, buizen, dakgoten, tuinmeubelen, bloempotten, plastic kleerhangers, speelgoed, wasmanden, emmers ... ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van plastic flessen en flacons (pmd), verpakkingen van gevaarlijke producten (kga), bouw- en isolatiematerialen, tuinslangen, verpakkingen van voedings- waren, plastic blisters en straps, cd’s, dvd’s en videobanden (restafval),...

 

13° Herbruikbare goederen: alle door de normale werking van een particuliere huishouding ontstane afvalstoffen die worden aanvaard door het erkend Kringloopcentrum en geschikt kunnen worden gemaakt voor hergebruik, zoals meubelen, kleding, kleine huisraad, boeken, elektronische informatiedragers, speelgoed,…

 

14° Huishoudelijk afval: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van de particuliere huishouding en/of afvalstoffen ontstaan door een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

 

15° Keramiek: alle keramiek ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit zoals wc-potten, lavabo’s, tegels, stenen borden en tassen, porselein,… met uitzondering van steenafval.

 

16° Klein Gevaarlijk Afval (KGA): de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.2.2.1. van het VLAREMA. 

 

17° Kurk: alle afvalstoffen uit kurk, afkomstig van de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, zoals stopsels, deksels, sluitingen, tegels, wandbedekking,…

 

18° Oude Metalen: alle ferro- en non-ferro metalen voorwerpen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van ferro- en non-ferroverpakkingen, kga en elektrische en elektronische toestellen.

 

19° Papier en karton: alle dag-, week-, en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee gelijkgestelde bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeizakken,…

 

20° Pmd: flessen, flacons, schaaltjes, vlootjes, bakjes, potjes, tubes, folies, zakken, drank- en conservenblikken, spuitbussen voor voedingsmiddelen of cosmetica, aluminium bakjes en schaaltjes, deksels, doppen, kroonkurken en drankkartons, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit. De aangeboden plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons mogen geen kga, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.

 

21° Houtafval: alle zuiver afvalhout afkomstig van constructiewerken, bouwmaterialen, meubilair en grote speeltuigen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van  geïmpregneerde houtsoorten (tuinmeubelen), hout vermengd met ijzer of glas, treinbilzen. A-hout en B-hout worden apart ingezameld op de recyclageparken van EcoWerf. A-hout is zuiver, onbehandeld en geverfd (maar geen loodverf) massief hout zoals massief houten meubels en schrijnwerk (houten stoelen, raamkader zonder glas,…),  Europees hardhout (bv. eik), onbehandeld timmerhout (dakgebinten, balken en planken) en verpakkingshout (verpakkingskisten, kabelhaspels zonder metalen kern of andere materialen). B-hout omvat verwerkt of behandeld hout, dat niet geïmpregneerd is: Tropisch hardhout (Teak, Bankirai, Merbau, Afzelia, Padoek, Ipé, Afrormosia …), meubels bestaande uit honinggraatstructuur, laminaat, MDF, multiplex en triplex.

 

22° Snoeihout: alle hout afkomstig van het normaal onderhoud van de tuin (met een diameter van minder dan 10 cm), haagscheersel.

 

23° Steenafval: zuivere steenslag, (gewapend) beton, versteende cement, betonnen palen … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van vervuilde steenslag (bv. met grond), asfalt, keramiek, gips en kalk, cellenbeton, asbest,…

 

24° Textiel: alle niet verontreinigde kleding, huishoudlinnen, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, servetten…), beddengoed, schoeisel, handtassen en lederwaren ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

 

25° Landbouwfolie: kuilfolie (zwart/wit/zwart-wit) of rek/wikkelfolie (groen/wit) die wordt gebruikt in het kader van een landbouw, tuinbouw- of veeteeltactiviteit.

 

26° Groot selectief afval: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particulier huishouden of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden en steenachtige fracties van bouw - en sloopafval.

 

Artikel 3

De contantbelasting is verschuldigd door de gebruiker op basis van de kostprijs van de specifieke dienstverlening en wordt aangerekend naar gelang van de soort en de hoeveelheid of het gewicht van het afval bij de huis-aan-huis-inzameling, de inzameling via het recyclagepark en de sorteerstraten.

 

Artikel 4

§1 Huis-aan-huisinzameling

De contantbelasting voor de huis-aan-huis inzameling in functie van de fractie en het volume/gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5 kg nauwkeurig.

 

a) Huisvuil

 

Inzameling en verwerking

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Per kg gewogen huisvuil

0,30

0,30

Per aanbieding 40 L-container

0,63

0.30

Per aanbieding 120 L-container

0,63

0,63

Per aanbieding 240 L-container

1,26

1,26

Per aanbieding 360 L-container*

1,89

1,89

Per aanbieding 1100 L-container

6,40

6,40

* 360 L-containers worden enkel geleverd per set van 3 en alleen na goedkeuring door of op aanraden van EcoWerf.

 

Gebruiksrecht container per maand

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

40 L-container

0,68

1,84

120 L-container

0,68

1,84

240 L-container

1,36

2,47

360 L-container

2,00

2,64

1100 L-container

3,71

7,07

 

Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro

 

b) Gft-afval

 

Inzameling en verwerking

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Per kg gewogen gft

0,20

0,20

 

Gebruiksrecht container per maand

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

40 L-container

0,68

1,84

120 L-container

0,68

1,84

240 L-container

1,36

2,47

 

Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro

 

c) Pmd

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Per zak van 60 L

0,15

0,15

Per zak van 90 L

0,25

0,25

 

d) Groot selectief afval

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Voorrijkost

30,00

40,00

 

 

 

Per begonnen 0,5 m³

10,50

10,50

1-persoonsbed

10,50

10,50

2-persoonsbed

21,00

21,00

Zetel: 1-zit

10,50

10,50

Zetel: 2-zit

21,00

21,00

Zetel: 3-zit

31,50

31,50

Stoel (2 stuks)

10,50

10,50

(Tuin-)tafel

10,50

10,50

 

e) Papier en karton

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

40 L-container

0,84

2,47

240 L-container

0,84

2,47

500 L-container*

2,08

3,21

1100 L-container

4,58

7,07

* Dit formaat wordt enkel in zeer specifieke gevallen en alleen na goedkeuring door EcoWerf, toegekend.

 

§2 Inzameling via sorteerstraat op gewicht

De contantbelasting in functie van het gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen in een sorteerstraat wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5kg nauwkeurig.

 

 

Particulier (euro)

KMO (euro)

Huisvuil (kg)

0,30

0,30

gft (kg)

0,20

0,20

Beheerskost (maand)

3,23

6,46

 

§3 Inzameling via DifTar recyclagepark op gewicht

De contantbelasting in functie van het gewicht (per kg) van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen op het recyclagepark wordt hieronder weergegeven. Het minimaal aangerekende gewicht bedraagt 5 kg.

 

 

Particulier (euro)

KMO (euro)

Grofvuil

0,30

0,30

Gras en blad

0,20

0,20

Harde plastics

0,08

0,12

Houtafval

0,08

0,12

Boomstronken

0,04

0,08

Snoeihout

0,04

0,08

Steenafval

0,04

0,08

Cellenbeton

0,04

0,08

Gips

0,04

0,08

Keramiek

0,04

0,08

Asbest

0,00

0,00

Autobanden

0,00

0,00

Landbouwfolie*

0,18

0,18

Tarief grote hoeveelheden

Vanaf een totale aanvoer

op jaarbasis boven de 2.000

kg worden de KMO-tarieven

van toepassing op de

betrokken particulier

 

*De gemeente schrijft de land- en tuinbouwers aan. Met dit schrijven kan men zich tijdens de gecommuniceerde periodes aanbieden op één van volgende recyclageparken: Messelbroek, Wezersebaan (Zoutleeuw), Lubbeek en Haacht en Kortenaken.

 

Artikel 5

§1 De bedragen vermeld in artikel 4 zijn basistarieven. De bedragen van de belasting worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule:

 

k = 0,4*(p/P) + 0,45*(c/C) + 0,15

 

waarbij:

P= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 januari 2023

p= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 juli van jaar x-1

C= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2023

c= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 juli van jaar x-1

x= aanslagjaar

 

Prijsherziening = (herzieningscoëfficiënt (k) - 1) * herzienbaar gedeelte

 

De herziene bedragen kunnen echter nooit de maximumtarieven zoals vastgesteld door OVAM overschrijden. Bij overschrijding wordt automatisch het wettelijk vastgelegde maximumtarief gehanteerd.

 

De tarieven die voor indexering in aanmerking komen zijn de basistarieven. De tarieven van gebruiksrecht en aanbieding worden pro rata berekend aan de hand van het volume van de betrokken container.

         voor de huis-aan-huisinzameling betreft het de tarieven kg huisvuil, kg gft, aanbieding huisvuil en gebruiksrecht voor de fracties huisvuil, gft en papier en karton.

         voor de sorteerstraten betreft het de tarieven kg huisvuil, kg gft, gebruiksrecht

         voor het recyclagepark betreft het de tarieven

         Kg grofvuil

         Kg gras en blad

         Kg harde plastics

         Kg houtafval

         Kg snoeihout

         Kg cellenbeton

         Kg gips

         Kg keramiek

         Kg steenafval

 

§2 De bedragen vermeld in artikel 4 zijn basistarieven. Voor de inzameling van het groot selectief afval wordt de startindex vastgelegd op 1 januari 2026 en wordt de indexering als volgt toegepast op volgende onderdelen:

         Voorrijkost

         Tarief per 0,5m³

 

De bedragen van de belasting worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule:

 

k = 0,4*(p/P) + 0,45*(c/C) + 0,15

 

waarbij:

P= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 januari 2026

p= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 juli van jaar x-1

C= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026

c= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 juli van jaar x-1

x= aanslagjaar

 

Prijsherziening = (herzieningscoëfficiënt (k) - 1) * herzienbaar gedeelte

 

Artikel 6

Indien het afval wordt aangeboden door een gezin dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin en alle meerderjarige leden van het gezin die in de woongelegenheid van de referentiepersoon verblijven.

Indien het afval wordt aangeboden door een onderneming of vereniging dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon en de onderneming, zijnde iedere natuurlijke – of rechtspersoon die de onderneming uitmaakt of de leden van de vereniging, indien deze geen rechtspersoonlijkheid heeft.

 

Artikel 7

§1 De personen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven containers zijn de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking verschuldigd op het ogenblik dat de kiepbeweging van de container en het gewicht van het meegegeven afval door de ophaalwagen wordt geregistreerd. De contantbelasting betreffende het gebruik van de container is maandelijks verschuldigd.

 

§2 De gebruiker van de sorteerstraat is de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking van afvalstoffen verschuldigd op het ogenblik dat de gebruiker afvalstoffen aanbiedt aan de ondergrondse afvalcontainer en de elektronische toegangskaart van de gebruiker deze beweging registreert. De contantbelasting betreffende het gebruik van de sorteerstraat is maandelijks verschuldigd.

 

§3 Iedere gebruiker van een container/sorteerstraat dient vooraf een bedrag te storten op de DifTar-rekening en dit op basis van de ter beschikking staande containers:

 

Aantal en type containers

Voorschot (euro)

1 of meerdere 40 L-. of 120 L-containers of een particuliere gebruiker van een sorteerstraat en een 240L papier en karton-container

50,00

per container van 240 L of een niet-particuliere gebruiker van een sorteerstraat

100,00

per container van 1.100 L of per set van 3 360 L containers

500,00

per 240L papier en karton-container indien dit de enige container op het aansluitpunt is

25,00

per 1100L papier en karton-container indien dit de enige container op het aansluitpunt is

75,00

 

§4 Bij elke registratie van een kiepbeweging en het gewicht van het meegegeven afval of in geval van sorteerstraat bij een gewichtsmeting, zal de contantbelasting, in mindering worden gebracht van het vooraf betaald bedrag. De contantbelasting zal worden afgerond tot op 2 cijfers na de decimaal.

 

Artikel 8

§1 Iedere referentiepersoon die geregistreerd staat in Aorta beschikt over een DifTar-rekening waarmee voor bepaalde dienstverleningen van EcoWerf betaald kan worden.

Zodra het beschikbare bedrag lager is dan 10,00 euro wordt een betalingsuitnodiging gestuurd naar de referentiepersoon. Het aanzuiveren van de DifTar-rekening is mogelijk door betaling via overschrijving of door betaling met Bancontact in het recyclagepark.

 

Volgende betalingstermijnen worden gehanteerd:

         Betalingsuitnodiging: 20 kalenderdagen.

         Herinnering: 12 kalenderdagen + 5 dagen betalingsmarge.

 

De containers zullen niet meer geledigd worden of de sorteerstraat zal niet meer toegankelijk zijn van zodra de vervaldatum van de herinnering is verlopen en het beschikbare bedrag lager is dan 0 euro.

 

Indien de niet geledigde container niet tijdig wordt binnengehaald, kan die door of in opdracht van de gemeente worden geledigd aan het tarief vastgelegd in het gemeentelijk belastingreglement betreffende ambtshalve opruimen van sluikstorten.

 

Bij afmelding (verhuis, overlijden, …) wordt de DifTar-rekening gesloten en wordt het nog beschikbare bedrag teruggestort op rekeningnummer van de begunstigde, tenzij de begunstigde nog een openstaande schuld heeft aan de gemeente. Een eindafrekening wordt afgeleverd aan de begunstigde.

 

§2 De personen die gebruik maken van de voorgeschreven pmd-zakken, is de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).

 

§3 Bij een DifTar gewichtspark is de contantbelasting verschuldigd door de bezoeker (particulier en KMO) die de afvalstoffen aanbiedt en is betaalbaar, na gewichtsbepaling, via de DifTar-rekening of met de betaalkaart (Bancontact).

 

Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering nog niet verlopen is, zal de bezoeker van het recyclagepark hierop attent gemaakt worden en nog slechts één maal de mogelijkheid hebben om het tarief voor betalende fracties via de DifTar-rekening te betalen. In dit geval zal ook steeds gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld.

 

Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering is verlopen, zal bij de ingang gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld. Indien het saldo niet wordt aangezuiverd zal hij/zij geen toegang krijgen tot het betalend gedeelte en zal de uitgang geweigerd worden met de vraag om het openstaande saldo aan te zuiveren. Men zal ook geen gebruik meer kunnen maken van de inzameling op afroep tot het saldo werd aangezuiverd.

 

§4 Voor de vervanging van een verloren, beschadigde en/of gestolen toegangskaart of een extra toegangskaart wordt een contantbelasting gevraagd van 5,00 euro. Dit bedrag zal aangerekend worden via de DifTar-rekening.

 

Niet-inwoners of toekomstige inwoners van de gemeente kunnen, voor het aanbrengen van afval afkomstig vanuit de gemeente, een kaart voor het recyclagepark aanvragen bij het gemeentebestuur. De kaarten worden uitgeleend voor een periode van maximum 4 weken, tegen een waarborg van 50 euro.

 

Artikel 9

De belasting wordt contant en zonder uitstel betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs.

Bij gebrek aan betaling binnen de gestelde termijn, wordt de belasting ingevorderd door middel van een kohier. De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet betaald worden binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.

 

De belasting is persoonsgebonden waardoor de gemeente de mogelijkheid heeft om gebruik te maken van het positief saldo op een ander particulier ASP betreffende dezelfde persoon/referentiepersoon om het negatief saldo aan te zuiveren, alvorens over te gaan tot inkohiering.

 

Artikel 10

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 11

Deze belasting zal definitief zijn indien geen tijdige dan wel ontvankelijke bezwaren ingediend werden.

 

Artikel 12

De belastingplichtigen kunnen genieten van sociale correcties die worden toegevoegd aan de DifTarrekening van het aansluitpunt indien een inwonende behoort tot volgende categorieën:

         Geboorte: 50 euro in het geboortejaar indien de ouder waarbij het kind wordt ingeschreven gedomicilieerd is in Rotselaar op de geboortedatum van het kind.

         Geadopteerd kind waarvan het kind nog niet de leeftijd van 1 jaar heeft bereikt en indien de ouder waarbij het kind wordt ingeschreven gedomicilieerd is in Rotselaar op het tijdstip van adoptie: 50 euro in het adoptiejaar.

         Medische redenen (incontinente personen, thuisdialysepatiënten, stomapatiënten): 50 euro per jaar. De toekenning gebeurt na jaarlijkse afgifte van een medisch attest van de behandelende huisarts waarin deze op eer verklaart dat de patiënt in een van deze categorieën valt. Deze attesten moeten jaarlijks ingediend worden bij de gemeente Rotselaar.

         Leefloners: 25 euro per jaar. De personen die gerechtigd zijn op een leefloon volgens het KB van 11 juli 2002 houdend het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Deze sociale correctie wordt automatisch verwerkt op basis van de lijst aangeleverd door het OCMW Rotselaar.

 

Artikel 13

Het contantbelastingreglement op de inzameling van huishoudelijk afval huis-aan-huis en op het recyclagepark van 19 december 2023 wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van dit reglement.

 

Artikel 14

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 15

De gemeenteraad gelast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.  

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

47. Ecowerf - Retributiereglement verkoop compostvaten en- bakken, aanbouwelementen en beluchtingsstokken - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2025
Goedkeuring wijziging retributiereglement compostvaten en- bakken, aanbouwelementen en beluchtingsstokken

 

Feiten en context

         Vanaf 1 januari 2024 is het apart inzamelen van gft de norm geworden en mogen etensresten en afval uit de tuin niet meer in de restafvalzak of -bak. Gft-afval moet apart gesorteerd worden.

         Wanneer de inwoners van de gemeente overgaan tot het composteren van het organisch materiaal uit de tuin en de keuken wordt het organisch materiaal ter plaatse verwerkt tot compost. Dit resulteert in een vermindering van de verwerkingskost voor de gemeente.

         De gemeente biedt hiertoe compostvaten, compostbakken en beluchtingsstokken te koop aan cfr. het "Masterplan Recyclageparken".

         Door de samenaankoop, georganiseerd door EcoWerf, kunnen de compostvaten, compostbakken, aanbouwelementen en beluchtingsstokken tegen een goedkopere prijs ter beschikking worden gesteld van de inwoners.

         EcoWerf heeft een raamovereenkomst afgesloten voor de levering van zowel compostbakken en aanbouwelementen, als compostvaten en beluchtingsstokken, met respectievelijk ECOO en SULO. EcoWerf treedt hier opnieuw op als aankoopcentrale.

         Sinds 1 februari 2025 zijn de eenheidsprijzen waaraan de gemeente het betreffende materiaal kan aankopen (incl. btw):

         compostvat: 64 euro

         beluchtingsstok: 8,50 euro

         compostbak (kunststof): 103 euro

         aanbouwmodule (kunststof): 75 euro

         De geventileerde keukenafvalbakjes en de composteerbare zakjes blijven te koop aan het onthaal van het administratief centrum.

         Bij aflopen van het huidige reglement dient de gemeente het retributiereglement te vernieuwen.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

         De beslissing van de raad van bestuur van EcoWerf van 13 oktober 2021.

 

Argumentatie

         Het is aangewezen een retributie te heffen voor de verkoop van compostvaten, -bakken, aanbouwelementen en beluchtingsstokken, aangezien de gemeente hiervoor kosten draagt inzake aankoop, opslag, logistieke verwerking en personeelsinzet. De retributie dekt deze kosten en stelt de gemeente in staat de dienstverlening op een doelmatige en duurzame wijze te organiseren.

        De gebruiker geniet in ruil voor de betaalde retributie een direct voordeel, met name de toegang tot kwalitatieve materialen tegen een gunstige voorwaarden, evenals de deskundige toelichting van de gemeente omtrent het correct gebruik en composteren, waardoor een efficiënte toepassing en afvalpreventie worden bevorderd.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7332500

Beleidsitem: 020000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement verkoop compostvaten en- bakken, aanbouwelementen en beluchtingsstokken goed.

 

Retributiereglement verkoop compostvaten en- bakken, aanbouwelementen en beluchtingsstokken

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op

de verkoop van compostvaten en- bakken, aanbouwelementen en beluchtingsstokken.

 

Artikel 2

Er wordt een retributie geheven voor de doorverkoop aan de inwoners van de gemeente van compostvaten, compostbakken, aanbouwelementen en beluchtingsstokken. Deze retributie wordt als volgt vastgesteld:

         65 euro voor een compostvat

         8,50 euro voor een beluchtingsstok

         100 euro voor een compostbak (kunststof)

         75 euro voor een aanbouwmodule (kunststof)

 

Artikel 3

Er zijn geen verminderingen of vrijstellingen mogelijk met betrekking tot dit retributiereglement.

 

Artikel 4

De artikelen zoals opgesomd in artikel 2 worden verkocht in het recyclagepark.

 

Artikel 5

De door de gemeente verkochte compostvaten, compostbakken, aanbouwmodules en beluchtingsstokken mogen enkel gebruikt worden op het door de koper opgegeven adres, gelegen op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 6

De retributie is verschuldigd door de persoon die het compostvat, de compostbak, de beluchtingsstok of de aanbouwmodule ontvangt. De retributie wordt betaald via de DifTarrekening of via bancontact in het recyclagepark.

 

Artikel 7

Er wordt een retributie geheven op de verkoop van geventileerde keukenafvalbakjes en composteerbare zakjes. Deze retributie wordt als volgt samengesteld:

         3 euro voor een geventileerd keukenafvalbakje

         3,50 euro per rol van 50 composteerbare zakjes

 

Artikel 8

De artikelen zoals opgesomd in artikel 7 worden verkocht en onmiddellijk afgerekend aan het onthaal van het administratief centrum.

 

Artikel 9

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

48. Ecowerf - Retributiereglement op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 25 maart 2025
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen goed.

 

Feiten en context

         De Vlaams minister van Omgeving keurde op 27 oktober 2025 de projectaanvraag van EcoWerf goed om via huis-aan-huis-inzameling de asbestafbouw in Vlaanderen te versnellen.

         EcoWerf organiseert de inzameling van asbesthoudende golfplaten en leien. Particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project via platen- of kuubzakken (maximaal 8 zakken wat overeenstemt met ca. 240 m² dak) of per container (maximum 2 containers wat overeenstemt met ca. 480 m² dak). De werkwijze is als volgt:

  1. De inwoner vult op de website een formulier in.
  2. De asbestcoach contacteert de inwoner en gaat op huisbezoek, bekijkt de situatie ter plaatse, geeft informatie over een veilige afbraak, verkoopt de plaatzakken of reserveert de containers, spreekt een plaats af waar de zakken of containers moeten gezet worden en plant de ophaaldatum in. De inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de vergunning voor inname openbaar domein en de signalisatievergunning indien de container niet op het eigendom van de burger kan staan. Indien de inwoner het bewijs van de vergunning niet kan voorleggen, wordt de container niet geplaatst.
  3. EcoWerf komt deze ophalen op de afgesproken datum en levert de zakken aan de verwerker.

         Particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project.

         Er wordt een tarief geheven voor natuurlijke personen, rechtspersonen en/of verenigingen die erom verzoeken:

         De ophaling aan huis van plaatzakken (1 m³) of kuubzakken (1 m³), welke door de EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.

         De ophaling aan huis via containers welke door EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.

         Bij de aankoop van minstens één asbestzak/container zijn twee veiligheidskits inbegrepen.

         De organisatie van de aanvraag en de inzameling van de plaatzakken of kuubzakken en containers voor asbest gebeurt door EcoWerf waarbij de aanvraag- en aanbiedingsvoorwaarden zoals vastgelegd door EcoWerf dienen nageleefd te worden.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

        De organisatie van de dienstverlening kadert in het versneld asbestafbouwbeleid zoals uitgewerkt door de OVAM dat streeft naar een versnelling in de afbouw van alle risicovolle asbesthoudende materialen uit onze leefomgeving binnen het Vlaamse gewest.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7332200

Beleidsitem: 002000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen goed.

 

Retributiereglement op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen

 

Artikel 1

Met ingang van 1 maart 2026 en eindigend op 31 december 2027 wordt een retributie gevestigd op  de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen.

 

Artikel 2

§1 De retributie bedraagt:

         voor een kuubzak (1 m³): 40 euro

         voor een plaatzak (1 m³): 40 euro

         voor een container: 170 euro

 

§2 Er kunnen jaarlijks maximum acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden of maximum twee containers per adres gereserveerd worden. Hierbij zijn twee veiligheidskits en het ophalen van de kuub- of plaatzakken/containers aan huis inbegrepen.

 

Artikel 3

De procedure voor aankoop van de recipiënten voor de ophaling aan huis verloopt als volgt:

  1. De inwoner vult een webformulier in of belt naar de Groene Lijn van EcoWerf.
  2. De asbestcoach neemt telefonisch contact op met de inwoner en maakt een afspraak voor een huisbezoek.
  3. De asbestcoach geeft ter plaatse informatie over veilige afbraak, verkoopt de zakken of boekt de containers aan de inwoner en maakt een afspraak voor ophaling.
  4. De inwoner vult de zak(ken)/container(s) korte tijd voor de ophaaldag.
  5. EcoWerf komt de zak(ken)/container(s) ophalen op de vooraf afgesproken ophaaldag.

 

Artikel 4

EcoWerf wordt gemachtigd om de retributies, zoals vermeld in artikel 2, te innen. De wijze van betaling gebeurt uitsluitend op de door EcoWerf voorgeschreven wijze met name via Bancontact bij aflevering van de zakken.

 

Artikel 5

Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2026 en is geldig tot en met 31 december 2027.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

49. Retributiereglement op de standplaatsen op openbare markten - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op openbare markten voor de periode 2020-2025 goed.

 

Feiten en context

         In de gemeente Rotselaar vinden op volgende dagen openbare markten plaats:

         Rotselaar-centrum (Dorpsplein): dinsdagvoormiddag

         Werchter (Werchterplein): vrijdagavond

         Wezemaal (Wezemaalplein): zaterdagvoormiddag

         Omwille van de continuïteit is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren aangezien het bestaande reglement betrekking heeft op belastbare feiten die zich hebben voorgedaan tijdens de periode 2020 tot en met 2025.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet

         Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

         Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Decreet van 3 maart 2023 tot afschaffing van de voorafgaande machtiging voor de uitoefening van ambulante of kermisactiviteiten en tot wijziging van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten

         Besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juni 2003 betreffende de controletaak van de erkende ondernemingsloketten ter gelegenheid van de inschrijving van handels- of ambachtsondernemingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten, het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie en tot opheffing van het koninklijk besluit van 24 september 2006 houdende vaststelling van de vergoeding van de erkende ondernemingsloketten voor het beheer van de machtigingen van ambulante activiteiten en van de machtigingen van kermisactiviteiten

         Artikel 108 t.e.m. 112 van het uniform politiereglement Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo van 16 december 2026

 

Argumentatie

         Het is gerechtvaardigd een retributie te vragen voor een standplaats op de openbare markten omdat de gemeente hiermee een publieke zone faciliteert voor marktkramers. De gemeente zorgt voor de aanleg, het onderhoud en de ter beschikkingstelling van het openbaar domein en de bijhorende infrastructuur. Marktkramers mogen daarnaast ook gebruik maken van de gemeentelijke verdeelkasten voor elektriciteit. Het is dan ook verantwoord om de kost van het verbruik van elektriciteit ten laste te leggen van de gebruikers ervan.

         De organisatie van een markt op openbaar domein vergt extra inspanningen van de gemeentediensten. Het in gebruik nemen van het openbaar domein voor de uitoefening van marktactiviteiten brengt voor het lokaal bestuur bijkomende kosten met zich mee op het vlak van veiligheid, afvalbeheersing, openbare netheid, verkeersveiligheid en infrastructuur.

         Omwille van het educatief karakter worden opleidingsprojecten en mini-ondernemingen van scholen vrijgesteld van deze belasting. Daarnaast worden verenigingen met een uitsluitend menslievend doel en infostanden zonder commercieel doel vrijgesteld, omdat zij geen economische activiteit uitoefenen of dit enkel doen voor het algemeen belang of in functie van kwetsbare groepen. Tot slot worden ook de erkende sociale, culturele en sportverenigingen uit de gemeente vrijgesteld, aangezien zij het sociale weefsel en het gemeenschapsleven versterken.

 

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7005000

Beleidsitem: 050000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de standplaatsen op openbare markten goed.

 

Retributiereglement op de standplaatsen op openbare markten

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het innemen van standplaatsen op openbare markten die worden toegelaten door de gemeente Rotselaar.

 

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement dienen de gebruikte begrippen te worden geïnterpreteerd en toegepast zoals omschreven in de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.

 

Artikel 3

De retributie is verschuldigd door de gebruiker aan wie een standplaats op een door de gemeente Rotselaar toegelaten openbare markt is toegewezen of die een occasionele standplaats inneemt op het openbaar domein buiten de openbare markten en op commerciële parkings.

 

Artikel 4

De retributie voor de inname van de standplaats voor een volledig jaar (abonnement) wordt als volgt vastgesteld:

         standplaats voor een volledig jaar (abonnement): 195 euro

         bijdrage elektriciteit voor een volledig jaar: 40 euro

 

Bij inname van de standplaats in de loop van het jaar is de retributie (zowel voor de standplaats als voor de bijdrage elektriciteit) verschuldigd ten belope van zoveel twaalfden van het jaartarief als er nog maanden resteren in het jaar, met inbegrip van de maand waarin de retributieplicht ontstaat. De retributie is in dergelijk geval verschuldigd voor de resterende maanden van het lopende jaar.

 

De retributie voor de inname van een occasionele standplaats wordt als volgt vastgesteld:

         occasionele standplaats: 20 euro per dag

         bijdrage elektriciteit voor occasionele standplaats: 5 euro per dag

 

Artikel 5
Volgende categorieën zijn van de retributie vrijgesteld:

         opleidingsprojecten

         mini-ondernemingen van scholen

         verenigingen met een uitsluitend menslievend doel

         erkende sociale, culturele en sportieve verenigingen uit Rotselaar

         infostanden zonder commercieel doel

 

Het is aan de standplaatshouder om het bewijs te leveren dat zijn standplaats valt onder één van voormelde vrijgestelde categorieën. Het college van burgemeester en schepenen zal hierover oordelen bij betwisting.

 

Artikel 6

De retributie wordt zonder uitstel geïnd met afgifte van betalingsbewijs of wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Artikel 7

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke reglement openbare markten. De bepalingen van dat reglement zijn aanvullend van toepassing, voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 8

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

50. Reglement openbare markten

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 4 september 2007
De gemeenteraad keurt het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein goed.

 

Feiten en context

         De Vlaamse overheid heeft met het 'Decreet van 3 maart 2023 tot afschaffing van de voorafgaande machtiging voor de uitoefening van ambulante of kermisactiviteiten' een wijziging van de 'wet 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten' ingevoerd. Deze wijzigingen geven aanleiding tot de aanpassing van het gemeentelijke reglement voor markten. Concreet gaat het om volgende wijzigingen:

         Geen voorafgaande machtiging (leurkaart) meer vereist

         Ondernemingen moet correct zijn ingeschreven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO), inclusief de correcte, vernieuwde, NACE-code overeenkomstig met de producten of diensten die worden aangeboden. Dit maakt dat ook maatschappijen een standplaats kunnen aanvragen

         Het toewijzen van een standplaats via een mandaathouder is mogelijke gemaakt. Dit zijn de wettelijke vertegenwoordigers die ook geregistreerd zijn in de KBO

         De voorwaarden van verzekering en volksgezondheid worden gekoppeld aan de toelating

         De minimumopzegtermijn bij het definitief opzeggen van een standplaats wordt wettelijk bepaald

         Maatschappijen kunnen zich vanaf nu ook een standplaats aanvragen

         De nationaliteitsvoorwaarden valt weg

 

Juridische gronden

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2005, 20 juli 2006, 22 december 2009 en 21 januari 2013 en de decreten van 24 februari 2017 en 3 maart 2023.

         Het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2023

         Uniformpolitiereglement van Begijnendijk - Rotselaar - Tremelo van 1 januari 2018 en latere wijzigingen

 

Argumentatie

         Het huidige marktreglement dateert van 2007 en sluit niet meer aan bij de recente wetgeving en praktijk. Met dit nieuwe reglement wordt het juridisch kader geactualiseerd en vereenvoudigd. Het biedt duidelijke procedures voor toewijzing van standplaatsen en bevat strengere veiligheids- en milieuregels.  Zo wordt de organisatie van markten transparanter, veiliger en toekomstgericht.

 

Bijlage

        Reglement openbare markten

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement openbare markten, zoals gevoegd als bijlage bij dit besluit, goed.

Artikel 2:

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft het gemeentelijk reglement van 4 september 2007 op.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

51. Retributiereglement voor advertenties op gemeentelijke ledschermen - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 23 september 2013
De gemeenteraad keurt de gebruikersmodaliteiten digitaal informatieplatform voor commerciële boodschappen goed.

 

Feiten en context

         Het oorspronkelijke reglement, de gebruikersmodaliteiten digitaal informatieplatform voor commerciële boodschappen, maakte het voor ondernemers met een vestiging in Rotselaar mogelijk om ook gebruik te maken van de ledschermen in de gemeente Rotselaar. Op die manier worden lokale ondernemers in de kijker gezet en lokaal kopen gepromoot.

         De gemeente Rotselaar wil dat graag ondersteunen, door het platform van de digitale schermen ter beschikking te stellen. Na 12 jaar is het gepast om het reglement op te frissen en de retributietarieven aan te passen.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         De advertenties verschijnen op drie ledschermen langs invalswegen met veel verkeer en dus een hoog bereik. In 2020 werd een bijkomend ledscherm in de Torenstraat in gebruik genomen, wat de zichtbaarheid en het potentieel bereik verder verhoogt. Het is daarom gerechtvaardigd de retributietarieven aan te passen.

         De gemeente maakt voor het beheer en de exploitatie van deze ledschermen kosten, onder meer voor de installatie, het onderhoud, de huur, de energievoorziening, de software voor het beheer van de advertenties en de personeelsinzet voor controle en programmatie. Het heffen van een retributie is aangewezen om deze kosten te dekken en de dienstverlening op een duurzame wijze te verzekeren.

         Er is een extra voordelig tarief voor info-commerciële boodschappen, dat nieuwe ondernemers alle kansen geeft om zich te promoten bij een groot publiek en waaronder ook vacatures geadverteerd kunnen worden, wat werken in eigen streek stimuleert.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7006300

Beleidsitem: 011901

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

21 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

2 onthoudingen: Nico Lodewijks en Els Wouters

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor advertenties op gemeentelijke ledschermen goed.

 

Retributiereglement voor advertenties op gemeentelijke ledschermen

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het adverteren van (info-)commerciële boodschappen op de ledschermen, beheerd door het lokaal bestuur van Rotselaar.

 

Artikel 2

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen info-commerciële boodschappen (bijvoorbeeld de opening van een nieuwe zaak of een vacature) en louter commerciële boodschappen. Het lokaal bestuur bepaalt uiteindelijk onder welke categorie een advertentie valt. Boodschappen kunnen gepubliceerd worden per een, twee of drie kalenderweken.

 

Artikel 3

De retributietarieven (inclusief btw) worden als volgt vastgelegd:

 

 

Info-commercieel

Commercieel

1 week

50 euro

130 euro

2 weken

80 euro

225 euro

3 weken

115 euro

330 euro

 

Artikel 4

De retributie wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs of wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente Rotselaar zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Artikel 5

De voorwaarden voor commerciële boodschappen op de outdoorschermen worden bepaald in het reglement gebruik digitale schermen.

 

Artikel 6

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke reglement gebruik digitale schermen. De bepalingen van dat reglement zijn aanvullend van toepassing, voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 7

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

52. Reglement gebruik digitale schermen - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2012
De gemeenteraad keurt de gebruikersmodaliteiten digitaal informatieplatform goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 23 september 2013
De gemeenteraad keurt de aanpassingen gebruikersmodaliteiten digitaal informatieplatform goed.

 

Feiten en context

         In 2012 plaatste de gemeente Rotselaar twee ledschermen. In 2020 kwam er een derde ledscherm bij. Omdat het vanaf het begin het doel was om zoveel mogelijk inwoners en bezoekers te bereiken met die digitale schermen, werd er een gebruikersreglement opgesteld dat bepaalt wie en op welke manier men gebruik kan maken van de schermen.

 

Juridische gronden

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         Na twaalf jaar wordt het reglement gebruik digitale schermen gemoderniseerd en opgefrist, zodat het een praktisch en duidelijk werkdocument blijft dat het mogelijk maakt om de digitale schermen zo veel mogelijk open te stellen voor alle organisaties in de gemeente.

         De bestaande gebruikersmodaliteiten voor bedrijven, handelaars en zelfstandigen zijn toegevoegd aan dit reglement, zodat dit vanaf nu alle gebruikersvoorwaarden bundelt.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het reglement gebruik digitale schermen goed.

 

Reglement gebruik digitale schermen

 

Algemene bepalingen

 

Artikel 1

De gemeente Rotselaar beschikt over digitale schermen om inwoners en bezoekers te informeren. De digitale schermen worden beheerd door het lokaal bestuur en bestaan uit outdoor en indoor schermen.

 

Artikel 2

De gemeente staat in voor de planning en verspreiding van alle boodschappen en voor de programmering van de uitzendtijden.

 

Artikel 3

De uitzendtijd voor de outdoor schermen is standaard van 6 uur tot 24 uur. De uitzendtijd voor de indoor schermen hangt af van de locatie en komt overeen met de openingstijden of het gebruik van het gebouw. In uitzonderlijke gevallen kan van de uitzendtijden afgeweken worden.

 

Soorten boodschappen

 

Artikel 4

De gemeente maakt en verspreidt boodschappen van gemeentelijk belang of algemeen nut. De gemeente heeft het recht om door derden aangeleverde boodschappen of beelden aan te passen in functie van een optimale lees- en zichtbaarheid.

 

Artikel 5

De inhoud van de boodschappen (teksten en grafische elementen) die worden aangeleverd door derden hebben een maatschappelijk, sociaal, sportief, cultureel, caritatief of economisch karakter.

 

Artikel 6

Activiteiten en evenementen die worden aangekondigd, moeten voor iedereen toegankelijk zijn.

 

Artikel 7

De digitale schermen kunnen ter beschikking gesteld worden voor boodschappen die voldoen aan de volgende voorwaarden, en mits goedkeuring van het college van burgmeester en schepenen:

         Activiteiten met een uitzonderlijk humanitair karakter.

         Activiteiten met een bovenlokaal karakter die de uitstraling van de gemeente bevorderen.

 

Artikel 8

Volgende boodschappen worden uitgesloten:

         Boodschappen die discrimineren met betrekking tot ras, religie, cultuur, geslacht of afkomst.

         Boodschappen van politieke of godsdienstige aard.

         Boodschappen die inbreuk plegen op intellectuele eigendomsrechten.

         Boodschappen die inbreuk plegen op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

         Boodschappen die in strijd zijn met enige wet, decreet of regelgeving.

 

Gebruikers

 

Artikel 9

Op de digitale schermen kunnen boodschappen en activiteiten aangekondigd worden van de volgende instanties:

         De besturen en diensten van de gemeente Rotselaar.

         De politiezone BRT, voor zover het bericht betrekking heeft op de inwoners of bezoekers van Rotselaar.

         De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, waarvan de gemeente Rotselaar lid is, voor zover het bericht betrekking heeft op een project in de gemeente Rotselaar of de inwoners van Rotselaar (met een maximum van zes boodschappen per jaar per samenwerkingsverband).

         De gemeentelijke adviesraden (met een maximum van zes boodschappen per jaar per adviesraad)

         De scholen in de gemeente Rotselaar, voor aankondigingen van opendeurdagen en andere activiteiten (met een maximum van zes boodschappen per jaar).

         De verenigingen binnen de gemeente Rotselaar, volgens de modaliteiten in dit reglement.

         Bedrijven, handelaars en zelfstandigen met een vestiging in Rotselaar, volgens de modaliteiten in dit reglement.

 

Artikel 10

Het college van burgemeester en schepenen beslist over elke aanvraag tot publicatie van een boodschap, die niet genoemd is in dit reglement.

 

UiTdatabank

 

Artikel 11

De verenigingen van Rotselaar leveren de activiteiten voor publicatie op de digitale schermen uitsluitend aan door ze in te voeren in de UiTdatabank. De activiteiten genoemd in artikel 7 kunnen hiervan afwijken.

 

Artikel 12

De activiteiten die plaatsvinden in de gemeente Rotselaar worden opgenomen in een UiT-template, die telkens willekeurig wordt ingevuld met een activiteit uit het bestaande aanbod.

 

Artikel 13

De activiteiten van de verenigingen worden dagelijks en gedurende minimaal twee weken voor de (eerste) dag van de activiteit aangekondigd.

 

(Info-)commerciële boodschappen

 

Artikel 14

Per dag worden maximum tien verschillende info-commerciële of commerciële boodschappen geadverteerd van bedrijven, handelaars en zelfstandigen met een vestiging in Rotselaar.

 

Artikel 15

Advertenties kunnen maximum zes maanden en minimum vijf werkdagen voor de eerste van de publicatie aangevraagd worden. Hiervoor wordt het aanvraagformulier op de gemeentelijke website gebruikt.

 

Artikel 16

Er wordt een minimum zendtijd gegarandeerd van twaalf publicaties per uur, binnen het uitzendschema dat de schermen dagelijks actief zijn. Elke boodschap duurt zes seconden en wordt gepubliceerd op alle beschikbare ledschermen.

 

Artikel 17

De aanvrager kan een advertentie aanleveren volgens de technische specificaties die op het aanvraagformulier vermeld staan. Indien dit niet mogelijk is, mag de advertentieboodschap ook als tekst doorgegeven worden en gebeurt de opmaak door het lokaal bestuur.

 

Artikel 18

In uitzonderlijke gevallen heeft het lokaal bestuur het recht om voorrang te geven aan andere boodschappen en van de minimum gegarandeerde zendtijd af te wijken. In dat geval wordt in overleg met de adverteerder een alternatief publicatiemoment gezocht, gelijkwaardig aan de duur van de oorspronkelijke aanvraag. Ook in het geval van een technisch defect wordt dit principe gehanteerd. In geen geval gebeurt er een terugbetaling van de niet-geadverteerde tijdsduur.

 

Artikel 19

De retributietarieven voor (info-)commerciële boodschappen zijn bepaald in het retributiereglement voor advertenties op gemeentelijke ledschermen.

 

Artikel 20

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke retributiereglement voor advertenties op gemeentelijke ledschermen.

 

Artikel 21

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

53. Retributiereglement voor het gebruik van de schoolsportzalen - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Het besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022

De gemeenteraad keurt het reglement terbeschikkingstelling gemeentelijke schoolsportzalen Rotselaar goed.

 

Feiten en context

         In de gemeente Rotselaar zijn er meerdere gemeentelijke schoolsportzalen die naschools verhuurd worden aan verenigingen, organisaties en particulieren voor het organiseren van activiteiten.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         De gemeente wenst de schoolsportinfrastructuur op een kwalitatieve wijze verder uit te baten met als doelstelling een zo breed mogelijk vrijetijdsaanbod te creëren op maat van iedere vereniging, organisatie, inwoner of andere gebruiker.

         De gemeente stelt vast dat het openstellen van schoolsportzalen buiten de reguliere schooluren kosten met zich meebrengt. Deze kosten omvatten onder meer:

         Onderhoud en herstellingen van de infrastructuur en sportmaterialen

         Schoonmaak- en energiekosten ten gevolge van het gebruik

         Beheer- en coördinatiekosten, waaronder reservaties, toezicht, sleutelbeheer en administratie

         Investeringen in veiligheid en kwaliteitsverbetering zodat de infrastructuur voldoet aan hedendaagse normen

         Het is redelijk dat de gebruikers die voordeel halen uit deze infrastructuur, bijdragen in de kosten die rechtstreeks verbonden zijn aan hun gebruik door het betalen van een retributie.

         Erkende Rotselaarse verenigingen worden gestimuleerd door hen een voordeliger tarief toe te kennen. Hiermee wil de gemeente deze verenigingen ondersteunen en stimuleren om een laagdrempelig en toegankelijk aanbod in te richten opdat de lokale sociale cohesie waartoe zij bijdragen te bevorderen.

         Verenigingen met een jeugdwerking worden gestimuleerd door hen een voordeliger tarief toe te kennen. Hiermee wil de gemeente deze verenigingen ondersteunen en stimuleren om een kwalitatieve vrijetijdsbesteding voor kinderen en jongeren te bevorderen.

         Voor sportactiviteiten die specifiek georganiseerd worden voor personen met een beperking (G-sportwerking) wordt een kortingstarief gehanteerd omdat dergelijke activiteiten een essentiële inclusieve functie vervullen door personen met een beperking toegang tot sport en beweging te bieden, wat hun gezondheid, welzijn en sociale integratie versterkt.

         Verenigingen en organisaties met een na-schools aanbod in het kader van de uitvoering van het BOA-decreet worden vrijgesteld van retributie. Hiermee wil de gemeente organisatoren ondersteunen en stimuleren om een laagdrempelig en toegankelijk aanbod in te richten.

         De administratieve opvolging van naschoolse reservaties van de gemeentelijke schoolsportzalen gebeurt door de dienst Vrije Tijd, na overleg met de directies van de gemeentelijke basisscholen.

         In het kader van een kwalitatieve uitbating van de gemeentelijke schoolsportzalen is een actualisatie van het retributiereglement aan de orde.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7006010

Beleidsitem: 074000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke schoolsportzalen goed.

 

Retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke schoolsportzalen

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het gebruik van één of meerdere van volgende schoolsportzalen:

         Schoolsportzaal GBS De Straal Rotselaar – Kapelstraat 45, 3110 Rotselaar

         Schoolsportzaal GBS De Kameleon Werchter – Sint-Jansstraat 82-87, 3118 Werchter

         Schoolsportzaal GBS Het Nest Wezemaal – Steenweg op Nieuwrode, 3111 Wezemaal

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het gebruik van één of meerdere van de schoolsportzalen.

 

Artikel 3

§1 Het tarief van de retributie is afhankelijk van de aard van de aanvraag en het type aanvrager. De volgende categorieën worden onderscheiden:

         Categorie 1: Sportactiviteiten voor jeugd georganiseerd door een erkende Rotselaarse vereniging.

         Categorie 2: Sportactiviteiten voor volwassenen georganiseerd door een erkende Rotselaarse vereniging.

         Categorie 3: Sportactiviteiten voor jeugd georganiseerd door een niet-erkende Rotselaarse vereniging of door een organisatie buiten Rotselaar.

         Categorie 4: Sportactiviteiten voor volwassenen georganiseerd door een niet-erkende Rotselaarse vereniging of door een organisatie buiten Rotselaar.

 

§2 Onder sportactiviteiten voor jeugd worden begrepen: activiteiten waarbij alle deelnemers jonger zijn dan 18 jaar.

 

§3 Voor sportactiviteiten die specifiek georganiseerd worden voor personen met een beperking (G-sportwerking) wordt een korting van 50% toegepast binnen de hierboven vermelde categorieën. Dit kortingstarief wordt enkel toegekend indien de aanvrager dit expliciet aanvraagt in het aanvraagformulier.

 

§4 Verenigingen en organisaties die een aanbod voorzien in het kader van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten worden vrijgesteld van retributie. De vrijstelling is van toepassing op voorwaarde dat de aangeboden activiteit is goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen enerzijds en aansluitend op de schooluren plaatsvindt anderzijds.

 

Artikel 4

§1 De hieronder vermelde retributietarieven zijn per uur dat de schoolsportzaal wordt gebruikt. Indien de zaal voor minder dan één uur wordt gebruikt, wordt het tarief proportioneel (a rato) aangerekend.

 

§2 Tarieven voor schoolsportzaal GBS De Straal in Rotselaar:

Werking

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 4

Reguliere werking

5 euro

10 euro

10 euro

15 euro

G-sportwerking

2,5 euro

5 euro

5 euro

7,5 euro

BOA-aanbod

Gratis

NVT

Gratis

NVT

 

§3 Tarieven voor schoolsportzaal GBS De Kameleon in Werchter:

Werking

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 4

Reguliere werking

5 euro

10 euro

10 euro

15 euro

G-sportwerking

2,5 euro

5 euro

5 euro

7,5 euro

BOA-aanbod

Gratis

NVT

Gratis

NVT

 

§4  Tarieven voor schoolsportzaal GBS Het Nest in Wezemaal:

Werking

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 4

Reguliere werking

5 euro

10 euro

10 euro

15 euro

G-sportwerking

2,5 euro

5 euro

5 euro

7,5 euro

BOA-aanbod

Gratis

NVT

Gratis

NVT

 

Artikel 5

De retributie wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Artikel 6

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke huishoudelijk reglement voor het gebruik van de gemeentelijke schoolsportzalen. De bepalingen van dat huishoudelijk reglement zijn aanvullend van toepassing, voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 7

§1 Dit retributiereglement is meteen van toepassing op éénmalige aanvragen en nieuwe seizoensaanvragen.

 

§2 Dit reglement wijzigt niets aan de lopende overeenkomsten voor het gebruik van de gemeentelijke schoolsportzalen in het werkingsjaar 2025-2026, die behouden blijven tot en met 31 juli 2026. Bij de start van het nieuwe werkingsjaar 2026-2027 vanaf 1 augustus 2026 worden ook voor deze overeenkomsten de tarieven uit dit reglement toegepast.

 

Artikel 8

Dit retributiereglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

54. Huishoudelijk reglement voor het gebruik van de gemeentelijke schoolsportzalen - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Het besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022

De gemeenteraad keurt het reglement terbeschikkingstelling gemeentelijke schoolsportzalen Rotselaar goed.

 

Feiten en context

         In de gemeente Rotselaar zijn er meerdere gemeentelijke schoolsportzalen die naschools verhuurd worden aan verenigingen, organisaties en particulieren voor het organiseren van activiteiten.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         De gemeente wenst de schoolsportinfrastructuur op een kwalitatieve wijze verder uit te baten met als doelstelling een zo breed mogelijk vrijetijdsaanbod te creëren op maat van iedere vereniging, organisatie, inwoner of andere gebruiker.

         Bij openstellen van schoolsportzalen voor na-schoolsgebruik zijn duidelijke afspraken en regels met betrekking tot de toegang, het gebruik en de verantwoordelijkheden van de gebruikers. Deze afspraken en regels handelen onder andere over:

         De modaliteiten voor terbeschikkingstelling

         De gebruikersvoorwaarden

         Betalingsmodaliteiten

         Verantwoordelijkheden van de gebruiker

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enige artikel:

De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement voor het gebruik van de gemeentelijke schoolsportzalen goed.

 

Huishoudelijk reglement voor het gebruik van de gemeentelijke schoolsportzalen

 

Artikel 1

Het ter beschikking stellen van onderstaande sportzalen kan worden aangewend door elke individuele persoon, vereniging of instantie. Van deze regel kan enkel worden afgeweken na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.

         Schoolsportzaal GBS De Straal Rotselaar

         Adres: Kapelstraat 45, 3110 Rotselaar

         Kenmerken: lengte 20 meter / breedte 10 meter / hoogte 5 meter.

         Schoolsportzaal GBS De Kameleon Werchter

         Adres: Sint-Jansstraat 82-87, 3118 Werchter

         Kenmerken: lengte 20 meter / breedte: 12 meter / hoogte 7 meter.

         Schoolsportzaal GBS Het Nest Wezemaal

         Adres: Steenweg op Nieuwrode 43, 3111 Wezemaal

         Kenmerken: parketvloer / lengte 18 meter / breedte 12 meter / hoogte 6 meter.

 

Artikel 2

§1 De terbeschikkingstellingsperiode omvat telkens een volledig sportseizoen, lopende van 1 augustus tot en met 31 juli.

 

§2 Elke aanvraag voor frequent (wekelijks of tweewekelijks) gebruik van een schoolsportzaal moet voor 1 april ingediend worden bij de sportdienst van de gemeente Rotselaar via het daartoe voorziene aanvraagformulier.

 

§3 Elke aanvraag voor occasioneel gebruik van een schoolsportzaal moet ingediend worden bij de sportdienst van de gemeente Rotselaar. Een toelating voor occasioneel gebruik van een schoolsportzaal wordt door de sportdienst telkens getoetst aan het frequente gebruik van de schoolsportzaal.

 

§4 Op basis van alle ingediende aanvragen, maakt de sportdienst van de gemeente Rotselaar een zaalbezetting van de verschillende schoolsportzalen op.

 

§5 Rotselaarse scholen hebben voorrang tijdens de schooluren en bij belangrijke naschoolse schoolactiviteiten. Terbeschikkingstellingsperiodes mogen in geen enkel geval de schoolwerking hinderen. Erkende Rotselaarse verenigingen en inwoners van Rotselaar krijgen voorrang bij frequente reservaties.

 

§6 Voor reservaties tijdens een schoolvakantie hebben erkende Rotselaarse verenigingen met een reguliere werking (wekelijks of tweewekelijks) voorrang.

 

Artikel 3

De terbeschikkingstelling van een schoolsportzaal wordt, op basis van de verschillende aanvragen, vastgelegd in een terbeschikkingstellingsovereenkomst. De overeenkomst dient ondertekend terugbezorgd te worden vóór 1 augustus. Met deze overeenkomst verbindt de individuele persoon, vereniging of instantie zich er toe, de door haar aangevraagde en toegekende terbeschikkingstellingsuren te betalen voor de volledige termijn van de overeenkomst, ook indien niet alle terbeschikkingstellingsuren worden gebruikt.

 

Artikel 4

Het verder ter beschikking stellen door de gebruiker is ten allen tijde verboden. Bij inbreuk op deze regel wordt een administratieve kost van 500,00 euro aangerekend.

 

Artikel 5

§1 De gebruiker draagt als een voorzichtig en redelijk persoon zorg voor de terbeschikkinggestelde infrastructuur.

 

§2 De gebruiker bevestigt dat de terbeschikkinggestelde infrastructuur in goede staat is en geeft ze in dezelfde staat terug.

 

§3 De gebruiker verklaart zich ook akkoord met de bestaande inventaris.

 

§4 Het gebruikersrecht geldt voor de tijd en voor de schoolsportzaal die aan het gebruik is toegewezen. Het opstellen en afbreken van sportmateriaal en -toestellen door de gebruiker is inbegrepen in de tijdsduur van de terbeschikkingstelling. De gebruiker heeft geen recht op verlenging.

Kleedkamers kunnen worden gebruikt, 30 minuten voor aanvang van de activiteit tot 30 minuten na afloop van de activiteit.

 

§5 De sportvloer van de schoolsportzaal mag alleen betreden worden met aangepast sportschoeisel dat netjes is en geen strepen maakt.

 

§6 Het materieel en/of toestellen moet op correcte wijze worden opgesteld, gebruikt en teruggezet. Het plaatsen van eigen materieel en toestellen, van welke aard ook, in de schoolsportzaal is verboden behoudens toestemming van de sportdienst, en geschiedt op eigen risico. Het materieel moet in onberispelijke staat verkeren.

 

§7 In de schoolsportzaal mag geen drank en/of voedsel verkocht of verbruikt worden. Gebruikers mogen tijdens het sporten wel water drinken uit onbreekbaar materiaal. Het gebruik van kauwgum is verboden.

 

§8 De bergruimte voor materiaal, de hal en de gang kan niet als speelterrein gebruikt worden.

Bij het verlaten van de infrastructuur moeten alle lichten worden uitgeschakeld, moet de verwarming op minimum staan en moet alles veilig afgesloten worden.

 

§9 Bij inbreuk op één van deze regels wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.

 

Artikel 6

§1 In en rond de schoolsportzaal gelden volgende verboden:

         roken

         achterlaten van papier en/of afval

         toelaten van dieren

         gebruik van toestellen en/of voorwerpen die lawaai maken

         drijven van commerciële handel en maken van publiciteit

 

§2 Gebruikers kunnen een toelating krijgen voor het vragen van inkomgelden mits schriftelijke toelating van de gemeente Rotselaar.

 

Artikel 7

§1 De waarborg van 400,00 euro moet steeds vóór 1 augustus van het beginnende sportseizoen worden overgeschreven op het rekeningnummer van de gemeente Rotselaar, BE75 0910 0017 6851 met vermelding van het kenmerk aangegeven op de terbeschikkingstellingsovereenkomst.

 

§2 Indien er reeds een waarborg werd betaald, omwille van een vroegere overeenkomst, dan kan deze aangewend worden voor de nieuwe overeenkomst.

 

Artikel 8

§1 De terbeschikkingstelling van de gemeentelijke schoolsportzalen wordt twee maal per jaar gefactureerd:

         Terbeschikkingstelling van het voorjaar (januari t.e.m. juli) wordt gefactureerd in juli

         Terbeschikkingstelling van het najaar (augustus t.e.m. december) wordt gefactureerd in januari

 

§2 Bij niet betaling wordt een herinnering gestuurd. Indien de factuur 14 dagen na de herinnering nog niet is betaald, wordt een aangetekend schrijven verstuurd en wordt een administratieve kost van 25,00 euro aangerekend.

 

§3 Bij niet betaling wordt de toegang tot de schoolsportzaal ontzegd.

 

Artikel 9

§1 Ongevallen, die voorkomen tijdens de terbeschikkinggestelde periode in de zaal, de bijhorende lokalen en de parking, vallen nooit onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Rotselaar. Noch kan de gemeente Rotselaar aansprakelijk worden gesteld voor verlies, beschadiging of diefstal van persoonlijke bezettingen, sportkledij, sportmateriaal, enz.

 

§2 De gebruiker dient zelf een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten.

 

Artikel 10

§1 De gebruiker is verantwoordelijk voor alle eventuele schade aan gebouwen, installaties of materieel. Van de vooraf betaalde waarborgsom worden automatisch alle kosten m.b.t. tot de eventuele gebreken of schade ingehouden. De gemeente Rotselaar kan ten allen tijde uitspraak doen over een extra op te leggen waarborg.

 

§2 De gebruiker maakt op eigen risico gebruik van de schoolsportzaal binnen de grenzen van de hem verleende toelating. De gebruiker is verantwoordelijk voor iedere schade die door hem, zijn leden of zijn bezoekers aan de schoolsportzaal, de aanhorigheden en uitrusting wordt toegebracht. Bij vernieling of beschadiging kan de verdere terbeschikkingstelling van de schoolsportzaal ontzegd worden met inhouding van de gelden voor de verdere reservatie, onafgezien van de strafrechterlijke vervolging en burgerrechterlijke schadevergoedingseisen.

 

§3 De toegebrachte schade moet aan de sportdienst gemeld worden en de herstellingskosten moeten op het eerste verzoek vereffend worden.

 

§4 Gebruikers die bij het betreden van de schoolsportzaal vernielingen of beschadigingen vaststellen, moeten dat bij de sportdienst melden. Bij het nalaten hiervan kunnen zij zelf verantwoordelijk gesteld worden indien na hun vertrek schade vastgesteld wordt.

 

Artikel 11

§1 De terbeschikkinggestelde infrastructuur is ter beschikking van de gebruiker vanaf de datum en uur vermeld in de door de gemeente Rotselaar opgemaakte terbeschikkingstellingsovereenkomst. Een afgevaardigde van de gemeente Rotselaar, met name de sportdienst, heeft ten allen tijde recht tot toegang en toezicht tijdens de terbeschikkinggestelde periode.

 

§2 Niet terbeschikkinggestelde ruimtes mogen nooit worden betreden door de gebruiker. De verantwoordelijke gebruiker kijkt hier nauwlettend op toe.

 

Artikel 12

De gemeente Rotselaar draagt voor de schoolsportzalen bij tot betaling van de billijke vergoeding voor alle activiteiten met achtergrondmuziek (basistarief sociale en culturele activiteiten). Alle andere of bijkomende taksen, auteursrechten en kosten van eender welke aard zijn ten laste van de gebruiker.

 

Artikel 13

§1 Alle wetten, politiereglementen en voorschriften dienen nageleefd te worden. In het bijzonder de wet van 18/07/1973 en het K.B. van 24/02/1977 betreffende de geluidsnormen van muziek in openbare en private inrichtingen en het K.B. van 13/12/2005 betreffende het algemeen rookverbod in openbare gebouwen.

 

§2 Met de campagne 'Generatie Rookvrij' wordt gestimuleerd dat roken enkel gebeurd uit het zicht van anderen (o.a. kinderen).

 

Artikel 14

De gemeente Rotselaar sluit voor de gebouwen en alle inboedel een brandverzekering af met afstand van verhaal t.o.v. de gebruiker.

 

Artikel 15

§1 Iedere wijziging aan het uurrooster (o.a. het niet gebruiken van de gereserveerde schoolsportzaal of het staken van de activiteiten) moet door de gebruiker minstens 30 dagen op voorhand schriftelijk gemeld worden aan de sportdienst.

 

§2 De gemeente Rotselaar kan de verleende toelating betreffende de terbeschikkingstelling van de schoolsportzalen ten allen tijde wijzigen of intrekken. Indien van dit recht wordt gebruik gemaakt, wordt vooraf overleg gepleegd met de betrokken gebruiker.

 

§3 De gemeente Rotselaar is gemachtigd de zalen te sluiten en de terbeschikkingstelling ervan te verbieden om redenen van overmacht, herstellingswerken, veiligheid of alle andere verantwoorde redenen, met terugbetaling van de eventueel ten onrechte betaalde prijs, met uitsluiting van enige schadevergoeding.

 

Artikel 16

Bij elke betwisting of bij niet voorziene gevallen volgt er steeds een beslissing van de gemeente Rotselaar.

 

Artikel 17

Door het gebruik van de schoolsportzaal verklaart de gebruiker zich akkoord met dit huishoudelijk reglement. Iedere bezoeker wordt verondersteld het huishoudelijk reglement te kennen en moet het stipt en volledig naleven.

 

Artikel 18

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke retributiereglement voor het gebruik van de schoolsportzalen.

 

Artikel 19

Dit huishoudelijk reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op alle lopende en nieuwe aanvragen voor het gebruik van de gemeentelijke schoolsportzalen.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

55. Retributiereglement voor deelname aan speelplein 'de Schavuit' - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Het besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022

De gemeenteraad keurt de tarieven voor deelname aan speelpleinwerking 'de Schavuit' vanaf het werkingsjaar 2023 goed.

 

Feiten en context

         De gemeente organiseert jaarlijks speelpleinwerking 'de Schavuit' tijdens de paas- en zomervakantie in GBS Rotselaar-Heikant.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         Speelpleinwerking 'de Schavuit' is sinds vele jaren uitgegroeid tot een kwalitatief sterk opvanginitiatief binnen de gemeente Rotselaar.

         De gemeente wenst de kwalitatieve organisatie van 'de Schavuit' verder te bestendigen met als doel een laagdrempelige, toegankelijke en kwalitatieve speelpleinwerking te organiseren.

         Om deze redenen is het gerechtvaardigd om een retributie te vragen voor deelname aan de speelpleinwerking.

         Het organiseren van deze dienstverlening brengt kosten met zich mee: begeleiding, materiaal, infrastructuur en organisatie. Om de kwaliteit van speelpleinwerking 'de Schavuit' verder te garanderen ligt de nadruk onder meer op vorming en begeleiding van de (hoofd)animatoren.

         Door een retributie aan te rekenen die in verhouding staat tot deze kosten, wordt vermeden dat de volledige financiële last op de algemene middelen terechtkomt.

         Deelnemers met een verhoogde tegemoetkoming of een pleegzorgtarief krijgen een korting om financiële drempels te verlagen en deelname voor ieder kind mogelijk te maken. Deze gezinnen hebben vaak een beperkter budget, waardoor ondersteuning nodig is om gelijke kansen te garanderen. Door een aangepast tarief te voorzien, voorkomt de gemeente dat kinderen uitgesloten worden van een waardevolle vrijetijdsbesteding. Zo wordt de sociale toegankelijkheid en inclusiviteit van de werking versterkt.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7007000

Beleidsitem: 075000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor deelname aan speelplein 'de Schavuit' goed.

 

Retributiereglement voor deelname aan speelplein 'de Schavuit'

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de deelname aan speelpleinwerking 'de Schavuit'.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door de aanvrager tot deelname aan speelpleinwerking 'de Schavuit'.

 

Artikel 3

§1 Het retributietarief per deelnamedag bedraagt 9,5 euro voor iedere deelnemer.

 

§2 Deelnemers met een verhoogde tegemoetkoming of een pleegzorgtarief krijgen een korting van 35% op het retributietarief per deelnamedag. Dit komt neer op een retributietarief van 6,175 euro per deelnamedag voor iedere deelnemer.

 

Artikel 4

De retributie wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van de gemeente zoals vermeld op de factuur, ten laatste een maand na ontvangst hiervan.

 

Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Artikel 5

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatste goedgekeurde gemeentelijke huishoudelijk reglement voor deelname aan speelplein 'De Schavuit'. De bepalingen van dat huishoudelijk reglement zijn aanvullend van toepassing, voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 6

Dit retributiereglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

56. Huishoudelijk reglement voor deelname aan speelplein 'de Schavuit'

 

Voorgeschiedenis

         Het besluit van de gemeenteraad van 20 december 2022.

De gemeenteraad keurt de tarieven voor deelname aan speelpleinwerking 'de Schavuit' vanaf het werkingsjaar 2023 goed.

 

Feiten en context

         De gemeente organiseert jaarlijks speelpleinwerking 'de Schavuit' tijdens de paas- en zomervakantie in GBS Rotselaar-Heikant.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         Speelpleinwerking 'de Schavuit' is sinds vele jaren uitgegroeid tot een kwalitatief sterk opvanginitiatief binnen de gemeente Rotselaar.

         De gemeente wenst de kwalitatieve organisatie van 'de Schavuit' verder te bestendigen met als doel een laagdrempelige, toegankelijke en kwalitatieve speelpleinwerking te organiseren.

         Om de kwaliteit en werking van speelpleinwerking 'de Schavuit' verder te bestendigen, is een actualisatie van het huishoudelijk reglement met hierin de afspraken en regels aangewezen.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement voor deelname aan speelplein  'de Schavuit' goed.

 

Huishoudelijk reglement voor deelname aan speelplein  'de Schavuit'

 

Artikel 1

Het gemeentelijk speelplein ‘de Schavuit’ is gevestigd te Rotselaar in de gemeentelijke basisschool Rotselaar-Heikant, Schoolstraat 44 te 3110 Rotselaar.

 

Artikel 2

§1 Speelpleinwerking 'de Schavuit' staat open voor alle schoolgaande kinderen van 3 tot 12 jaar. Kinderen moeten zindelijk zijn en minstens 3 jaar oud zijn op het moment van deelname. Speelpleinwerking ‘de Schavuit’ werkt met volgende leeftijdsgroepen:

         Ukkies: 3-4 jaar

         Bengels: 5-6 jaar

         Sloebers: 7-8-9 jaar

         Kastaars: 10-12 jaar

 

§2 Afhankelijk van het aantal inschrijvingen per dag kunnen er alsnog verschuivingen van leeftijdsjaren worden gedaan, enkel en alleen met het doel om iedereen optimaal spelplezier te bezorgen.

 

Artikel 3

Speelplein ‘de Schavuit’ sluit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen af voor de kinderen en (hoofd)animatoren tijdens hun verblijf op het speelplein. Als een kind of (hoofd)animator een ongeval heeft gehad op het speelplein, verkrijgt de ouder, voogd of betrokkene de nodige formulieren op het speelplein. De verkregen formulieren moeten worden ingevuld door de speelpleincoördinator en de geneesheer. Het volledig ingevulde formulier moet nadien worden bezorgd aan de dienst Vrije Tijd.

 

Artikel 4

§1 Speelplein De Schavuit vindt plaats tijdens de paas- en zomervakantie, met uitzondering van weekends en feestdagen (21 juli en 15 augustus).

 

§2 De activiteiten starten om 9u en eindigen om 16u30. Voor- en naopvang wordt dagelijks voorzien vanaf 7u30 tot en met 18u. Speelplein ‘de Schavuit’ werkt enkel met volledige dagen.

 

§3 Voor de goede werking van speelplein 'de Schavuit' is het belangrijk dat de openingsuren gerespecteerd worden. Alleen op die manier kan een degelijke en veilige werking gegarandeerd worden. Tussen 9u en 16u30 kunnen kinderen niet gebracht of opgehaald worden. Als deze uren niet gerespecteerd worden, kan de toegang tot speelplein 'de Schavuit' en deelname aan de activiteiten die dag niet worden gegarandeerd.

 

Artikel 5

§1 Kinderen worden gebracht en afgehaald door de ouder(s) of voogd. De persoon die de deelnemer brengt en ophaalt, moet dit registreren aan de voorziene balie. Indien iemand anders het kind ophaalt, moet dit vooraf gemeld worden aan de speelpleincoördinator.

 

§2 Wanneer kinderen zelfstandig naar en van het speelplein komen, is schriftelijke toestemming van de ouder(s) of voogd verplicht. In dat geval kan het speelplein niet aansprakelijk worden gesteld voor incidenten onderweg.

 

Artikel 6

§1 De gemeente Rotselaar werkt met een online registratiesysteem via www.rotselaar.be/inschrijvingen. Na het aanmaken van een account kunnen kinderen administratief worden ingeschreven voor speelplein ‘de Schavuit’. Er is een eenmalige inschrijving vereist voor de volledige paasvakantie en voor de volledige zomervakantie, zodat administratief relevante informatie aanwezig is.

 

§2 Dagelijks worden de aanwezigheden geregistreerd zodat enkel de aanwezige dagen gefactureerd worden. Op deze manier kunnen ouders en/of voogd vrij kiezen welke dagen er gebruik zal worden gemaakt van speelplein ‘De Schavuit’ zonder dit op voorhand aan te geven. Wie geen toegang heeft tot internet, kan terecht bij de dienst Vrije Tijd.

 

§3 De factuur wordt opgemaakt op basis van de dagelijks geregistreerde aanwezigheden. Na de speelpleinperiode wordt een factuur verstuurd naar het e-mailadres dat in de account vermeld staat. Bij laattijdige betaling kan het bedrag verhoogd worden met bijkomende kosten en kan deelname worden opgeschort. Er wordt geen contant geld aanvaard.

 

§4 Indien recht op verhoogde tegemoetkoming of pleegzorgtarief, dient dit bij inschrijving te worden aangegeven. Het attest kan per e-mail naar jeugd@rotselaar.be worden gestuurd. Het tarief wordt dan automatisch aangepast.

 

Artikel 7

§1 Er wordt geen medicatie toegediend door animatoren. Het is aangeraden om de huisarts te vragen medicatie voor te schrijven die bij voorkeur 's morgens en 's avonds door de ouder(s) of voogd zelf kan worden toegediend.

 

§2 Uitzonderlijk kan er medicatie worden gegeven en dit enkel op medisch voorschrift. De speelpleincoördinator moet hiervan vooraf duidelijk worden verwittigd zodat hij/zij de medicatie kan bewaren. Op de fles/flacon/tube of andere verpakking dient de apotheker duidelijk volgende gegevens te vermelden:

         naam van de inhoud

         naam van de dokter/apotheker

         naam van het kind

         dosering en wijze van toediening en duur van behandeling

         wijze van bewaren.

 

Artikel 8

§1 Voor de pauze in de voormiddag kunnen de kinderen zelf een drankje en stuk fruit of koek meenemen. Ook lunch voor ’s middags moeten de kinderen zelf meebrengen. Tijdens de middagpauze krijgen alle kinderen een drankje (appelsap of water).

 

§2 Om 16u biedt speelplein ‘de Schavuit’ de kinderen een vieruurtje (fruit of koekje) aan. Dit is mee inbegrepen in de dagprijs. Er is gedurende de hele dag voldoende drinkwater beschikbaar.

 

Artikel 9

Speelplein 'de Schavuit' let er op dat de afvalberg niet te groot wordt. Samen met de kinderen wordt het afval gerecycleerd door het in de voorziene vuilnisbakken te gooien (huisvuil – PMD – GFT – papier en karton – glas). Ook ouders kunnen preventief meewerken aan het beperken van de afvalberg. Ouders kunnen helpen door lunch en snacks in een brooddoos en drinkbus mee te geven.

 

Artikel 10

Houd rekening met het feit dat kledij vuil kan worden tijdens het spelen. Voorzie reservekledij en bij warm weer zwemkledij. Zorg dat de deelnemer reeds zonnecrème aan heeft bij aankomst. Kleuters dienen steeds reserveondergoed bij te hebben.

 

Artikel 11

§1 Aangeraden is om geen waardevolle voorwerpen mee te geven met het kind. Alle multimedia, GSM, spelconsoles, ... en gevaarlijke voorwerpen zijn niet gewenst op speelplein 'de Schavuit'.

 

§2 Om verloren voorwerpen te vermijden vragen we om jassen, boekentassen, brooddozen en alle andere voorwerpen te voorzien van naam en voornaam van het kind. Gevonden voorwerpen worden na afloop nog op de dienst Vrije Tijd bewaard en kunnen daar worden opgehaald. U krijgt hiervoor een mailtje, komt u niet tijdig de spullen ophalen, worden deze weggedaan of geschonken aan de kringwinkel.

 

§3 Speelplein 'de Schavuit' kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor verloren voorwerpen en/of kledij.

 

Artikel 12

Bij ziekte of ongeval in de loop van de speelpleindag neemt de coördinator telefonisch contact op met de ouder(s) of voogd. Samen wordt naar een passende oplossing gezocht. Meestal wordt gevraagd om het kind zo snel als mogelijk op te halen. Indien de ouder(s) of voogd niet bereikbaar zijn, handelt speelplein 'de Schavuit' telkens in het belang van het kind. Eventuele medische kosten die speelplein 'de Schavuit' moet maken omwille van ziekte van het kind vallen ten laste van de ouders. Enkel bij ongevallen kan de verzekering worden ingeschakeld.

 

Artikel 13

De kinderen volgen de richtlijnen van de (hoofd)animatoren op. Van de kinderen verwachten we dat ze het materiaal respecteren. Moedwillige beschadiging of vernieling aan terreinen, lokalen of spelmateriaal valt niet onder de verzekeringspolis, maar is ten laste van de ouder(s) of voogd.

 

Artikel 14

§1 Persoonsgegevens van ouder(s), voogd en het kind worden verwerkt door de gemeente Rotselaar. Hierbij is de privacyverklaring van de gemeente Rotselaar van toepassing:

www.rotselaar.be/privacybeleid.

 

§2 Enkel na uitdrukkelijke toestemming van ouder(s) of voogd, via het online gebruikersprofiel, worden foto's en/of filmpjes gemaakt van de aanwezige kinderen. Deze beelden kunnen gebruikt worden voor publicaties van de gemeente Rotselaar.

 

§3 Gezondheidsgegevens worden enkel verwerkt na toestemming van ouder(s) of voogd via het online gebruikersprofiel. Deze gegevens zijn uitsluitend toegankelijk voor de speelpleincoördinator en animatoren en worden enkel gebruikt indien nodig om het kind te helpen.

 

§4 Ouder(s) of voogd dienen de medische gegevens van hun kind(eren) steeds up-to-date te houden in het online profiel. Indien deze informatie niet correct of volledig is, kan speelplein ‘de Schavuit’ geen garantie bieden op aangepaste of veilige begeleiding.

 

Artikel 15

Het is verboden te roken binnen de volledige schoolinstelling en omgeving waar speelplein ‘de Schavuit’ plaatsvindt, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten. Dit algemeen rookverbod geldt zowel voor (hoofd)animatoren, bezoekers, ouders als deelnemers. Deelnemers aan speelplein 'de Schavuit' en (hoofd)animatoren roken niet gedurende hun aanwezigheid op het speelplein, ook niet wanneer er activiteiten buiten de vaste speelpleinlocatie plaatsvinden.

 

Artikel 16

§1 Om bepaalde redenen kan uw kind geschorst worden van speelpleinwerking 'de Schavuit':

         bij het zich niet houden aan de afspraken van het huishoudelijk reglement

         in bepaalde situaties waarvoor geen gepaste begeleiding kan voorzien worden

 

§2 Ten allen tijde wordt geprobeerd om een schorsing te vermijden. Hiervoor wordt er herhaaldelijk voorafgaandelijk met de ouder(s) of voogd en het kind overlegd vóór de jeugdcoördinator zich genoodzaakt ziet om een kind te schorsen.

 

Artikel 17

§1 Dit huishoudelijk reglement is terug te vinden via www.rotselaar.be/speelpleinwerking en op de dienst Vrije Tijd - vrijetijdscentrum ‘de Mena’, Provinciebaan 2 te 3110 Rotselaar.

 

§2 Speelplein 'de Schavuit' gaat er van uit dat het huishoudelijk reglement gelezen en opgevolgd wordt.

 

§3 Via de registratie verklaren de ouder(s) of voogd zich akkoord met de bepalingen die hierin zijn opgenomen. De gemeente Rotselaar beslist over de vragen of problemen waarmee het initiatief geconfronteerd wordt indien deze niet in het huishoudelijk reglement voorzien zijn. Voor meer informatie over de inhoud van dit huishoudelijk reglement kan men terecht op de dienst Vrije Tijd van de gemeente Rotselaar.

 

Artikel 18

Dit reglement dient in samenhang gelezen te worden met het laatst goedgekeurde retributiereglement voor deelname aan speelpleinwerking 'de Schavuit'.

 

Artikel 19

Het huishoudelijk reglement voor deelname aan speelpleinwerking 'de Schavuit' treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

57. Retributiereglement voor administratie- en aanmaningskosten bij de invordering van openstaande schuldvorderingen - 2026-2031

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019
De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor administratie- en aanmaningskosten bij de invordering van openstaande schuldvorderingen - 2020-2025 goed.

 

Feiten en context

         Een gemeente heeft de mogelijkheid om bepaalde kosten die het maakt naar aanleiding van een invorderingsprocedure te verhalen op de betrokken schuldenaar. Zo is decretaal bepaald dat de eerste aanmaning tot betaling kosteloos is voor de schuldenaar, maar dat de verzendingskosten voor de aanmaningen tot betaling die volgen op de eerste aanmaning ten laste gelegd kunnen worden van de schuldenaar.

         Omwille van de continuïteit is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 17 december 2019, afloopt op 31 december 2025.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         De wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         Wanneer openstaande schuldvorderingen niet binnen de voorziene termijn betaald worden, moet de gemeente overgaan tot gedwongen invordering door het verzenden van aanmaningen. De opmaak en verzending van dergelijke aanmaningen legt een logistieke en financiële druk op de gemeentelijke administratie. Het is dan ook redelijk om diegenen die laattijdig de door hen verschuldigde sommen betalen te laten bijdragen in de hieraan verbonden kosten.

         Belangrijk is dat de aangerekende tarieven voor betalingsaanmaningen redelijk zijn. Rekening houdende met de materiële kosten en personeelskosten, wordt algemeen aangenomen dat een bedrag van 20 euro redelijk is.

         Het is logistiek opportuun dat de invorderingsprocedures voor fiscale, niet-fiscale en andere schulden uniform verlopen. De aanmaningsprocedure voorziet in volgende stappen:

         1) eerste aanmaning (gewone zending)

         2) tweede aanmaning (aangetekende zending)

         3) opmaak van een dwangbevel dat betekend wordt bij gerechtsdeurwaardersexploot

        Voor het verzenden van de eerste aanmaning worden geen kosten aangerekend aangezien hier een foutenmarge bij de schuldenaar in het opvolgen van zijn/haar schulden wordt geaccepteerd. Voor iedere daaropvolgende invorderingsstap is het evenwel omwille van bovenvermelde redenen wel redelijk een retributie aan te rekenen.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7020007

Beleidsitem: 003000

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor administratie- en aanmaningskosten bij de invordering van openstaande schuldvorderingen goed.

 

Retributiereglement voor administratie- en aanmaningskosten bij de invordering van openstaande schuldvorderingen

 

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor de administratie- en aanmaningskosten voor het verzenden van de betalingsherinneringen, zowel bij openstaande fiscale als niet-fiscale schuldvorderingen.

 

Artikel 2

De retributie is verschuldigd door diegene die de openstaande schuldvordering verschuldigd is.

 

Artikel 3

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

 

verzending eerste betaalverzoek (aanslagbiljet, factuur, GAS boete, ...)

gratis

opmaak en verzending van een eerste aanmaning (niet-aangetekend)

gratis

opmaak en verzending van een iedere aanmaning die volgt op de eerste (aangetekend)

20 euro per aanmaning

betekening van een dwangbevel

de kosten van de gerechtsdeurwaarder

 

Artikel 4

De retributie wordt toegevoegd aan de openstaande schuldvordering en is onmiddellijk betaalbaar met dezelfde vervaldatum als deze openstaande schuldvordering.

 

Bij gedeeltelijke betaling zal eerst de retributieschuld aangezuiverd worden en vervolgens de openstaande schuldvordering.

 

Artikel 5

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

58. Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein - 2026-2028

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 29 november 2022
Het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025 wordt goedgekeurd.

 

Feiten en context

         Gemeenten kunnen aan de distributienetbeheerder een retributie aanrekenen voor de hinder op het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan de nutsvoorzieningen.

         De afspraken hieromtrent werden vastgelegd in de Code voor infrastructuur- en nutswerken (hierna: de Code) langs gemeentewegen die werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van gemeenten.

         Deze Code heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen om zo de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

         Omwille van de continuïteit is het noodzakelijk een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 november 2022 afloopt op 31 december 2025.

 

Juridische gronden

         Artikel 173 van de Grondwet.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 286 §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

         De gemeente en haar inwoners worden regelmatig geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied. Deze werkzaamheden hebben een impact op het openbaar domein.

         Voor het onderhoud en de herstellingen aan nutsvoorzieningen moeten er ook regelmatig dringende werken worden uitgevoerd om de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren.

         Om de opvolging voor de gemeentebesturen en de distributienetbeheerders tot een minimum te herleiden, stelt de Code voor om voor de vergoeding van de hinder, alsook voor het compenseren aan de gemeenten van de te nemen acties in het kader van het optimaliseren van de coördinatie, te voorzien in een vaste berekening van de retributievergoeding.

 

Financiële gevolgen

Ontvangst

 

Algemene rekening: 7006200

Beleidsitem:  064000 (deel elektriciteit)
  065000 (deel gas)

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

21 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

3 onthoudingen: Jeroen Janssens, Farida Tierens en Maarten Mommaerts

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein goed.

 

Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein

 

Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2028 wordt een retributie gevestigd op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.

 

Artikel 2
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de

gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen.

 

Artikel 3

Permanente nutsvoorzieningen zijn:

         alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;

         alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.

 

Artikel 4

De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.

 

Artikel 5

Deze retributie sluit elke ander heffing, semi-heffing of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van zijn werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren dor derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of maatschappij.

 

Artikel 6

De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte:

         voor werken in rijwegen 10,24 euro

         voor werken in voetpaden 7,88 euro en

         voor werken in aardewegen 4,73 euro

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

 

Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

 

Artikel 7

Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt. Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.

 

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

 

Artikel 8

Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.

 

De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.

 

Artikel 9

Dit reglement wordt na goedkeuring aan distributienetbeheerder Fluvius bezorgd.

 

Artikel 10

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

59. Subsidiereglement Aziatische hoornaar - opheffing

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2023
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement bestrijding Aziatische hoornaar goed.

         Besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2025
De gemeenteraad keurt de verlenging van het subsidiereglement bestrijding Aziatische hoornaar goed.

 

Feiten, context en argumentatie

         In plaats van in te zetten op de bestrijding van individuele nesten, verschuift de gemeente de aandacht naar preventie en klimaatadaptatie. Hoornaars zijn, mede door de snel veranderende klimaatomstandigheden, een blijvende realiteit geworden. Het is daarom noodzakelijk om een beleid te voeren dat deze nieuwe context erkent en daarop anticipeert. De huidige regelgeving rond bestrijding, is bovendien kwetsbaar voor misbruik, onder meer op het vlak van verloning (zoals eerder vastgesteld bij wespennesten). Een preventieve en structurele aanpak biedt hier een robuuster alternatief.

         De gemeente wenst een geïntegreerd beleid rond hoornaars te ontwikkelen, met een duidelijke focus op het openbaar domein. Dit beleid wordt uitgewerkt in samenwerking met diverse partners, zoals imkers en andere betrokken organisaties. Door expertise te bundelen kan een efficiënte en breed gedragen aanpak worden gerealiseerd.

         De gemeente behoudt de bestaande budgetten, maar heroriënteert deze naar acties die daadwerkelijk impact genereren. Door niet langer te werken met een “single point”-benadering kan een grootschaligere en meer gecoördineerde werking worden opgezet. Hoewel het beleid zich zal toespitsen op het openbaar domein, zullen de uitgewerkte maatregelen ook ten goede komen aan het privédomein dankzij de brede preventieve insteek en de samenwerking met partners.

         De gemeente evolueert naar een toekomstgericht, duurzaam en efficiënt hoornaarbeleid waarbij preventie, samenwerking en doordachte inzet van middelen centraal staan.

 

Juridische gronden

         Artikel 41, tweede lid, 23° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

20 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens en Tine Vanderwee

4 stemmen tegen: Jeroen Janssens, Farida Tierens, Maarten Mommaerts en Sven Weenen

 

Artikel 1:

Het gemeentelijk subsidiereglement bestrijding Aziatische hoornaar van 25 februari 2025 wordt opgeheven.

Artikel 2:

Huidig besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

60. Intergemeentelijke samenwerking - Watering De Molenbeek - bijzondere algemene vergadering van 22 december 2025 - Bepalen mandaat vertegenwoordiger

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2025
Kris Uytterhoeven werd aangeduid als vertegenwoordiger van de gemeente Rotselaar in de algemene vergadering van Watering De Molenbeek voor de legislatuur van 2025-2030.

 

Feiten en context

         De gemeente Rotselaar is aangesloten bij Watering De Molenbeek.

         Op 2 december 2025 stuurde Watering De Molenbeek een e-mail met oproeping voor de bijzondere algemene vergadering van 22 december 2025 met bijhorende agenda en documenten.

         Op 22 december 2025 houdt Watering De Molenbeek een bijzondere algemene vergadering met volgende agendapunten:

  1. Verwelkoming door de voorzitter
  2. Goedkeuring verslag algemene vergadering d.d. 17 oktober 2024
  3. Verslag van de uitgevoerde werken dienstjaar 2024
  4. Rekening dienstjaar 2024
  5. Belastingrol 2024
  6. Verlening van kwijting aan Bestuur en Ontvanger-griffier wnd.
  7. Belastingrol 2025 - aanslagvoet - belasting per Ha.
  8. Begroting 2026
  9. Uit te voeren werken 2026
  10. Beverproblematiek
  11. Verlenen van machtiging aan het dagelijks bestuur voor onderhouds-, ruimings- en instandhoudingswerken in 2026
  12. Verplaatsing zetel
  13. Huishoudelijk reglement
  14. Varia

 

Juridische gronden

         Artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
De vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering.

 

Argumentatie

         De hoger vermelde agendapunten kunnen worden goedgekeurd.

 

Besluit

 

Na beraadslaging

 

Na beraadslaging,

24 stemmen voor: Ilse Michiels, Jelle Wouters, Nele Demuynck, Patrick Vervoort, Bart De Vos, Ellen De Rijck, Tessa Heylighen, Nico Lodewijks, Piet De Bruyn, Jeroen Janssens, Farida Tierens, Liesbet Serneels, Kris Uytterhoeven, Lieve De Bondt, Maarten Mommaerts, Elke Wollants, Els Wouters, Ann Van Criekinge, Cindy Ryckmans, Christof De Coux, Brent Gomand, Nancy Goossens, Tine Vanderwee en Sven Weenen

 

Artikel 1:

De gemeenteraad gaat akkoord met de agendapunten van de bijzondere algemene vergadering van Watering De Molenbeek van 22 december 2025.

Artikel 2:

De vertegenwoordiger in de algemene vergadering van Kris Uytterhoeven of de plaatsvervanger, die zal deelnemen aan de bijzondere algemene vergadering van 22 december 2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), wordt gemandateerd om bovenvermelde agendapunten goed te keuren.

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van 16 december 2025

 

61. Mondelinge vragen

 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.